Eigen stukken

Eigen stukken

EIGEN STUKKEN

START - EIGEN STUKKEN - PALMARES - WEETJES, IDEETJES EN LINKS- BLOG

Op Drift

OP DRIFTPosted by Goovaerts Raymond Mon, December 26, 2016 11:06:16

Dit toneelstuk is auteursrechtelijk beschermd. Het wordt u ter lezing aangeboden. Niets van de inhoud mag worden gebruikt zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur. Wie dit stuk wil opvoeren dient contact op te nemen met de auteur. 015/55.72.59 @

Dit stuk is opgezet om op de meeste diverse plaatsen opgevoerd te worden. Scholen, refters, kerken, klaslokalen....

De auteur kan als ervaringsdeskundige verder toelichting geven bij het stuk en de vluchtelingenproblematiek in het algemeen. Het oorspronkelijk waargebeurde verhaal, waaruit het toneelstuk is ontstaan, kunt u in boekvorm aanschaffen of nabestellen bij de auteur.

------------------------------------------------

Inleiding tot het stuk:

In 1998 vlucht een zwangere Kosovaarse vrouw samen met haar dochter van 3 jaar voor het Servische geweld naar Albanië. Haar man blijft achter om voor de bezittingen te zorgen.

Vier maand later.

Na de geboorte van haar zoon probeert ze vruchteloos contact te leggen met haar man. In Albanië kan ze niet langer blijven. Naar huis gaan kan ook niet want dat is er niet meer. Zou ze in Italië kunnen gaan werken?

Zonder dat ze het beseft raakt ze op drift. Al snel veranderd ze van mens naar een dossier, een stuk wrakhout, dat eindeloos tegen de golfbrekers van de administratie wordt aangebeukt. Zal zij haar kinderen een toekomst kunnen bieden?

U kunt het stuk online lezen op deze site.

----------------------------------------------

Het parcours van het stuk:

15-06-2008: Ik behaal met de première van dit stuk mijn getuigschrift 'opleiding regie' bij "Opendoek"

28-06-2008: Eerste succesvolle opvoering in JH. FAR te Vilvoorde.

13-07-2008: Twee succesrijke opvoeringen tijdens "Spots op west" in Westouter

09-10-2016: Opvoering door Rederijkerskamer 'De hoek van Zevenwouden' in Oldeberkoop (Friesland)

--------------------------------------------

OP DRIFT

Eenakter- docudrama naar een waar gebeurd verhaal van

Raymond Goovaerts

voor 3 dames en 1 heer (bezetting kan erg variëren)

Personages

ELA BERISHA: Kosovaarse jonge vrouw - ( eerste actrice - Inga Gijbels)

Haar kinderen: daarvoor doet ze het allemaal. Zij zijn zichtbaar door foto’s op scène

Lindita: dochtertje van Ela bij begin 4 jaar. Werd geboren in Kosovo - Gjakova

Ilir: zoontje van Ela in België 16 maanden. Werd geboren tijdens de vlucht in Albanië - Tirana

ZUSTER OCTAVIA: (eerste actrice - Sofie De Hantsetters)

ADVOCATE: (eerste actrice Sofie De Hantsetters)

OOGARTS (eerste actrice Sofie De Hantsetters)

INSPECTEUR BRUNELA: (eerste actrice Sofie De Hantsetters)

SCHOONTANTE: (eerste actrice - Sofie De Hantsetters)

LOKETMR. SOCIAAL: (eerste actrice - Sofie De Hantsetters)

MADAME HILDA = huisbazin - (eerste actrice Helena Lemmens)

VOORLEZER: ( actrice - Helena Lemmens)

ANDERE STEM ACHTER SCENE: (eerste actrice - Helena Lemmens)

MINISTER: (Eerste acteur- Jo Vander Cammen)

MATISH: = Kosovaarse man die al langer in België verblijft - ( Eerste acteur- Jo Vander Cammen)

ADVOCAAT:( Eerste acteur- Jo Vander Cammen)

NEEF BATUSHA: (Eerste acteur- Jo Vander Cammen)

ALEXANDER: ( Eerste acteur- Jo Vander Cammen)

Decor: We gebruiken liefst zwarte of witte doeken als achtergrond. Of wat voorhanden is. Aan plafond op de achtergrond hangen 1 of 2 foto van kinderen A0. Kalenders van maanden A3 hangt centraal achteraan.

--------------------------------------------------------------------------------------------------

Zaallicht aan.

Scènelicht uit.

Zee gemengd met muziek op achtergrond.

Als publiek binnen en gezeten. Muziek zachter.

Alle lichten uit

Zeegeluid opkomen.

Scènelicht op- alleen op verteller.

Zeegeluiden wegsterven.

Madame Hilda, staat recht, leest voor uit boek.

1. Het verhaal van een mens vertellen kun je niet zonder de achtergrond, de cultuur, van deze persoon te belichten. Het leven van Ela begon in een roerig, rusteloos gebied. Een geografisch gebied waar eeuwen lang godsdienst en economie van oost en west elkaar geraakt hebben. Zolang de mensheid bestaat is de Balkan een gebied geweest waar de culturen botsen. Een kruispunt waar de vier windstreken elkaar ontmoeten, verbroederen en elkaar vervloeken. Een kruispunt waar Oost, West, Noord en Zuid hun invloed willen laten gelden om toegang tot elkaars gebied te krijgen. En in het hart van dat gebied ligt een plateau omgeven door bergen. Bergen van waaruit al eeuwen lang, langs alle windstreken volkeren, legers en heersers proberen greep te krijgen op deze vruchtbare hoogvlakte. Kosovo. De laatste grote heersers over Kosovo was Tito. Hij was er in geslaagd om alle grootmachten tegen elkaar uit te spelen en had zo een vacuüm geschapen waarbinnen hij de absolute macht kon vestigen. Een absolute macht die hij gebruikte om alle nationalistische gevoelens, alle haat en bloedwraak te onderdrukken. Maar, hij kon alleen met harde hand overheersen en onderdrukken, niet uitroeien. De vele botsende culturen bleven ondergronds bestaan. En nadat ook Tito zijn sterfelijkheid had moeten ondergaan duurde het niet lang voor de nationalist Milosevic de lont in het kruitvat gooide en binnen de kortste keren een spiraal van geweld ontketende. Omdat niemand, behalve hijzelf, hiervan gediend was werd na veel gepalaver door een verbond van de vier windstreken ingegrepen. Terwijl wij beslissen over de dagelijkse beslommeringen van ons leven, schrijven we de geschiedenis van de mensheid.

En zo, leefde ook Ela haar leven met zijn dagelijkse beslommeringen. (Rechts af)

Licht op Ela aan

8. ELA: Ik ben Ela Berisha en ik kom uit Kosovo. Toen ik 18 jaar was, werd ik beloofd aan Batusha Tafa. Onze vaders hadden dat zo gearrangeerd. Zijn vader zou dan voor mijn blinde vader en blinde broer zorgen. Blindheid is een familievloek. Mijn dochter Lindita lijdt er ook aan. Zij was 4 jaar toen we in 1998 vertrokken. De situatie in Kosovo escaleerde toen de Serviërs gebombardeerd werden. Ze begonnen te moorden en plunderen. Batusha zei dat we moesten vluchten, dat ze Lindita zouden pakken, en mijn buik zouden open snijden omdat ik zwanger was. We zijn toen naar Albanië gevlucht. Batusha bleef, hij zou nakomen voor de geboorte van de baby.. Onze zoon Ilir werd geboren zonder mijn man. Ik trachtte Batusha te bereiken, maar, zonder resultaat. We konden niet blijven waar we waren.

Licht op non aan

Daarom ging ik voor raad en steun bij moeder overste. Zou ik misschien naar Italië kunnen… gaan werken?

15. ZUSTER OCTAVIA: (zelfbewust, uit de hoogte) In Italië werk vinden voor een alleenstaande moeder met een baby en een kleuter, is onmogelijk. Wie zorgt er voor hen als jij gaat werken? Trouwens de Conventie van Genève telt niet voor jou. Maar ja, iedereen zwaait met de Conventie van Genève en niemand begrijpt wat het inhoudt. Wat zou ik kunnen doen…?

(Ela legt bundeltje geld in de schaal)

16. ZUSTER OCTAVIA: Ik stuur je naar België. Het is een rijk land. Ook al vind je er geen werk, je krijgt er geld om te overleven. En, omdat bij de bombardementen in Kosovo Belgische vliegtuigen betrokken waren, heeft de minister gezegd dat alle Kosovaarse vluchtelingen welkom zijn.

Licht op minister aan

18. MINISTER: (draagt kostuum, driekleur om het middel. Bril op) Sorry dat ik even onderbreek. Voor alle duidelijkheid wil ik vermelden dat toen beslist is dat 1000 - let wel “duizend”! - vluchtelingen zich mochten melden bij de ambassade en dat wij dan zouden bepalen wie in aanmerking kwam om tijdens de oorlogshandelingen naar België te komen. We zijn toen heel soepel geweest. (af links. Kleding Matish)

19. ZUSTER OCTAVIA: Er zijn prima scholen in België en wereldberoemde oogartsen. (Ela legt nog gouden ketting voor haar voeten) Daarvoor laat ik je per boot naar Italië laat brengen. Daar bel je naar de tante van je moeder. Zij brengt je naar Rome en zet je dan op de trein naar België (af links achter, omkleden naar advocaat)

20. ELA: En zo gingen we van start. Met de bus vertrokken we naar een kleine vissershaven in de buurt van Sckodrè.

21. Daar werden we overgedragen aan een bandiet die ons beroofde van alle papieren en al wat waardevol was. In ruil vertrouwde hij ons toe aan een rubberboot met zijn zeventienjarige zoon als kapitein en een ex militair als waakhond. Het was een onmenselijke overtocht. We werden met zeker twintig personen als sardientjes in het bootje geperst. Die aan de buitenkant terecht kwamen mochten gaan zitten. Dat kon ook niet anders of ze sloegen overboord. De volgende rijen moesten blijven recht staan en gelukkig mocht ik met de kinderen in het midden gaan zitten. Bovenop de bagage.(Ela beleeft de ervaring terug) Voor de kust van Italië werden we bijna aangehouden door een politieboot. Omdat onze boot te zwaar was om te ontsnappen gooiden het duo alles en iedereen overboord terwijl de politieboot schietend op ons af kwam..Ik spartelde met de kinderen aan land. Al wat ik nog bezat waren mijn kinderen. (Ze komt terug op adem) Gelukkig had ik het telefoonnummer ergens waterdicht apart gestoken en kon ik contact opnemen met mijn groottante. Zij hielp mij verder. Eerst naar Rome en verder naar Brussel..In Brussel kwam ik toe de dag voor kerstmis. Alles was gesloten. Ik kon nergens terecht. Ook het contact dat mij zou ophalen liet op zich wachten

(Tijdens laatste zin licht wegsterven en stationsgeluiden op. Geluid terug weg sterven met opkomen van het licht op Ela ligt rechts vooraan opgerold in foetushouding. Ze slaapt.

(Matish op links achteraan. Gewezen soldaat. Leidersfiguur. Recht in de schouders. Manken wandelstok, gel in haar, camouflagejas, hooghartig, geen bril, kijkt schichtig rond bij opkomst. Gaat behoedzaam rondkijkend tot bij Ela. Tikt haar zacht aan met tip van de schoen. Kijkt heel de tijd speurend rond. )

27) MATISH: Ela Tafa…? Ik ben het, Matish!

28) ELA: (wordt wakker en komt recht) We wachten hier al drie dagen.

29. MATISH: Wat had je gewild? Dat ik eergisteren kwam en dat de Roma me onderweg vermoorden? Dan had je hier nog langer gezeten! (kijkt speurend rond. Hij beweegt terug naar achter, draait terug naar Ela die bleef staan)

30. Luister. (vingerknip, Ela tot bij hem) We gaan zo meteen naar de vreemdelingendienst. Je zal daar ondervraagd worden. Begin met deze twee woorden van buiten te leren: “Kosovo” en “asiel”. Meer hoef je in het begin niet te zeggen. Daarna roepen ze er een tolk bij. Dan mag je het hele verhaal vertellen, met dit verschil: ten eerste, je man heeft voor de Democratische Liga van Kosovo (LDK) gevochten en daarom heeft het U.C.K. jullie bedreigd. Gesnapt? Ten tweede: Je wist dat het UCK een familielid van Matish Mauritius – dat ben ik – vermoord had. En daarom zijn jullie gevlucht. Is dat duidelijk?

31. ELA: Waarom moet ik liegen?

32. MATISH: Omdat je anders geen asiel krijgt, domme gans! (wil weg)

33. ELA: Wat is nasiel?

34. MATISH: Nog één zo’n stomme vraag en ik zet je terug op de trein, richting Rusland. Komaan, mee naar de vreemdelingendienst. Weet je nog wat je moet zeggen? (Matish blijft op afstand – links achter observeren)

35. ELA: (Ela komt naar voor tegen publiek) Kosovo. Nasiel. Kosovo. Nasiel. Ik had de zinnen van Matish wel honderd keer herhaald. Ze waren van cruciaal belang zei hij. Op de vreemdelingendienst dreunde ik mijn woordjes en zinnen af. Maar de loketdame onderbrak me.

36. LOKETMR. SOCIAAL (licht 2) = (stem achter de coulissen= Sofie) Hebben we nog een Kosovaarse vertaler?

37. ANDERE STEM ACHTER DE COULISSEN: (Licht 3 )(= Helena) Seulement un Serve

38. LOKETMR. SOCIAAL: (= Sofie) Dat is ook goed. Stuur die maar.

39. ELA: Een uur later kwam een man naar me toe. Hij sprak Servisch. Hij was de officiële tolk, zei hij. Een Serviër als tolk voor een Kosovaarse die voor de Serviërs op de vlucht was. (ironisch lachje) Kosovaren spreken Albanees. Servisch is een heel andere taal. Dat is zo iets als Vlaams en Duits. Maar ik verstond hem. Alleen twijfel ik er aan of hij mijn verhaal wel juist vertaald heeft. Ik vertelde wat ik meegemaakt had en natuurlijk ook de zinnen die ik van Matish moest zeggen. Daarop zei hij dat ik geen asiel zou krijgen en dat ik beter terug naar Kosovo zou gaan. Ja hallo! Ik zal een Serviër mij eens laten vertellen wat ik moet doen! (triomfantelijk) Uiteindelijk kreeg ik een document met mijn foto op en een treinkaartje. Ik moest een appartement huren.

(gaat rechts opzij om Matish in beeld te brengen. Tegen Matish, verlegen, verloren) Ik snap er echt niets van.

40. MATISH: (komt naar voor) Om van het OCMW een vestigingspremie te kunnen krijgen moest ze eerst een adres hebben. Rapper gezegd dan gedaan. Maar goed, ik had de krant uitgepluisd en nam haar op sleeptouw. Hoe sneller ze een domicilie heeft, hoe sneller ze begint te renderen. (samen links midden af. Zetten zich klaar om dadelijk terug op.)

41. MADAME HILDA: (rechts achter op. Zij speelt haar rol van verteller, is bezorgd over haar uiterlijk, zoekt contact, goedkeuring van publiek. Beetje verlegen, overwint verlegenheid) Ik had net de hond uitgelaten toen de bel ging. (Ela en Matish op links midden) Het was een vreemdeling. Voorzichtig opende ik de deur. In gebroken Engels, Frans en Duits, vroeg hij:

42. MATISH: “House à côté. Votre house? You vermieten?”

43. MADAM HILDA: Ja, het was mijn huis. En ja, het stond te huur. Maar aan hem wou ik het niet verhuren. Hij moet dat aan mijn gezicht gezien hebben. Daarop zei hij:

44. MATISH: “Not for me! Pour Madame!”

45. MADAM HILDA: Hij duwde een schim naar voren. Een klein verlegen vrouwke. Ze droeg een baby en had een kleuter aan de hand. Ik liet hen het huis zien. De muren moesten nog behangen worden. Maar het was duidelijk naar hun zin. Maar toen bleek dat ze geen paspoort had, (neemt letterlijk afstand) enkel een 26bis. Wat dat ook mag zijn. Daarom zei ik: “Kom morgen namiddag terug, ik wil er over nadenken.” (begeleid hen links midden uit de deur).

Matish legt kleding af, basiskleding bediende

Ela houd zich klaar

Madam Hilda gaat zitten, rechtsvoor, bezorgd.)

46. ADVOCATE: (op links voor) Mensen zonder wettige verblijfspapieren hebben basisrechten die opgenomen zijn in mensenrechtenverdragen, internationale akkoorden en in de Belgische grondwet. Iemand zonder wettig verblijf heeft recht op onderdak. Mensen zonder wettig verblijf kunnen in principe een woning huren. Het verhuren van een pand aan iemand die illegaal in het land verblijft, is niet strafbaar. Het misbruik maken van hun kwetsbare positie wel. (rechts voor af Toga uit. Doktersjas aan)

47. MADAME HILDA: ‘s Anderendaags waren ze er terug. (Ela op links midden) Ik had het huurcontract klaar én een Albanees -Nederlands woordenboek gekocht. Ik wou dat ze heel goed begreep dat ik alleen aan haar en haar kinderen wilde verhuren. Ik vroeg slechts één maand huurwaarborg maar eiste dat de (Tegen Ela, vermanend) maandelijkse huur voor het begin van de maand betaald werd. (Tegen publiek) Ik mag dan wel een goede ziel zijn, maar met geldzaken ben ik principieel.

(Ela en madame Hilda staan nu naast elkaar) ELA: In afwachting dat ik in het huis zou kunnen intrekken, logeerden we bij Matish en zijn vrouw. Zijn vrouw zorgde voor alles en leerden mij allemaal nieuwe dingen. Het geld dat ik van OCMW kreeg, gaf ik aan hem. Hij was tenslotte de man en hij zorgde voor alles.

48. MADAME HILDA: Toen “verhuisde ze”. Stel je voor. Het jongetje in de buggy en een valies in de andere hand. Het meisje droeg een plastiek zak met Pampers en een knuffel. En dat was het. Dat was haar “verhuis”. Allee! Waar moest dat mens op zitten? Ze had geen stoelen. Geen potten en pannen, geen tafel. Jongens, jongens, wat een toestand! Ik sleurde een oude tafel naar haar woonkamer; (Madame Hilda sleurt tafel midden- achter op scène, Zet een stoel (6 en 7) bij, uit de coulissen brengt zij tafellaken, borden, bestek, glazen. Werpt ook nog oud deken uit de coulissen, op de scène. Tot slot een geopende fles wijn) haalde wat oude potten en pannen uit de kelder. Lakens, dekens en bestek had ook nog op overschot. Enfin, ik rommelde tot ze een beetje fatsoenlijk kon wonen. (zet Ela op stoel 6. Schouderklopje. Schenkt een beetje wijn in twee glazen)

49. ELA: (Durft niet drinken. Maakt met duim en wijsvinger vragend geldgebaar)

50. MADAM HILDA: No problem. (Leert haar de woorden “dank u”. Ze klinken)

51. (madame Hilda glunderend. Ze is tevreden met zichzelf. Blijft bij de tafel staan tijdens volgende tekst)

52. ELA: (Tijdens deze tekst komt Ela recht en naar voor) Ze ging met mij ook naar een school om Lindita in te schrijven. ’s Anderendaags mocht ze al naar school. Gratis! Kinderen mogen hier gratis naar school, zeg! Lindita gaat graag naar school. In ’t begin klaagde ze, dat ze niet kon zien wat de juffrouw op bord schreef. Maar nu heeft de juffrouw haar vooraan gezet. Ik zou zo graag met Lindita naar een oogarts gaan. Maar Matish heeft gezegd dat mensen zonder papieren dat niet kunnen betalen. Ik durf niet tegenspreken. Maar daarvoor kwam ik toch naar hier. De zuster had het beloofd. (bijna fluisterend naar publiek) Zou ik het eens aan madame Hilda durven vragen?

53. MADAME HILDA: (komt naar voor, naast Ela) (samen ruime ze hetgeen op scène werd geworpen op) (tegen publiek)De eerste maanden groeide er vertrouwen tussen ons en ze steunde steeds minder op Matish. En op een dag in de schoolvakantie bood de gelegenheid zich aan. “Kom” Zei ik. “ We gaan naar een oogarts” (Madame Hilda doet moeite om het uit te leggen. Ela durft het niet begrijpen)

54. (Tegen publiek) Een paar weken terug had Lindita ’s schooljuf mij aangesproken. Ze had geprobeerd om er met Ela over te praten, maar die verstond haar niet. Ze zei dat Lindita toch zo slecht zag. Ik schetste haar de situatie van Ela en zij stelde voor om op school een omhaling te doen voor een bril voor Lindita. En ik trok met haar naar Leuven.

(Oogarts komt op rechts achter. Oogarts verdeelt de uitleg naar publiek, Ela en madame Hilda)

55. OOGARTS: Lindita heeft een erfelijke ziekte. In België komt die ook voor, maar wij laten het nooit zo ver komen. Haar oogziekte is al in een vergevorderd stadium. Ik ga haar een bril geven. Ze zal die haar leven lang moeten dragen. Let er evenwel streng op dat ze die ‘altijd’ draagt. Als ze dat niet doet, wordt ze wel degelijk blind.

56. ELA: Syze! (Albanees voor bril) ( muziek zet in) Lindita! Dank u, zij wordt niet blind, syze. (tegen publiek) Lindita heeft een bril en wordt niet blind! (Zet vreugdedans in. Omhelst madame Hilda en dokter, leert hen de danspassen)

(Donker. Iedereen af.)

(Dokter rechts af- doktersjas uit- trekt daar toga aan en wordt rechts (stoel 4) advocate.)

(hardwerkende bediendepet met mr. Sociaal, links op (stoel 3)

(Ela Kosovaarse kleren en sjaal uit)

Madam Hilda rechts midden af zet zich klaar voor opkomst)

(Muziek sterft weg,alle licht op.)

57. ELA: (Ela opgewonden op links midden) Madame Hilda, de postbode is geweest. Hij had een brief uit Brussel. Dat zijn mijn papieren. Wat moet ik nu doen?

58. MADAME HILDA: (op) Acte de notification…. La décision du 7 mars 2000… lui enjoignant de quitter les territories de Belgique, Allemagne bla bla bla . Sur base de l’article Article 75 de la loi du 15 december 1980… bla bla bla… modifié par la loi du 15 juli 1996 bla bla bla… Elle est incapable de répondra à des questions élémentaires sur le Kosovo et sa situation. Bla bla bla…. La requête est déclarée irrecevable car non fondée… bla bla bla… Décision susceptible d’un recours en annulation auprès du Conseil d’Etat… par letter recommandée dans les soixante jours.

(Tijdens uitleg zet Ela, Madame Hilda aan tafel(stoel 1) en blijft bij haar)

ELA: Wat zeggen ze madame Hilda?

59. ADVOCATE: (ongeïnteresseerd, is vooral bezorgd om uiterlijk. Boek op schoot. Advocaat en bediende praten over hoofden heen) Niet te veel zorgen maken over die brief, dat is de normale gang van zaken. Het enige dat Ela nu moet doen is in beroep gaan. Stuur zo snel mogelijk de bijgevoegde vragenlijst aangetekend op en bezorg aan OCMW een kopie van het verzendingsbriefje. Dat is alles.

MR. SOCIAAL: Dan heeft ze natuurlijk nog geen zekerheid.

ADVOCATE: Maar het duurt jaren voor een beroepaantekening beantwoordt wordt.

60. MR. SOCIAAL: En is dat antwoord uiteindelijk negatief?

61. ADVOCATE: A ha! Dat is de truc. Dan heeft ze gegronde redenen om naar de Raad van State te gaan, het duurt dan weer jaren voor ze daar antwoord op krijgt.

62. MR. SOCIAAL: En als dat uiteindelijk ook negatief is?

63. ADVOCATE: Dan is ze intussen ettelijk jaren geïntegreerd en kan ze een 9.3 indienen.

64. ADVOCAAT: (zet zich recht, tot publiek, leest voor uit boek- “migratie en migrantenrecht”) Artikel 9.3 van de asielwetgeving. In uitzonderlijke omstandigheden kan aan vluchtelingen om humanitaire redenen asiel gegeven worden.

65. MR. SOCIAAL: (leest ook voor uit foldertje) De humanitaire redenen worden niet gespecificeerd, waardoor een aanvraag op basis van artikel 9.3 grote onzekerheid met zich meebrengt.

(Advocaat rechts af. Toga afleggen veranderen in Brunela)

(Sofie veranderd in Brunela.)

(Bediende links af. Veranderd inAlexander)

(Madame Hilda af rechts, brief klaar).

( Ela alleen aan tafel. )

66. ELA: (tijdens volgende tekst komt Ela recht, gaat naar voor en eindigt rechts vooraan op stoel 3) Stilaan kwam ik er achter dat madame Hilda het goed met mij meende. Ik betaalde netjes de huur en verder kon ik voor alle problemen bij haar terecht. Het had wel één negatieve kant. Madame Hilde was altijd iets aan het regelen of organiseren maar ze begreep niet dat ik daar geen behoefte aan had.

Als de mannen in Kosovo gedaan hebben met werken drinken ze koffie en spelen met de kaarten. En wij zijn gelukkig als de mannen en de kinderen tevreden zijn. Dat is genoeg voor ons.

Maar Madam Hilda nam mij zo veel mogelijk overal mee. Soms was dat erg prettig soms heel vervelend. Het is zo vermoeiend dat die Belgen altijd bezig zijn. En zo kwamen we ook in contact met een Albanese man. Alexander. Kosovaarse mannen worden graag bediend maar Albanese mannen! Dat is nog heel andere koek.

67. ALEXANDER: (op links achter. Zelfvoldane macho. Petje, zonnebril, leren jekker. Drinkt van de fles wijn op tafel. Kijkt goedkeurend rond. Draait zich om en plast tegen muur terwijl hij drinkt. Draait zich terug om. Als mogelijk boeren) (grinnikt) (Praat mengeling Frans en Vlaams) Die Hilda is wel een oude schuur maar goed onderhouden. Die draai ik zo rond mijn vinger. Daar ga ik nog plezier aan hebben. Maar nog beter is dat zij een schoon appartement verhuurt aan een Kosovaarse poepeke. Daar ga ik nog meer plezier aan hebben. Want als ik die onder den duim heb kunnen mijn ouders overkomen en dan kan zij mijn ouders onderdak geven en voor hen zorgen. Zij kunnen dan in de grote slaapkamer van Ela wonen en Ela kan met haar kinderen op de zolder gaan slapen. Ne grote zolder die goed verlucht is hahahaha. En dan slaap ik, als ik naargelang mijn pet staat afwisselend bij Ela of bij die Hilda. Dat komt goed. He hehehe Dat komt goed. (Rechts midden af. Neemt wijn mee.)

68. ELA: Toen ik Alexander zijn zin niet gaf begon hij mij te terroriseren en hij zou er voor zorgen dat madam Hilda mij op straat zou zetten. Hij beweerde dat hij haar minnaar was. Maar op een avond had hij mij afgetroefd. Met een blauwe oog en een dikke lip ben ik dan de dag nadien met madam Hilda gaan praten. Ze had niet veel woorden nodig en zorgde er kordaat voor dat Alexander uit de buurt bleef. Maar! Madame Hilda is Belgische mannen gewoon en kan zich daartegen heel goed staande houden. Maar het plan van Alexander was in het honderd gelopen en hij wou wraak.

(staat recht en gaat kalenders afscheuren) En terwijl ik “integreerde” veranderde ik stilaan van Ela Tafa in een dossier. Amper drie maanden na het beroep kreeg ik al antwoord.

69. Madam Hilda: (komt op met brief van rechts) Minister Dusquenne had publiekelijk verkondigd dat voortaan alle asielaanvragen binnen de drie maanden zouden afgehandeld zijn. Met als gevolg dat alle dossiers die rechtlijnig en eenvoudig waren in sneltempo werden “afgehandeld” en simpelweg allemaal negatief kregen. Dan kostte het de staat niets meer, zie je. (schamper lachje)

70. ELA: (als grote leidraad neem ik aan dat Ela tijdens elke tussenkomst van Madame Hilda een kalendermaand afscheurt) De argumentatie van de dienst vreemdelingenzaken was officieel als volgt: Ik was tijdens oorlog terecht gevlucht. Maar nu de oorlog voorbij was en de VN er de veiligheid waarborgde, was de Conventie van Geneve voor mij niet meer van toepassing.

71. MADAM HILDA: Dus. Jij bent geen politieke vluchtelinge meer. (beetje verbaasde vaststelling)

72. ELA: Moet ik nu terug naar Kosovo? Waar naartoe? Ik heb er geen huis. Mijn man is nog altijd spoorloos. En Lindita… Ze doet het zo goed op school. Als ik terug ga, moet ik gaan bedelen. (schud het hoofd)

73. Madam Hilda: ( blijft niet bij de pakken zitten) We zochten hulp. Volgens de sociaal assistente en de advocaat had Ela een sterk dossier. Zij maakte veel kans om met een 9.3 op humanitaire gronden een verblijfsvergunning te krijgen.

74. Ela: ( bezorgt) Maar dan moest ik wel eerst deze beslissing bij de Raad van State aanvechten. En dat kan lang duren. Soms wel tien jaar. Het grote probleem is dan dat het OCMW mij geen uitkering en kindergeld meer betaalt. Totaal niets.

75. MADAME HILDA:. (beetje opluchting) Maar het Oberonfonds wou helpen. Dat is een organisatie van vrijwilligers. Hun middelen zijn beperkt, maar ze doen al het mogelijke om te helpen. ( fluisterend en achter de hand met stuntelige knipoog naar publiek) En als Ela dan nog een beetje in ’t zwart zou kunnen bijverdienen. ( Ela imiteert knipoog)

ELA: (terug ernstig) Madame Hilda had een “Pro Deo” advocaat onder de arm genomen. Hij had de regularisatieaanvraag geregeld en nu moest ik gewoon afwachten.

76. MADAME HILDA: Het fonds gaf daadwerkelijke hulp en daardoor lukte het haar om het hoofd boven water te houden.

77. ELA: Maar echt gelukkig was ik niet met de situatie. Ik wilde werken voor mijn centen! En wat met Batusha? (beetje ongeduldig)

MADAME HILDA: Ze hoopte dat Batusha haar zou vinden. Ze deed actief navraag naar hem en ik had haar op de site van het Rode Kruis aangemeld. Maar het bleef stil van die kant.

ELA: Ondertussen bleef mijn dossier aanslepen. Ik was ruim vier jaar op de vlucht en die Pro Deo advocaat zei nog steeds: afwachten.

MADAME HILDA: (wordt kregelig) Dat kan toch niet, hè! Twee jaar! Twee jaar geleden heeft de advocaat haar dossier bij de vreemdelingendienst van ‘t stad ingediend. En nog altijd geen reactie!

78. Ela: Dus deden wij via het fonds en de sociale dienst voorzichtig navraag.

79. Madame Hilda: (geschokt, wind zich op) Bleek dat in Brussel geen dossier van ene Ela Tafa bekend was. De normale procedure is dat na een buurtonderzoek door de politie, het dossier naar Brussel zou gestuurd worden.

