Blog. Amateurtoneel.be

Blog. Amateurtoneel.be

WELKOM op het blog over amateurtoneel

Beste toneelliefhebber,
Hier kunnen voortaan auteurs hun nieuwe Nederlandstalige toneelstukken (vanaf 2013) via een leesfiche voorstellen aan al wie belangstelling heeft. Iedere auteur is welkom. Voor vragen neem contact met Oberon@amateurtoneel.be


START - EIGEN STUKKEN - PALMARES - WEETJES, IDEETJES EN LINKS- BLOG

LUC VAN DEN BRIELE

Briele - Luc Van DenGeplaatst door Oberon I van Mechelen wo, februari 26, 2014 11:32:28

LUC VAN DEN BRIELE

Biografie:

LUC VAN DEN BRIELE is geboren te Ieper op 8 mei 1930. Hij is gegradueerde in bibliotheconomische en bibliografische wetenschappen (Bibliotheekschool Brussel). Hij beëindigde zijn studies met de thesis “Analytische bibliografie van en over Lode Zielens”.

Hij was medeoprichter en hoofdredacteur van de bibliotheektijdschriften Het Trefwoord en Boek en Bibliotheek; van 1979 tot 2007 was hij hoofdredacteur van het aan ex libriskunst gewijde tijdschrift Graphia, dat vanaf het jaar 2000 verschijnt onder de titel Boekmerk. Hij was ook medewerker aan de nu voltooide Bio-bibliographical Encyclopaedia of Ex-libris art (uitgegeven in Portugal) en aan Amerikaanse, Deense, Duitse, Engelse, Italiaanse, Nederlandse, Portugese, Roemeense, Servische, Spaanse en Turkse tijdschriften en jaarboeken met vooral bijdragen over Vlaamse en Europese ex libriskunst.

Hij schreef enkele honderden bijdragen over bibliotheconomie, literatuur en grafische kunsten; zijn vele boekbesprekingen zijn vooral gewijd aan publicaties over geschiedenis en kunst.

Hij publiceerde bibliografische studies over de schrijvers Jan Walravens (in Facetten van Jan Walravens - Brussel, 1966 en Van Walravens weg - Gent, 1976), Louis Paul Boon (in Jaarboek Louis Paul Boon-genootschap 1984) en Willem M. Roggeman (in De Vlaamse Gids, 1966). Hij publiceerde een essay over de hoorspelen van Louis Paul Boon (in Boelvaar Poef, 2004), een essay over de roman Blauwbaard van Filip De Pillecyn (in Filip De Pillecyn Studies VI, 2010) en een essay over het toneelwerk van Filip De Pillecyn (in Filip De Pillecyn Studies VII, 2011).

Over exlibriskunst publiceerde hij Over het verzamelen van exlibris (Sint-Niklaas, 1983), Boek en Exlibris - Het boek als inspiratiebron in de hedendaagse exlibriskunst (Leuven, 1986), Van Edmond Van Offel tot Jan Meeus - Een overzicht van de hedendaagse exlibriskunst in Vlaanderen (Sint-Niklaas, 1987), Exlibris verzamelen - een praktische handleiding (Sint-Niklaas, 1990 en 2002), Exlibris en Hedendaagse Vlaamse Exlibris (Tielt, Openbaar Kunstbezit in Vlaanderen, 1991), Gerard Gaudaen - Een overzicht van zijn exlibrisoeuvre (Sint-Niklaas, 1996), Hoogtepunten van de hedendaagse Europese Exlibriskunst (Brussel, Kunstgalerie van de Kredietbank, 1997 - ook in het Frans onder de titel Sommets de l'art contemporain des ex-libris en Europe), Tijl Uilenspiegel in de Exlibriskunst (Damme, Tijl Uilenspiegelmuseum, 1997), Modern Erotic Bookplates (London, Primrose Hill Press, 1999), Jelena Kisseljova (monografie over deze Russische kunstenares - Frederikshavn, Kunstmuseum, 1999), Patricia Nik-Dad (monografie over deze Franse kunstenares - Frederikshavn, Kunstmuseum, 2001).