80. ELA: Maar we hadden uit het oog verloren dat er nog nooit politie bij mij was geweest.

81. MADAM HILDA: (verbeten) En zo kwamen we er achter dat het dossier ook bij de vreemdelingendienst van ‘t stad onbekend was. Hoe dat kon is altijd een raadsel gebleven.

82. ELA: De advocaat maakte een kopie van het dossier, voegde er nog wat schoolrapporten aan toe en stuurde het nog eens op.

MADAME HILDA: (geschokt, net niet boos) Enkele weken later informeerde hij schriftelijk bij de dienst vreemdelingenzaken hoe het met dat nieuwe dossier gesteld was. En hij kreeg schriftelijk antwoord: “Wij hebben hier geen dossier van Ela Tafa. Zou je ons een kopie willen sturen?”

ELA: Nu hadden we een bewijs dat bij de stadsdienst nonchalant met dossiers omgesprongen werd. De advocaat stuurde het dossier nog eens op, maar wel met een begeleidingsbrief deze keer.

83. MADAME HILDA: (ingehouden boosheid) En inderdaad, kort daarop kwam de politie voor dat buurtonderzoek.

84. ELA: Een paar weken later moest ik mij op het stadhuis bij de vreemdelingendienst aanmelden.

85. MADAM HILDA: Ik ging mee. (word boos) Stel je voor! Op het bureau van de ambtenaar lagen de drie dossiers die de advocaat gestuurd had. Alle drie! Netjes op een stapel. Aangevuld met twee jaar stof.

ELA: (kalmeert Madame Hilda) De beambte vroeg mijn oproepingsbrief, zette er een datumstempel op en legde de brief boven op de drie dossiers. Dat was het.

86. MADAME HILDA: (Boos) En wij, wij mochten verrekken.

ELA: En dan was het weer afwachten, tot de vreemdelingendienst in Brussel zou reageren.

87. MADAME HILDA: ( heeft zichzelf terug in de hand) Voor Alexander was Ela alles behalve een dossier. Hij zon op wraak en we merkten dat we door hem in het oog werden gehouden. Zelfs de argeloze buren waarschuwden ons. En op 16 augustus sloeg hij toe.

(Madam Hilda af rechts.)

Brunela midden achter op)

(Ela en Alexander zitten ver uit elkaar op stoel. Ela links stoel 3. Alexander rechts stoel 4). Midden tussen de twee staat inspecteur Brunela. Ela is vooral angstig omdat ze als vrouw niet zal geloofd worden. Alexander probeert er zich uit te liegen, heel verlegen en angstig tijdens heel de ondervraging. Alexander praat mengeling van Vlaams en Frans)

88. INSPECTEUR BRUNELA: (Probeert onpartijdig te verhoren. Kiest naargelang Alexander zichzelf aan de galg praat steeds duidelijker voor Ela) (Tot Alexander) Waar was u gisterenavond?

89. ALEXANDER: (angstige) Ik was bij mijn verloofde. We gaan zo snel mogelijk trouwen want ze is in verwachting van mij. We hadden een beetje ruzie omdat ik een onderzoek wou om te weten welk geslacht het kindje heeft. En zij wou niet. Maar ik ben al niet meer kwaad want ik weet dat ze erg veel heeft meegemaakt en dat ze niet altijd verantwoordelijk is voor wat ze doet. Ze is een beetje labiel en soms vergeet ze het normale respect voor een man. En daar heb ik het een beetje moeilijk mee, maar eens we getrouwd zijn gaat dat snel verbeteren…

90. INSPECTEUR BRUNELA: (onderbreekt de woordenstroom van Alexander) Dank u. (kijkt naar Ela) En u?

91. ELA: (Angstig) Naar de nachtwinkel, melk halen.

92. INSPECTEUR BRUNELA: (Zou graag wat meer gehoord hebben van Ela. Helpt haar door Alexander halvelings te beschuldigen) (Tot Alexander) U hebt haar ontvoerd?

93. ALEXANDER: (valt overdreven uit de lucht) Ontvoerd? Zij kwam achter mij aan. We zijn naar mijn ouders gegaan om het daar uit te praten. Nadien zijn we het gaan “goed maken” (overdreven verlegen) op mijn kamer. We zijn erg verliefd op elkaar en sinds ze zwanger is staat ze…er… heuuu…geen rem meer op. Begrijp je?

94. ELA: Dat is niet waar. Hij wachtte op hoek van de straat en duwde een mes tegen mijn zij. Ik moest mee naar het appartement van zijn ouders, hij heeft een kamer daar. Ik wou niet vechten omdat hij mij dan erg zou kunnen verwonden. Ik mocht niet gewond raken want dan waren mijn kinderen alleen. Ik dacht dat zijn moeder mij zou helpen.

95. INSPECTEUR BRUNELA: En hoe wist je dat ze zwanger was?

96. ALEXANDER: Ze had het mij verteld en de gynaecoloog had het bevestig. Kijk hier is het afspraakkaartje.

97. ELA: (Kijkt verbaasd om naar de inspecteur.) Wat is dat?

98. INSPECTEUR BRUNELA: Daar staat alleen een datum op voor volgende maand?

99. ALEXANDER: Het vorige kaartje heeft Ela verloren gedaan. Daaraan merk je hoe labiel ze is. Ze heeft zelfs gesproken over “het weg doen” Daarom hadden we ook woorden. En ze was jaloers op madam Hilda. Ze beweerde dat ik tegen andere mensen vertelde dat ze mijn minnares was.

100. INSPECTEUR BRUNELA: En van waar komen die blauwe plekken, kapotte lippen en grijpsporen over heel haar lichaam?

101. ALEXANDER: Wel ik heb je toch verteld dat ze jaloers was op madame Hilda en met haar heeft ze gevochten…

102. ELA: Hij sloeg mij. Ik moest mijn kleren uitdoen. Ik hoopte dat de ouders zouden tussenkomen. Zij waren thuis, keken TV en zetten het geluid harder. Dan wou hij mij verkrachten maar dat lukte niet (minachtend) Hij kwam klaar voor hij mij kon pakken. Hij werd dan heel boos en wou mij nog vernederen. Hij maakte foto’s van mij, naakt. Dan moest ik gaan Maar die foto’s, hij gaat mij chanteren om zijn zin te doen. (tot inspecteur, hoopvol) Hebt u de foto’s aub. Die moeten kapot, hij zal mij altijd chanteren

103. INSPECTEUR BRUNELA: Waar zijn de foto’s?

104. ALEXANDER: Welke foto’s? Ooo… Bedoelt u de echografie foto’s van de baby. Die heeft Ela. Maar ik denk dat ze die in een labiele bui heeft weg gesmeten.

105. ELA: Maar ik ben niet zwanger!

106. INSPECTEUR BRUNELA: Ander foto’s heeft u niet van haar? Foto’s op uw kamer gemaakt?

107. ALEXANDER: Neen? Waarom zou ik foto’s maken? Ik zie haar dagelijks.

INSPECTEUR BRUNO: Mijnheer Alexander. Wij hebben foto’s gemaakt van uw kamer en die zitten in het dossier. Van het moment dat er foto’s opduiken van Mevr. Tafa in uw kamer weten wij dat u gelogen hebt.

Wij weten ook dat u gelogen hebt over haar “ongeremd” gedrag. Medisch onderzoek heeft uitgewezen dat mevr. Tafa na de geboorte van haar jongste kind geen seksueel contact meer heeft gehad. Zij is niet zwanger.

In onze databanken vinden wij nog enkele van uw streken. Waaronder uw onwettig huwelijk met een Roemeens in Luik en de klacht van iemand die u onderdak heeft gegeven in Antwerpen.

Wij brengen de dienst vreemdelingenzaken van uw laatste escapades op de hoogte. Wij adviseren u om hun uitwijzingsbevel naar de letter uit te voeren. Wij houden u en uw ouders scherp in de gaten.

(Alexander af rechts. Veranderd in neef Batusha.)

(Brunela af rechts. Veranderd in schoontante)

Ela blijft zitten)

108. MADAME HILDA: (op rechts midden) Ela heeft nog lang op eigen houtje naar de foto’s gezocht maar zonder resultaat. Alexander is gevlucht. Hij werd door het Albanese en Kosovaarse milieu in België uitgestoten. Hij woont nu bij zijn zuster in Griekenland. De foto’s zijn later nog eens opgedoken maar ook toen is daar scherp en gepast op gereageerd. (madame Hilda geeft enveloppe aan Ela)

109. ELA: (doet enveloppe open en leest. Madame Hilda leest mee) Drie jaar nadat mijn drie dossiers officieel ingediend waren, kreeg ik een schrijven van de vreemdelingendienst uit Brussel.

Bla bla bla…

1° Toen in 2002 de Raad van State negatief oordeelde over uw dossier, had u het land al moeten verlaten.

2° Dat u in België illegaal bent blijven wachten op antwoord is niet onze fout.

3° Wij kunnen geen rekening houden met het feit dat uw kinderen hier school lopen. In 2000, toen het beroep negatief besliste, was uw dochter geen zes jaar en bijgevolg nog niet schoolplichtig. Als u onmiddellijk gevolg had gegeven aan het uitwijzingsbevel had u uw dochter nog in Kosovo kunnen laten inschrijven.

4°Uit uw illegaal verblijf kan u geen rechten putten. Dat u hier als voorbeeldig burger leeft, is niet meer dan normaal.

110. Madame Hilda: Weer bot gevangen. Enfin. De advocaat heeft een nieuwe 9.3 opgemaakt en ingestuurd.

111. Ela: En ik trek het me niet meer aan. Ik ben gelukkig. Ik ga zes dagen in de week poetsen en met een beetje hulp van het Oberonfonds kan ik nu alles zelf betalen. Lindita gaat binnenkort naar de middelbare school en Ilir studeert flink. Ik ben trots op hen. Alleen al dat gevoel maakt alle ellende dragelijk. Als Batusha…(Gaat achter tafel)

112. MADAME HILDA: En zij kreeg bezoek uit Kosovo.

(Neef en schoontante op rechts blijven staan)

113. ELA: Madame Hilda, ik stel u voor. Dit is een neef van Batusha. Dit is de tante van mijn schoonmoeder. (handen schudden, spanning een beetje rekken. Volgende zin moet alleen staan en aankomen)

(madame Hilda probeert het ijs te breken; begroet hen stuntelig met enkele Albanese woorden. Zij verstaan haar nauwelijks en pas na overleg.)

114. MADAME HILDA: Tije mirë se erdhe (u bent welkom)

(Even woordeloos overleg tussen bezoekers en de vrouw maakt de man attent dat het “mirëseardje” moet zijn) Man verbeterd madame Hilda.)

116. Neef Batusha: Ju facem nderit ( dank u)

(ongemakkelijke stilte, geforceerde glimlach)

117. Ela: ( kom keihard, droog als een knal in de stilte tussen) Ze willen dat ik terug naar Kosovo ga.

(Stilte.)

118. SCHOONTANTE: (Draagt dezelfde kledij als Ela in begin) (Zalvend) Uw schoonvader is met onze hulp naar het dorp kunnen terugkeren. Maar daar zit hij nu alleen met mijn zus, (tegen Ela) jouw broer en jouw blinde vader. (tegen madam Hilda alsof ze het Ela verwijt) Haar moeder is intussen gestorven. Mijn zus kan al dat werk niet alleen aan. Daarom komen we zeggen dat je terug moet komen. Jij bent jong en sterk. En Lindita is al groot, die kan ook helpen.

119. ELA: (tegen schoontante) Maar mijn kinderen gaan hier naar school.

120. NEEF BATUSHA: (Draagt zwarte broek, wit hemd. Vestje van driedelig kostuum dat niet bij broek past. Eierdopje) Nah… Een meisje hoeft toch niet naar school. Zij is nu dertien en weet al meer dan jij toen je achttien was. Jouw schoonvader vindt voor haar wel een goede partij.

121. ELA: (ingehouden beginnen, langzaam overgaan naar trots en ziedend). Ik ben zeven jaar spoorloos geweest. In barre tijden. Niemand die mij kon of …wou vinden. Ik heb elke strohalm gegrepen om Batusha en mijn familie terug te vinden. Maar er kwam geen teken van leven. Niemand die zich mijn lot aantrok. En dan hebben ze handen te kort en ineens vinden ze mij. Nee… Ik kom niet terug. Als de familie Tafa een slavin wilt, moet ze daar zorg voor dragen.

(stilte.)

En meer nog. Ik ben geen Tafa meer. Ik wil die naam niet meer dragen. Ik ben Ela Berisha. Een vrije vrouw, die zelf de toekomst van haar en haar kinderen bepaalt.

122. NEEF BATUSHA: (staat recht en vertrekt gevolgd door schoontante. Komt terug) Als je nu niet terug komt moet je nooit meer naar Kosovo komen.

(Stilte. Ela kijkt de man in de ogen. De Kosovaarse gasten vertrekken.)

123. ELA: Ik weet niet of jij begrijpt wat er gebeurd is, madame Hilda. Ik heb met getuigen – daarom was jij er bij - aan de naam Tafa verzaakt. Wat in Kosovo wil zeggen dat ik breek met mijn schoonfamilie. En dat, als mijn man nog zou leven, we nu gescheiden zijn.

124. MADAME HILDA: Het is jouw leven, Ela. Maar… moest je alles kunnen overdoen, zou je dan dezelfde beslissingen nemen?

125. ELA: Welke beslissing heb ik zelf in alle vrijheid genomen, madame Hilda?

126. En, ja! Ondanks alles. Ik zou terug die beslissingen nemen. Alleen. Ik zou zoals Matish, zorgen dat wij papieren krijgen. Ik zou die Conventie van Genève eerst leren en weten wat ik moet doen en dan pas vertrekken. Maar toen, in die omstandigheden. Ik wist niet beter.

127. En die mij toen raad gaven deden net als u madam Hilda.

128. Zij deden wat vanuit hun standpunt mogelijk en goed was.(tot publiek) Ik vergelijk mijzelf met een stuk wrakhout dat ongewild van zijn schip is losgebroken. Een stuk wrakhout dat eindeloos tegen de administratie wordt aangebeukt. Een stuk wrakhout dat hoopt om op het rustige strand aan te spoelen. Ik vrees dat van mij uiteindelijk alleen de brokstukken zullen aanspoelen. Brokstukken die door de toeristische dienst bij elkaar geveegd en verbrand worden. (Trost) (Golven inzetten) Maar mijn kinderen zullen het strand bereiken. (af aan de kant van Hilda)

( Golven voluit.)

- Donker

- scènelicht aan

- groeten

- af

- zaallicht aan

- scènelicht uit)

Einde

--------------------------------------

Dit toneelstuk is auteursrechtelijk beschermd. Het wordt u ter lezing aangeboden. Niets van de inhoud mag worden gebruikt zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur. Wie dit stuk wil opvoeren dient contact op te nemen met de auteur. 015/55.72.59 oberon@amateurtoneel.be

PS: Dit stuk eindigt eind 2007 en ging in première 2008. In 2010 Heeft Ella dan toch de Belgische nationaliteit kunnen verkrijgen

Uw dienaar

Oberon I van Mechelen



  • Comments(0)//eigenstukken.amateurtoneel.be/#post2

De grote De Groot

DE GROTE DE GROOTPosted by Goovaerts Raymond Mon, December 26, 2016 11:00:54

Belangrijke nota:

Dit toneelstuk is auteursrechtelijk beschermd. Het wordt u ter lezing aangeboden. Niets van de inhoud mag worden gebruikt zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur. Wie dit stuk wil opvoeren dient contact op te nemen met de auteur. Raymond Goovaerts Elektriciteitstraat. 31/401 2800 Mechelen 015/55.72.59 @

De grote De Groot

Van Goovaerts Raymond

---------------------------------------

Personages: 4 dames – 5 heren - of als Hertens een vrouw: 5dames - 4 heren

Anita Verschueren – De Groot: rockzangeres. Normaal is zij een elegante, charmante vrouw van +/- 40jaar. Op en top vrouw. Een beetje bijziend. Ze is impulsief, spontaan en toch straalt heel haar verschijning iets theatraal uit.

Op het podium verandert ze in een echt beest rockbeest. Haar kleding, grime en imago spreken dan de ware Anita tegen.

Frank Verschueren: Ondernemer. Haar man. Iets ouder dan zijn vrouw. Rustig en beheerst. Sympathieke verschijning. Een “heer”.

Ronny: Zoon. Puber. Student

Mimi: Dochter. Enkele jaren ouder dan Ronny. Studente.

Dario Santos: Secretaris, manager. Ongeveer 50 jaar het type van de onmisbare secretaris. Hij heeft de theatrale stijl van Anita overgenomen wat hem niet goed afgaat. Je merkt dat het fake is en het ligt er net iets te dik bovenop.

Sonja: Een charmante vrouw van +/- 35. Gescheiden. Eenzaam.

Jacques: Architect. Vriend van Mimi. Knappe verschijning van +/- 30jaar oud. Iets te knap, iets te verzorgd en iets te charmant om een betrouwbare indruk te geven.

Catrien: Bejaarde huishoudster. Zou de moeder van Anita kunnen zijn

Bob: Huisknecht +/- 35 jaar. Gewezen stellingbouwer. Eenvoudige maar oprechte man die zich erg belangrijk voelt als huisknecht van de grootte “Anita De Groot”

Hertens: Journalist. Vlotte charmante jongeman, goed van tongriem gesneden. Kan ook een moderne vlotte ambitieuze jonge vrouw zijn.

-----------------------------------

Handeling: Nu en hier. Bij het begin van de zomer. Een zaterdagnamiddag.

-----------------------------------------------

Decor: Gezien vanuit het publiek

Villa in residentiële wijk.

Links vooraan: Bel bediening en deur naar hal en voordeur.

Achterwand links: Tuindeuren.

Achterwand rechts: Erkerraam met synthesizer of als de scène groot genoeg is een vleugelpiano.

Rechts vooraan: schoorsteen

Moderne stoelen tafels, een bankstel. Poster van rockconcerten aan de muur. Verschillende moderne instrumenten beschikbaar. Partituren verspreid over het decor. Gouden platen aan de muur. Het geheel mag overkomen als nogal vol. Aniata De Groot heeft graag alles bij de hand. Haar personeel zorgt dat alles netjes is en heeft daar in haar aanwezigheid de handen vol aan.

-----------------------------------------------

Eerste bedrijf:

(bij het opengaan van het doek staat Catrien bij een bloemenmand en leest een kaartje dat aan de mand hangt)

Catrien: “Welkom aan onze grote artieste vanwege haar stadsgenoten”. Schoon begin van een rustkuur moet ik zeggen…

Bob: (Komt op met grote plant) Waar mag ik deze plant neerzetten juffrouw Catrien?

Catrien: God…nog zo n’ sta in de weg ding… ‘k Weet het werkelijk niet…Wacht…ik leg hier een doekje op en dan kun je hem hier zetten Bob. Laat s’ zien? “Welkom thuis” Sonja Brand. (Licht sarcastisch) Dat s’ heel attent moet ik zeggen…

Bob: Het toppunt als je het mij vraagt.

Catrien: Ik vraag je niets!

Bob: O…sorry juffrouw. Dus …hier hè?

Catrien: Pas op hè. Op het kleedje hè. Anders beschadig je het blad nog.

Bob: Jawel juffrouw.

Catrien: Heb je op madame haar kamer de rolluiken laten zakken?

Bob: Ja zeker juffrouw.

Catrien: Madam zal wel een beetje willen rusten als ze thuis komt, dan is het lekker koel op haar kamer – t’ is al zo warm voor de tijd van het jaar hè…

Staat het theewater klaar?

Bob: t’ Is tegen de kook juffrouw.

Catrien: Ze kunnen nu niet lang meer wegblijven.

Bob: Juffrouw Catrien?

Catrien: Ja?

Bob: Denkt u…? Zou het ernstig zijn met mevrouw haar…?

Catrien: Hoe moet ik dat nu weten? Ik ben geen specialist hè. Trouwens waarom vraag je dat? Je kent madame niet eens.

Bob: Nee, madame zelf niet. Maar hè…ziet u ik ben een groot muziekliefhebber als ik dat zo zeggen mag…Ik heb een grote stereo installatie…niet zo van dat goedkoop spul, maar een schone toren met alles er op en er aan waar ik lang voor gespaard heb. En elke € die ik kan missen leg ik op zij om CD s’ te kopen. Ik heb al een schoon collectie en die van madame zijn er natuurlijk bij. Mmmmm…wat een artieste hè

Catrien: Ja, zoals zij heb je er geen tweede.

Bob: t’ Zou verschrikkelijk zijn als er iets moest mis zou zijn met haar.

Catrien: God ja…Daar moet ik niet aan denken. Maar t’ is natuurlijk niets bijzonders. Madam moet alleen wat rust houden. t’ Arme kind heeft veel te hard gewerkt…Die Amerikaanse tournee moet moordend geweest zijn. En dan alle benefiet, gastvoorstellingen en TV shows er nog bij. Ik weet al niet meer waar ze allemaal is geweest.

Bob: Gisteren was ze nog bij TF1.

Catrien: “Hell on weels”. Schitterende show.

Bob: Maar haar schoonste optreden was toch in Werchter.

Catrien: Ach Bob dat moet je niet alleen horen dat moet je ook zien. Want ze kan niet alleen goed zingen, ze is ook een grote actrice…jarenlang ben ik haar kleedster geweest, en als ze in Werchter zong stond ik altijd in de coulissen…dat sloeg ik voor geen geld over. ‘k Krijg er nog koude rillingen van als ik er aan denk.

Bob: U kent madame zeker al lang?

Catrien: Al bijna heel haar leven. Ik werkte eerst voor haar ouders,…later werd ik haar kleedster. Toen ze trouwde, zei ze; “Catrieneke”…zo noemde ze mij altijd…”nu kunt ge het een beetje rustiger aan doen, maar je mag nooit bij mij weggaan hè” en toen ze later weer ging optreden, ben ik hier gebleven om voor de kinderen en mijnheer te zorgen.

Bob: Ik vind het tof dat je zo veel over madam vertelt….

Catrien: Ja… ja… t’ is al goed maar geen roddels in t’ café begrepen!

Bob: Natuurlijk niet juffrouw.

(Als de telefoon belt; Bob haastig naar de hoorn, en met een zeker “gewichtigheid")

Met de huisknecht van De Groot…k’ zou het onmogelijk kunnen zeggen mijnheer…Nee, het is niet bekend wanneer mevrouw zal aankomen…’n interview zegt U? Ik vrees dat daar erg weinig kans voor is mijnheer…Nee, mevrouw wenst absoluut niet gestoord te worden, we hebben orders om niemand van de pers toe te laten…Goed mijnheer probeert U het maar. Dag mijnheer.

(voldaan hoorn neer, en kijkt trots naar Catrien)

Catrien: Wie was het?

Bob: ‘n Journalist van Humo.

Catrien: Denk er om! Al wat telefoneert afpoeieren en onder geen enkele voorwaarde één journalist toelaten.

Bob: Laat dat maar aan mij over juffrouw.

(Af langs links voor)

(Hertens links op langs tuin, draagt camera en dictafoon)

Catrien: (hoort iets, draait zich om en merkt Hertens op die vanuit de tuin opkomt)

Wat zullen we nu hebben?!

Hertens: (Snel naar voren) Hallo, journalist “Morgen”. (Slogan) “Niet gisteren maar vandaag het laatste nieuws door “Morgen”

Catrien: Aangenaam. Madame De Groot is niet hier, Wanneer ze komt weet ik niet, en als ze er is dan is, is ze in elk geval niet te spreken. En als je dat aan je collega s’ zou willen doorgeven spaart dat ons allemaal een heleboel moeite.

Hertens: Het spijt mij verschrikkelijk dat ik mevrouw niet persoonlijk tref, maar als u zo vriendelijk zou willen zijn om een interview toe te staan…?

Catrien: Zo vriendelijk zal ik niet zijn mijnheer.

Hertens: (vuurt een schot in t’ wilde weg af) Ik heb toch ‘t genoegen met de moeder van mevrouw…?

Catrien: Neen, haar kindermeid!

Hertens: O, maar dat is prachtig! Dan zult u massa s’ jeugdherinneringen kunnen ophalen!

Catrien: Kunnen, ja…Ik ben het alleen niet van plan.

Hertens: Als mijn lezers dan het genoegen van een interview moeten missen, kunnen ze tenminste het portret van haar trouwe kinderjuf op de voorpagina…(heeft camera op Catrien gericht…)

Catrien: Godalmachtig…Wat een brutaliteit. Enfin, je kent de knepen van het vak…. Maar…Moet ik misschien even wijzen waar het tuinhek is?

Hertens: Dank u. Ik had het al gevonden.

(Mimi verschijnt in de deuropening)

Hertens: (draait zich om en begroet Mimi die een beetje aarzelend verwonderd binnenkomt)

Hertens: “Morgen”. Aangenaam. “Niet gisteren maar vandaag het laatste nieuws door “Morgen” Mag ik misschien…?

Catrien: Neen dat mag u niet! Nu is het genoeg geweest en u weet waar de uitgang is!

Hertens: Geen interview maar stof genoeg voor een artikel…mm (werpt zoentje naar Mimi)

Catrien: (denkt dat de zoen voor haar is) En zet er vooral in dat ik zo n’ snoezige oude dame ben hè,

Hertens: Zal niet mankeren mevrouw!

Catrien: En kom vooral niet terug, want madame brengt haar bloedhonden mee. Bij elke paal van het tuinhek één.

Hertens: Voor ons vak hebben wij alles over mevrouw! (af tuin)

Mimi: Goed gedaan Kaatje!

Catrien: ‘k Had mij de moeite kunnen besparen. Vandaag of morgen staat die hier toch terug of duikt er een ander specimen op. En als je moeder hier is kan ze het zelf niet over haar hart krijgen om ze weg te sturen.

Mimi: Ze vindt dat immer plezant.

Catrien: t’ Pleit voor je moeder dat de roem haar niet veranderd heeft. Ze heeft er inderdaad nog even veel plezier in als de eerste keer.

Mimi: Pure ijdelheid ja…

Catrien: Alè foei…het lijkt wel of je niet blij bent dat ze thuis komt.

Mimi: Och… Ik weet het zelf niet Caatje. Toen ik nog klein was vond ik het geweldig! “Mijn beroemde moeder De Groot” …die af en toe kwam aanwapperen met armen vol cadeautjes.

Later had ik liever een echte moeder gehad…en nu?

Catrien: Zou je een “andere” moeder willen hebben?

Mimi: Och…(Mimi kijkt rond) Alé… Het begint er hier weer aardig op “huize De Groot” te lijken. Bloemen, verslaggevers…(leest een van de kaartjes) “Welkom thuis”…Schattig…

Catrien: Is Ronny al van school?

Mimi: Ik geloof het niet. Hij zal dadelijk wel thuis komen.

Catrien: Ik hoop het want ze kunnen ieder moment komen…

Mimi: En de entree zou kunnen mislukken…(boze blik van Catrien)

Catrien: (bezorgd) Wat jou de laatste tijd mankeert hè…

Mimi: Ik wou dat ik dat zelf wist.

O, daar is Ronny.

Ronny: (Op langs tuindeuren)

Hallo!

Catrien: Je bent laat Ronny.

Ronny: Nog wat staan kletsen.

Catrien: Schoon excuus, die jonge gasten vandaag doen niets anders meer dan op elke straathoek staan kletsen.

Ronny: Ja. Ook een specialiteit hè.

Catrien: Ja lach maar met een oude vrouw. Maak jezelf nu maar een beetje deftig, dadelijk komen je ouders thuis.

Ronny: Ik zal er voor zorgen. (Lacht uitdagend) Om te beginnen met die boeken te verbranden. (af links voor)

Catrien: Wacht ik ga met je mee tot in de keuken. (af)

Mimi: (loopt door de kamer en leest smalend de kaartjes aan de bloemen) (Telefoon gaat, neemt op) Mimi Verschueren…(haar gezicht klaart op) Hé hooi Jacques…Jij? Vanavond? Nee onmogelijk…(teleurgesteld) Je weet dat mama vandaag thuis komt, dus je begrijpt…Ach nee, jongen, dat kan toch niet…Goed bel mij morgen maar eens op, misschien dat ‘k dan…Of het goed is dat je zelf komt? (Koket lachje) Och…t’ Kan natuurlijk ook…Of ik dat prettig vind? Zeg, wat denk jij eigenlijk wel? (Luistert en lacht een paar maal) Goed. Je mag mij komen halen…(Ronny terug binnen) Wat?…Nieuwsgierig naar mijn beroemde moeder? …Godver…, begin jij nu ook al?! Als je eens wist hoe beu ik dat ben om iedereen hetzelfde liedje te horen zingen. Nee, ik ben niet het minst onder de indruk…Goed, tot morgen…

Ronny: Zeg jij wordt verrekt vervelend met je zure opmerkingen over mama. Wat heeft ze gedaan? (Mimi luistert niet) Waarom zeg je niets? (Nadrukkelijk) Wat heeft ze misdaan?

Mimi: Vraag liever wat ze ons misdaan heeft! Vader en ons laat ze in de steek omdat ze geen afstand kan doen van haar BV zijn. “Je BV moeder” Ik kan het niet meer horen.

Ronny: Maar schaap, je bent jaloers.

Mimi: Jaloers?! Waarop in Godsnaam…?

Ronny: Ja…Omdat jij maar een doodgewoon stom wicht bent en mama…

Mimi: Crazy!! (Neemt kaartje) En wat zeg je hier van? “Welkom thuis” van Sonja Brand.

Ronny: Gewoon…Vriendelijk van haar.

Mimi: En zo gemeend!

Ronny: Niet soms?

Mimi: Ik wist niet dat jij nog zo ‘n snotter was dat je dat spelletje tussen haar en vader al niet lang door hebt!

Ronny: Wou je beweren dat papa en tante Sonja…?

Mimi: “Tante Sonja” …Ja…Nog zo ‘n tournee en mama kan wel voorgoed wegblijven. Dan krijg jij een stiefmoeder.

Ronny: Verdomme zeg ik wist niet dat jij zo n’ roddeltante bent! Eerst mama de volle laag en dan papa ook nog eens…

Mimi: Ik verwijt vader niets. Als het tussen hen verkeerd loopt is het haar schuld. Welke vrouw laat haar man nu een jaar alleen? En “Tante Sonja” maakt daar dankbaar gebruik van.

Ronny: Zielig van je om dat te zeggen! Ik vind haar tof en jij hebt geen enkel recht…

Mimi: Ze heeft je blijkbaar al goed rond haar vinger.

Ronny: Omdat ze mij met mijn werk helpt…waar papa geen tijd voor heeft…Ik heb Frans toch maar opgehaald hè…En vind je dat nu zo erg dat ze af en toe met ons ergens mee gaat of blijft eten?

Mimi: Nu en dan? Ze is meer hier dan thuis. En als ze er eens niet is moet papa toevallig ook weg. Voor zaken.

Ronny: En daar moet jij kost wat kost iets achter zoeken? Maak je niet ongerust dear. Mama komt thuis…zeker voor drie maanden. En ik weet dat ze Sonja net zo graag zal mogen als papa en ik dat doen.

Mimi: Mensenkenner…pff...

Catrien: (druk van links op) Daar zijn ze! De auto is net het hek doorgereden. Toe dan! Gauw!

Ronny: (Tot Mimi die aarzelt) Doe niet zo idioot…Kom mee!

Catrien: (Blijft wachten zoals een bediende past)

Anita: (Verschijnt in de deuropening van de tuin, gevolgd door Frank en de kinderen. Daarachter volgt Dario.) (Ze is gekleed volgens haar imago van rockster) ( ze vliegt met uitgebreide armen op Catrien af, maar vergeet niet om onderweg de ruiker bloemen die ze vast had neer te leggen)

Caterina, mijn beste oudje…Mijn beste…Wat is dat … Tranen?

Catrien: Madam…Mijn lieve kindje!

Anita: Laat mij jou eens goed bekijken…Nee, maar… Je wordt jonger elke keer dat ik je zie. Vind je ook niet Frank?

Frank: (Een beetje afwezig en ongemakkelijk) Ja, ons Kaatje schijnt het geheim van de eeuwige jeugd te bezitten.

Anita: O afschuwelijk. Waarom geven jullie haar toch die afschuwelijke bijnaam?

Frank: Ach…Het klinkt gezellig.

Anita: Maar ze verdient toch beter! De schat die zo goed voor jullie zorgt. Want zoals jullie er allemaal uitzien…! Ik ben bang dat ik opnieuw verliefd op je word Frankje…En de kinderen Jullie zijn echt groot geworden…

Mimi: Ik wist niet dat je na je twintigste nog groeit.

Anita: Nu ja, bij wijze van spreken dan. (Gaat naast Rolf staan) Maar mijn grote zoon is wel degelijk nog gegroeid. Toen ik de laatste keer hier was kwam je nog zo hoog. En nu…

Mimi: Dat is ook meer dan een jaar geleden.

Anita: Ja ik heb jullie schandelijk verwaarloosd. God het was of die tournee eeuwig duurde!… Och Dario wat blijf je daar staan. Ik ben je helemaal vergeten. Toe, wees een engel en regel jij even de koffers. En neem mijn juwelen onder je hoede wil je?

Dario: Waar wil je ze hebben Anita?

Frank: Breng ze maar hier als je wil dan bergen we ze straks samen op.

Dario: Prachtig. (Af naar tuin)

Anita: Wacht…Laat mij eerst mijn bloemen verwennen (Tot Catrien) Zijn ze niet prachtig. Die werden mij op het vliegveld in Parijs aangeboden…Van een aanbidder. (Ziet Frank lachend aan)

Frank: (Glimlachend) Nee! En heb je die aanvaard?

Anita: En weet je van wie? (Bij Frank met een knipoogje van hartelijke verstandhouding) Van hem!…( Deponeert bloemen ergens neer.) Bel eens Trientje. Hij moet een vaas brengen…Ik wil ze zelf schikken. (Catrien belt bij de deur links)

Frank: Als ik zo eens rondkijk ben ik niet de enige aanbidder Nita. ‘Lijkt wel een bloemenwinkel.

Anita: Ja…schitterend…Even kijken (schouwt enige exemplaren van de bloemenhulde.) (Neemt het kaartje van Sonja) Sonja…

Frank: (Kennelijk niet op zijn gemak) Zo…Heeft zij ook…Attent.

Mimi: Allerliefst!…

Frank: Ja…Jij kent haar nog niet. Sinds een maand of acht is ze onze overbuur…Trouwens, dat heu…Heb ik je toch geschreven, nietwaar?

Anita: (Net iets te Onbevangen) Jaja…De kinderen enne…Caterina niet te vergeten in haar brieven (Legt het kaartje terug) Een gescheiden vrouwtje, niet?

Frank: Eh…Ja, ja…Gescheiden. Ze heeft de “de wilgenhoek” recht over ons gekocht.

Anita: A, ja dat stond inderdaad leeg…Aardige vrouw?

Ronny: Een schat.

Bob: Heeft u naar mij gevraagd mevrouw?

Anita: Zou je even een bloemenvaas willen brengen…eh…(vriendelijk) Hoe heet jij eigenlijk?

Bob: Bob madam.

Anita: Ik hoop dat het hier prettig werken voor je wordt Bob. Ik ben soms erg lastig.

Bob: (Verlegen) Voor u zal niets mij te veel zijn mevrouw.

Anita: Kom eens wat dichterbij (Steekt hand uit) Wat denk je Bob zullen we het samen kunnen redden?

Bob: O madam…Ik vind het een grote eer om voor u te kunnen werken.

Catrien: Bob is een echte fan van u.

Anita: Heb je mij dan al eens bezig gezien Bob? Wel een heel verschil met mijn werkelijke ik hè.

Bob: Ik heb u nooit life gezien madam. Alleen uw CD s’.

Catrien: Hij heeft er verschillende.

Anita: Bob. Ik zal je wat beloven. Als ik terug mag zingen zal ik eens speciaal voor jou zingen…En nu mijn vaas graag.

Bob: Direct madam.

Frank: Die heb je ook weeral tot slaaf gemaakt.

Anita: Als hij het maar blijft zolang ik hier ben is mij dat voldoende. Een muzikale huisknecht…groevi…(kijkt in een spiegel) God, wat zie ik er uit. Ik moet mij hoognodig een beetje opfrissen. Excuseren jullie mij even?…Kaatje, snoes…ga je even met mij mee?

Catrien: Moet je niet een uurtje rusten? Je zal wel moe zijn van de reis.

Anita: Van dat stukje, onzin…

Catrien: Mijnheer Santos, Zegt u nu eens dat madam zichzelf meer moet ontzien.

Anita: Dario vertel jij dat mens eens dat ik gisterenavond Wiels off hell gezongen heb.

Dario: Schitterend. Fantastisch zoals altijd.

Catrien: Maar u schreef toch…?

Anita: Jaja, ik moet rust hebben. Oververmoeid denk ik. Maar als je gisterenavond het slot had gehoord, Kaatje, dan zou je niet zo zeuren. Ik was echt in vorm. Nietwaar, Dario?

Dario: Ze heeft heel het nummer nog eens als toegift opgevoerd.

Anita: Als dat geen bewijs is?

Catrien: Ik heb me anders wel ongerust gemaakt.

Anita: Overigens heb ik wel een dokter gezien en die schreef mij een paar maanden absolute rust voor.

Catrien: Dus moet ik er op letten dat je daar aan houdt.

Anita: Laat dat maar aan mij over. Wees lief en ga boven mijn kleine blauwe koffer uitpakken, ik kom direct. (Bob komt op met vaas) Dank u Bob. Help jij Caterina even verder als je wilt.

(Caterien en Bob af)

Anita: (Zet de vaas op tafel en begint bloemen te schikken) Dario? Werk jij even een paar telefoontjes af wil je?

Dario: Natuurlijk.

Anita: Ten eerste: de pers. Je weet, geen sensatieberichten in de krant over een zieke rockster. De Amerikaanse tournee is erg vermoeiend geweest en ik neem drie maanden volkomen rust. Geen interviews.

Dario: Geen interviews.

Anita: Ten tweede maak voor mij een afspraak met professor Boeks. Zoek hem maar in het telefoonboek.

Dario: Boeks! Dé specialist!

Anita: Lieve schat hoe dikwijls moet ik jou nog verkondigen dat er werkelijk niets aan de hand is. Maar ik kan niet voorzichtig genoeg met mijzelf omspringen. Dokter Bonheur heeft mij met een attest doorverwezen naar Boeks. Dat is alles. Genoteerd?

Dario: Ja zeker…Hier. (Wijst op zijn voorhoofd) Mag ik even in jouw kantoor Frank?

Frank: Jazeker. Ik kom ook straks dan kunnen we meteen de juwelen opbergen.

Dario: Ok (af)

Anita: (Bewonderd de bloemen) Zijn ze niet schitterend Frank?

Frank: Jaja…Heel mooi.

Anita: Wat is er toch Frank?

Frank: Maar schat wat zou er zijn?

Anita: Je bent zo afwezig…Zo stil?

Frank: Stil?

Anita: Is er iets?

Frank: Wel neen.

Anita: Mmm…Enfin, dat vis ik wel uit. Eerst ga ik mij eens normaal maken voor jullie. Misschien is het dat wat je dwars zit. Tot zo, schatten van me! (Af)

Frank: (na een stilte) Zo…Mama is terug thuis.

Mimi: Ja.

Frank: Tof hè?

Ronny: Groevi! (Tegen Mimi) En doe jij niet zo vervelend stuk ongeluk!

Mimi: Moet ik soms gaan dansen en op mijn hoofd gaan staan van plezier?

Frank: Ronny heeft gelijk, je neemt wel een uitzonderlijke houding aan Mimi. Wat bezielt je?

Mimi: Kan ik het helpen dat ik niet blij ben?…Het steekt mij allemaal zo tegen…De sfeer die mama meebrengt…Dat theatrale gedoe…De manier waarop ze met Kaatje omgaat, dat bespelen van die arme Bob…Altijd maar spelen.

Frank: Als jij je moeder beter kende zou je dat niet zeggen Mimi. Er zijn maar weinig mensen zo spontaan als zij.

Mimi: “Als jij je moeder beter kende!?” Hoe moet ik haar leren kennen als ze driekwart van haar leven van ons weg is. Van mij, van jou en van jouw papa. Hoe goed ken jij haar? Jij bent ook niet echt blij. Je zit er ook mee in de knoop! En dat is haar schuld. (af)

Frank: Mimi!…Mimi!!

Ronny: Laten gaan papa…(wijst op zijn hoofd) Zwaar geschift.

Frank: Jij bent wel echt blij hè Rolf?

Ronny: Natuurlijk vind ik het ook maar vervelend. Als ik bij mijn vrienden thuis kom en ik zie hoe hun moeder voor alles zorgt, terwijl wij het met het oude Caatje moeten stellen. Tja…dan kanker ik ook wel eens…Maar als mama vijf minuten thuis is vergeet ik het direct. (Lacht) “De Groot is een berewijf” denk ik dan maar.

Frank: mm…Niet erg diplomatisch gezegd jonge man…en dat over je moeder. (Lacht) Maar het is wel een schot in de roos

Ronny: Jij vindt het dus ook goed dat ze terug is?

Frank: Natuurlijk. Ronny doe mij een plezier? Ga eens met Mimi praten, probeer haar om te praten zodat ze tenminste vriendelijk is voor mama.

Ronny: Of mij dat zal lukken?…Met die trees kun je tegenwoordig niet meer redeneren…l’amour denk ik.

Frank: Amour?!

Ronny: O…Niks …Ik weet het niet…

Frank: Kom…zoiets zeg je niet zo maar.

Ronny: Och…Ik ben niet zeker natuurlijk. Maar ik heb de indruk dat ze zot staat van die kwal van Baks.

Frank: Zozo…Bakske?

Ronny: Jij ziet hem ook niet direct zitten precies?

Frank: Och…daar ken ik hem te weinig voor.

Ronny: En had jij echt niets in de gaten? Dat hij en Mimi al een tijdje…?

Frank: Eerlijk gezegd vertel je mij groot nieuws.

Ronny: Jezus…wat kunnen ouders toch kiekens zonder kop zijn…

Frank: Jaja…t’ is al goed ga jij nu maar je “diplomatie” op je zuster oefenen.

Ronny: Schoon job…Enfin, zij die gaan sterven groeten u… (af)

Frank: (blijft even in gedachten achter) Tja…

Sonja: Frank?

Frank: (Draait zich om) Sonja!

Sonja: Alleen?

Frank: Anita is boven. Ze kan elke minuut hier zijn…

Sonja: O, maak je maar niet ongerust. Is het zo gek als ik dat als goede buur…en vriendin, de vrouw des huizes kom verwelkomen om kennis met haar te maken.

Frank: (beetje wantrouwen) Is dat het enige doel van je komst Sonja?

Sonja: Waarom zou ik tegen jou liegen…Nee…Ik moest even naar je toe! Ik heb geen rust thuis! God, Frank dat moet je toch begrijpen?!

Frank: Natuurlijk begrijp ik dat, maar…

Sonja: Frank, ik wil je belofte…De belofte die je gisteren niet geven wou…Toe, beloof dat je vandaag nog met haar zult praten!

Frank: Maar dat is dwaasheid Sonja! Ik kan niet zo maar pardoes…Nita is ziek, ze moet ontzien worden.

Sonja: Ziek!?…Een zieke die gisteren in Parijs triomfen vierde! Ik heb haar op TV gezien! Ik had kunnen gillen toen ik haar bezig zag. Ze behekste daar duizenden, miljoenen mensen. Frank geef mij je belofte…Nu. Ik ben bang!

Frank: Waarvoor?

Sonja: Je te verliezen, nu ze weer hier is. (Hij blijft zwijgen) Frank!

Frank: Als jij er zo op gesteld bent dat ik Nita op de dag van haar thuiskomst voor een voldongen feit zet, wat onmenselijk is, waarom dan deze…komedie?

Sonja: Dat…dat was een impuls. Ik dacht dat het misschien beter was elkaar eerst te leren kennen en dan langzaam aan…Maar nu ik weet dat ze hier is…

Frank: We moeten verstandig zijn Sonja en niets onbezonnen doen. Je moet mij de gelegenheid geven. Nita voorzichtig voorbereiden…

Sonja: Je had haar moeten schrijven…Ze zou het begrepen hebben. Praten is misschien eerlijker maar wreder, voor ons allemaal.

Frank: Juist daarom vraagt het tijd! Ik wil dat Nita jou leert kennen. En als ze je eenmaal kent moet ze beseffen…echt, een andere oplossing is er niet.

Sonja: Zeg mij dan dat je van mij houdt, van mij alleen! Dat zij niets meer voor jou betekent!

Frank: Dat weet je toch Sonja. Door jou heb ik een zeker geluk leren kennen dat Nita mij nooit heeft gegeven en nooit zal kunnen geven. Maar toe…ga naar huis…Ik kom straks wel even naar je toe. Of vanavond. Maar maak het nu niet al moeilijker voor mij dan het al is.

Anita: (Op in gewone vrijetijdskleding, uiterlijk heeft ze een metamorfose ondergaan) (Ze overziet met één snelle blik) Ah…Bezoek?

Frank: (Zenuwachtig) Nita, dit is onze buurvrouw van wie ik je vertelde. Mevrouw Brend, mijn vrouw.

Anita: (Treed met en charmant lachje in het strijdperk, steekt Sonja de hand toe) Mevrouw Brend hoe maakt u het? Het doet mij erg veel genoegen met mijn buurvrouw al zo gauw kennis te maken.

Sonja: (Heeft zich met moeite onder controle) Ik hoop dat u het niet opdringerig van mij vindt dat ik nu al…Ik wist niet precies wanneer u zou aankomen en wou alleen maar even informeren…

Anita: O, maar dat is een schitterende inval geweest. Nu kan ik je meteen bedanken voor de fijne attentie.

Sonja: Een bescheiden welkom aan een beroemde buurvrouw.

Anita: We stellen het erg op prijs. Hè Frank? Mijn man is altijd zo gevoelig voor attenties. Die mij bewezen worden.

Frank: (Ongemakkelijk) Maar mensen gaat toch zitten! Het lijkt wel een staande receptie.

Anita: He, ja…Blijf gezellig met ons een kopje koffie drinken.

Sonja: (Aarzelt) Doe voor mij maar geen moeite…

Anita: Volstrekt geen moeite. (Belt) De kinderen zullen dadelijk ook wel komen. Rolf heeft mij veel over u geschreven. Zijn brieven over “tante Sonja” vloeiden over van het enthousiasme. En dat u hem zo geholpen hebt met zijn talen…daar ben ik u erg dankbaar voor.

Sonja: Ronny is een lieve jongen.

Anita: Een schat. En wie hem een beetje weet aan te pakken heeft hem zo voor zich gewonnen.

(Bob op)

De koffie a.u.b. Bob.

Bob: Jawel madam.

Anita: (Dubbelzinnig) Ja…Ik heb al zo veel over u gehoord dat het meer dan tijd wordt om persoonlijk kennis te maken.

Sonja: (Neemt de uitdaging aan.) U begrijpt dat ik van mijn kant ook nieuwsgierig was om de grote “ De Groot”…

Anita: Alala…Spaar mij. Hier ben ik gewoon Nita, een doodgewone vrouw.

Sonja: Ik geloof niet dat u doodgewoon kunt zijn mevrouw Verschueren. Geloof jij dat Frank?

Frank: (Loopt op eieren) In elk opzicht zal Nita altijd met kop en schouders boven ons blijven uitsteken Sonja.

Anita: Ach ja…jullie tutoyeren elkaar natuurlijk. Zullen wij dan ook maar…? Ik heet Nita.

Sonja: Graag. Sonja.

Bob: (Komt met dienwagentje binnen) Alstublieft madam.

Anita: Dank je Bob.

Bob: Zal ik madam?

Anita: Neen, laat maar.

Sonja: Ik heb gisteren je show in Parijs op TV gezien. Mag ik je een compliment maken? Ik heb genoten. Je was subliem!

Anita: Ja, het ging goed.

Sonja: Het leek mij ongelooflijk dat er iets niet in orde met jou zou zijn? (Frank ongerust)

Anita: Kwestie van techniek en routine. Ik heb alleen wat rust nodig. Ik ben tenslotte geen twintig meer en dan moet je een beetje voorzichtig zijn met jezelf. Als een artieste dat tijdig inziet is er geen probleem. Dat geldt trouwens ook voor een “doodgewone vrouw” denk ik. Suiker en melk?

Sonja: Neen, dank je.

Anita: Net als ik. Frank?

Sonja: O, die wil altijd veel suiker hebben.

Anita: Ach ja…hoe kan ik dat vergeten. Ik vergeet anders niet zo gauw iets wat jou betreft hè lieverd.

Frank: Wat dat betreft ben jij een buitengewone attente vrouw.

Anita: En jij een attente man. (Wijst op bloemen) Die werden mij vanmorgen op het vliegveld van Parijs gebracht…Is het niet schattig van een man die zoveel om zijn hoofd heeft om daaraan te denken.

Sonja: Je valt mij waarachtig mee Frank.

Frank: O, maar ik ben lomp. Is er iets te snoepen? Ik weet in mijn eigen huishouden nog geen weg. (Komt met koekjesschaal terug) Mag ik een koekje aanbieden?

Sonja: Natuurlijk. Dank je.

Anita: (Neemt er ook een) Mag eigenlijk niet voor mijn lijn.

Sonja: (Kijkt keurend) Je zult jezelf wel in veel opzichten moeten ontzeggen hè.

Anita: Maar ik geef er nu eens voor drie maanden de brui aan. Soms denk ik om er voorgoed de brui aan te geven mijzelf niet meer te ontzien…Een gezellige dikke mama te worden die voor altijd bij haar gezin blijft.

Sonja: Dat kun je niet menen.

Anita: Waarom niet?

Sonja: Ik bedoel…iemand als jij…Jij behoort de hele wereld. Het publiek heeft recht op jou…

Anita: Mijn gezin ook. (Slaat haar arm rond Frank) Hoe zou jij het vinden liefje?

Frank: Euh…Heerlijk natuurlijk.

Anita: Maar wie weet dat je toch iets missen zou…De charme van het verlangen…’t elkaar terug vinden…Het is eigenlijk iedere keer weer een beetje huwelijksreis als ik thuis kom. En nu hebben we drie hele maanden voor ons alleen…Drie hele maanden waarin ik heel wat met jou te doen zal hebben.

Sonja: (Ontploft bijna) Ik dacht dat je zo veel moest rusten?

Anita: Och, je weet. Als je zo lang weg bent geweest valt er altijd een en ander in orde te maken. Mimi lijkt mij bijvoorbeeld erg nerveus…Ik moet eens uitvissen wat ik voor haar kan doen. En ik geloof dat er nog wel meer is dat in het rechte spoor moet gebracht worden. Bovendien zal deze lieverd ook zijn rechten wel laten gelden. Zo’n uithuizige vrouw is toch maar niets hè ventje? Ik vind hem een beetje stil…

Frank: Onzin.

Anita: Ja, echt. Enfin, voorlopig zal dat nu allemaal veranderen hè lieverd van mij. Vind je ons niet al te gek, twee ouwe mensen die verliefd doen?

Sonja: Welnee…Jullie volste recht. Kom, ik moet gaan.

Anita: Zo plots?

Sonja: Ja…ik… Ik kan niet langer…

Anita: Maar je komt gauw terug?

Sonja: Ja, ik kom terug. (Nog even meten ze elkaar, dan reikt Anita charmant haar hand)

Anita: Tot ziens. En nogmaals bedankt voor alles.

Sonja: Het was mij een groot genoegen “De Groot” als Nita Verschueren te leren kennen. Tot ziens. (Naar de tuindeur) Het stoort toch niet dat ik de kortste weg neem. (Frank wil haar volgen) Doe geen moeite…Blijf bij je vrouw. (Af)

Anita: (Overdreven hoffelijk) “Blijf bij je vrouw” …aardig gezegd.

Frank: Wat bedoel je daarmee?

Anita: (Onschuldig) Wat zou ik daarmee bedoelen?

Je hebt mij nog niet bewonderd! Hoe vind je mijn nieuwe jurk?

Frank: Charmant.

Anita: Echt?

Frank: Je bent nog altijd een mooie vrouw Nita.

Anita: Van de andere kant van het voetlicht gezien ook?

Frank: Voor mij ook zonder voetlicht Nita.

Anita: Hoe oud is Sonja?

Frank: Sonja? Heu…een jaar of vijfendertig geloof ik…Waarom?

Anita: Een lieve charmante vrouw…en nog zo jong!

Zeg Frank heb je nog aan mijn juwelen gedacht?

Frank: God! Dario zit natuurlijk nog steeds op mij te wachten!

Anita: De stakkerd! En zijn slaafse natuur kennende…

Frank: Zou hij daar natuurlijk nog tot morgenvroeg zitten. (Blij dat hij weg kan) Ik ga al.

Anita: (Loopt naar de bloemen, pakt het kaartje van Sonja en verscheurt het) Dus…Dat was het…

Doek

Tweede bedrijf:

ochtend

Anita: (Zit knus met kamerjas op de bank te lezen. Ze heeft bril op. Op een tafeltje vlakbij staat een soort sigarettendoos. Na enige ogenblikken geklop.) Ja! (Ze springt vlug op en moffelt bril haastig in sigarettendoos.)

Dario: Morgen Anita.

Anita: O, ben jij het maar. (Vist bril terug uit sigarettendoos)

Dario: Dat is wel een hartelijk welkom moet ik zeggen.

Anita: Ga zitten. Tegenover jou kan ik mijn imago van eeuwige jeugd wel even achterwegen laten.

Dario: Maar lieverd je bent toch thuis.

Anita: Met personeel. En er zijn buren. Stel je voor dat mijn fans mij met een bril op mijn neus zagen. Al hun illusies zouden uit elkaar spatten. Idioot eigenlijk dat zo n’ stom ding in staat zou zijn mijn imago te doorprikken. En nog idioter dat een vrouw haar leven daardoor laat beïnvloeden.

Dario: Zeg Anita wat scheelt er jou vanmorgen?

Anita: Ach Dario ik begin mij af te vragen of het niet verstandiger zou zijn Anita De Groot van het toneel te laten verdwijnen.

Dario: Anita! Dat kun je toch niet menen?

Anita: Neen, het was voor de grap.

Dario: Goddank!

Anita: Spaar mij je Godslastering. Ik las hier net een kritiek over die Canadese.

Dario: A ha, in Rolling Stone neem ik aan? Heb ik ook gelezen.

Anita: Zij is blijkbaar de nieuwe Godin onder de Goden.

Dario: Ja, ze schijnt werkelijk erg goed te zijn. (Verandert vlug van onderwerp) Ik heb de Franse kritieken op je TV optreden gelezen. Unaniem lovend.

Anita: Dank je, legt ze maar op tafel als ik tijd heb zal ik ze wel eens doornemen.

Dario: Drona heeft in Rosskille gezeten. Ze is er afgegaan.

Anita: Was te verwachten. Opgebrand. Ze zou nog een hele tijd meegekund hebben als ze zich verzorgd had.

Dario: Schijnt wel heel erg geweest te zijn.

Anita: Ik kan het mij voorstellen. Helemaal onderkomen. Na haar tweede nummer begon ze te gillen als een stoomfluit. Ze brengt een verleden met zo een staart mee op het podium.

Dario: Zal wel de laatste keer geweest zijn dat ze daar kon komen.

Anita: Hahaha Dario, wat zitten we hier gezellig te roddelen. Vertel mij eens, is dat om de pil te verzachten. Kijk maar niet zo ongelukkig die Canadese…Irene?… Zit je dwars.

Dario: Ja…Ik kan niet ontkennen…

Anita: Draai er niet omheen Dario.

Dario: Kijk eens…Je hebt dat contract voor volgend jaar in Werchter nog niet getekend.

Anita: Nee.

Dario: Er is mij ter ore gekomen dat Irene Monteau goede relaties heeft in Werchter. Ze kan natuurlijk niet op tegen iemand met jouw naam…

Anita: Onzin Dario! Dit is niet het enige dat ik over Monteau gelezen heb. Die over haar schrijven zijn niet de eerste de beste. En ik ben niet dwaas genoeg om niet te beseffen dat een jonge, mooie, begaafde concurrente gevaarlijk voor mij kan zijn. Ik sta op het hoogtepunt van mijn carrière maar ben veertig. En wie hoog staat valt erg diep.

Dario: Maar Anita teken dat contract dan toch!

Anita: Waarom zo haastig?

Dario: Het gerucht over Werchter is niet het enige waar ik je aandacht op wil vestigen.

Anita: A ha!

Dario: Monteau treedt deze winter in New York op, drie of vier concerten geloof ik. Vanmorgen werd ik in mijn hotel gebeld omdat je daarover nog geen beslissing hebt genomen. Teken die contracten Anita!

Anita: Nee. Niet voor ik volkomen zeker ben dat …ik genezen ben.

Dario: Maar het is toch niets van betekenis.

Anita: Dat vertel ik aan iedereen die het horen wil.

Dario: Maar dat is…Daar sta ik paf van.

Anita: Vertelt het aan niemand Dario. Het schouwspel van een tanende ster zal ik nooit vertonen. Maar God alleen weet hoe veel pijn het zou doen om afstand te doen… Maar als het moet…

Dario: Anita…Dat zou verschrikkelijk zijn!

Anita: (Glimlacht) Arme Dario!!! Je ziet er uit als een natte poedel.

Dario: Ik zou niet weten wat ik beginnen moest.

Anita: Jij? Kom.

Dario: Ja. Jij hebt je man. Je kinderen. Maar mijn leven zou totaal doelloos zijn.

Anita: A lala…Er zijn meer zangeressen, die dolgelukkig zouden zijn met een secretaris als jij, die bovendien een doorgewinterde manager is.

Dario: Ik zou met niemand anders meer kunnen werken dan met jou Anita, dat weet je…Je bent voor mij niet alleen de grote artieste, maar ook de enige vrouw.

Anita: (Schatert) Daar hebben we je onvermijdelijke liefdesverklaring weer. Je bent een schat hoor Dario. Maar dat hoor ik nu al vijftien jaar met regelmatige tussenpozen…t’ Wordt zo eentonig. En dat aardige zwartje in Parijs? En die pikante blondine in New York?

Dario: Nu ja…ik moet toch…

Anita: Ik moet toch iets hebben om mijzelf zoet te houden, ga je zeggen. (Schakelt diplomatisch over op ander onderwerp) Zeg Dario, dat is waar ook; je moet iets voor mij uitpuzzelen.

Dario: Met genoegen.

Anita: Je hebt hier in de stad nogal goede relaties nietwaar.

Dario: Ja, ik ken hier tamelijk veel mensen.

Anita: Probeer zo veel mogelijk aan de weet te komen over ene Jacques Baks. Noteer die naam.

Dario: Een artiest?

Anita: Nee, ingenieur. Zonder werk trouwens. Een aanbidder van Mimi. Ik wil weten wat voor type het is. Trientje mag hem niet en die heeft bewezen dat ze op dat gebied scherpe ogen heeft. Probeer zo veel mogelijk uit te pluizen, wil je?

Dario: Ik zal mijn best doen, maar of me dat direct gaat lukken…?

Anita: Het is geen kwestie van uren. Maar toch wil ik het zo snel mogelijk weten. Het schijnt mijn meisje ernst te zijn, en ik zie haar niet graag in de verkeerde handen…Lieve hemel ik zal grootmoeder zijn voor ik er erg in heb. En hoe moeten we dat stilhouden Dario. Het zal de doodsteek voor mijn imago zijn. (Stemmen uit de tuin) Wie zijn dat?

Mimi: ( in tenniskledij, sprekend tegen Hertens die nog onzichtbaar is) Wacht u een momentje…Ik zal het vragen. Mama...Goede morgen oom Dario.

Dario: Goede morgen Mimi. Goed geslapen?

Mimi: Perfect.

Dario: Je ziet er tenminste uit als een roos.

Mimi: Mama daar buiten staat een journalist te smeken voor een interview. Beweert dat zijn carrière gebroken is als het niet lukt om u te spreken.

Anita: Mijn God! Ik heb toch laten bekend maken dat ik geen enkel interview toesta?

Mimi: Hij is hier gisteren ook al geweest. Doorgedrongen tot in de vesting. Toen heeft hij Kaatje onder vuur genomen.

Anita: Of zij hem. Als de stumper in haar handen is gevallen…Wie weet wat ze hem heeft wijs gemaakt, vooral wat mijn…rustkuur betreft.

Mimi: Afpoeieren?

Anita: Och…Nu hij hier toch is…Laat maar binnen.

Mimi: Ik dacht het wel. Komt u maar door mr. Hertens (Anita bergt vlug haar bril op) Mijn moeder (Nadrukkelijk) mevrouw Verschueren.

Anita: (Steekt Hertens de hand toe.) Aardig dat u mij eens komt opzoeken. Gaat u zitten. Mag ik u voorstellen aan mijn secretaris Dario.

Hertens: Het is mij een grote eer mevrouw door u ontvangen te worden…

Anita: In audiëntie?

Hertens: Zo voel ik mij ongeveer. Ik had mijn begroetingsspeech moeizaam ingestudeerd.

Anita: Vandaar dat het zo stijf klonk.

Hertens: Inderdaad, ik geef toe dat ik een beetje van mijn stuk ben.

Anita: Daar zal wel wat meer voor nodig zijn denk ik.

Hertens: In ieder geval heb ik nu een origineel begin voor het interview. Mag ik weten waar u geboren bent?

Anita: Ik ben hier geboren.

Hertens: Dat wist ik werkelijk niet.

Anita: t’ Is ook weinig bekend.

Hertens: En uw naam is een artiestennaam?

Anita: Neen, neen, het is mijn ware meisjesnaam. Nederlandse voorouders, weet u.

Hertens: En waar werd u opgevoed? Waren uw ouders muzikaal?

Anita: Mijn vader had een rendabel bedrijf in het zuiden van Nederland. En ik heb een heel normale schoolopleiding gekregen. Mijn muzikale gave kunt u op rekening van verre voorouders zetten die honderden jaren geleden uit Friesland kwamen als schoorsteenveger en speelman…met een aap en een orgel. (Glimlacht in het besef dat ze een mooi verhaaltje heeft opgedist)

Hertens: Dat is interessant. Dank u. U heeft meen ik te weten een aanbieding voor een filmrol geweigerd?