Tussen 1958 en 2014 schreef hij ruim 40 toneel- en hoorspelen. Hij ontving prijzen voor hoorspelen in de BRT-wedstrijden 1976 en 1980, in de BRT-wedstrijd voor jeugdhoorspelen van 1981; in 1981 ontving hij ook de prijs van de VVT (Vlaamse Toneel Auteurs) voor schooltoneel. Eervolle vermeldingen werden hem toegekend in de Visser-Neerlandiaprijs voor toneel (1980) en voor televisiespelen (1982), in de VVT-prijs voor minidrama (1981) en de West-Vlaamse Provinciale Prijs voor Letterkunde (1982, 1994 en 2010). In 1994 werd hem de Literaire Reinaert en Canteclaerprijs van de stad Deinze toegekend voor een kort verhaal over Reinaert de Vos en Canteclaer. In 2009 kreeg hij de literaire Hendrik Prijs-prijs van de stad Sint-Truiden voor het verhaal De Dahlia’s.

Teksten van enkele toneel- en hoorspelen verschenen in de literaire tijdschriften Argus en Kruispunt, in de reeks Hedendaags Nederlands Toneel nr. 32, 34 en 38 en in de BRT-uitgave Hoorwell 1984. In 1984 verscheen ook een bibliofiele editie met fragmenten uit het hoorspel Napocalypse, aangevuld met zeven kleuretsen van de Tsjechische kunstenaar Pavel Hlavatý. Het bekroonde Reinaert-verhaal verscheen in de bundel Luister naar mijn woorden (Hilversum/Brugge, 1994).

In 1983 werd zijn hoorspel Contaeva 1994 geselecteerd om Vlaanderen te vertegenwoordigen in de Nederlandse hoorspelweek. Voor de hoorspelweek 1991 werd zijn hoorspel De Dood van Ivana K. gekozen. Sommige hoorspelen werden in het Duits, Engels, Frans, Roemeens en/of Russisch vertaald.

De Hasseltse toneelvereniging Eenhoorn won de Prijs van de Vereniging van Vlaamse Toneelauteurs met de opvoering van zijn toneelspel in 15 taferelen De heks van Mechelen; dezelfde toneelvereniging won in een Nederlands-Vlaams eenakterfestival (Delft, 1990) de eerste prijs met een opvoering van zijn eenakter Een avond in mei. Zijn eenakter Syphyla Belgica werd door de jury van het Nationaal Vlaams Kristelijk Toneelverbond geselecteerd voor opvoering tijdens het NVKT-eenakterfestival van het jaar 2000.

Adres: Bleekstraat, 6 / 309

2800 Mechelen.

E-mail: luc.vandenbriele@telenet.be

-----------------------------------------------------------------------------------------------------

P EN DE ENGELEN

Dit toneelspel is gebaseerd op gegevens uit het assisenproces tegen de 75-jarige András Pandy en zijn 44-jarige dochter Agnes, dat van 18 februari tot 6 maart 2002 in het Brusselse justitiepaleis heeft plaatsgehad. Ze werden er o.a. van beschuldigd tussen 1985 en 1989 zes van hun huisgenoten te hebben vermoord en ze werden veroordeeld tot respectievelijk levenslange en 21 jaar opsluiting. András Pandy werd ook beschuldigd van incestueuze betrekkingen met zijn dochter Agnes en met twee stiefdochters. Hij ontkende de beschuldigingen en bleef die ontkennen tot aan zijn dood in 2013. In zijn pleidooi noemt de openbaar aanklager hem een man met twee gezichten en een zich God wanende machtswellusteling, die het recht opeiste te vernietigen wat in zijn weg liep. Zijn verdediger vroeg de vrijspraak op grond van twijfel en gebrek aan materiële bewijzen. Zijn dochter Agnes onthulde de incest en de moorden. De openbaar aanklager noemde haar een beetje slachtoffer, maar toch ook even schuldig als haar vader. Haar verdedigster vroeg de vrijspraak omdat ze haar misdaden pleegde onder de onweerstaanbare dwang van haar vader. Na twaalf jaar opsluiting werd ze uit de gevangenis vrijgelaten.

In dit toneelspel hebben daders, slachtoffers en bij het onderzoek en proces betrokken personen andere namen gekregen. De tijdens het proces onthulde feiten en de door de auteur in de assisenzaal van het Brusselse justitiepaleis opgedane indrukken zijn op fictieve personages overgeplant.

Vanaf de vijfde scène spelen de slachtoffers een aanvankelijk passieve rol als uit het verleden opduikende ‘spoken’. Heel langzaam komen de herinneringen bij hen terug en in hun dode mond ontluiken kernen van de vroeger gesproken taal. Meer en meer fladderen ze – uiteindelijk ook als sprekende – kwelgeesten rond hun moordenaar. P probeert die kwelgeesten te verjagen, maar ze blijven hem sarren. Elke dag zit hij in zijn cel te wachten op de komst van een hem behulpzame en troostende engel. Engelen hebben hem al zijn hele leven begeleid en ingefluisterd wat hij te doen had. In de laatste scène is P lichamelijk aan het afbrokkelen en staat hij wanhopig te wachten op een wellicht voor het eerst niet meer opdagende laatste engel.