Anita: Ja.

Hertens: Is het onbescheiden om naar uw motieven te vragen?

Anita: Ik heb die rol geweigerd uit artistieke motieven. Het contact met het publiek bijvoorbeeld is iets dat ik nooit zal kunnen missen. Natuurlijk besef ik goed genoeg dat één miljoen keer 5€ niet te vergelijken is met honderdduizend echte toeschouwers die 25€ betalen. Maar het publiek heeft het recht op het beste van mijzelf, live, geen afkooksel.

Hertens: Die binding met uw fans is altijd erg sterk geweest, niet?

Anita: Mijn publiek! Ik zou ze niet kunnen missen. Er zijn collega die zich aanstellen, die zeggen dat het publiek hen koud laat, het verachten zelfs. Onzin, ik hou van mijn publiek en ben het dankbaar voor alles wat ik al jarenlang van hen mocht ondervinden.

Mimi: Vergeet u vooral dat laatste niet in uw verslag te zetten, mijnheer Hertens.

Anita: Daar zult u mij inderdaad een genoegen mee doen.

Hertens: Ik zal het niet vergeten mevrouw. Uw lievelingsnummer is “Hell on Weels” nietwaar?

Anita: Ja…Och ik hou van al mijn nummers, maar “Hell on Weels” is zo n’ heerlijk nummer

Ik kan er mij volkomen in uitleven.

Hertens: U hebt geloof ik plannen om geruime tijd thuis te blijven?

Anita: De Amerikaanse tour was een krachtproef. Een “Helle on Weels” En daarom heb ik mij voorgenomen geruime tijd te rusten.

Hertens: Er loopt een gerucht over een lichte keelaandoening…?

Anita: Inderdaad een gerucht. Ik ben zo gezond als een vis. Maar na de maanden die achter mij liggen heb ik gemeend eens geruime tijd mijzelf op non-actief te zetten.

Catrien: (Na kloppen van links op) Madam…Wel almachtig!!!

Hertens: U ziet…Ik heb de bloedhonden getrotseerd.

Anita: Bloedhonden? Waarover hebben jullie het?

Hertens: Een geheimpje tussen deze dame en mijzelf mevrouw. Zij was zo vriendelijk mij gisteren een interview toe te staan.

Catrien: Mijnheer ziet er trouwens nog bleek van.

Hertens: De lezers van het blad hebben we zelfs kunnen verrassen met een foto van uw trouwe verzorgster. (geeft blad aan Anita)

Anita: Oh, Trientje hola... Dat is onbetaalbaar.

Catrien: Sta ik erin?

Anita: Kijk eens Dario...Mimi….

Dario: Kaatje… een beroemdheid…een echte BV…!!!

Ronny: (Op uit de tuin) Hallo…Mag ik mee lachen? O, sorry …Ronny De Groot

Hertens: Hertens.

Ronny: Wat is er aan de hand?

Anita: Trientje staat in de krant. Hier.

Ronny: A ha... (lacht) Kaatje…Je wordt nog een filmster.

Catrien: Ik ga maar weer. (Tot Anita) Ik kom straks wel weer als die…mijnheer vertrokken is. (Wil af)

Anita: Wat had je schat?

Catrien: O…Dat kan wachten madam. (Af)

Ronny: Doei Kaatje…Hebt u haar dat gelapt?

Hertens: Zo vermetel was ik.

Ronny: Groevi.

Hertens: Nu we toch bij het onderwerp fotografie beland zijn (Met kamera) Heeft u bezwaren mevrouw?

Anita: Is dat echt nodig?

Hertens: Onvermijdelijk mevrouw

Anita: Vooruit dan maar…Waar wilt u het?

Hertens: Hier bij voorkeur, op de bank.

Anita: Op sloffen?

Hertens: Wat zou u denken van een foto met uw kinderen?

Anita: A lalala, wilt u kost wat kost een oude vrouw van mij maken?

Hertens: Mijn lezers zullen moeder en dochter voor zusters aanzien.

Ronny: Wat ben ik dan?

Mimi: (Scherp) Het jongste papventje.

Anita: Kom je Mimi?

Mimi: Het spijt mij maar ik voel er niets voor om in jouw krant te komen?

Anita: Zoals je wilt kindlief. En Ronny? Ook morele bezwaren?

Ronny: Ik vind het fantastisch!

Hertens: Als u dan even op de leuning van de bank gaat zitten…

Anita: Is het goed zo?

Hertens: Prachtig…Een ogenblik…Dank u…Dan geloof ik niet langer beslag op uw tijd te moeten leggen. Mag ik u dan hartelijk bedanken mevrouw voor uw buitengewone charmante ontvangst.

Anita: Had u dat ook ingeoefend?

Hertens: Klinkt het zo stijf?

Anita: Integendeel en ik geloof dat u het nog meent ook.

Hertens: Van harte! (Trekt zich terug naar de tuin) Mevrouw, juffrouw Verschueren. Heren. Mag ik misschien zo…?

Anita: Natuurlijk die weg schijnt u aardig bekend te zijn.

Mimi: Zo…Dat hebben we weer gehad…Einde van de zoveelste show.

Ronny: Kind…Wat kun jij zagen.

Anita: Hoe oud ben je weer Mimi?

Mimi: Ik? Twintig. Waarom?

Anita: In je grootmoeders tijd werden ongetrouwde meisjes pas tegen hun veertigste zuur. Jij bent er vroeg bij.

Mimi: En in grootmoeders tijd deden vrouwen van veertig zich niet voor als vijfentwintig. Als de zuster van hun dochter! En schaamden zich niet voor grijze haren en een bril!

Anita: Zwijg! Je vergeet tegen wie je spreekt!

Mimi: Tegen mijn moeder, die geen moeder is maar een komediante, die voor heel de wereld poseert. "Mijn publiek"…"Ik zou het niet kunnen missen"…Op de bank met Ronny!…Morgen staat het in alle kranten! Bah…

Anita: Zal je nu zwijgen, kleine feeks!

Dario: Anita, beheers je!

Anita: Bemoei jij je er niet mee. Je hebt mij al genoeg geërgerd!

Dario: Ik? Wat heb ik gedaan?

Anita: Je aangesteld als een idioot. Als je mij dat nog eens levert lanceer ik dat je gewoon Marc Knol heet! (Dwingt zichzelf tot kalmte) Sorry Dario, dat had ik niet mogen zeggen…

Dario: Ik ken je toch Anita.

Anita: Ja, jij weet precies hoe humeurig ik kan zijn en je hebt een engelengeduld. Maar wees nou lief en laat mij met mijn kroost alleen.

Dario: Ik ga al. (Klopt op zijn aktetas) Dus hierover wens je niet te beslissen?

Anita: Neen.

Dario: Tot morgen dan.

Anita: En vergeet vooral dat…onderzoek niet!

Dario: Ik zal mijn best doen. Jongelui…(Af)

(Stilte. Mimi zit zenuwachtig af te wachten. Ronny staart naar buiten. (Anita zacht)

Anita: Waarom haat je mij zo Mimi?

Mimi: Vraag je dat nog! ….Jij hebt mijn leven bedorven?

Anita: Ik?

Mimi: Ja, van kinds af heb ik geleden onder die verschrikkelijke beroemdheid van u. Op de lagere school werd ik er op aangekeken. “Haar moeder is een BV” Het was of er iets raar aan was…Iets wat niet deugde.

Ronny: Crazy…Waarom heb ik dan van die kolder geen last gehad?

Anita: Laat haar uitspreken Ronny.

Mimi: Later in het middelbaar…Toen ik ouder werd…Was het precies andersom…Al mijn vriendinnen hebben maar een gewone moeder die er altijd voor hen was…Maar ik had een beroemde moeder die triomfen vierde …En daar waren de anderen dan nog jaloers om en pestten mij er mee…

Anita: Daarin hadden ze ongelijk en dat mochten ze niet doen…

Mimi: Eens in de zoveel tijd kwam ze thuis…Met dure cadeaus …Die moesten vergoeden wat ik tekort kwam! Rukt een snoer van parels van haar hals kapot…Ik wil die niet dragen…Ze branden me. (Af)

(Lange stilte. De uitval van Mimi heeft Anita pijn gedaan. Met langzame vermoeide bewegingen gaat ze zitten en leunt met gesloten ogen achterover)

Ronny: Je moet daar allemaal niet te veel op in gaan mama.

Anita: Haat jij mij ook Ronny?

Ronny: Je weet wel beter.

Anita: Er zit zoveel waarheid in wat ze zegt jongen…Ik ben geen goede moeder voor jullie…

Ronny: Tja…Dat kan nu eenmaal niet anders. Maar daar kun jij toch niets aan doen!

Anita: Lief van je om dat zo te zeggen jongen. Maar daarmee geef je toch ook toe dat…

Ronny: Onzin! Het is niet altijd plezierig zoals het is. Maar als je thuis bent is het altijd fijn.

Anita: Tja…Mijn cadeaus waren deze keer niet erg gelukkig gekozen. Een parelsnoer is voor een meisje van twintig een beetje te…Ik dacht dat ze er blij mee zou zijn.

Ronny: Vond je het erg toen ik je vroeg waarom je geen platen van de X girls had meegebracht.

Anita: (Lacht bij de herinnering) Ontzettend…Dat je die schreeuwende potten apprecieert bedoel ik.

Ronny: Ze zijn groofy.

Anita: (Lachend met handen tegen haar oren) Ronny!!

Ronny: Heb je ze in New York wel eens gezien? In werkelijkheid bedoel ik.

Anita: Het zijn hyperpotten.

Ronny: Geloof ik niets van! Heb je daar veel beroemde lui ontmoet?

Anita: Meer dan mij lief is. Ik heb achter de schermen drie Broadway premières bijgewoond. Ze verslinden je daar.

Ronny: Ik wou dat ik zoiets eens in het echt kon meemaken.

Anita: (Lachend) Dat moet je eens tegen Dario zeggen die lieverd is er al met een gescheurd rokkostuum uit de strijd gekomen.

Ronny: Zeg mama is het waar dat oom Dario eigenlijk Marc Knol heet en een haarstukje draagt?

Anita: Het was gemeen van mij er dat uit te flappen. Ik had gezworen het aan niemand te vertellen.

Ronny: Hoe ben je eigenlijk aan hem gekomen?

Anita: O…Op een beetje een gekke manier. Een jaar of vijftien geleden had ik problemen met mijn manager. Ik kon niet anders als hem op staande voet ontslaan.

Ronny: Hij was natuurlijk verliefd op je geworden.

Anita: Zeg eens! Enfin, in elk geval zat ik zonder manager. De ene vervelende klier na de andere kwam zich aandienen en ik begon al te wanhopen. Tot meester Knol zich liet aandienen.

Ronny: Meester!?

Anita: Ja, Dario is meester in de rechten, erg handig soms. Hij leek een tikje aan de lagere wal, wat verboemeld…

Ronny: Tja…voor monnik zal hij wel niet gestudeerd hebben.

Anita: Maar mijn intuïtie zei “ hem en geen andere” Ik heb van dat besluit nog nooit spijt gehad, hij is een trouwe vriend. (Lachend) Alleen de naam was verschrikkelijk. Daar hebben we dan maar een kronkel aan gegeven. Dario Conelli. Daar is hij erg trots op. (Er wordt geklopt) Ja.

Bob: Een pakket voor u madam.

Anita: Zet hier maar op de tafel Bob. Dank je. (Bob af)

Anita: Maak maar eens open.

Ronny: Ik? (Doet de doos open en haalt er heel de verzameling cd, video, petjes, sweaters en alle mogelijk merchandiser van de X girls uit) Zijn die voor mij?

Anita: Dacht je soms voor mij?

Ronny: Mams! Dat is fantastisch van je…Maar? Ik heb gisteren nog heel jouw verzameling gekregen?

Anita: Die geven we aan Bob want voor hem had ik niets bij omdat ik niet wist dat hij er was. (Giechelt) Was wel erg ijdel van mijzelf om mijn eigen CD s’ voor jou mee te brengen. Maar draai deze monsters a.u.b. ergens waar ik ze niet kan horen!

Ronny: Ik ga ze direct proberen!

Anita: En ik moet mij maar eens gaan verkleden. Over een uur is mijn afspraak met professor Boeks. Ik was het bijna vergeten. (Af)

(Ronny begint alles terug in te pakken. Bob laat Jacques Baks binnen. Tenniskostuum, racket onder de arm)

Jacques: Hallo!

Ronny: Hallo.

Jacques: Nieuwe aanwinst?

Ronny: Ja.

Jacques: Mag ik eens kijken?…Mm… X Girls. Is dat geen belediging voor de muzikale gevoelens van je mama?

Ronny: Ik heb ze van mijn moeder gekregen.

Jacques: Vlot moet ik zeggen.

Ronny: (Geritst de doos met CD s’ uit zijn handen en gaat af.) Daag...

Bob: Jufrouw Mimi verzoekt u een ogenblik te willen wachten mijnheer?

Jacques: Best ik amuseer mij wel. (Als Bob wil vertrekken) Kom eens hier jij! Neen, doe eerst de deur toe!

Bob: Ja?

Jacques: Mijnheer!

Bob: Ja mijnheer?

Jacques: Jij hebt mij woensdagavond NIET gezien Bob!

Bob: Ik begrijp MIJNHEER niet.

Jacques: Jij begrijpt mij heel goed Bob. Voor de ingang van de Iris bar.

Bob: Ik meende een heer te zien die veel op u leek… Mijnheer.

Jacques: mm…Was die mijnheer alleen?

Bob: Nee, mijnheer. Die mijnheer scheen heel aangenaam… En kostbaar gezelschap te hebben.

Jacques: Zo. Leuk voor die mijnheer. Je moet eens naar de oogarts gaan Bob. Dat kun je nooit vroeg genoeg doen.

Bob: Een huisknecht met een bril is niet erg stijlvol. Mijnheer.

Jacques: (Haalt opgevouwen biljet uit zijn zak) Voor jou. Omdat je ogen slecht beginnen te worden.

Bob: Pardon MIJNHEER. Ik neem nooit geld aan dat ik niet verdiend heb MIJNHEER. Als ik zo vrij mag zijn MIJNHEER. (Af met opgeheven hoofd)

Jacques: Verdomde farizeeër! Bah! De onomkoopbare huisknecht. Fff…

Mimi: Hallo Jacques (gooit racket op de bank)

Jacques: Mimi! (Zoenen elkaar) Morgen schat.

Mimi: We moeten voorzichtig zijn schat. Ik heb zo juist vaders wagen zien binnenrijden. Hij is dus thuis en mama is boven…t’ Is hier ineens een gevangenis nu zij er is.

Jacques: Je schijnt er niet erg mee opgezet te zijn?

Mimi: Ik heb daarstraks ruzie met haar gehad.

Jacques: Waarover?

Mimi: Laten we er maar niet meer over praten. (Neemt het gebroken parelsnoer op) Bracht ze voor mij mee…Alsof je met dure cadeaus…

Jacques: Laat eens zien. Ik geloof dat ze echt zijn! (Bekijkt snoer belangstellend)

Mimi: Dacht je soms dat mama imitatie zou kopen? Dan ken je haar niet.

Jacques: Je bent een wonderlijke jongedame. De meeste meisjes zouden een gat in de lucht springen als ze met zoiets bedacht werden.

Mimi: Het scheelde niet veel of ik had ze naar haar hoofd gegooid.

Jacques: Spaar me. Je bent een temperamentvol poesje jij! (Zoentje)

Mimi: (In gedachte) ‘t Was eigenlijk nogal gemeen van mij. Ze was gisterenavond zo gelukkig als een kind, toen ze hier als een vrouwelijke Sint Niklaas aan het uitdelen was.

Jacques: Zeg Mieke.

Mimi: Ja?

Jacques: Als je ze toch niet draagt…Geeft mij die parels dan eens mee.

Mimi: Waarom?

Jacques: Ik wou ze op hun echtheid laten taxeren…Zo maar voor de aardigheid. Zou je het niet leuk vinden om te weten of ze werkelijk…

Mimi: Onzin…Ik ben er niet nieuwsgierig naar. En bovendien heb ik je al gezegd dat mijn moeder geen imitatie koopt.

Jacques: Zoals je wilt. Ik taxeer ze zeker op 3000 €

Mimi: Voor mijn part 30.000 € Laat zij ze zelf maar dragen.

Jacques: Maar zeg meisje, als de stemming tussen jou en je ouders op het vriespunt staat, zullen we hier dan maar niet te lang rondhangen. Op de tennisbaan zijn we heerlijk vrij, daar is om deze tijd toch niemand enne…(lacht dubbelzinnig) anders is er het theehuisje nog. (Wilt racket pakken)

Mimi: Jacques waarom moeten we toch zo geheimzinnig blijven doen? Waarom spreek je niet met papa?

Jacques: Kindje ik heb al eerder gezegd; ik wil eerst een behoorlijke job hebben…Ik kan toch niet zo als werkloos ingenieur om de dochter van de rijke fabrikant Verschueren komen. Je vader zou mij voor een fortuinzoeker houden.

Mimi: Dat weet ik toch wel beter. En daarbij…je bent immers niet ongefortuneerd, je leeft er nu toch ook goed van?

Jacques: Och…Als vrijgezel. Maar hoe dan ook, ik zou de gedachte niet kunnen verdragen dat je vader…

Mimi: Waarom vraag je papa niet om een vrije baan op de fabriek? Ze hebben daar een technisch ingenieur nodig, ik heb het hem zelf horen zeggen. Wil ik er eens over beginnen?

Jacques: Liever niet schat.

Mimi: Waarom niet?

Jacques: Ik zou natuurlijk referenties moeten opgeven…

Mimi: Heb je die dan niet?

Jacques: Ja, natuurlijk, maar hm…Mijn laatste baan heb ik in de steek gelaten omdat ik ruzie had met de directeur. Ik ben nu eenmaal iemand die zijn mond niet kan houden als ik iets als oneerlijk ervaar…En dat valt niet altijd in de smaak… Pas op daar komt iemand (pakt racket op)

Frank: Goede morgen Baks.

Jacques: Goede morgen mijnheer Verschueren.

Frank: Goed weer om te tennissen.

Jacques: Ja, schitterend. Niet te warm. Deze tijd van het jaar is er ideaal voor.

(Anita op elegant gekleed)

Frank: A…Lieverd, jullie kennen elkaar nog niet. Jacques Baks, een vriend van Mimi. …Mijn vrouw. Anita.

Anita: Doet mij erg veel plezier een vriend van mijn dochter te leren kennen.

Jacques: En mij doet het genoegen de beroe…

Anita: A la la niet verder alstublieft of u krijgt het met Mimi aan de stok. Ze vindt een beroemde moeder iets onuitstaanbaar, nietwaar liefje?

Jacques: Valt mij tegen van jou, Mieke. Ik zou in de wolken zijn met zo een mama, die er bovendien uitziet…

Mimi: Als mijn charmante zuster. Laat mij ook maar eens origineel zijn.

Jacques: (Beetje geschrokken) Ja. Het lijkt mij ook eerder een afgezaagd compliment.

Anita: U is een vleier mijnheer.

Jacques: Alleen een oprechte bewonderaar van u mevrouw.

Anita: Dus u hebt mij al gehoord?

Jacques: Maar ik zie u voor het eerst vandaag in levende lijve. Helaas, ik had u eerder…

Mimi: Kom je bijna?

Jacques: Ja, natuurlijk. Ik kom. Mevrouw u ziet, uw dochter tiranniseert mij. Ik moet dus afscheid nemen.

Anita: Kom gauw eens terug, ik wil de vrienden van mijn dochter beter leren kennen.

Jacques: Met genoegen. Tot ziens mevrouw De Groot. Mijnheer Verschueren.

Frank: Tot ziens Baks.

Jacques: Vergeet je racket niet Mieke. (Af)

Anita: Wat zegt hij tegen haar? Mieke?

Frank: Ze laat zich tegenwoordig door al haar kennissen zo noemen.

Anita: O...Mimi is dus taboe. Ze zit vol complexen. En die mijnheer is net iets te knap, iets te oud en vooral veel te charmant om onze schoonzoon te worden.

Frank: Ik dacht dat hij nogal in de smaak viel?

Anita: Dat pleit niet voor je scherpe blik. Ik heb hem even…gewogen.

Frank: En te licht bevonden?

Anita: Die man heeft iets in zijn ogen dat mij niet bevalt.

Frank: En daarom wil je nader kennis maken?

Mimi: Hoe eerder Mimi die casanova in zijn ware gedaante leert kennen hoe beter. Ik heb Dario inmiddels al gevraagd inlichtingen over hem in te winnen.

Frank: Jij houd niet van halve maatregelen.

Anita: Heb ik dat ooit gedaan?

Frank: Weet je dat Baks nog niet zo lang geleden uit Engeland is gekomen. Het zal dus voor Dario niet makkelijk zijn.

Anita: O..., maar die zwerver heeft over de hele wereld zijn kanalen dat gaat geen probleem voor hem geven.

Frank: Maar waarom denk je eigenlijk…Ik zou nergens erg in gehad hebben als die losse opmerking van Ronny gisteren…

Anita: (Lachje)Daar ben jij een man voor. En ik heb Trientje…die is een onbetaalbare bron van inlichtingen voor mij. (Ziet dat Frank ongemakkelijk wordt) Wat is er? Toch niet boos dat ik eigenmachtig…?

Frank: Natuurlijk niet. Ik verwijt mijzelf alleen dat ik zo weinig op Mimi gelet heb, dat een jongen als Ronny mij opmerkzaam moet maken…

Anita: Jij hebt andere dingen aan je hoofd om aan te denken.

Frank: Wat bedoel je?

Anita: Wel, leiding geven aan een bedrijf als het jouwe zal niet eenvoudig zijn.

Frank: O dat.

Anita: Nee, jij hebt jezelf niets te verwijten. Jij hebt veel meer reden om mij verwijten te maken.

Frank: Je weet dat ik dat nooit zal doen. Eens heb je mij voor de keuze gesteld, een zware keuze, en ik heb jouw vrijheid gekozen ter wille van onze liefde. Het zou laf zijn om daarop terug te komen. En toch…

Anita: En toch?

Frank: Je hebt gisteren toen Sonja hier was, iets gezegd wat mij niet meer heeft los gelaten…

Anita: Wat?

Frank: “Er is hier nog wel het een en ander wat in het rechte spoor moet gebracht worden” Er is hier veel in het rechte spoor te brengen Nita. En jij bent de enige die dat kan.

Anita: Frank…

Frank: Mimi’s probleem is niet het enige. Ronny is zeventien jaar en hij heeft al twee jaar gedubbeld. Hij zit nu met jongens van vijftien in dezelfde klas. Dom is hij niet, zeker niet. Maar het is een speelvogel, gauw afgeleid en hij mist vooral controle. De…De laatste maanden heeft hij veel steun gehad van Sonja…

Anita: Kun jij dat dan niet Frank?

Frank: Ik ben overdag meestal weg, veel op reis en mijn avonden zijn ook vaak bezet.

Anita: Ja, je werkt tegenwoordig dikwijls nog erg laat op kantoor vertelde Trientje.

Frank: Die jongen is teveel aan zichzelf overgelaten. Kaatje zorgt uitstekend materieel voor de kinderen, maar met haar opmerkingen over slordige kamers en kapotte kleren verliest ze elk werkelijk gezag over hen. Zij blijft voor hen Kaatje van wie ze veel houden maar die toch een onderschikte blijft. Nu ligt Ronny nog aan je voeten Nita, en hij trekt partij voor jou tegen Mimi. Maar waarschijnlijk gaat hij uiteindelijk ook ten opzichte van jou veranderen, verbitteren net als Mimi nu. (Stilte) Nita?

Anita: ( Is in elkaar geschrompeld, vertwijfelt) Vraag het mij niet Frank. Ik kan niet.

Frank: Vragen zal ik dat offer nooit van je Nita…Dat kun je alleen zelf beslissen.

Anita: (Hartstochtelijk) Maar ik kan niet stoppen! Frank! Probeer het te begrijpen. Ik weet dat ik tekort schiet als vrouw en moeder. Midden in een opname kan het mij overvallen, tijdens een optreden moet ik soms faken dat ik mij verslik en ik huil mijzelf soms in slaap…Maar…De glinsterende ogen van de muzikanten, de aandacht, de macht, vijftigduizend mensen die worden meegesleept door wat ik doe…Daar kan ik mij niet van losmaken Frank, dat begrijpt niemand.

Frank: Ik dacht dat ik getoond had het wel te begrijpen Nita…

Anita: Ja, jij wel. Vergeef mij. (Vurig) Maar nu heb ik drie volle maanden Frank. In drie maanden kan ik zo veel goed maken. Geef mij die kans.

Frank: En daarna?

Sonia: (komt op langs tuindeur) Stoor ik?

Doek.

Derde bedrijf:

( Eén maand later. Ochtend. Zonnig. De bloemen zijn weg. Een enkele nieuwe ruiker in de plaats.)

(Als het doek opgaat horen en zien we Anita de laatste noten van een rocknummer ten beste geven. Bob is haar publiek. Als het nummer gedaan is groet ze alsof ze voor vijftigduizend man heeft opgetreden. Ze draagt een vreemde mengeling van dagelijkse elegante kleding en flitsende accessoires met een garde als microfoon. Ze is gelukkig. Bob reageert voor vijftigduizend man)

Anita: Oooo… Bob als ik hier geen bisnummer bij gaf braken ze de zaal af

Bob: Ja. Schitterend nummer. Het staat op bijna elke CD die je hebt uitgegeven. Bangelijk goed.

Anita: t’ Zal wel wezen! Er gaat niets boven je eigen nummer Bob.

Bob: En weet je wat ik ook een moordnummer vind. Jij doet dat schitterend. Dat van die dochter van Sinatra over die botten.

Anita: (geeft het ritme aan en geeft een strofe ten beste) (Bob doet enthousiast mee en Anita laat hem even alleen zingen)

( Dario en Catrien op)

Dario:: (lachend) Hoooo maar! Wat is dat hier allemaal. Kijkt ze daar nu eens staan Catrien! Je hebt zelfs geen al te gekke stem Bob. Spijtig dat wij elkaar geen 20 jaar vroeger leerden kennen. Je zou mijn eerste ontdekking zijn geweest.

Anita: Weet je nog van die barman op dat festival in Engeland?

Catrien: (Met schitterende ogen) Wat een uitstraling die had.

Dario: En toch is het niets geworden geloof ik.

Anita: (Met een zijdelingse blik op Catrien) Hij kon twee dingen niet voorbij gaan. Een mooie vrouw en een fles whisky. Alle twee catastrofaal voor een carrière. Bob! Daar mag jij niet naar luisteren! Maak dat je weg komt.

Bob: (Blij dat hij zichzelf terug een houding kan geven tegenover de anderen) Zeker madam. (Af)

Catrien: Maar Sorin is toch een succes geworden.

Anita: Ja, die heeft zijn kansen niet verspeeld.

Catrien: En dan te bedenken dat u hem letterlijk uit de goot hebt opgevist (Giechelt.)

Dario:: Komaan dat verhaal ken ik nog niet.

Anita: Je houdt het niet voor mogelijk. Ik loop hier in Brussel door de Nieuwstraat en ik hoor iemand van boven uit Yellhouse rock zingen. Op hetzelfde moment dat ik naar boven kijk om te zien wie daar bezig was, glijd een glazenwasser van zijn ladder en ploft voor mijn voeten in de goot…

Catrien: En madam liet hem op haar kosten verplegen en later zangles volgen. Dat was nog voor ze u kende mijnheer Dario.

Anita: Ja, als ik ooit ergens voldoening van gehad heb…

Catrien: En ze hielp hem nog aan zijn eerste contract ook nog. Hebt u hem de laatste tijd nog wel eens gesproken.

Anita: Zelden…Vorig jaar nog eens… In Kopenhagen geloof ik, hij zit in een heel ander circuit.

Catrien: Mijn hart trekt nog altijd naar het podium madam. Het was een heerlijke tijd. Maar ik heb nu mijn taak hier. En ik zou toch te oud worden om nog rond te trekken. En een goede kleedster is er altijd wel te vinden.

Anita: Maar geen tweede zoals jij Trientje.

Catrien: Lief van u om het nog eens te zeggen madam. (Anita heeft zich ondertussen van haar rock accessoires ontdaan) Maar. Kom geef die dingen maar hier. Ik ga maar een terug aan het werk. Blijft mijnheer Dario lunchen? Dan kan ik het in de keuken doorgeven.

Dario:: Nee, dank je. Ik blijf maar even.

Anita: Op deze gastronoom moet je dus niet rekenen Trientje.

Catrien: Dan ga ik maar. Nog een goede middag mijnheer Dario.

Anita: Ze wordt altijd een beetje sentimenteel als ze over het verleden begint. (Gaat zitten uitblazen) (Verschiet net iets te theatraal) Mijn God!!

Dario:: Wat is er?

Anita:(Bekijkt Dario schuldbewust) Ik mag niet zingen, nog niet tenminste, en ik heb mijzelf daarnet wel flink laten gaan, maar ik voel het nu al. Ik ben al moe van dat kwartiertje dollen Over een goed uur zal ik het pas weten. Dario ik ben bang. Wat moet ik beginnen als…?

Dario:: Maak je toch niet van streek Anita. Na één maand rust kun je toch nog niets…

Anita: Maar wie zegt mij dat het niet chronisch is?

Dario:: Kom, kom. Niet zo pessimistisch. Ik geloof geen moment…

Anita: Je hebt gelijk. Alles op zijn tijd. Geef mijn handtas even aan wil je? Dank je.

(Maakt make-up en haar in orde ze is terug een elegante dame) Heb jij het geld van de bank meegebracht?

Dario:: (Haalt biljetten uit zijn aktetas) Dertienhonderd € Wil je het natellen?

Anita: Als jij het zegt zal het wel in orde zijn. Dank u. En vertel mij nu eens het nieuws dat je over mijn schoonzoon in spé hebt opgestoken?

Dario:: Euh… Maar als het niet te indiscreet is Anita…Wat wil je doen met dat geld?

Anita: Zo nodig het geluk van mijn dochter kopen. Wat voor nieuws heb je uit Londen?

Dario:: Niet veel goeds. Het is geen wonder dat hij nooit naar een baan bij uw man heeft gesolliciteerd. Zijn eerste betrekking is hij kwijtgeraakt wegens luiheid en onbekwaamheid

Zijn tweede ontslag in Londen draaide om een vervelende vrouwenkwestie. Een poging tot chantage op de vrouw van één van zijn directeuren. En het geld waarmee hij nu goede sier maakt komt ook van een alles behalve Spic en Span zaakje. Voor zover ik kan beoordelen zal het niet lang meer meegaan. Ik vermoed zelfs dat er al schulden zijn bij de vrouw van een Belgische tapijtfabrikant.

Anita: En van die speelschulden ben je ook zeker?

Dario:: Absoluut zeker. Zijn connecties zijn naar mijn aanvoelen uitgemolken. Hij vertelt ook overal rond dat zijn zorgen voorbij zijn zodra hij de verloving met Mimi kan bekend maken en hij mede directeur in het bedrijf van uw man wordt.

Anita: Lef heeft hij wel. Ik zou bijna respect voor zijn brutaliteit krijgen.

(Mimi op)

Mimi: Dag mama. Oooo hallo oom Dario!

Dario:: Morgen Mimi.

Mimi: Mama ik ga even een boodschap doen. Als Jacques in die tijd komt zeg dan dat ik binnen een kwartiertje terug ben.

Anita: Dus die uitstap gaat door?

Mimi: Ja, natuurlijk. En u hoeft met het eten niet op mij te rekenen, we komen vanavond pas laat terug.

Anita: Daar zullen we het straks nog wel even over hebben.

Mimi: Daar valt niet over te praten. Het is afgesproken. En als u er één woord met Jacques over kikt…

Anita: Hou jij nu maar je mond voor je iets onherstelbaar zegt, dan doe ik dat ook.

Mimi: (kijkt haar moeder doordringend aan, bijt op haar tong en gaat af)

Anita: De tijd schijnt te dringen. En we moeten die beste Jacques zo spoedig mogelijk elimineren. Anders zouden we vandaag of morgen wel eens voor een voldongen feit kunnen gesteld worden.

Bedankt voor de inlichtingen Dario. Hoe je het allemaal gedaan krijgt is mij een raadsel maar in ieder geval mijn complimenten.

Dario:: Je weet Anita, voor jou is mij niets te veel. Kom, ik moet maar eens gaan.

Anita: Ga nog even zitten. (Aarzelt even) Laat aan Londen weten dat ik niet teken. Ik treed volgen seizoen niet op. Hoe het resultaat bij professor Boeks ook mag wezen.

Dario:: (Geschrokken) Anita!…Waarom?

Anita: Ik zing niet na Manteau. Begrepen?

Dario:: Goed dan. Tja…Ik stuur dadelijk nog een mail. Goed?

Bob: (Klopt aan en komt op) Mijnheer Baks madam.

Anita: A…Goed. Laat binnen Bob.

Bob: Zeker madam.

Anita: Die loopt op het juiste moment in de fuik.

Jacques: Goede morgen mevrouw.

Anita: Goede morgen Jacques. Je kent mijnheer Dario toch?

Jacques: Ja zeker. Hoe maakt u het?

Dario:: Dank u.

Anita: Gaat zitten Jacques. Mimi is even weg. Ze vroeg of je tien minuten wilde wachten.

Jacques: Dat zal mij in dit charmant gezelschap niet lastig vallen.

Dario:: Dat hangt er van af.

Jacques: Pardon?

Dario:: Ik heb ooit een kwartiertje gesleten in het gezelschap van een mooie charmante vrouw, die ik mijn ergste vijand niet toewens.

Anita: Dario je gaat nu in tegenwoordigheid van zo een prille jongeling je amoureuze perikelen niet uit de doeken doen. Want ik vrees dat dan de censuur er aan te pas zou komen.

Dario:: Dan ga ik maar. De zware taak uitvoeren die u op mijn schouders hebt gelegd.

Anita: Ach doe niet zo dramatisch…ander en beter zeg ik maar.

Dario:: Vaarwel mijnheer.

Jacques: Goede morgen nog mijnheer.

Dario: (Aarzelt) Dus je bent echt zeker Anita? Dan ga ik maar. Tot ziens.

Anita: Sterkte Dario

Jacques: Gelukkige kerel. Altijd in het bijzijn van een elegante vrouw te mogen zijn.

Anita: O lala…het valt niet mee hoor om manager van een grillige ster te zijn.

Jacques: Dacht u dat ik het niet zou aandurven?

Anita: Jawel. Natuurlijk wel, dit is een eigenaardig samenloop. Ik heb Dario net geadviseerd om een contract te teken met Irene Manteau.

Jacques: Manteau!?

Anita: Een opkomende ster, achttien jaar jonger dan ik en met een gouden toekomst.

Jacques: En heeft hij dat aanvaard?

Anita: Zijn “zware opdracht”. Hij is onderweg om alles te bevestigen nadat ik hem een salarisverhoging van vijfentwintighonderd € geweigerd heb.

Jacques: Tweeduizend vijfhonderd € opslag? Wat verdient hij dan wel bij u?

Anita: Veertigduizend € plus zijn percentage op de recettes en de merchandising.

Jacques: En hij laat dat lopen?

Anita: Hij kan zich verbeteren bij Manteau en niet onbelangrijk.

Jacques: (Ruikt zijn kans) Verbeteren! Alleen al de kans om iedere dag in uw nabijheid te kunnen zijn zou voor mij al…

Anita: Moet je eens tegen Mimi zeggen. Zij kan je inlichten over mijn wispelturige humeur.

Jacques: Och…Mimi!

Anita: Wat is er? Hebben jullie woorden gehad?

Jacques: Neen, dat niet.

Anita: En daarbij, tenslotte is Dario ook maar een man, Manteau een kokette jonge vrouw en ik zoetjesaan een oude zeur.

Jacques: (Werpt nu al zijn charmes in de strijd en gaat op veroveringstocht) Een vrouw is zo jong als ze zich voelt.

Anita: Een uitvlucht voor vrouwen die de middelbare leeftijd naderen. Maar mannen, en zeker jonge mannen, denken daar anders over.

Jacques: Ik niet. Ik ben…

Anita: De uitzondering die de regel bevestigt?

Jacques: Ja! Die uitzondering ben ik!

Anita: Vleier.

Jacques: (Op één knie) God… Nita, speel niet met me…

(Bij deze woorden verschijnt Mimi in de tuindeur)

Wat betekenen een paar jaar leeftijdsverschil tegenover jouw charme, jouw genie…

Anita: Ach jongen…

(Mimi gaat een stapje terug zodat ze onzichtbaar blijft voor Jacques en Anita)

Jacques: Samen de wereld rondtrekken Nita. Wij samen. Jij je triomfen vierend, en ik die daarvan getuige mag zijn, en je zaak behartigend. Ooo …Nita, geef mij die kans! Je zult er nooit spijt van hebben. Ik zal je slaaf zijn, aan je voeten liggen…Nita!

Anita: En Mimi?

Jacques: (kleinerend) Hoe kan je zo een onnozel bloem in knopje vergelijken met een bloeiende roos als jij. Nita! Vanaf de eerste dag dat ik jou gezien heb voelde ik dat jij de vrouw was (Wil haar handen grijpen)

Anita: En waarom is het jou nu precies te doen? Om mij? Om Dario’s baantje? Of…om die duizendvijfhonderd € schulden die je gemaakt hebt bij het gokken?

Jacques: Wat? Hoe?

Anita: Valt je tegen hè. Dat ik zo goed op de hoogte ben. Krijg ik nog een antwoord?

Jacques: (Probeert de meubels te redden) Ik ben geen gigolo!

Anita: Daar vond ik je anders precies het type voor. En dacht je nu werkelijk mij te kunnen inpalmen met je domme praatjes? Daarvoor ben je een veel te slecht komediant.

Jacques: Maar ik verzeker je…

Anita: Wou je met mij soms hetzelfde spelletje spelen als daar in Londen. Ga daar zitten. Vijftienhonderd € heb je nodig hè? Geef antwoord!

Jacques: Hier is het geld mits je deze verklaring tekent dat je dit geld hebt ontvangen in ruil voor je vertrek uit deze stad voor morgenavond en dat je mij oneerbare voorstellen hebt gedaan waarop ik niet ben ingegaan. Hier teken.

Jacques: (Neemt overdonderd de vulpen aan) Goed ik zal het doen.

Mimi: Steekt dat geld maar weer weg mama. (Tot Jacques zacht en dreigend) Weg jij!

Jacques: Verdomme…is dit een opgezette val!

Mimi: Weg!

Jacques: (Af via tuin)

Mimi: (Zakt huilend in elkaar)

Anita: (Omhelst Mimi) Doet pijn hè mijn meisje zo een teleurstelling. Huil maar uit bij je moeder.

Mimi: Mama o mama ik hield van hem. Het was zo afschuwelijk!

Anita: Ik had het je zo graag bespaard mijn kind. Maar het was beter zo! Je moest hem zien zoals hij is.

Mimi: Wat bedoel je? Wist je dat ik daar stond?

Anita: Ik zag de weerspiegeling van je jurk in het spiegelglas van de tuindeuren.

Mimi: En toch…

Anita: Speelde ik mijn rol verder. Het was heel moeilijk te weten dat mijn eigen kind daar stond en mij, af was het voor heel kort, van het laagste van het lage verdacht.

Mimi: Ik dacht dat ik in elkaar zou zakken toen ik jou daar zo met hem…En jij hebt dat allemaal voor mij gedaan mama.

Anita: Ik ben toch je moeder. Wij hebben elkaar terug gevonden hè mijn kindje?

Mimi: Ja, en straks moeten wij elkaar terug verliezen. Blijf bij ons. Laat ons nooit meer alleen!

Anita: Ik wou dat ik het kon kindje…

Mimi: Maar waarom? Uw plaats is hier bij ons.

Anita: Maar ook daar. Ik wou dat ik het je duidelijk kon maken Mimi. Maar alleen iemand als ik kan dat begrijpen. En jij bent zo niet. Goddank!

Mimi: Ben je daar blij om?

Anita: Ja. Ik heb vaak gebeden dat mijn kinderen gespaard zouden blijven van wat ik geleden heb.

Mimi: U …Geleden?

Anita: Ja, geleden. Je kunt je niet voorstellen als je hart verknocht is aan de muziek en toch de liefde te voelen voor een man, kinderen…

Mimi: Dan had je niet mogen trouwen!

Anita: Misschien niet. Maar ik hield zo veel van je vader We waren zo gelukkig. Eerst samen, dan met jullie.

Mimi: En was je dat niet voldoende?

Anita: (Zucht) Het verlangen bleef schrijnend. Kind, ik wou het je leren begrijpen. Maar wat weet jij van de betovering van de scène. Van de sfeer die zich in alle poriën dringt. Ik heb eens in de memoires van een grote actrice gelezen dat na haar afscheid de uren tussen zes en acht de zwaarste waren. Dan moest ze zich geweld aan doen om niet voor de spiegel te gaan zitten, zich te grimeren en zich op te laden voor de grote ontlading.

Ik heb dat ook meegemaakt. Het begon met de geboorte van Ronny. Ik vocht er tegen. Maar het werd sterker en sterker. Ondragelijk. Toen heeft je vader gedaan waar ik hem nooit dankbaar genoeg voor kan zijn. Hij heeft mij de vrijheid terug gegeven.

Mimi: En jij nam dat offer aan?

Anita: “Ter wille van onze liefde moet je terug gaan. Als je hier blijft komt de tijd dat je ons gaat haten” Dat heeft hij toen tegen mij gezegd. (Stilte) Dat heb ik nog nooit aan iemand verteld. Mimi, ik zou zo graag hebben dat jij mij begrijpt.

Mimi: Ik probeer het maar het is moeilijk. Alles zou zo anders zijn als je bij ons blijft. Ik heb u zo nodig. Juist nu.

Anita: Ik blijf nog een tijd bij jullie. In elk geval genoeg om je door de moeilijkste tijd heen te helpen.

Mimi: En dan?

Anita: Komt er natuurlijk iets veel mooier in je leven, waardoor je mij niet meer nodig hebt.

Mimi: Na vandaag zal ik u altijd nodig hebben.

Anita: Je bent een schat!

( Frank en Sonja op langs tuindeur)

Sonja: Wel. Wel. Wat een mooie verbondenheid tussen moeder en dochter. Goede morgen. Het lijkt wel of jij gehuild hebt Mimi.

Mimi: Ik heb barstende hoofdpijn.

Anita: Ga maar een uurtje rusten. Ik zal mee gaan om je onder te stoppen en een Aspirientje geven. Je excuseert ons hè Sonja?

Sonja: Natuurlijk.

Anita: Tot strak. Kom Mimi.

Mimi: Nog eengoede morgen tante Sonja.

Sonja: Word maar snel beter.

(Anita en Mimi af)

Sonja: Wat een harmonie zo plots? Ze schijnt er zelfs in geslaagd te zijn om Mimi in te palmen.

Frank: Je zou mij een plezier doen Sonja, als je op een andere manier over Nita zou praten.

Sonja: Natuurlijk trek je weer partij voor haar.

Frank: Dat is niet eerlijk Sonja!

Sonja: Waarom ben je gisterenavond niet gekomen?

Frank: Ik kon onmogelijk weg en zag geen kans om je ongemerkt bericht te sturen.

Sonja: Je had vanuit je kantoor kunnen bellen. Maar het was zeker de moeite niet waard.

Frank: Dat weet je wel beter Sonja.

Sonja: Bewijs mij dat dan! Toe Frank! Neem een besluit? Je hebt het al een maand uitgesteld En ik heb gewacht. Gewacht tot ik er gek van werd! Ik kan niet meer.

Frank: Sonia alstublieft beheers je! Als Nita terug komt…

Sonja: Dan weet ze tenminste hoe ze er voorstaat en kunnen we het uitpraten. Toe Frank, begrijp toch dat het zo niet langer kan! Vandaag gaat ze voor een beslissend gesprek naar Boeks. Als er echt wat mis is zal ze nooit meer optreden. Maar blijkt het niets te zijn dan…Het is nu het gepaste moment Frank.

Frank: Ik kan niet Sonja.

Sonja: Frank!

Frank: Ik vind het pijnlijk het je te zeggen. Daarom heb ik er zolang mee gewacht. Noem het lafheid als je wilt. Het is zo moeilijk uit te leggen.

Sonja: Laat maar. Ik wist al dat ik verslagen was die eerste dag dat ze met ons speelde als kat en muis. En toch laat ik je niet los Frank. Ik kan je niet missen. En jij mij ook niet. Ik kan jou geven wat zij je onthoudt; liefde, rust, huiselijkheid…(Stilte) Frank! Antwoord. Zeg iets!

Frank: Sonja, je hebt mij in het voorbije jaar veel gegeven. En daar zal ik je altijd dankbaar voor zijn. Ik zal nooit de avonden bij jou vergeten, de heerlijke rust die van je uitging. Je warme vriendschap van de eerste tijd.

Sonja: Vriendschap!

Frank: Maar sinds Nita thuis is weet ik dat ik gedwaald heb. Dat er voor mij altijd maar één vrouw zal zijn. Dat met ons was een vergissing van mijn kant. Ik kan mij niet van Nita losmaken. (Stilte) Nu weet je het.

Sonja: Ja ik weet het. En straks gaat zij terug de aap uithangen en jij blijft alleen. Alleen en op de tweede plaats.

Frank: Ja, ik zal weer alleen zijn. En wachten. Zoals ik al die jaren gewacht heb. Ik kan niet anders.

(Anita op)

Anita: Zo. Ze ligt er in, de lieverd. Zeg wat staan jullie daar raar. Gaat toch zitten Sonja. Kopje koffie?

Sonja: Neen, dank je. Ik heb thuis al…(Aarzelt) We moeten eens praten Nita.

Anita: Dat kan. Ik heb de tijd. Vertel. Wat ligt er op je hart?

Sonja: Kom er bij zitten Frank. Het gaat om ons alle drie.

Frank: Sonja! Ik moet je echt verzoeken…Het is nu niet de moment. Nita staat voor een belangrijke beslissing en zij moet die in alle rust kunnen nemen.

Anita: Oooo Wees niet bezorgd lieve… Ik ben gewend om met emoties om te gaan. Ze doen mij meer goed dan kwaad.

(Bob klopt aan en komt binnen)

Bob: Mijnheer Cuypers wou u spreken mijnheer.

Frank: Cuypers? Dat is waar ook. Maar ja…Laat mijnheer in mijn werkkamer en vraag hem even geduld te hebben Bob. Ik kom dadelijk.

Bob: Zeker mijnheer.

Anita: Ga maar Frank…

Frank: Maar ik kan toch niet…

Anita: Ik zou het op prijs stellen om even met Sonja onder vier ogen te praten.

Frank: Ja, maar…

Anita: Je doet er mij een groot plezier mee lieverd.

Frank: Goed…Als jij dat beter vindt. (Af)

( Op dat moment hoort Anita op de achtergrond een uitschieter van een muziekinstallatie die een van haar nummers speelt. Anita luistert even glimlachend en zet zich dan bij Sonja)

Anita: Je wou mij spreken Sonja?

Sonja: Het heeft eigenlijk weinig zin nu Frank door jou is weggestuurd.

Anita: Waarom onnodig pijn doen bij het bespreken van een zaak die eigenlijk ons aangaat. Of dacht je dat ik blind was? Speel liever open kaart.

Sonja: (Spuwt het hoge woord er uit) Ik hou van Frank en hij van mij.

Anita: En?

Sonja: Je moet hem vrij laten Anita. Je moet. Je hebt niet het recht hem langer te binden…

Anita: Recht!? Wij zijn tweeëntwintig jaar getrouwd en hebben twee volwassen kinderen. Enige rechten heb ik dus wel.

Sonja: Die rechten heb je verspeeld door hem alleen te laten. Door alleen maar nu en dan een beetje te komen spelen alsof je een gunst bewees.

Anita: Heeft Frank je dat zo verteld?

Sonja: Neen, daarvoor is hij te veel een gentleman. Hij heeft je altijd gespaard. Maar mijn gevoel zegt mij dat jij hem gebrek hebt laten lijden. Hem alles hebt onthouden waarop een man recht heeft.

Anita: Heb jij hem dat dan gegeven?

Sonja: Wat wil je daarmee zeggen?

Anita: Ben jij zijn …vrouw. Zijn minnares?

Sonja: Hoe durf je!

Anita: Dat is geen antwoord.

Sonja: Waarvoor neem je mij! Een hoer? Ik ben een fatsoenlijke vrouw!

Anita: Een fatsoenlijke vrouw…

En jij houdt van Frank. Jij beseft hoe verschrikkelijk eenzaam hij is. Jij weet hoe verlaten hij zich voelt! Jij begrijpt zijn lijden. Jij voelt wat hij ontbeert.

Maar!

Je deugdzaamheid behoud je tot na de scheiding. Je liefde bewaar je tot op de trappen van het stadhuis. Gezelschap geef je hem in gestolen uurtjes. En wat hij ontbeert bepaal jij in zijn plaats.

Als jij een vrouw zou zijn die haar deugdzaamheid met hem deelt. Als jij je liefde onvoorwaardelijk zou kunnen schenken. Als jij open en bloot, dag in dag uit, je gezelschap, je hart je liefde en je deugdzaamheid onvoorwaardelijk aan mijn man zou geven. Dan! Dan zou jij beter zijn dan ik. Dan zou Frank geen moment twijfelen. Dan zou jij de engel zijn die hij verdient. En dan….Dan zou ik mij terugtrekken in het besef dat hij beter af is zonder mij.

Maar nu! Gezelschap geef je in gestolen uurtjes. Deugdzaamheid gebruik je als een wortel. En om je liefde te krijgen moet hij eerst anderen verloochenen. En als ik mij vergis. Als jij al die deugden in overvloed bezit. Waarom deelde je die dan niet met je eerste man? Waarom wil je als een dievegge het geluk van anderen stelen. Om jezelf een herkansing te geven ten koste van een ander? Als je kost wat kost een herexamen wil doe dat dan met iemand die vrij is en laat een gezin waar je tussen wringt met rust.

Weg jij!

Sonja: Zo. En dat noem jij een zaak die alleen ons aanbelangt. Niet jij. Niet ik. Maar alleen Frank heeft hierin te beslissen. En één ding weet ik zeker. Als jij niet zo ziek bent als je voordoet. Als jij terug de grote “De Groot” gaat spelen Als jij je roeping terug gaat volgen. Dan is Frank van mij. Voor eens en altijd. Good luc.

(Anita leunt vermoeid tegen de zetel. De muziek op de achtergrond is afgelopen. Ronny komt op.)

Ronny: Zeg mama die nummers van jou zijn eigenlijk toch wel machtig.

Anita: Ach jongen…Hoe kom je aan die CD, die is nog niet nog niet te krijgen.

Ronny: Van Bob geleend. Ik wou toch het verschil eens horen tussen jou en de X girls.

Anita: En het is je blijkbaar bevallen.

Ronny: Als je terug beter bent geef je toch eens een huis show hè. Of een repetitie met publiek hè. Alstublieft! Om er terug in te komen Dan kan ik al mijn vrienden vragen. Toe? Doe je het?

Anita: Ach als ik weer kan? Wie weet wat de toekomst nog brengt.

Ronny: Dat komt allemaal terug goed mama. Reken daar maar op.

Anita: (Begint te wenen) Jullie zijn zo lief voor mij.

Ronny: Hè…mama? Wat is dat? Niet beginnen snotteren hè. Dat is niets voor jou.

Anita: Let er maar niet op. Ik ben een beetje crazy. Maar als je zou begrijpen wat er allemaal op het spel staat!

Ronny: Maar voor ons ook.

Anita: Voor jullie kan de spanning nooit zo erg zijn als voor mij.

Ronny: Dat denk je maar. Als alles in orde is met je gezondheid dan is dat natuurlijk tof, en zijn wij natuurlijk blij voor jou. Maar dan ga je na een tijdje weer weg en dat is voor ons tenminste een beetje vervelend.

Anita: Lief om dat zo te zeggen. Vind je het echt vervelend als ik weg ga?

Ronny: Natuurlijk. Stel geen stomme vragen. Wat is hier eigenlijk aan de hand?

Anita: Wat bedoel je?

Ronny: Och… Ik weet het niet. Dat jij een tikje nerveus bent begrijp ik. Maar Mimi ziet er uit of de wereld naar de knoppen gaat. En daarstraks zag ik papa zijn werkkamer insluipen als een rotte mossel.

Anita: Voor Mimi is de wereld ook ingestort. Tijdelijk tenminste. Je moet haar niet te veel plagen Ruddy, heb een beetje geduld met haar.

Ronny: Gedonder met die slijmbal?

Anita: Als je Jacques bedoelt? Die is uit de huiselijke kring verwijderd. Dat klinkt iets eleganter.

Ronny: A ha daar kan ik haar alleen maar mee feliciteren. Maar dat trekt papa zich toch niet aan?

Anita: Ronny?…Zou je het erg vinden als je tante Sonja hier nooit meer zou zien?

Ronny: A haaa. Dat is het. Dan heeft Mimi toch gelijk gehad. (Kijkt Anita aan en geeft haar een klinkende zoen.) Ik heb maar één mama.

(Frank op)

Frank: O…is euh…

Anita: Ronny, zou jij aan Bob willen vragen om over een kwartiertje de wagen voor te rijden?

Ronny: Ja, natuurlijk.

Anita: Het is misschien gek voor dat stukje, maar als…dan loop ik liever niet over de straat…

Frank: Zal ik met je meegaan?

Anita: Dat is lief van je, maar daar moet ik alleen door. Je neemt het toch niet kwalijk?

Frank: Ik, jou iets verwijten? Net of ik daar recht toe zou hebben…

Anita: Frank je moet daar niet zo zitten alsof…als iemand die schuldig is.

Frank: Ik heb schuld Nita…je weet het.

Anita: Ja. Ik heb met Sonja gesproken.

Frank: En ik greep het kleinste excuus om weg te lopen…

Anita: Dat was het verstandigste dat je ooit gedaan hebt. Twee vrouwen en één man…een situatie uit een stationsromannetje…maar dit is geen blijspel. Waarom zeg je niets Frank?

Frank: Wat moet ik zeggen? Waarom zou jij je opwinden vlak voor die belangrijke consultatie? Laten we dit vanavond bespreken, of morgen, wanneer je wilt.

Anita: Neen juist nu moet het uitgepraat worden…voor ik meer weet.

Frank: Zoals je wilt.

Anita: Ik heb met Sonja gesproken en haar gezworen dat ik je nooit zou opgeven. Maar ik ben ook geschrokken van mijzelf. Ik heb geen enkel recht jou iets te verwijten.

Frank: Nita?

Anita: Begrijp mij niet verkeerd. Ik bedoel niet dat ik ook…Ik ben je trouw gebleven Frank, altijd, hoe moeilijk het soms ook was. De verleiding was soms erg groot, ik was jong, mooi en temperamentvol. Maar jij, de kinderen en jouw offer…

Jarenlang heb jij jezelf weggecijferd voor datgene wat voor mij onmisbaar was, nooit iets voor jezelf gevraagd. Nu heb jij het recht om te kiezen. Ik heb zelfs het recht om terug te vechten verspeeld.

Frank: Ik heb gekozen Nita. Vlak voor jouw gesprek met Sonja daarstraks heb ik haar gezegd dat ik mij van jou niet wilde losmaken en heb ik definitief met haar gebroken.

Anita: Dan heeft ze gelogen! Och… Ik zou het in haar plaats misschien ook gedaan hebben. Frank weet je zeker wat je doet? Zij houdt van je op een manier die niet de mijne is, maar ze kan je geven wat je bij mij moet missen. Een rustig, elke dag terugkerend geluk.

Frank: Ik begeer dat niet sinds jij weer in de nabijheid bent. Ik begrijp dat voor mij de strijd die ik al zeventien jaar strijd weer begint. Want het is zwaar geweest Nita, al heb ik altijd mijn best gedaan het je niet te laten merken. Die maanden van eenzaamheid en verlangen. Maar ieder keer dat je hier als een bonte vlinder neerstreek bracht je kleur en zon in mijn leven. En dat gaf mij kracht om vol te houden.

Toen kwam Sonja in mijn leven, juist in een periode die mij kwetsbaar maakte. Jij zou voor een jaar wegblijven en de vriendschap die zij mij bood was een grote steun voor mij. Ik voelde dat haar gevoelens veranderden en ik begon te geloven dat ik ook.

Maar vanaf het moment dat jij weer terug was besefte ik dat ik mij vergist had, wat ik voor liefde had gehouden was alleen het najagen van een droom…een droom die ik met jou nooit had verwezenlijkt.

Anita: En die we altijd zullen koesteren, misschien later als we oud zijn…

Frank: Je bent wreed Nita.

Anita: Misschien, maar ik kan niet anders. Ik wil mij niet beter voordoen dan ik ben! Ik kan er niet buiten. Hier zou ik verstikken, je gaan haten, jou en de kinderen. Ik zou een alledaagse vrouw en moeder worden en dat haat ik. O... het spijt mij Frank.

Frank: Och…ik ken je goed genoeg om te weten dat je dat zo niet bedoelt. Je hebt al wel lelijker dingen gezegd. Jij bent mijn vrouw Nita. Ik hou van jou.

Anita: Frank…

(Bob klopt aan en komt binnen)

Bob: De auto staat voor mevrouw.

Anita: Dank je, ik kom.

Anita: Ik ga dan Frank.

Frank: Wil je echt niet dat ik mee ga? Succes lieverd.

Frank: (Loopt onrustig heen en weer) (De telefoon gaat) Hallo, Verschueren. ( Schrikt) Neen, Sonja…het heeft geen enkele zin. Ik vind het erg voor jou maar het is nu eenmaal zo…Ik zal met je komen praten vanavond, morgen als je wilt, maar kom niet hier... Sonja? …Sonja! (Legt de hoorn terug)

Catrien: Is madam weg, mijnheer?

Frank: Ja.

Catrien: Is ze alleen?

Frank: Ze wou er niemand bij hebben.

Catrien: Echt iets voor haar. Ze is altijd zo moedig. Ik ben ongerust mijnheer.

Frank: Rustig maar Kaatje. Het zal wel goed komen.

Catrien: Zeg eens eerlijk mijnheer. Hoopt u echt dat het daar goed voor haar loopt bij die professor?

Frank: Ik weet het niet Kaatje Het zit allemaal zo dubbel.

Catrien: Ik ook niet mijnheer.

Frank: Jij Kaatje?

Catrien: Ze is hier nodig. Ik doe mijn best maar ik ben oud en…ik kan niet meer recht maken wat krom trekt.

Frank: Luister eens Kaatje. Ik heb de laatste tijd in die trouwe ogen van jou wel eens verwijten gelezen. Wil je mij geloven dat daar geen reden toe is?

( Sonja komt overstuur langs de tuin)

Catrien: (Kijkt verwondert en terwijl ze af gaat) Ik hoop het.

Frank: Sonia ik heb je toch gezegd…

Sonja: Ik laat mij niets zeggen. Ik moest hier komen. Ik zag haar wegrijden. Frank ik wil jou niet verliezen. Ik hou zo van je. Ik zal je gelukkig maken, gelukkiger dan zij ooit gedaan heeft.

Frank: Kom probeer je te beheersen. Het is hard Sonja. Maar ik kan er niets aan veranderen. Ik heb mij vergist. Mij treft alle schuld. Sonja je bent nog jong. Ik ben vijftien jaar ouder dan jij.

Sonja: Wat doet dat er toe. Jij bent de enige man van wie ik ooit gehouden heb. Mijn huwelijk was een mislukking, de herinnering er aan een nachtmerrie. Je hebt mij soms verweten dat ik te koel was, met jou speelde. Ik durfde niet toegeven aan mijn liefde voor jou omdat ik bang was dat je mij zou minachten. Maar nu weet ik dat het verkeerd was. Frank ik wil van jou zijn, van jou alleen. Kom vanavond en blijf. Blijf vannacht Frank.

Frank: Sonja, waarom heb je jezelf dit niet bespaard. En mij.

Sonja: (Alsof ze een slag in het gezicht kreeg) Ik begrijp het. Ik schaam mij (Gaat weg)

Frank: Ga zo niet weg Sonja. Ik zal altijd met dankbaarheid en achting aan je terug denken. Wees niet zo wanhopig.

Sonja: Laat mij gaan. Vaarwel! Je zult geen last meer van hebben. Ik ga weg uit deze stad. Morgen al…

Frank: Wat ben je van plan?

Sonja: Ooo, maak je niet ongerust. Geen zelfmoord. Melodrama ligt mij niet. (Af tuin)

Mimi: (Op) Ik zag tante Sonja net aan het raam voorbij schieten alsof er een spook achter haar aan zat.

Frank: Zo…

Mimi: Is er iets papa? Je doet zo…

Frank: Je zult tante Sonja hier niet meer zien Mimi.

Mimi: (Vliegt hem dolgelukkig om de hals en begint te huilen) Ooooo papa…

Frank: Gekke meid…moet je daarom nu weer huilen.

Mimi: Ja, idioot hè. Heeft mama het al verteld?

Frank: Wat lieverd?

Mimi: Er is nog iemand die we nooit meer zullen terug zien.

Frank: Is het…tussen jou en Jacques? (Neemt haar liefdevol in de armen) Het gaat voorbij mimi, die pijn gaat voorbij.

(Uit de tuin komt Ronny fluitend op)

Ronny: Mama nog niet terug?

Frank: Dat zou wel erg vlug zijn.

Ronny: Ellendig dat we niet kunnen hopen op wat moeder zo graag wilt.

Mimi: Ronny! Jij misschien wel egoïst die je bent! Wou je mij wijs maken dat je blij zou zijn als moeder over twee maanden haar koffers pakt en weer gaat zwerven.

Ronny: Voor haar zou ik het fijn vinden, zoals iedereen met maar een beetje sportiviteit in zijn body. En jij mag je neus wel eens poeieren het lijkt wel een gloeilamp.

Mimi: Bedankt schoft…

Frank: Kom, kom. Kinderen!

Mimi: En jij papa? Ben jij…sportief?

Frank: Ik ben bang dat ik een ouwe egoïst word kinderen.

Ronny: Kunnen we die pil niet bellen?