Bezetting: 13 acteurs en 7 actrices (kan ook met 12 acteurs en 8 actrices)

Personages:

András Próka

Alena, zijn dochter

Ilonka, zijn eerste vrouw (in de taferelen 5, 6, 7, 8, 9 en 10 ook als kwelgeest)

Edina, zijn tweede vrouw (in de taferelen 5, 7, 8, 9 en 10 ook als kwelgeest )

Andor, zijn oudste zoon (in de taferelen 5, 7, 9 en 10 ook als kwelgeest)

Zoltán, zijn zoon (in de taferelen 5, 7, 9 en 10 ook als kwelgeest)

Julka, een stiefdochter (in de taferelen 5, 7, 9 en 10 ook als kwelgeest)

Ila, een stiefdochter (in de taferelen 5, 7, 9 en 10 ook als kwelgeest)

Evi, een stiefdochter

Tibor, zijn jongste zoon

Toni Nagel (hoofdinspecteur)

Joris Hoetman (inspecteur)

Theo Pava (voorzitter assisenhof)

Patrick Waelschaert (openbaar aanklager)

Machteld Cleynjans (verdedigster van Alena Próka)

Hein van Koeckenberg (verdediger van András Próka)

Drie politieagenten

Een cipier

Een stem

Decor:

Zetstukken suggereren achtereenvolgens twee kamers in de woning van P, een politiekantoor, een gerechtszaal en een gevangeniscel

Duur: ongeveer 150 minuten

Te verkrijgen bij het Toneelfonds J. Janssens (brochure 3205)

------------------------------------------------------------------------------------------------------

DE KAIKOURA DROOM

Na drie beroertes zit de ruim zestigjarige Felix Haen in een rolstoel. Hij kan niet meer gaan en praten. Hij lacht of weent, stoot klanken uit en gebruikt allerlei lichaamsbewegingen om zijn af en toe toch opborrelende herinneringen en gevoelens te uiten. Zijn naast hem zittende vrouw Josfien mijmert over haar leven met Felix en over haar onzekere toekomst. Een van Felix’ vroegere medewerkers komt op ziekenbezoek: de niet al te snuggere Roger Paelinck zal ongewild enkele voor Josfien onbekende feiten onthullen en daardoor een stoorzender in haar leven met Felix worden. Is die Felix een leven lang een man met twee gezichten geweest? Zal Josfien toegeven aan haar drang naar meedogenloze wraak, wordt het een door jaloersheid aangedreven moord of is er voldoende twijfel om een en ander met de mantel der liefde te bedekken?

Een jury (Literaire prijs West-Vlaanderen 2010, met als juryleden o.a. de toneelcritici Liv Laveyne en Els Van Steenberghe en de acteur Bob De Moor) schreef over De Kaikoura droom: ‘Van den Briele toont in dit stuk dat hij vanuit een anekdote een portret kan maken, dat bovendien raakt / ontroert tot op het einde. Deze tekst getuigt van emotionele rijpheid. De auteur zoomt in op details van waaruit hij de grote(re) herinneringen laat groeien. In handen van een goede regisseur heeft deze tekst alles in zich om tot mooi, boeiend en ontroerend theater open te bloeien.’

Bezetting: 2 acteurs en 1 actrice

Personages:

Felix Haen: een ruim zestigjarige man in een rolstoel, de vroegere – maar nu gepensioneerde – personeelschef van een warenhuis, die na drie beroertes niet meer kan gaan en praten. Hij lacht of weent, stoot klanken uit en gebruikt allerlei lichaamsbewegingen om zijn af en toe toch opborrelende herinneringen en gevoelens te uiten.

Josfien Haen: zijn iets jongere vrouw, die in een lange monoloog mijmert over haar leven en haar onzekere toekomst.

Roger Paelinck: een ongeveer veertigjarige en wat sullige warenhuisverkoper, die zijn vroegere chef komt bezoeken en voor Josfien Haen ongewild een stoorzender wordt.

Decor:

Een ziekenhuiskamer

Duur: 80 / 85 minuten

Te verkrijgen bij het Toneelfonds J. Janssens (brochure 3150)





  • Reacties(0)//blog.amateurtoneel.be/#post261