Mimi: Ben je gek! Wat ga je zeggen?

Ronny: Vragen of ze er nog is?

(Anita stormt binnen stralend van geluk, groet het kleine publiek en geeft een korte jubelende intro van haar laatste nummer)

Anita: Ik kan weer optreden!

Ronny: Tof mam…reusachtig.

Anita: (Tot Frank en Mimi) En jullie dan? Zijn jullie niet blij?

Frank: Maar liefje laat ons eerst de tijd…

Mimi: Waarom moeten wij blij zijn? Dat we je weer gaan verliezen. Jij staat te juichen tegen ons of wij niet meer dan een paar van je stomme fans zijn.

Anita: (Wil iets zeggen maar krijgt de kans niet)

Frank: Mimi!

Mimi: Laat mij uitspreken papa! Jij vindt het even erg als ik. Nog geen uur geleden was zij een moeder die van mij hield. En nu moet ik haar weer verliezen! Wij tellen niet mee voor haar. Zij denkt alleen aan zichzelf. En…Ik kan niet blij zijn! (Met slaande deur af)

Anita: Maar Mimi! Wacht!

Frank: Je moet je niet aantrekken wat ze zegt. Ze is nog overstuur…

Anita: Maar ze heeft gelijk, ik was zo gelukkig. Maar…

(Dario gehaast op)

Dario:: Lieve mensen, neem mij niet kwalijk dat ik zo binnen val, maar ik moet je onmiddellijk spreken Anita.

Anita: Wat is er?

Dario:: Je moet dat contract met Werchter tekenen. Ze willen jullie niet alle twee. Ze willen niet voor Manteau en De Groot betalen. Slecht voor één van beide.

Anita: Ik zal dat contract niet tekenen Dario.

Dario:: Betekent dat? Ben je bij Boeks geweest?

Anita: Ja, geef maar door aan de pers dat ik niet teken.

Dario:: Anita!

Frank: Maar Nita!!

Ronny: Mama!!!

Dario:: Daar ben ik kapot van, daar heb ik geen woorden voor…Is dat onherroepelijk?

Anita: Ja, dat contract teken ik niet! Maar wacht nu eens even laat mij nu eens even uitspreken. Ik heb een besluit genomen maar ik wil dat maar één keer uitleggen. Bel even voor Trientje en Bob Frank. En ga jij je zuster halen Ronny.

Frank: Nita, dat mag je niet doen…

Anita: Stil toch Frank of ik word gek en doe misschien gekke dingen. Mijn besluit staat vast. Heb nog even vertrouwen in mij. Alstublieft!

(Catrien en Bob komen binnen)

Mimi: (Komt binnenstormen) (Omhelst Anita) O... mama dat mag je niet doen! Niet om die domme woorden van daarnet. Toe teken nu maar ik zal er nooit meer op terug komen.

Anita: Stil nu maar liefje. Luister nu eens allemaal en laat mij uitspreken. Om te beginnen stop ik niet met zingen. Dat is mijn definitief besluit.

Dario: Ja…maar!

Anita: Stop Dario. Ten tweede repeteer ik uitsluitend nog hier in de stad. Het is aan Dario om dat te regelen. ( Ronny juicht) En ja, Ronny mag met zijn vrienden naar de repetities komen.

Ten derde wil ik hier in de tuin een eigen studio laten bouwen zodat ik niet meer weg moet voor opnames. Ook hier doe ik beroep op jouw vakkennis Dario.

Ten vierde, als ik op deze manier door ga ben ik binnen de vijf jaar volledig opgebrand zoals Drona in Roskill heeft moeten meemaken. (Even stil) Daarom doe ik geen tournee meer. (Dario protesteert) Ik doe nog uitsluiten een lente en een herfstshow maar wel telkens in een ander land. Dus nog uitsluitend die twee optredens per jaar Dario. Je gaat minder werk hebben doordat er geen tournee meer moet gepland worden, maar in het begin nog wel veel werk met die nieuwe studio en repetitiezaal.

Dario:: En je TV werk dan? Zonder TV kun je het vergeten.

Anita: Nog uitsluitend een enkele keer als promotie of ter vervanging van een live show, en dat alleen als Frank akkoord is om mee te gaan. Wat denk je lieverd.

Frank: ( Omhelst Anita) Nita De Groot heeft het weer voor elkaar gekregen. Kom hier! (Zoen, applaus van de rest en…)

Doek

------------------

Andere werken hier te lezen

"Amor op wielen" komedie avondvullend Hilda Vleugels en Raymond Goovaerts

"Op drift" Docudrama eenakter Raymond Goovaerts

“De Grote de Groot” avondvullende komedie door Raymond Goovaerts

Deze toneelstukken zijn auteursrechtelijk beschermd. Het wordt u ter lezing aangeboden. Niets van de inhoud mag worden gebruikt zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur. Wie dit stuk wil opvoeren dient contact op te nemen met de auteur. Goovaerts Raymond Elektriciteitstraat 31b401 2800 Mechelen 015/55.72.59

Uw dienaar,

Oberon I van Mechelen



  • Comments(0)//eigenstukken.amateurtoneel.be/#post1

Amor op wielen

AMOR OP WIELENPosted by Goovaerts Raymond Mon, December 26, 2016 10:50:52

Dit toneelstuk is auteursrechtelijk beschermd. Het wordt u ter lezing aangeboden. Niets van de inhoud mag worden gebruikt zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur. Wie dit stuk wil opvoeren dient contact op te nemen met de auteurs.

Voorgeschiedenis:

In 1998 maakte ik kennis met Hilda Vleugels naar aanleiding van de opvoering van haar toneelstuk " Een moordgriet".

Uit deze kennismaking groeide het idee om samen een stuk te schrijven waarin een gehandicapte de hoofdrol speelt.

En het resultaat daarvan is:

"AMOR OP WIELEN"

Een avondvullende komedie in drie bedrijven

voor 4 mannen en 5 vrouwen

door Hilda Vleugels en Raymond Goovaerts

Wat is er speciaal aan dit stuk?

Eerst en vooral het feit dat een vrouw de hoofdrol speelt. Hilda Vleugels heeft dat gegeven tot haar specialiteit gemaakt en is niet aan haar proefstuk op dat gebied. Dat ze meer met dat bijltje hakt en ervaring heeft voel je duidelijk.

Ten tweede, de hoofdrol is een gehandicapte. Dat is een zeldzaam gegeven . De rol kan zowel door een valide als een gehandicapte worden gespeeld.

Ik ben zelf gehandicapt en heb een gehandicapte dochter .

Daardoor zijn alle situaties levensecht . Als gehandicapte heb ik ook dagelijks te maken met de administratie zoals beschreven. Het personage van sociaal assistente is erg herkenbaar voor alle betrokkenen. De nieuwste technieken komen aan bod met hun voor en nadelen. En dat alles wordt gekruid met een ongeëvenaard gevoel voor humor en een pittig taalgebruik.

Een stuk met als protagonist een gehandicapte .

En in de hoofdrol een vrouw.

Twee zeldzame eigenschappen.

Dat samenspel maakt dit stuk erg interessant.
--------------------------------------------------------------------------------------------

PERSONAGES

VALERIE DE BATSELIER : Fysisch gehandicapt meisje in rolstoel. +/- 20 jaar. Door zuurstoftekort bij de geboorte zijn haar benen verlamd. Vrolijke flapuit. Actief en vinnig. Extrovert en ad rem. Bereddert het huishouden.

MAURICE DE BATSELIER : Haar vader. Weduwnaar. Romantisch en gevoelig. Snel ontvlambaar voor vrouwen. Beïnvloedbaar. Extrovert.

MYRIAM : Bruisende vriendin van Valerie. Studente.

BETTY : Veertiger. Liefje van Maurice. Stroperige, hautaine en wraakzuchtige vrouw.

SAMANTHA : Dertiger. Knap en levendig dametje met veel sexappeal. Type dom blondje.

MARILOU DELACROIX : maatschappelijk assistente. Dertiger. Goedlachs, gedienstig, bijdehand, weerbaar en kordaat. Eerder gereserveerd en op afstand.

KEVIN : Sympathieke postbode. Knappe, vrolijke, vlotte jongeman met gevoel voor humor.

PIERRE CLAES : student. Macho met Ferrari, GSM en dikke bankrekening van zijn vader. Een geslepen rokkenjager.

BILLY : Klunzige, ongemanierde computerfreak. Zo heet als een smeltoven en zo zot als een voordeur. Doet ALLES om aan een lief te geraken.
-----------------------------------------------------------------------------------------

KORTE INHOUD

Valerie zit in een rolstoel, is bijdehand en enorm goed ter taal. Ze bereddert het huishouden voor zich en haar pa en is de secretaresse van de plaatselijke volleybalclub.

Net als iedere andere tiener/twen droomt Valerie van een romance, van de liefde... Voor haar ogen en zeer tegen haar zin, dwarrelt haar pa (weduwnaar) probleemloos van het ene liefje naar het ander. En Valerie werkt ze één voor één buiten. Maar als haar beste vriendin ook nog komt kwijlen over haar nieuw lief, is bij Valerie de maat vol. Zij wil ook een lief!

In een zotte bui zet ze - samen met haar vriendin - een gekke annonce op Internet...

De nieuwe postbode blijkt een vriendelijke jongen te zijn. Maar als Pierre, een keiknappe bink (a.h.w. een gekloonde Boyzoner:-)) zich komt inschrijven in de volleybalclub en bovendien nog een "gezonde" interesse betoont voor Valerie, slaan haar hormonen op hol. De postbode en haar vriendin waarschuwen haar voor Pierre. Maar dat is boter aan de galg. Ze is tot over haar oren verliefd.

Pa heeft inmiddels een nieuw liefje: de sensuele Samantha. Het duurt niet lang of Pierre en Samantha worden betrapt op een slippertje. Valerie's teleurstelling is groot. Toch twijfelt ze nog. Misschien was Samantha wel de verleidster en Pierre het slachtoffer?...

Na allerlei complicaties (een afgeknipte broek, een gedeukte Ferrari, een hitsige hond, enz.) blijkt toch, dat Pierre de ware niet was. En meteen kondigt zich een nieuwe kandidaat aan: Billy, een Internetfreak (met dito woordenschat). Hij beantwoordt geheel aan de eisen, die Valerie in de annonce stelde: "ruig, woeste haargroei, ooglapje, Schots rokje, doedelzak, spierballen, directeur van een melkfabriek en zo heet als een hoogoven"...

En toch weer zal blijken dat, als de nood het hoogst is, is de redding nabij is.
-------------------------------------------------------------------------------------------

DECOR Een woonkamer

Links voor: Raam, tweezit en salontafel.

Links achter: hal met onzichtbare voordeur en zichtbare haldeur.

Achter links: buffetkast met stereo en Cd's

Achter rechts: erker met links deuropening naar slaapkamer, rechts deuropening naar badkamer. Er zijn geen deuren in de deuropeningen. Ze worden afgesloten door gordijnen.

Rechts achter: trap naar slaapkamer van Maurice. Plant op staander in de hoek tussen trap en muur.

Rechts: Klapdeur(en) naar keuken. Tafel met drie stoelen.

Rechts voor: bureau met PC en telefoon, zonder bureaustoel.
---------------------------------------------------------------------------------------

Eerste bedrijf

(Op de tafel: het ontbijt voor twee personen en een lunchpakket. De bel gaat. Na enkele seconden gaat de bel opnieuw, indringender nu.)

VALERIE : (vanuit keuken) Ja zeg, ik kan niet vliegen, hè! ( op in rolstoel; zet koffiepot op de tafel, rolt gehaast naar voordeur) Als ge niet eens tijd hebt om rustig aan te bellen, waarom belt ge dan? (doet deur open; rolt achteruit om KEVIN binnen te laten) Ah! Een nieuwe postbode! Sorry dat het zo lang duurde. Mijn banden staan een beetje plat. Kom binnen! A propos, weet gij dat uw dinges daar open staat? Tocht dat niet? (KEVIN houdt vliegensvlug het pakje voor zijn gulp) En nu tocht het niet meer? Wat zit er in dat pakje? Glaswol? Kom geef dat maar hier en doe maar rustig uw broek dicht. (KEVIN geeft het pakje aan VALERIE en doet zijn broek dicht) Sorry dat ik er u zo pardoes attent op maak, maar mijn ooghoogte is een beetje lager, ziet ge. Gij zijt zo weinig van zeggen!

KEVIN : Omdat gij al vijf minuten aan stuk ratelt.

VALERIE : (lacht uitbundig) Die zit! Een-nul! Ge zijt een toffe. Kom binnen en ga zitten. Een kop koffie, een pintje?

KEVIN : Een koffie zou wel smaken. Zwart als 't kan.

VALERIE : Niet kieskeurig zijn, hè! Ik heb maar één kleur. Kom, zet u hier. Ik zal straks voor onze pa wel een andere kop gaan halen. (giet koffie in) Asjeblieft. En drink dat nu kalm uit.

KEVIN : Ik ben toch kalm! Ik ben altijd kalm.

VALERIE : Daarnet aan de bel anders niet! Belt gij altijd zo indringend aan?

KEVIN : (veelbetekenend) De postbode belt toch twee keer?

VALERIE : Onze vorige belde maar één keer, maar ja, die zijn broek stond niet open.

(Beiden gniffelen)

KEVIN : Woont gij hier alleen met uw pa?

VALERIE : Meestal wel.

MAURICE : (Op via trap. Praat zachtjes) Pst! Valerieke!

VALERIE : (zucht) Maar vandaag kennelijk weer niet.

MAURICE : Zet gij nog een extra kop bij, Valerieke?

VALERIE : Nee! Nu weeral! Pa, dat is de tweede deze maand! Kunt gij uw broek niet dicht houden, zoals iedereen?

(KEVIN verslikt zich in de koffie.)

MAURICE : Ah! Een nieuwe postbode?

VALERIE : Met een pakje. (tot KEVIN) Voor wie is dat pakje eigenlijk?

KEVIN : Voor mijnheer Maurice De Batselier.

MAURICE : Dat ben ik.

VALERIE : (tot KEVIN) Van wie is het?

KEVIN : Van postbus 502, Antwerpen.

VALERIE : (neemt pakje en rammelt er mee) Wat zit daar in?

MAURICE : (Neemt pakje uit VALERIES handen.) Daar hebt gij geen zaken mee! Dat is voor mij!

BETTY : (off set) Mauriece!

VALERIE : Kom, geeft dat klein pakje maar hier en ga boven uw groot pak maar uitpakken. (tot KEVIN) Hij brengt gewoonlijk zwaar dozen mee naar huis. Meestal vanaf maat 52.

MAURICE : Valerie, gij zijt lastig vandaag.

VALERIE : Ik ben niet lastig.

KEVIN : Wel snedig.

VALERIE : De psycholoog noemt het: een ontwikkeld taalgebruik ter compensatie van een onderontwikkeld loopvermogen.

BETTY : (off set) Mauriece!

MAURICE : Ja Bettieke! Ik kom! (tot VALERIE) Kom schatje, wees lief en dek de tafel voor drie. Ge zult zien, Betty is een fantastisch vrouw! (verheerlijkt) Zo lief, zo charmant, zo innemend.

VALERIE : (cynisch) . en zo heet. Dat waren de vorige ook.

MAURICE : Asjeblieft Valerie! Zet uw beste wieltje voor. Ik ben stapelverliefd op Betty.

BETTY : (off set) Mauriece?

MAURICE : (legt pakje op tafel) Ik kom, chouke! (dartel af via trap)

VALERIE : Een chouke! Dus weer één met kwabbende puddinglagen.

KEVIN : Waarom maakt ge het uw pa zo moeilijk? Hij heeft toch recht op zijn geluk?

VALERIE : (snibbig) Ik ook.

KEVIN : Gij geeft anders niet de indruk dat ge ongelukkig zijt.

VALERIE : Ik geef ook niet de indruk dat ik nieuwsgierig ben, terwijl ik absoluut wil weten wat er dat pakje zit. (wil pakje open doen)

KEVIN : (legt hand op VALERIE's hand) Dat is schenden van het briefgeheim. En daarbij, het is een pakje tegen rembours. Zolang het niet betaald is, ben ik er verantwoordelijk voor.

VALERIE : (lief) Gij hebt een warme hand.

KEVIN : (guitig) Gij een frisse.

VALERIE : (glimlacht) Hoeveel kost dat pakje? (legt het pakje op haar schoot)

KEVIN : 140 Euro.

VALERIE : Een momentje. Ik ga geld halen.

KEVIN : Breng tegelijk extra kopjes mee. Dat spaart uw. banden.

VALERIE : Die staan hier in de kast, pientere postduif! Wilt gij ze op tafel zetten? (af - met pakje - via keuken)

KEVIN : (terwijl hij de tafel dekt) Ik heet Kevin. Dit is mijn eerste ronde. (voor zich uit) en ik had nooit gedacht, dat ik onderweg een tafel zou moeten dekken.

(De telefoon rinkelt)

VALERIE : (off set) Wilt gij oppakken, Kevin?

KEVIN : Wie moet ik zeggen dat ik ben?

VALERIE : (off set) Verzin maar iets.

KEVIN : (Neemt aarzelend de telefoon op. Droogjes) Hallo! Residentie De Batselier. Met de butler.

(KEVIN luistert met stijgende verbazing (komische mimiek!) naar de blijkbaar doorratelende stem, tot de telefoon pardoes opgehangen wordt.)

VALERIE : (op met doosje pillen, ontzet) Viagra! Hij heeft Viagra besteld! De seksmaniak!

KEVIN : Hebt gij dat pakje open gedaan?! En dat is nog niet betaald!

VALERIE : Zwijg en zet die koppen terug in de kast!

KEVIN : Tot uw orders mevrouw. (Voert bevel uit)

VALERIE : Als hij en zijn Miss Piggy een kop willen, mogen ze die zelf pakken! Ik ben geen bordeelhoudster. Viagra verdomme! Als hij geen stijve kan krijgen, dat hij zich dan concentreert op hààr genot, maar toch geen Viagra puur en uitsluitend voor ZIJN lol?! De egoïst!

KEVIN : Mag ik er de jongedame beleefd op attent maken, dat zij de grenzen van welvoeglijkheid een klein beetje overschrijdt?

VALERIE : En wat overschrijdt mijn pa? Eh? Toch ALLE grenzen van welvoeglijkheid!

KEVIN : (giet koffie in voor Valerie, sec) Met Viagra? Enkel wat meetkundige dimensies, zoals: hoogte, dikte, lengte, omvang, inhoud. Een wolkje melk?

VALERIE : Nee, alleen twee klontjes suiker. (zet de pillen in de kast)

KEVIN : (terwijl hij suiker in haar koffie doet en het kopje omroert) A propos, uw vriendin Myriam heeft daarnet gebeld.

VALERIE : (blij) Myriam?! Wat wist ze te vertellen?

KEVIN : Euh. Ze zei: (imiteert opgewonden tiener en dito stem, met hier en daar het typisch gegiechel) "Oh! Met de butler! Heeft Valerie een butler tegenwoordig? Weer een nieuw project van het ministerie, zeker? Tof! Zeg butler, zoudt ge Valerie willen zeggen dat Myriam, haar beste vriendin, gebeld heeft? Zeg haar dat ik straks langs kom. Want ik heb KEIgoed nieuws! Ik heb sedert gisteren een lief. Wow! Een kei-knappe! Hij lijkt op Leonardo Di Caprio! Ik heb met hem gevrijd dat de slipjes in de buren vlogen. Hihihi! Ik kom het straks vertellen, binnen een half uurtje ben ik daar. By the way, vraag eens aan Valerie of ik haar rode BH eens mag lenen? Of als ze inmiddels nog iets pikanters moest hebben. Doe-oej!"

VALERIE : Dat zal niet gaan. Die rode heb ik aan.

KEVIN : Ge hebt misschien iets pikanters? Een wonderbra? Een tanga? Een jartellenhouderke?

VALERIE : (lachend) Doe niet onnozel en drink uw koffie uit.

MAURICE : (op via trap) En hier is ze dan: mijn lieve Betty!

(MAURICE kondigt met breed gebaar BETTY's komst aan, waarop BETTY met de glamour en allure van een koningin op de trap verschijnt. )

BETTY : Wat een snoezige leefruimte! Och! Met een grijze vloer! Dat was me gisteren niet opgevallen. Ik moest zo snel mee naar boven, hè. (giechelt)

MAURICE : Ziet gij graag een grijze vloer?

BETTY : Ik heb abrikozenkleurige tapis-plein. Speciaal gekocht voor Fifieke, mijn lief, abricot poedeltje. Dan is ze assorti, ziet ge. (gaat naar beneden)

VALERIE : (imiteert poeslief BETTY's maniertjes) Wij hebben grijze vloer. Dat is assorti met de wieltjes van mijn rolstoel.

BETTY : (met afgrijzen over de gordijnen aan de deuropeningen) Aarch! Die gordijnen! Wat een pijnlijke kleuren! Kunt ge daar geen deuren hangen?

MAURICE : De deuropeningen moeten eerst verbreed worden, voor Valerie. Dan kan ze beter door met haar rolstoel. We wachten al màànden op de goedkeuring van een toelage.

BETTY : Ah! Sedert wanneer krijgt ge daar toelagen voor?

MAURICE : Van een fonds voor aanpassingsverbouwingen voor minder validen. Maar of het zal lukken? Dan mogen ze niet struikelen over mijn jaarlijks inkomen.

BETTY: (gretig) Verdient ge zo veel?!

MAURICE : Normaal verdien ik 125 Euro onder het toegelaten maximum om subsidies te krijgen. Maar wij moesten de voorlaatste aangifte insturen, juist van een jaar, dat Valerie met een vakantiejob 250 Euro bijverdiend had. Samen hadden wij 125 Euro te veel! Dus heb ik "per ongeluk" de laatste belastingsaangifte gebruikt. Ik hoop dat het niet opvalt. Tja, ge zijt Belg of ge zijt het niet, hè!

BETTY : Oh mijn lieve, lepe schat! En dat dus Valerie? Uw INvalide dochter? Blij met u te mogen kennismaken.

VALERIE : En gij zijt dus Betty, de VALIDE minnares van onze pa? Ten zeerste verplicht met u te mogen kennismaken, mevrouw.

MAURICE : (spelend waarschuwend) Valerie-ie!

BETTY : Och laat maar, het kind kan er niet aan doen dat ze gehandicapt is, hè?

VALERIE : Gij kunt er toch ook niet aan doen, dat ge er zo uit ziet, hè madame?

MAURICE : Valerie-ie!

VALERIE : (gespeeld onschuldig) Ja pa?

MAURICE : Had ik u niet gevraagd om de tafel te dekken voor drie?

VALERIE : Oeps! Vergeten.

KEVIN : Ze heeft het druk gehad: de telefoon heeft één keer gebeld, de postbode twee keer.

VALERIE : Ach ja! Ik moet u nog betalen!

(VALERIE bolt achteruit en stoot bij het draaien met de voetsteunen tegen BETTY's benen. BETTY kermt.)

VALERIE : (liefjes) Oh sorry! Ge hebt haar vergeten zeggen dat ze hier scheenlappen moet dragen, pa!

BETTY : Aaah! Dat is een inwendige bloeduitstorting, ik voel het! (Hinkt naar sofa, ondersteund door MAURICE.) Oh Mauriece, het doet pijn!

KEVIN : Ijs op leggen. Dat helpt. Waar is de ijskast?

MAURICE : (droogjes) Bij ons staat die in de keuken. En bij u?

KEVIN : Ook. (af via keuken)

MAURICE : (terwijl hij voortdurend BETTY's bezeerd been kust) Oh mijn honingbolleke! Mijn spruitje! Mijn knoflookske!

BETTY : Oh Mauriece, dat onze sprookjesnacht zo moet eindigen!

MAURICE : Er komen nog 1001 sprookjesnachten, mijn engeltje. Nog veel mooier dan vannacht.

VALERIE : Oh ja! Nog héél actieve! Kunt gij daar nog tegen op uw leeftijd, madame? Die van vorige week was veel jonger, en heeft forfait moeten geven, nietwaar pa?

MAURICE : (keert zich boos tot VALERIE, die onder zijn bedreiging achteruit bolt) Valerie! Ik hou van Betty!

VALERIE : Ik niet.

MAURICE : Ik ben verliefd op haar.

VALERIE : Dat gaat over.

(KEVIN op met ijs)

MAURICE : Valerie, verliefd zijn is iets moois. Het is sprankelend. Het kleurt iedere dag.

VALERIE : Dat doet VTM ook.

MAURICE : VTM kunt ge weg zappen. Verliefd zijn niet. Dat overvalt, zo maar; overgiet alles met pastelkleuren, tintelt, zingt, verwarmt.

BETTY : Ach doe geen moeite, Mauriece! Wat begrijpt zo'n kind van de liefde.

(KEVIN merkt dat VALERIE snuift, kookt, stoomt en drukt het ijs op haar voorhoofd.)

VALERIE : (duwt KEVIN weg) ZO'N kind begrijpt daar natuurlijk geen fluit van, Madame Tapis-plein! Ah nee! Want ik ben een homp vlees in een karreke, zonder verstand en zonder gevoelens. En daarbij nog een lastig jong ook! Maar als ge pa aan de haak slaat, zit ge met mij opgeschept, hoor! Want ik geraak niet van 't straat. En ge weet toch dat gehandicapten vreselijk onhandelbaar kunnen zijn! Want die begrijpen niks, voelen niks, kunnen niks, krijgen voortdurend aanvallen. van neerslachtigheid, van woede, van . van.

(VALERIE fingeert een epileptische aanval, slaat ongecontroleerd en wild met armen en hoofd.)

BETTY : (Springt op.) Dat kind is bezeten! Van de duivel!

MAURICE : Maar nee! Dat is alleen maar een aanval van epilepsie.

(VALERIE klampt zich aan BETTY's rok vast, sleurt en slaat.)

BETTY : (tot VALERIE) Stop of ik roep de politie! Laat me gerust!

KEVIN : Duurt zoiets lang?

MAURICE : Eventjes. Maar 't lijkt een eeuwigheid.

BETTY : Ah! Laat me los! AAAH! Maurice! Ze vermoordt me!

MAURICE : Niet bang zijn, mijn engeltje. Daar zijn we voor verzekerd.

(VALERIE trekt BETTY's rok naar beneden, valt daarna uit de rolstoel, schudt, beeft en fingeert dan een coma. MAURICE neemt VALERIE in de armen en gaat met VALERIE op schoot in de sofa zitten. Inmiddels gedraagt BETTY zich hysterisch)

BETTY : Ze heeft me uitgekleed! Dit is zedenschennis! Pure zedenschennis. Postman! Gij zijt getuige!

KEVIN : (droogjes) Van beige steunkousen en een flanellen onderkleed. Dat wordt een pikant verslag!

BETTY : En kijk nu mijn rok! Mijn zondagse rok van "soideraderel" (=soie naturelle)! Ze heeft de knoop er afgetrokken! De stof is kapot! Wie gaat dat betalen, Maurice?

MAURICE : De verzekering. als ge er een factuur bij doet.

BETTY : (stapt in haar rok) De franke tik! Nu heb ik zondag niks om aan te doen. Neem het me niet kwalijk. Ge zijt een beste vent, Maurice. Maar uw dochter hoort thuis in een gesticht!

MAURICE : Wablief?!

BETTY : (merkt dat MAURICE vonken schiet, scharrelt schoenen, rok en handtas bij mekaar) Ze heeft me aangerand, mijn rok geruïneerd. Het is schandalig! Maar ik laat dat zo niet. Ge hoort nog van mij. (af)

MAURICE : Doe wat ge niet kunt laten, mens.

KEVIN : Gaat ge haar niet achterna?

MAURICE : Een vrouw en een tram moet ge nooit achterna lopen, jongen. Er komen er nog wel.

VALERIE : (komt bij) Hoe laat is het?

MAURICE : (kijkt op uurwerk) Kwart voor negen, schatje.

VALERIE : Moet gij niet gaan werken, pake?

KEVIN : Heu. IK wel. Ik had mijn toer al moeten gedaan hebben.

MAURICE : (terwijl hij VALERIE in haar rolstoel zet) Ga dan maar, joh! Ge zijt bedankt voor uw hulp. En pas op voor die hond van hiernaast. Het is wel maar een pinksterke, maar een louche.

VALERIE : Het is een gastronomisch fijnproeverke. Het is verzot op achillespezen van postbodes.

KEVIN : Bedankt, plaaggeest!

VALERIE : Tot ziens, butler!

(KEVIN af)

MAURICE : Gaat het beter, poeske? Zou ik kunnen gaan werken of moet ik verlof vragen?

VALERIE : Ik red me wel. Ga maar werken. Maar dan wel met een fatsoenlijk geknoopte das. Kom hier. (MAURICE zet zich op de knieën en laat zijn das strikken.) Betty past niet bij u pa!

MAURICE : Jawel! Wij zijn een volmaakt paar. Op slechts op een paar details na.

VALERIE : Details?

MAURICE : Wel euh. Ze lust geen bloedworsten.

VALERIE : En dat is uw lievelingskost!

MAURICE : En ze hoort Helmut Lotti niet graag zingen.

VALERIE : En gij hebt al zijn CD's!. Hoe was 't in bed?

MAURICE : . (ernstig) Slapjes.

VALERIE : (lacht) Dat had ik wel gedacht! En zij noemde het een sprookjesnacht?! Arme, edelmoedige prins. Als ik u was zou ik toch wachten op iets pittigers.

MAURICE : Mm. Germaine van het kadastraal inkomen, dat ziet er iets pittigs uit. Misschien kan ik haar eens uitnodigen. (VALERIE snokt de das dicht.) Au!

VALERIE : Om een vrouw te BOVEN te komen, moet ge niet direct ONDER een ander gaan liggen!

MAURICE : Daar gaat het niet om, Valerie. Ik wil beminnen en bemind worden. Dat is het mooiste dat er bestaat!

VALERIE : Dat zeggen ze allemaal, dus dat zal wel. Vergeet uw lunchpakket niet.

(We horen geblaf en daarop de bel.)

MAURICE : Laat maar. Ik doe wel open. (gaat naar hal)

VALERIE : (Guitig) Hoort! Kevin is hiernaast. (We horen geblaf, gegrom en daarop gekerm van een hond.) Oef! Kevin heeft zijn achillespezen nog, maar dat beest is alle interesses kwijt, zelfs voor een tafelpoot.

MAURICE : (off set) Ah! Miss Sprudelwasser!

MYRIAM : (op) Hei?! Is de butler al weg?

VALERIE : (lachend) Hij is naar de post.

MYRIAM : Is 't een knappe?

MAURICE : Meisjes, ik ga werken. (teder)Tot straks, schatje. En braaf zijn, hè?

VALERIE : Tot straks, pa. En maak asjeblieft geen afspraak met Germaine.

MAURICE : (plagend) Wel euh. bij nader inzien denk ik, dat Samantha beter bij me past. Dat is een jonge weduwe. Ze is dienster in het stationsbuffet, heeft maat 40, een Maltezerke, vier katten. Ik zal eens vragen of ze met mij naar de cinema wilt gaan.

VALERIE : Ga werken, treiterskop!

MAURICE : Myriam! Valerie heeft daarjuist een aanval gehad. Als ge me moest nodig hebben, ge kent mijn nummer, hè? (af)

MYRIAM : Okido!

MYRIAM : Uw pa is precies weer krols?

VALERIE : Zwijg stil! Hij had weeral een nieuw lief bij vandaag!

MYRIAM : Wow!

VALERIE : Nee, geen wouw. 't Was een kwal. Een slijmerige kwal.

MYRIAM : O jee! En ze heeft de butler nog opgevrijd ook, zeker?

VALERIE : (lacht) Nee. Die vond haar flanellen onderkleed niet sexy.

MYRIAM : Ja zeg! Is het hier een orgie geweest? Ge hadt me wel eens kunnen roepen, hè!

VALERIE : Ge zoudt niet aan uw trekken gekomen zijn. Maar ge zoudt wel plat gelegen hebben van 't lachen. Ik heb miss slijmbal uitgekleed.

MYRIAM : (bekijkt VALERIE ongelovig) Hey! Me niet op stoopjes trekken, hè!

VALERIE : (giechelt) En toch is 't waar. 't Begon zo. Vanmorgen, boven aan de trap, kondigt onze pa, heel plechtig, zijn nieuw lief aan: Betty.

MYRIAM : Wow! Ik zie 't gebeuren! (theatraal) Ladies and gentlemen, may I present, the one and only. Sexy Betty! En toen verscheen ze. (sprint de trap op, imiteert een groetende paus op het balkon)

VALERIE : (proest het uit) Zo niet, geflipte! Ze had meer streken!

MYRIAM : Zo dan? (gaat de trap af, terwijl ze een blasé Betty imiteert)

VALERIE : Dat is ze. Kunt ge begrijpen dat ik er een hekel aan had voor ze beneden was?

MYRIAM : (geacteerd hautain) Dàt begrijp ik best, liefje, maar dat is geen reden om haar in haar nakie te zetten, nietwaar?

VALERIE : (acteert ook geaffecteerd hautain) Zo pervers was ik niet, jongedame. Ik heb enkel haar beeldig C&A-rokje gestript.

MYRIAM : (trekt neus op) Aah! C&A! (fier) Mijn garderobe komt van de Wibra.

VALERIE : Dat mens had geen etiquette. Dat bleek overduidelijk aan de manier waarop ze met me kennis maakte. (imiteert Betty) " Ah! Daar is ze dan! Valerie! De IN-valide dochter van Mauriece!"

MYRIAM : (valt uit haar rol; oprecht verbaasd) Zei ze dat?! Zo?

VALERIE : (boos) Zo! En met dezelfde schaapachtige lieftalligheid zwijmelde ze van de ene stompzinnige opmerking in de andere. Ze fladderde rond onze pa als een dartel nijlpaard en hing slap van compassie om mijn "handicap". Ik kreeg er het vliegend. 'tapijt' van. En toen ze kirde: " Ach doe geen moeite, Mauriece! Wat begrijpt zo'n kind van de liefde." kon ik me niet meer houden. Ik heb haar uitgekafferd, greep haar rok beet en sleurde.

MYRIAM : (hoopvol) .haar billen bloot!

VALERIE : (lacht) Nee. Toen paradeerde ze in een (hautain) flamingo-rose kruippakje.

MYRIAM : Wow! Kei-show! Wat zei uw pa? Was die niet kwaad?

VALERIE : Maar nee! (trots) Ik heb dat allemaal geraffineerd gecamoufleerd. Met een epileptische aanval. (sluw) Dat is het voordeel van gehandicapt zijn, hè? Ge kunt van alles voor hebben.

MYRIAM : (verrast) Gij uitgekookte Bicky-burger! Gij hebt dus geen aanval gehad vandaag?! (VALERIE schudt nee) En uw pa had niet door dat het geacteerd was?

(VALERIE schudt nee. MYRIAM loopt naar het telefoontoestel.)

VALERIE : Ge gaat het toch niet tegen onze pa zeggen?!

MYRIAM : Ik ga de Blauwe Maandag Compagnie opbellen. Zeggen dat hier een uitzonderlijk talent zit.

VALERIE : (slaakt een zucht van opluchting) Het zou er nogal batteren als onze pa dat moest weten.

MYRIAM : Eigenlijk is wat ge doet niet netjes, hè Valerie! Ge bedriegt uw pa en ge maakt hem ongerust, omdat. Ja waarom eigenlijk?

VALERIE : Hij wordt te rap verliefd, en dan nog op trezebezen. Ik kan dat geflikflooi niet meer aanzien.

MYRIAM : Dat hoort bij verliefd zijn! Ik kan van mijne Jan ook niet afblijven!

VALERIE : Ah ja, gij hebt een lief! Een Jan? Welke Jan? Toch Jan Verhulst niet?!

MYRIAM : Die pannenkoek?! Ja zeg! Ik ben niet op mijn kop gevallen! Nee, het is gene van onze basketbalploeg. 't Is ene van Haaasselt. (verheerlijkt) Oh! Alles duurt er zo héérlijk lang bij!.

VALERIE : Waar hebt ge hem leren kennen?

MYRIAM : Hij had een contactadvertentie staan op Internet.

VALERIE : Op Internet?! Internet zit vol bluffers.

MYRIAM : Jan had er een foto bij staan. Start uw computer eens op. Dan kunt ge hem zien.

VALERIE : (start computer) Staat hij nog altijd "te koop" of hangt er nu een band over: "verkocht"?

MYRIAM : Het duurt ongeveer veertien dagen om een advertentie te verwijderen.

VALERIE : Mm. Intussen zou hij dus nog een mail kunnen ontvangen van Pamela Anderson?

MYRIAM : Ja. En ik ene van Eddy Wally! Duuh! (Myriam logt in op Internet)

VALERIE : Hoezo? Hadt gij ook een advertentie gezet?

MYRIAM : (giechelt) Ja. Ik heb me kapot gelachen! Ik had staan: "Knappe griet verveelt zich. Wie doet er iets aan?" Tot nu toe hebben er 107 geantwoord.

VALERIE : (lacht) En die wilden allemaal een spelletje komen spelen?

MYRIAM : Van de Kama Sutra tot "Schipperke mag ik over varen". Kijk dat is de site.

VALERIE : Wacht! Ik ga ook een advertentie zetten!

MYRIAM : Hé ja! Dan kunnen we nog eens lachen.

VALERIE : "Plaats hier uw advertentie". Wat zou ik schrijven?.

MYRIAM : "Jong, knap, avontuurlijk en snugger blondje,"

VALERIE : (typt en giechelt) . "MET eigen wagen"

MYRIAM : "en pikante lingerie".

VALERIE : (lacht) Dan is mijn mailbox te klein, joh!

MYRIAM : Wacht! Er komen nog schiftingsvragen. Ge gaat toch nog eisen stellen?

VALERIE : (guitig) Hoge eisen! ".wenst ontvoerd te worden door de piraat van haar dromen."

MYRIAM : "Bij voorkeur met woeste baard en snor".

VALERIE : "Hoe ruiger hoe liever."

MYRIAM : "Een ooglapje is een must"

VALERIE : (zwijmelt) Hm! Hoe sexy!.

MYRIAM : (lacht) Nu nog een Schots rokje.

VALERIE : "Schots rokje en doedelzak absoluut gewenst."

MYRIAM : En spierballen! Hij moet u toch kunnen optillen!

VALERIE : En me op tafel zetten, met mijn gat in de boter. En me dan kussen, tot alles week wordt. Mm!

MYRIAM : Zet dan maar ineens: "Enkel gespierde directeur van een melkerij komt in aanmerking."

VALERIE : "Moet wel zo heet zijn als een hoogoven."

MYRIAM : "Extra extra large lichaamsdelen en het ontbreken van een bewijs van goed gedrag en zeden, zijn geen bezwaar."

VALERIE : "Gelieve snel te reageren! Valerie@hotmail.com . "

(VALERIE en MYRIAM liggen plat van 't lachen.)

MYRIAM : Pong!

VALERIE : Wat hebt ge gedaan?

MYRIAM : Die advertentie opgestuurd. Ik wil weten wat daar op af komt.

VALERIE : Alleszins niks serieus. Heel Internet is immers een bende Pinocchio's.

MYRIAM : Jan is wel serieus. Kijk, dat is zijn foto. Een kei-knappe, hè?

VALERIE : Hij heeft vier hoektanden.

MYRIAM : (verliefd) Hij lijkt een beetje op David Bowie, hè?

VALERIE : Mij lijkt hij eerder op een vampier.

MYRIAM : (verliefd) Jan is lief, nederig, eerlijk. Hij zei dat ik het liefste meisje van de hele wereld was.

VALERIE : En dat noemt gij eerlijk?

MYRIAM : Zoals hij het zei? Ja! We hadden een afspraak op de bank voor de bibliotheek. We zaten nog geen vijf minuten of hij nam me al in zijn armen; keek lang, heel lang in mijn ogen - ik verdronk in zijn blik - en toen fluisterde hij het, zachtjes, in mijn oor.

VALERIE : Het zal dan toch waar zijn, dat geleuter mooier klinkt als het gefluisterd wordt.

MYRIAM : (bekijkt VALERIE verwijtend) Ja hallo, stoorzender!

VALERIE : Sorry.

MYRIAM : Ik ben stapelverliefd, Valerie! Mijn buik is één nest vlinders! Het begon al toen ik hem zag aankomen. Mijn bloed klotste door mijn aders. Oh Val, ik dacht dat ik ging sterven! 't Is een kei-knappe bink! En hij kan kussen! (verheerlijkte zucht) Hij kust me zo zaaalig leeg. Ik had twee vlekken in mijn nek. En als hij lacht.

VALERIE : .ziet ge vier scherpe hoektanden. Dat was al duidelijk.

MYRIAM : (boos) Zal 't gaan, ja? Nu hebt ge nog niet anders gedaan dan mijn verliefdheid belachelijk gemaakt. Als ge jaloers zijt, zeg het dan vlakaf!

VALERIE : (lacht schamper) Ge moogt hem hebben uwe Jan! Maar mijn rode BH niet, want die heb ik aan.

MYRIAM : Wie heeft u gebeten, zeg?

VALERIE : Niemand. Hier komen geen vampiers.

MYRIAM : Zijt gij jaloers?

VALERIE : (vaart uit) Nee ik ben niet jaloers! Van mij moogt ge verzuipen in uw Jan; mag onze pa van de ene pisbloem naar de andere flapperen. Wat kan mij dat schelen! Maar ik ben het wel kotsbeu om in een cinema te zitten. Alles fladdert, zoemt, paart. Maar de lamme hommel mag blijven zitten zien.

MYRIAM : Euh. Ik kom nog wel eens terug als ge beter gezind zijt.

VALERIE : Doe dat! En breng dan uw vampier mee. Want tegen dat ge terug komt. heb ik ook een lief!. Heb ik ook iemand die leugens in mijn oor fluistert, die me leeg kust. Iemand die me weg voert uit dit flutdorp, waar ge op wielen niet eens het gemeentehuis binnen kunt. Iemand die altijd bij me blijft, voor me zorgt. Iemand met gevoel voor humor. Iemand die niet bestand is tegen mijn rode BH.

MYRIAM : Valerie, word wakker!

VALERIE : Ik BEN wakker. Klaar wakker. En ik ZAL een lief hebben! En als ge me niet wilt helpen, mij ook goed! Ik krijg het alleen ook wel afgehaspeld. Ga maar naar uw Dracula en laat u opvreten!

MYRIAM : (kwaad) Hadt ge het fatsoenlijk gevraagd, zou ik met alle plezier geholpen hebben. Maar zo?! Ge zijt een feeks, Valerie! Een dikke egoïste! Alles moet rond uw persoontje draaien, hè? Heeft uw pa een lief: rap een klucht opvoeren en haar buiten jassen, want uw pa is van U! Heb ik een lief: sito presto belachelijk maken, want ik ben UW vriendin. Maar vanaf vandaag niet meer!.

MAURICE : (off set) Joehoe! Ik ben al terug!

MYRIAM : .Ge kunt de pot op!

MAURICE : (op) Ikke?

MYRIAM : Nee, die venijnige dochter van u, met haar rotopmerkingen en intriges!

MAURICE : Och, ze is in haar "publiciteitsjaren".

MYRIAM : Noem haar kuren zoals ge wilt, maar als ze nog eens een aanval krijgt, laat haar liggen. Want dat is pure komedie, om haar slag thuis te halen! (af)

VALERIE : (sist boos) Judas! (wil naar haar slaapkamer)

MAURICE : (trekt VALERIE's rolstoel terug) Kom eens hier, gij!

VALERIE : Als het is om de tafel af te ruimen, dat kunt ge zelf ook.

MAURICE : Die moet niet afgeruimd worden. Ik heb nog niet gegeten.

VALERIE : Laat me dan los. Dan smeer ik uw boterham. Wat mag er op?

MAURICE : (laat de rolstoel los) Choco. (gaat aan tafel zitten) Wat bedoelde Myriam?

VALERIE : (terwijl ze een boterham begint te smeren) Het is uw schuld! Gij met uw geiten! Ja, ik heb komedie gespeeld!

MAURICE : Gij hadt geen aanval?

VALERIE : Gij hadt een aanval! Van gezichtsverbijstering!

MAURICE : Gij hebt zo maar Betty's rok uitgetrokken?!

VALERIE : Ze verdiende niet beter! De hete trut! En gij lijdt aan een chronische verliefdheid. Daar kunt ge wel niet mee naar de dokter, maar daar moet ook iets aan gedaan worden.

MAURICE : Ze was niet heet.

VALERIE : Zoals al uw vorige dellen had ze misschien iets te kort, omdat GIJ iets 'te kort' hadt?

MAURICE (merkt dat VALERIE confituur op zijn boterham smeert, streng) Valerie!. Ge smeert confituur op mijn boterham en ik had choco gevraagd!

VALERIE : (rijdt naar de kast) En ik had gevraagd om hier met geen lieven meer aan te komen. (neemt Viagra) Of is het omdat uw hormonen nog eens één keer uit de band willen springen? Nog eens één keer een nachtje willen doordoen, voor ze in quarantaine kunnen gaan? (terwijl ze de Viagra pillen op de boterham strooit) Wel laat ze dan een hele nacht de macarena dansen, verdomme! Maar daarna wil ik hier geen verliefde kwakkels meer zien. (geeft boterham aan MAURICE)

MAURICE : Wat hebt gij daar op gedaan?

VALERIE : Voor 140 Euro Viagra. Betty zal ofwel content, ofwel knock-out zijn.

MAURICE : (terwijl hij de pillen met confituur van de boterham schraapt en in het confituurpotje deponeert) Valerie kindje, als ge zo doorgaat, zeg ik bij de volgende sociale controle, dat ge onhandelbaar wordt.

VALERIE : En als gij zo doorgaat, zeg ik dat ons huis een hoerenkot is.

MAURICE : Het is hier geen hoerenkot. Gij weet niet wat liefde is. Ge hebt het nog nooit meegemaakt. (zet doosje Viagra in de kast; VALERIE rijdt naar de computer) Wat gaat ge doen?

VALERIE : (start computer) Een reclamespotje maken op Internet voor iemand in haar publiciteitsjaren, en chatten.

MAURICE : OK. Reageer u daar maar eventjes af. Ik ga Betty opbellen. Ik ben vandaag de hele dag thuis. De NMBS was weer in staking. Ik ga het proberen goed te maken. En gij gaat u verontschuldigen! (draait telefoonnummer)

VALERIE : Shit! De server is bezet! (rijdt naar haar slaapkamer)

MAURICE : Gaat ge slapen?

VALERIE : Nee. Iets losser aantrekken. Ik ga tippelen. (af)

MAURICE : ???. (verhelderd) "Typen" Valerie. Het juiste woord is "typen". Hallo! Betty? 't Is Mauriece. Zijt ge nog kwaad?

(Het ratelt en vlamt langdurig aan de andere kant van de lijn. Er wordt gebeld. MAURICE probeert een paar keer te zeggen dat er gebeld wordt, maar krijgt geen kans. Er wordt weer gebeld. MAURICE legt de hoorn neer; snel af via hal. MAURICE en PIERRE op.)

MAURICE : Kom maar binnen. Ik zal haar direct roepen. (luistert verder naar Betty's verhaal). Trekt ge niks terug?! Als ge wilt gaan we dat vandaag samen kopen. Ik heb een dag vrijaf. De NMB. 300 Euro?! Voor een rok?!. Wie is Rodier?. Ja, dat zal wel een héél mooie rok zijn! Komt gij dan naar hier?. Tot seffens, mijn snoepeke! (Maakt kusgeluidjes op de hoorn en haakt in.) Dat was.

PIERRE : (guitig). duidelijk.

MAURICE : Gij moest mijn dochter hebben?

PIERRE : Zij doet toch de inschrijvingen voor de basketbal?

MAURICE : Ah ja! Momentje. (voor gordijn van slaapkamer) Valerie! Hier is een nieuw lid voor de basketbalploeg. Komt gij die jongen inschrijven?

VALERIE : (off set) Als 't een knappe is.

MAURICE : (monstert PIERRE) Hm. Als ge 't mij vraagt is het een gecloonde "Boyzoner".

(De gordijn vliegt open. VALERIE op, uitdagend gekleed en fel opgemaakt als een callgirl. PIERRE en MAURICE staren VALERIE aan. VALERIE staart PIERRE aan.)

PIERRE : Waw! Ik wist niet dat Barbies konden groeien!

MAURICE : (verbijsterd) Ze zijn groot voor ge het weet.

VALERIE : Gij komt u laten inschrijven?

PIERRE : Yep. En ik hoop dat het een héél lange vragenlijst is.

VALERIE : Een vraag of tien.

PIERRE : Dat is dan brute pech!

VALERIE : Maar ik schrijf wel langzaam. (haalt een formulier)

PIERRE : Groovy! We zitten op dezelfde golflengte. (tot MAURICE) En gij gaat seffens winkelen?

VALERIE : (lief) Pa gaat NU zijn slaapkamer stofzuigen. Als ik een inschrijvingsformulier invul en persoonlijke vragen stel, trekt mijn pa zich ALTIJD discreet terug. Nietwaar, pa?

MAURICE : (begrijpt de hint) Oh! Heu. Die is gisteren wel gestofzuigd, maar die moet vandaag opnieuw gestofzuigd worden. Wij zuigen iedere dag stof. (af via keuken)

PIERRE : (bekijkt VALERIE) Geez! Zoveel bochten en ik heb geen remmen!

VALERIE : Ik heb remmen.

PIERRE : Ge zet ze toch af?

VALERIE : Dat hangt van uw rijgedrag af.

PIERRE : Dat is wild, vastberaden en cool, zoals Dirty Harry. Kent ge die?

MAURICE : (op met stofzuiger) Ja! Wacht! Niet zeggen! Ik weet het!.. Clint Eastwood! (de bel gaat) Ik heb het juist! (juicht)

VALERIE : Er is gebeld. Aan de voordeur.

(MAURICE af via hal.)

VALERIE : Hoe heet gij?

PIERRE : Pierre Claes.

VALERIE : (noteert) Woont gij ver van hier?

PIERRE : In Kasterlee. Dat is met mijn Ferrari maar tien minuten vliegen.

VALERIE : En gij wilt hier bij de club? In Kasterlee is toch ook een basketbalclub?

PIERRE : Een shit-club.

(MAURICE en KEVIN op)

MAURICE : Valerie! De postbode zegt, dat ge hem nog niet betaald hebt. Gij regelt dat? (met stofzuiger af via trap)

VALERIE : (vrolijk) Ah Kevin!

PIERRE : Kevin? (merkt KEVIN, ijzig) Ah. Kevin.

VALERIE : Dit is Pierre Claes.

KEVIN : (ijzig) Ach zo. Pierre Claes.

VALERIE : Hij komt zich inschrijven in de basketbalclub. Zeg, wat hebt ge uitgespookt met die hond van hiernaast? Volgens het gejank van daarstraks zit dat beestje nu zonder beiaard.

KEVIN : (lacht) Gij hebt toch nogal uitspraken!

VALERIE : (guitig) Zonder gevoel in de benen wil niet zeggen zonder gevoel voor humor, hè makker! (knipoogt) Hoeveel was het? 130 Euro?

KEVIN : 140.

VALERIE : Hm. Afbieden lukt dus niet bij u. (af via keuken)

PIERRE : (ijzig) Postbode geworden.

KEVIN : (ijzig) Ja. Geen schaapherder.

PIERRE : Dat zal niet. Daar deugt ge niet voor.

KEVIN : Weet zij het al?

PIERRE : Durft niet, hè!

KEVIN : (steekt middelvinger op)

(de bel gaat)

VALERIE : (off set) Wilt gij eens open doen, Kevin?

KEVIN : Ah! Ik ben weer in dienst. (af via hal)

(er wordt boven op de slaapkamerdeur geklopt)

PIERRE : Ja! Binnen!

MAURICE : (op met volle stofzuigerzak) Sorry, maar de zak was vol.

(BETTY, KEVIN en ook VALERIE op)

BETTY : Mauriece! Ik heb u gemiest!

MAURICE : Ik u ook Bettieke!

VALERIE : Ge hebt geluk dat ze weg gegaan is, hè pa! Anders hadt ge haar niet kunnen missen.

MAURICE : (geeft stofzuigerzak aan KEVIN) Hou eens even vast, joh! (Omhelst BETTY)

PIERRE : Zal ik op een andere keer terug komen?

VALERIE : Nee, nee. Als ik Kevin betaald heb, kom ik terug bij u. (neemt stofzuigerzak en geeft die aan PIERRE) Hier, hou even vast, dan kan Kevin de formulieren ondertekenen.

(Terwijl VALERIE en KEVIN de transactie afwerken.)

BETTY : 't Is een donkergroene rok, Maurice. Glanzend groen. Met twaalf gerende panden. Als ik daar een wals mee dans, waaiert hij elegant open onderaan en.

PIERRE : . onthult elegante benen.

BETTY : (giechelt) Juist. Wie is die charmante jongeman?

VALERIE : (verliefd) Pierre.

KEVIN : (sarcastisch) Jozef.

MAURICE : Hij komt zich inschrijven in de basketbalclub.

PIERRE : (had zich boos naar KEVIN begeven, drukt stofzuigerzak in KEVINs handen) Voor vrienden is het "Pierre"!

BETTY : (leest inschrijvingsformulier) Pierre Claes van Kasterlee. Toch niet van DE Claes van Kasterlee? Die met zijn chique villa en koekjesfabriek?

PIERRE : Dat is mijn vader.

BETTY : Oh! Maar dan is die gele Ferrari buiten van u?!

PIERRE : Yep.

MAURICE : Een Ferrari?!. Hebt gij geen dorst? Wat mag het zijn? Een pintje?

BETTY : Lindestraat. Hij woont in de Lindestraat. Schrijf maar op. (VALERIE noteert) Die grote witte villa met smeedijzeren hekken en gouden punten. Is 't niet waar?

MAURICE : Of hebt ge liever een witteke?

PIERRE : (legt arm rond VALERIE) Nummer 12.

KEVIN : (geeft stofzuigerzak aan MAURICE) Ik moet er vandoor.

MAURICE : Gij geraakt wel buiten?

KEVIN : Ja, ja. (af)

MAURICE : Geslacht?! Moeten ze dat ook al weten?

PIERRE : Schrijf maar op: héél mannelijk.

BETTY : Nationaliteit: Belg. Zijn grootvader was kolonel in het leger en zijn grootmoeder is de dochter van een notaris. Die zitten er allebei ook warmpjes in.

VALERIE : Moeten jullie niet gaan winkelen?

BETTY : Oh ja! We zijn direct weg! Zeg Maurie-iece. Bij die rok hing een bijpassend bloesje. Met geborduurde roosjes op de mouwen. Een schattig bloesje! Ik verjaar volgende week. Als ge wilt, zoudt ge.

(er wordt gebeld)

MAURICE : Wie is dat nu weer? (geeft stofzuigerzak aan BETTY; af via hal)

BETTY : Uw moeder draagt ook pure haute couture. Dat merkt men zo! (tot VALERIE) Als ge bij die mensen op bezoek gaat, doe dan maar iets deftigers aan. Ze hebben een totaal andere smaak dan die van u op dit ogenblik. Ik zou me zo niet durven etaleren.

VALERIE : Gij hebt er ook de marchandise niet voor.

(MAURICE en SAMANTHA op)

SAMANTHA : (wil achteruitkrabbelende MAURICE omhelzen) Waarom liep ge zo snel weg? Ik kreeg niet eens de kans om te zeggen: "Ja! Ja! Ja! Ik wil met u naar de cinema deze avond!" Ook al spelen ze "Sneeuwwitje"! (omhelst MAURICE)

VALERIE : O.o. Onze pa heeft te vroeg gedemarreerd.

BETTY : Mauriece!

SAMANTHA : Elke keer als ge iets kwam drinken, dacht ik: Vraag het nu! Neem me mee! Naar de cinema, naar u thuis, naar uw bed.

BETTY : Mauriece! Wie is dat?

MAURICE : S.S.Samantha.

PIERRE : Mm! Een knappe griet!

BETTY : En wie is Samantha?

SAMANTHA : (zwoel) Een vrouw die naar Maurice verlangt en hem ALLES wil geven.

MAURICE : Valerie! Wat moet ik nu doen?

VALERIE : Wacht ik zal aftellen. "Potte, potte, potte. Jantje in het mandje en hij riep, jij bent hem niet." Betty mag naar huis!

BETTY : Ik ga niet naar huis! Maurice en ik gaan een rok kopen!

SAMANTHA : Ga met uw moeder maar eerst een rok kopen, schatje. Wij zien en voelen mekaar vanavond wel.

BETTY : Ik ben zijn verloofde! Wij hebben vannacht samen geslapen.

MAURICE : Ja, maar niks gedaan!

BETTY : We hebben in mekaars armen geslapen!

SAMANTHA : (flirt) Als ik dat moest geweest zijn, zoudt ge niet geslapen hebben.

MAURICE : (gretig) Dat denk ik ook niet.

SAMANTHA : Ik zou er een nacht van maken, waarin de wereld stil staat,.

MAURICE : . waarin alleen wij twee bestaan,.

SAMANTHA : . waarin we strelen, spelen,.

MAURICE : . elkaar beminnen.

BETTY : Maurice! Laat gij mij vallen?

MAURICE : Tja, eigenlijk zijt ge eerlijk afgeteld, hè Betty.

BETTY : En mijn rok?

VALERIE : Als ge niet maakt dat ge weg zijt, trek ik deze ook van uw gat. Zaag!

BETTY : (ziedend) Daar krijgt ge de kans niet meer voor. En om uw pa naar uw pijpen te laten dansen ook niet meer! Daar zorg ik voor ! Klein serpent!

VALERIE : (komisch dreigend) Hela! Als ik rechtsta ben ik groter, hè!

PIERRE : Kunt gij rechtstaan? (VALERIE schudt guitig "nee")

BETTY : (snuivend van woede tot MAURICE) En gij! Oversekste Abraham!. Gij snurkt!

SAMANTHA : Oh maar dan legt ge toch uw lippen op zijn mond en zijn snurken wordt kreunen.

BETTY : Gij zult de knepen wel kennen! Hoer!

SAMANTHA : (Neemt kalm stofzuigerzak van BETTY over) Kom moeke. 't Is tijd om naar huis te gaan. ("spuit" het stof in BETTY' s gezicht)

-----DOEK----

Tweede bedrijf

(Een week later. VALERIE werkt, verdiept, aan de computer. De living ligt er ietwat slordig bij. De bel gaat.)

VALERIE : Een momentje. Ik kom. Direct. Als dit blad af is. (werkt verder; de telefoon rinkelt) Shit! Belt die ook nog! Ik kom, ik kom! (neemt telefoon op) Met Valerie De Batselier. J..j..nnee. mijn vader is niet thuis. Die is zelden thuis. (de bel gaat, giechelt) Twee keer. Dat is Kevin. (In toestel) Zou u binnen twee minuutjes heel die rimram nog eens willen herhalen, mevrouw? Ik moet even de voordeur open doen. Er is gebeld.. Nee, mijn pa kan dat niet! Die is niet thuis heb ik al gezegd! (terwijl ze naar de hal rijdt) Heeft hij verdomme weer een achter de hand! De Cassanova! (af via hal; even later weer op)

MYRIAM : (op) Vrijt gij met Pierre Claes?! Van wanneer? Waar hebt ge hem leren kennen? Heeft hij zijn handen thuis gehouden? Hebt ge hem gekust?

VALERIE : (telefoneert) Sorry madame, ge zult op een andere keer eens moeten terugbellen.

MYRIAM : Hebt ge met hem geslapen?

VALERIE : . er is hier een journaliste van de "Kwik" voor een interview.

MYRIAM : Ge hebt toch een condoom gebruikt?

VALERIE : Nee ik heb geen condoom gebruikt! . (in hoorn) Ja madame, ik weet hoe ge dat moet gebruiken. Ik heb het eens uitgetest op de teut van de koffiepot. (haakt in) En hou op met die stomme vragen. Nee, ik vrij niet met Pierre Claes. NOG niet. Maar ik ben wel stapelverliefd op hem. En ik denk hij ook op mij.

MYRIAM : Pierre is nooit verliefd, wel altijd bronstig.

VALERIE : Gij kent Pierre niet.

MYRIAM : Van ziens wel. En ook zijn reputatie. Pierre is gevaarlijk, Valerie! Dat is een specialist harten breken en maagdenvliezen.

VALERIE : Maak me maar iets anders wijs, want dat geloof ik niet. Hoe weet gij eigenlijk dat ik Pierre ken?

MYRIAM : Hij bazuint het overal uit. Volgens zijn boekhouding wordt gij nummer 122. Hij loopt van de ene griet naar de andere om zijn palmares indrukwekkender te maken.

VALERIE : En hij snuift Pritt zeker. Kom Myriam. De gast die gij afschildert, is ene van Beverly Hills. Gene van Kasterlee.

MYRIAM : Pierre Claes is een rokkenjager!

MAURICE : (achterwaarts op via trap met sajet breiwol, guitig) Kom, Mopske! Braafjes meekomen, of ik trek!

VALERIE : Daar hebt ge nog zo ene! En dat is ook de slechtste niet.

MAURICE : Kom. Kom maar mee met het baasje.

SAMANTHA : (off set) Nee!

MAURICE : Ik trek, hè! Als ge niet luistert: twee roten ineens!

SAMANTHA : (schaars gekleed op, blijkt dat MAURICE haar gebreid truitje aftrekt, giechelt) Niet doen! Treiterskop!

(de telefoon rinkelt)

MAURICE : Uw trui was te lang. En hij is nog te lang ! Die mag gerust nog 10 centimeter korter. (bolt verwoed wol op)

VALERIE : (telefoneert) Met Valerie De Batselier.

SAMANTHA : (giechelt) Dat kietelt!

VALERIE : Ja, NU is mijn pa thuis. Hij heeft een sLipperdag gepakt.

(MAURICE zingt, swingt, terwijl hij draad opwindt, het laatste deeltje van

"Puppet on a string", op het einde snokt hij de draad over. MAURICE en SAMANTHA gieren het uit.)

VALERIE : .Van de S.I.P.S.O.P?. SIPSOP. Ah! (tot MAURICE) Pa, moet gij zeep hebben?

MAURICE : Ja. Een liter bruine zeep. (dreigend tot SAMANTHA) Want ik ga mijn poppemieke inzepen, van kop tot teen.

SAMANTHA : Nee! (vlucht giechelend de keuken in, achternagezeten door MAURICE)

VALERIE : (telefoneert) Hoe, geen zeep?. Sociale Inspectie?!. Wanneer?!.

Binnen een kwartier?!!. Nee, nee. Dat is geen enkel probleem! We zijn

allebei thuis. Tot seffens. (haakt in) Myriam! Algemene mobilisatie! Binnen

een kwartier krijgen we sociale inspectie en de living is een varkensstal.

MYRIAM : En de keuken een hoerenkot.

(We horen in de keuken een "plop")

VALERIE : Wat was dat?

MYRIAM : Een zaadlozing?!

VALERIE : Maakt dat zo'n lawaai?!

(SAMANTHA en MAURICE op met fles champagne en twee glazen. Ze trippelen guitig op hun tenen richting trap.)

VALERIE : En waar denken jullie naartoe te gaan?

MAURICE : (guitig) Naar de kermis. (giechelt)

VALERIE : 't Zal hier beneden kermis zijn. We krijgen sociale inspectie op

ons dak. En aan haar uitleg te horen, heeft Miss Marple haar op haar tanden.

Binnen een kwartier is ze hier. Dus ingerukt! Aankleden, bed opdekken en alle sporen van ontucht in het nachtkastje.

SAMANTHA : (pruilt) We maken toch eerst onze fles nog leeg, hè schatje? (sensueel) In het bad?

MAURICE : In een schuimbad!

VALERIE : Denk er om, pa! Een negatief verslag en ze kunnen me in een

instelling stoppen.

MAURICE : We moeten toch proper gewassen zijn! (MAURICE en SAMANTHA stoeiend af)

VALERIE : Wij zijn de stoottroep, Myriam! Een kwartier om hier een modelwoning van te maken. We zullen moeten gas geven! Als gij het stof afneemt, zal ik opruimen.

MYRIAM : Okido!

(MYRIAM en VALERIE praten verder, terwijl ze als wervelwinden opruimen en kamer in, kamer uit vliegen)

VALERIE : Hoe is het met Jan,

MYRIAM : 't Is af.

VALERIE : Af?! Nu al?

MYRIAM : Hij wou niet mee naar het optreden van Zita Swoon. Mijnheer ging naar een fuif.

VALERIE : Zonder u?

MYRIAM : Met een ander. Ik denk dat ik non word.

VALERIE : En uw leven in zuiverheid doorbrengen? Dat is niks voor u! Zet nog maar eens een zwoele advertentie op Internet.

MYRIAM : Hoe is het met uw advertentie? Al antwoord gehad?

VALERIE : (lacht) Die was ik rats vergeten. Ik heb mijn hotmail niet meer gecheckt.

MYRIAM : Ja kijk dan eens! Wie weet zit er geen onstuimige Mac Planta naar u te smachten.

VALERIE : Dan moogt ge hem hebben. Ik heb nu Pierre. (start Internet)

MYRIAM : Trek uw ogen open Valerie! Pierre is een macho! Hij heeft een GSM,

zijn portefeuille hangt aan een kettingetje; hij heeft een gouden armband,

en loopt zoals een orang oetang met zweren onder zijn oksels.

VALERIE : (schatert) Hier moet ge zien! (leest voor) "Prinses van mijn

dromen. Ik voldoe aan al uw wensen. Geef me uw adres en ik kom u halen. Billy." Zal ik uw adres opgeven?"

MYRIAM : Nee! Want dan gaat mijn zuster er mee lopen! En zo'n Superman wil ik niet laten schieten!

VALERIE : (giechelt) Hoe zou hij er uit zien?

MYRIAM : Als ge hem laat komen, weet ge het.

(de bel gaat)

VALERIE : O jee! Dat zal die maatschappelijk assistente zijn. Flut! Ze kan

wachten. Een kwartier had ze gezegd. (rommelt verder op)

MYRIAM : Volgens mij is het een toffe knul. Romantisch. Kordaat.

VALERIE : Kom psychologe. We spuiten nog wat bruine zeep in de hoeken en dan ruikt het geschuurd. Dat geeft altijd een goede indruk.

(de bel gaat)

VALERIE : He! Dat kan Kevin zijn! (af via hal)

MYRIAM : Tuttut! Ik wil weten wat voor iemand dat is. "Liefste Billy. Mijn adres is: Bosvoorde 12 te Olen. Kom gauw. Valerie." Floep!

VALERIE : (op) Kijk Myriam! Dat is onze butler!

(KEVIN op met pakje)

MYRIAM : Mm! Ik vind zijn uniform niet geslaagd. 't Is precies een postbode.

VALERIE : Hij is ook postbode. (tot KEVIN) Dat is Myriam, met de rode BH.

KEVIN : Aangenaam. Ik ben Kevin, met de zwarte G-string.

VALERIE : (guitig) Oh? Dat was me vorige week niet opgevallen! Ik zat nochtans op de eerste rij.

KEVIN : Er stond waarschijnlijk een paal in de weg. (KEVIN en VALERIE gniffelen)

MYRIAM : Butler, postbode, en nog Chippendaler ook?! (KEVIN en VALERIE proesten het uit.) Ja hallo! Mag ik mee lachen?

VALERIE : Kevin is onze nieuwe postbode. Hij trad hier vorige week voor het eerst op met open . doek, kwam toen in een komedie terecht. (MAURICE op, met badhanddoeken gedrapeerd tot een rare vogel) en nu weer !

MAURICE : (heel vrolijk, zingt liedje van Wim Sonneveld) "Zij kon het lonken niet laten, djoem djoem, zij lonkte naar iedere man, djoem djoem.(enz.) » Mag Samantha uw haardroger eens lenen, Valerieke ? 't Is een schoon zeemeerminneke als ze nat is, maar ze komt liever droog naar beneden.

VALERIE : In mijn badkamer, in het rechtse kastje. Maar maak asjeblieft dat ge gereed zijt! We krijgen nog bezoek!

MAURICE : Nog al!? Dan gaan we met velen zijn! (fluitend af via slaapkamer Valerie)

MYRIAM : Jeezes! Voor zijn leeftijd heeft uw pa wel energie moet ik zeggen! Wat doet hij daarvoor? Joggen?

VALERIE : Nee. 's Morgens toast eten, met confituur.

KEVIN : En de inhoud van dat pakje van vorige week dan?

VALERIE : (sec) Dat is gesmolten. In de confituur. (merkt KEVINs geamuseerd verwonderlijke blik) Ja, dat heb ik gedaan!

KEVIN : Dat was wel te denken, Miss Kwikzilver!

MYRIAM : Hallo! Mag ik even storen? Moet er nog iets gedaan worden voor de Gestapo komt?

VALERIE : (kijkt rond) Parfumeer een dweil met bruine zeep, sleur er hier en daar nog eens mee door en dan zal het wel goed zijn.

MYRIAM : Okido! (af via keuken)

MAURICE : (op met haardroger en plastic badeendje, zingt kinderliedje) "Alle eendjes zwemmen in het water, falderalderire." Hi, hi! Dat gaat ze plezant vinden!

VALERIE : Nu is hij helemaal zot!

MAURICE : Ja! Zo zot als Tielebuis, van Samantha!

VALERIE : Daar moet ge zo oud voor geworden zijn, om zo'n kuren uit te halen!

MAURICE : Wacht maar tot GIJ verliefd zijt! Gij doet nog meer kuren!

KEVIN : Nog meer?! Dat wil ik meemaken!

MAURICE : (Enthousiast) Als de liefde toeslaat, weet ge pas dat ge leeft! Wordt ge één brok energie! Ge straalt uit! Ge ontvangt! Ge geeft. Ge loopt over van levenslust! Ge kunt de wereld omarmen! Alles bruist, zingt, danst! (zingt een wals met liefdesthema, bv. Hold me tight - Lotti Classic II, walst, gelukkig, met brede gebaren en kegelt daarbij een tas of glas van de tafel) Oeps! Als de liefde toeslaat.

MYRIAM : (op met emmer, aftrekker en dweil) Slaat een mens tilt.

VALERIE : En alles kapot.

MAURICE : Zijt ge al verliefd geweest, Myriam?

MYRIAM : Al dikwijls.

MAURICE : Wordt ge dan niet één brok vitaliteit? Begint dan alles niet te bruisen, te klotsen?

MYRIAM : Als een wildwaterbaan!

MAURICE : Dan wilt ge actie! Alles op zijn kop zetten! Lachen! Leven! Vrijen! Rijen. (rijdt met VALERIE in rolstoel de living rond) Naar waar ge rijdt, weet ge niet meer. Het Zuiden, het Noorden, ge zijt het allemaal kwijt. Maar ge rijdt, tegen 100 in 't uur, tegen 120 in 't uur.

VALERIE : (joelt van de pret) En ge vliegt!

MAURICE : Naar de zevende hemel! (rijdt emmer omver) Oeps!

MYRIAM : En daar zweeft ge. Gewichtsloos, tijdloos.

VALERIE : (meegesleept, tot KEVIN) met een hart dat alleen voor hem klopt,

KEVIN : (tot VALERIE) met een ziel die alleen voor haar glimlacht.

MAURICE : (tot KEVIN) Als man wordt ge dan een stier!

MYRIAM : Als vrouw een uitdagende toreador. (zwaait met dweil als met rode lap) KEVIN: Olé!

(MAURICE imiteert een aanvallende stier, stampt daarbij met de voet als briesende stier en stoot een plant om, bekommert er zich niet om en stort zich op de dweil. MYRIAM ontwijkt de "stoot", VALERIE joelt en applaudisseert, KEVIN raapt inmiddels de plant op: alleen de plant met kluit. De bel gaat.)

KEVIN : Er is gebeld! (Niemand geeft gehoor aan zijn opmerking. KEVIN zet de plant met kluit op de tafel, morst hierbij aanzienlijk wat potaarde, dan af via hal. Inmiddels)

MAURICE : Als de liefde toeslaat, speelt ge met gele eendjes in bad. (speelt met het eendje op de tafel) kwaak, kwakkwakkwaak. (enz)

MYRIAM : (snokt roze badhanddoek van MAURICE weg en legt die over haar hoofd) Dan ziet ge alles roze. (zakt verheerlijkt weg op de inmiddels rechtgezette emmer)

VALERIE : (snokt blauwe handdoek van MAURICE weg en legt die over haar hoofd). en blauw. (neuriet, rolt gelukzalig de living rond)

(MARILOU en KEVIN op)

KEVIN : (kucht, leest naamkaartje af) Juffrouw Marilou Delacroix, maatschappelijk assistente van Sipsop.

(VALERIE en MYRIAM schrikken; MAURICE zet zich gedeisd achter de kast, en tracht dan ongemerkt de trap op te gaan.)

MARILOU : S.I.P.S.O.P. Van de afdeling C.I.F.

VALERIE : En wat doet C.I.F.?

MYRIAM : Reinigt inox en email en is gemakkelijk te verwijderen.

MARILOU: (lacht) "Onze" Cif staat voor: C ommissie van I nterne F amilieaange-legenheden.

VALERIE : O nee! Weeral een nieuwe onderzoekscommissie!? Ge hebt toch suikerbonen bij?

KEVIN : Interne familieaangelegenheden? Daar hoeft zich toch niemand mee te bemoeien?

VALERIE : Gij denkt toch niet, dat ik zo maar gehandicapt mag zijn! Dan wordt met alles gemoeid. Van mijn IQ tot mijn Tampax.

MARILOU : CIF houdt zich, onder andere, bezig met de aanvragen tot toelagen voor verbouwingswerken voor minder validen.

MAURICE : (stuift trap af) De deuren! We krijgen eindelijk brede deuren! Gedaan met die loddergordijnen! Maar ga toch zitten, juffrouw! Een kopje koffie? Myriam, zet eens een potje koffie voor de juffrouw. En kuis de rommel hier wat op, zodat de juffrouw zich comfortabel voelt.

MYRIAM : Ja zeg, hebben jullie geen butler? (af via keuken, komt nadien af en toe terug om de tafel te dekken)

VALERIE : Die zal wel helpen. (superlief tot KEVIN) Nietwaar? Butler?

KEVIN : Waarom vraagt gij toch alles zo schoon?! (ruimt op)

VALERIE : (guitig) Omdat ge het zou doen!

MAURICE : Ge ziet! We hebben de deuren er af gehaakt, anders kon ze niet fatsoenlijk door. Echte deuren! Dat zal deugd doen! De aannemer zal ook blij zijn! Die zit ook al 6 maanden te wachten.

MARILOU : Sorry, maar hij zal NOG even moeten wachten. Het dossier is nog niet rond.

MAURICE : (vliegt uit) Niet rond?! Het dossier is nog niet rond?!

VALERIE : Dat kan slecht, hè pa! We hebben tien kilo paperassen opgestuurd. Die moeten eerst op twintig bureaus gelegen hebben.

MAURICE : Ge hebt de inschrijvingsaanvraag, het bewijs van invaliditeit, het multidisciplinair verslag, een kopie van het kadastraal inkomen, een plan met de afmetingen, per vakman een bestek, een bewijs van . ge hebt alles! Wat hebt ge dan nog te kort?

VALERIE : Hebt gij de maat van uw onderbroek wel opgegeven?

MAURICE : Drie joekels van mappen! Drie propvolle kaften heb ik! Bomvol kopies van attesten, bewijzen, bestekken, verklaringen, plans, verslagen. 'k Ben van het kastje naar de muur gelopen! Van Pontius naar Pilatus! En nu komt Maria Magdalena de maat van mijn onderbroek nog vragen?!

MARILOU : Welnee. De eerste drie stappen zijn in orde.

MAURICE : Drie stappen?! Kilometers heb ik er voor gedaan! 'k Heb er mijn autobanden kletskop voor gereden, een paar schoenen door versleten. Mijn broek blinkt van het zitten in wachtkamers!

VALERIE : Als ge die broek nu eens ging aantrekken, pa? En maak 'en passent' de badkuip leeg.

MAURICE : Samantha! Potverdekke, seffens is ze verrimpeld! (neemt haardroger en badeend)

VALERIE : Laat dat maar hier. Daar zal ze nu niet meer willen mee spelen.

MAURICE : (snaaks) 't Is een speelvogel! (af via trap)

MARILOU : Zit er nog een kind in bad? Jullie gezinssamenstelling is toch: twee personen?

VALERIE : Op geen enkel formulier was een lijntje voorzien voor: aantal toevallige logés.

KEVIN : (heeft alles opgeruimd) Zal ik het pakje in de keuken zetten of mag het hier blijven staan?

VALERIE : Ach ja! Mijn pakje! Kom, ik wil weten wat er in zit. (opent het pakje)

MYRIAM : (op met koffie) En dan is er koffie, zonder melk en zonder suiker, want dat was allemaal op.

VALERIE : Shit, ja! Ik moest nog boodschappen doen.

MYRIAM : Dat zal ik seffens wel doen.

MARILOU : Ge hebt hulpvaardige vrienden. Komen ze dikwijls helpen?

MYRIAM : Ik help niet echt. Valerie is mijn beste vriendin. Ik voel me hier thuis.

KEVIN : Ik breng alleen de post. Maar Miss Kwikzilver windt me telkens om haar vinger.

MARILOU : (glimlacht) Ze kan het ook zo lief vragen, niet?

KEVIN : (verzucht) Ze IS lief.

VALERIE : (heeft pakje geopend) Koekjes?! Wie stuurt mij koekjes?! (leest bijgesloten kaartje) Pierre! Koekjes van hun fabriek! De schat! De lieverd! (leest kaartje)

MARILOU : Wie is Pierre?

MYRIAM : Een profiteur.

KEVIN : Een rotzak.

VALERIE : Hij komt! Vandaag! Oh hij komt! Dan moet ik nog iets anders aantrekken! Myriam, wat zou ik aandoen? Een blitze cyber-trui? Een strakke body?.

MYRIAM : Een harnas.

VALERIE : Doe niet zo hatelijk! Pierre is lief. Kei-lief. hoffelijk, romantisch, teder.

KEVIN : Euh. Dan ga ik mijn ronde afwerken. Een prettige dag nog allemaal. En tot ziens.

MYRIAM : Wacht Kevin! Ik ga mee!

VALERIE : Wat gaat ge doen?

MYRIAM : Een wandelingetje doen met een kei-sympathieke knul en melk en suiker kopen voor een kieken zonder kop. Blijf maar zitten, ik zet de deur wel tegen.

(KEVIN en MYRIAM af)

VALERIE : (lacht schamper) Nu gaat ze proberen Kevin op te vrijen. De jaloerse courgette!

MARILOU : (vriendelijk) Denkt ge dat ze jaloers is?

VALERIE : Ja! Omdat ik nu een lief heb en zij niet.

MARILOU : Verkeert ge al lang met Pierre?

VALERIE : Daar was op de formulieren wel een regeltje voor voorzien, maar toen kende ik Pierre nog niet. Ik denk dat we vandaag echt beginnen verkeren.

MARILOU : Hoe lang kent ge hem?

VALERIE : Van verleden week.

MARILOU : En Kevin?

VALERIE : Krijgen maatschappelijk assistenten speciale training om kruisverhoren af te nemen? Of zijn ze van natuur curieus aangelegd?

MARILOU : (vriendelijk) Wij moeten proberen ons in te leven in problematische opvoedingssituaties. Maar curieus aangelegd zijn we ook wel.

VALERIE : En kunt ge u in onze situatie inleven? Of is het hier een te gekke boel?

MARILOU : De vrijetijdskleding van uw pa was wel wat ongewoon, maar vrienden op bezoek, een kindje oppassen, is een heel gewone gezinssituatie.

SAMANTHA : (lichtjes aangeschoten op, in luchtige lingerie, gevolgd door aangeklede MAURICE; SAMANTHA zingt "Vogeltjesdans") Lalalalalalala.

MARILOU : Wie is dat?

VALERIE : Ons kindje, is nogal groot uitgevallen.

SAMANTHA : (giechelt) Mijn truitje is pert totale. Die kapoen heeft het hélemaal uitgerafeld.

MAURICE : (guitig) Ge hadt me maar niet moeten nat spuiten, deugniet!

VALERIE : (tot MARILOU) Kunt ge u nog altijd inleven?

MARILOU : Dat is uw pa's vriendin, neem ik aan.

SAMANTHA : (vrolijk) Ik ben zijn fli-fla-flodderke! Zijn pi-pa-poedeltje! En wie zijt gij?

MARILOU : De ti-ta-toelage controleur.

SAMANTHA : Van het OCMW?!

MAURICE : Van de CIA. Ze zetten nog wel geen microfoontjes, maar ze willen wel "alles" weten.

VALERIE : Ze moeten zich in onze situatie kunnen inleven, pa.

SAMANTHA : Oh! Dan moet ik vertellen wat wij daarjuist gedaan hebben? (guitig) Ik zweer de waarheid te zeggen, (giechelend) niets dan de "naakte" waarheid.

MARILOU : Laat maar. Dààr kan ik zo ook wel inkomen.

MAURICE : In mijn bad?! Vergeet het! Geen speurneus in mijn bad!

MARILOU : Dat komt dan goed uit. In mijn bad geen driftkop.

SAMANTHA : (enthousiast) En hij is driftig! Mm!

VALERIE : Wacht maar tot volgende week. Dan is de confituur op.

MARILOU : Heeft u al lang een relatie met mijnheer, juffrouw?

SAMANTHA : (blij verrast) Word ik geïnterviewd?

MAURICE : (boos) Ja, ge wordt geïnterviewd. Door de inquisitie. (terwijl hij naar de keuken stevent, een pollepel haalt en onmiddellijk terug komt). Ze willen de pieren uit UW neus halen, voor MIJN dossier. Want 't is pas als het DOSSIER niet meer door die deur kan, dat ze mag verbreed worden. Ze willen zich inleven, vertrouwd geraken met mijn situatie. Omdat ze dan in mijn plaats kunnen denken en al mijn zorgvuldig uitgewerkte toekomstplannen herzien, herwerken, manipuleren en elimineren. Want een vader van een gehandicapte mag vooral geen idealen hebben. Die duwen ze "sofort" naar een kruipkelder ONDER de realiteit. En toch blijft hij alles slikken, en vechten voor zijn dochter. Ga zitten! (duwt SAMANTHA onzacht in de zetel; tot MARILOU) En gij! Schrijf op! (gaat naast SAMANTHA zitten)

VALERIE : (kleintjes) Kunt ge u nog altijd inleven?

MARILOU : (kijkt geamuseerd, bewonderend naar MAURICE) Beter met de minuut!

MAURICE : (hanteert de pollepel als micro; droogjes) Dames en heren, wij zijn ten huize van de familie De Batselier en naast ons, zit de schattige Samantha. Goede morgen, Samantha!

SAMANTHA : (giechelend) Goede morgen, mijnheer Jambers. Oh! Dit is plezant!

MAURICE : Samantha, door de speling van het lot zijt gij terechtgekomen bij Maurice De Batselier. Hoe lang zijt ge reeds zijn intieme vriendin?

SAMANTHA : Eén héérlijke week!

MAURICE : Kan er sprake zijn van perversiteit in jullie relatie?

SAMANTHA : (verheerlijkt) Ja!!!

MAURICE : (valt uit zijn rol, verbetert) Nee!

SAMANTHA : O maar jawel, schatje! Wij hebben toch heel ondeugende spelletjes gespeeld?!

MAURICE : Het programma gaat over "het plots toeslaan van de ware liefde" en daar moet uw getuigenis in passen.

VALERIE : Cut! (klapt deksel van de koekjesdoos dicht) Take two!

MAURICE : (interviewt) Maurice was voordien een dagelijkse klant bij u in het stationsbuffet. Wat was uw eerste indruk over hem?

SAMANTHA : (giechelt) Mm! Zo'n potente kerel! Daar wil ik wel eens een nummertje mee!

MAURICE : (valt uit rol) Een nummertje?

SAMANTHA : (sensueel) Véél nummertjes.

MAURICE : Wanneer sloeg bij u de bliksem in?

SAMANTHA : Dat was niet bij mij. Dat was twee straten verder.

MAURICE : (tot VALERIE) Cut?

VALERIE : Nee, dat laten we er in.

MAURICE : Wanneer zijt ge voor Maurice liefde beginnen voelen?

SAMANTHA : (lacht uitbundig) Liefde?! Wat is dat voor een beest?

MAURICE : Houdt ge dan niet van hem?

SAMANTHA : (kruipt in de zetel naar en op MAURICE, sensueel) O jawel! Van zijn beweeglijke heupen, van zijn brede borst, van zijn sterke armen, van zijn vurige lippen.

VALERIE : Cut! (SAMANTHA wipt op haar plaats, VALERIE klapt met koekjesdoos) Take three.

MAURICE : Algehele overgave gaat toch samen met liefde?

SAMANTHA : Moet dat?

MAURICE : Ik veronderstel, dat gij met Maurice een vaste relatie wilt opbouwen? SAMANTHA : (giechelend) En stiefmoeder worden van een gehandicapte dochter?! Ik heb al een hekel aan een winkelkarretje.

MARILOU : Cut! Dat volstaat mijnheer De Batselier.

VALERIE : Nu werd het pas interessant!

MARILOU : Dan stopt Jambers ook.

MAURICE : (tot SAMANTHA) Ge ziet me dus niet graag?

SAMANTHA : Maar jawel! Allee vooruit, ga liggen! Dan zal ik u nog eens graag zien.

VALERIE : Wanneer gaat hij het verschil leren tussen een verticale zonnestraal en een horizontale stoommachine?

MAURICE : En gij gaat niet graag naar de Nopri?

SAMANTHA : Maar mijn krokodilleke toch! Ik laat alles aan huis brengen.

VALERIE : Door een warme bakker, een knappe melkboer, een uitgebouwde brouwer, een lieve post.bode. Hé! Myriam blijft zo lang weg!

MARILOU : (plagend) Ze ontmoette misschien een knappe melkboer.

VALERIE : Is dat ook inleven?

SAMANTHA : Een mens moet niet inleven! Een mens moet uitleven! Komaan, playboy, hebt ge geen toffe CD's?

MAURICE : (enthousiast) De hele collectie van Helmut Lotti!

SAMANTHA : Ik bedoel: met muziek.

MARILOU : Hebt gij de "Lotti goes classics"?

MAURICE : Allemaal!

MARILOU : Mooie muziek!

VALERIE : Nu moogt ge aan mijn pa vragen wat ge wilt. Hij zal op alles antwoorden. Chapeau! Zo'n geslepen maatschappelijke assistente hebben ik nog nooit meegemaakt.

MARILOU : (guitig) Dank u!

MAURICE : Hebt gij die CD's ook?

MARILOU : Nee. Ik heb geen CD speler.

MAURICE : Een cassette recorder?

MARILOU : Dat wel.

MAURICE : Wil ik een CD voor u opnemen?

MARILOU : Als ge dat zoudt willen doen? Dat zou ik erg waarderen.

VALERIE : Gij kent mijn pa nog niet! Die kan alleen maar gelukkig zijn, als hij anderen gelukkig kan maken. Nietwaar pa?

MARILOU : Een man heeft me eens gezegd.

VALERIE : Pas op! Als een vrouw begint met "een man heeft me eens gezegd", gaat ze iets verstandig zeggen.

MARILOU : Een man heeft me eens gezegd: " het mooiste geluk is datgene dat kan gedeeld worden door twee."

SAMANTHA : (zeurt) Ik heb het koud!

MAURICE : Da's zeker! Ge hebt niks aan!

SAMANTHA : Gij hebt mijn truitje uitgerafeld, bandido! (giechelt) Het kittelt nog! (pruilt) Ge ging me een trui geven, van Valerie.

VALERIE : (nadat MAURICE haar smekend aankeek) Alles behalve mijn cyber trui en mijn strakke body.

SAMANTHA : Hebt ge iets met een decolleté?

VALERIE : Wat dacht ge? Niet in staat om te lopen, niet in staat tot sex-appeal? Hoeveel durft ge laten zien? Drievierde? Een half? Een kwart?

SAMANTHA : (aarzelend) Drievierde.

VALERIE : Ge valt me tegen. (tot MAURICE) Dat geel of dat wit, in de onderste schuif. (tot SAMANTHA) Ik heb nog hot pants ook als ge wilt.

SAMANTHA : Nee dank u. Mijn rok ligt boven.

(MAURICE af via slaapkamer; SAMANTHA af via trap)

VALERIE : En? Komen we nu in aanmerking voor die toelage? Of heeft zij het verbrod?

MARILOU : Ge sympathiseert niet met uw vaders keuze, hè?

VALERIE : (spottend lachje) Hij vergist zich weer fameus.

MARILOU : Weer?

VALERIE : Ik ben de tel kwijt, maar zijn stoet foefelgatten is lang aan 't worden.

MARILOU : Maar ge schikt er u in?

VALERIE : Dat zal wel zijn! Wat mij niet aanstaat, jas ik buiten!

MARILOU : (plagend) Met uw scherpe tong?

VALERIE : (lacht) En mijn scherpe voetsteunen. En als dat niet lukt, met een zware epileptische aanval. (merkt MARILOU's vragende blik) Als ik dat opvoer, ben ik niet verantwoordelijk voor gescheurde rokken, schrammen en kneuzingen.

MARILOU : Dat is wel niet zo netjes.

VALERIE : Dat is een reddingsoperatie! Pa ontvlamt telkens voor één facet van zijn ideaal en ziet het belabberd geheel niet.

MARILOU : Gij zoudt uw ideale partner dus meteen herkennen?

VALERIE : (verliefd) Ik heb hem herkend. Van de eerste keer. (MAURICE op met twee truitjes) Oh! Ik moet nog iets anders gaan aantrekken. Hij komt vandaag! (botst met rolstoel tegen de deurstijlen van haar slaapkamer) Stom deurgat! (af)

MAURICE : Valerie! Hoe dikwijls moet ik nog zeggen dat ge geen botsautootje zijt! (tot MARILOU) Ge ziet, die deuropeningen zijn te smal. Duurt het nog lang voor we mogen beginnen?

MARILOU : Wel, er is een klein probleempje in verband met uw jaarlijks inkomen. Ge zoudt 125 Euro te veel verdienen om van die toelage te kunnen genieten.

MAURICE : Volgens mijn dossier niet!

MARILOU : Volgens welingelichte bron wel.

MAURICE : (boos) De bloedhonden! De haarklovers! De bureaucratische broccoli's! Eén jaar kom ik 125 onnozele Euro boven het toegelaten maximum! Eén jaar! Omdat Valerie toen een stage gedaan heeft: voor 250 Euro een heel maand haar nikkel afgedraaid op de speelpleinen. Ja, ik heb mijn laatste belastingsformulier gekopieerd in plaats van het voorlaatste! Omdat ik in eer en geweten recht heb op die subsidie. Die stomme vakantiejob was eenmalig, godverdomme! (VALERIE botst off set tegen deurstijl) Valerie! Als ge zo dwaas blijft, haalt ge zelfs uw rijbewijs van voetganger niet!

VALERIE : (op, draagt strakke body) Ge moet zo kwaad niet zijn. Een hap meer of minder maakt de zaak niet. Daarbij, dat wordt binnenkort toch afgebroken.

MAURICE : Tarara! De subsidies zijn afgeblazen! We kunnen er naar fluiten! De C.I.A. heeft uw vakantiejob ontdekt.

MARILOU : De C.I.F.

MAURICE : Juist! Die zeepfabriek, die schitterende zeepbellen fabriceert! (citeert) "Wij doen alles voor de gehandicapten! Wij steunen de gehandicapten!" Maar grijpt naar zo'n zeepbel en. poef! Al wat ge krijgt is een vieze zeepsmaak.

VALERIE : (tot MARILOU) .Kunnen we dat niet diplomatisch oplossen? (droogjes) Met steekpenningen?

MARILOU : Het feit, dat ik hier ben, betekent dat uw aanvraag nog niet verworpen is.

MAURICE : Maar dat zal nu rap gebeurd zijn.

MARILOU : Niet noodzakelijk. Wanneer komt uw volgende belastingsaangifte?

VALERIE : Volgende maand.

MAURICE : (nukkig) Ik zei het toch: Valerie heeft één keer een vakantiejob gedaan! Eén luizige keer, waarvoor we afgestraft worden! Subsidies! (snuift) Slogans zijn het, politieke slogans, waarmee ze een naïeve zot verblinden en beduvelen! (wil doorgaan)

VALERIE : Pst! Pa! Luister eens! Ik denk dat de klokken van Rome op komst zijn. (tot MARILOU) Ik snap het! Als we de volgende aangifte indienen, wordt de laatste de voorlaatste en is alles in orde!

MARILOU : Het is geen normale procedure. Daarom kan ik ook niks beloven. Maar ik wil mijn best doen.

MAURICE : (verbaasd) Komt het in orde?!

VALERIE : Yes, yes, yes!

MAURICE : (blij) Krijgen we subsidies, deuren?!

VALERIE : Deze lieve, uitgeslapen dame zorgt ervoor!

MAURICE : Juffrouw!. (wil zeggen: "Gij zijt een schat!")

MARILOU : (valt in) Marilou.

MAURICE : Marilou. Ik neem voor u ALLE Lotti Classics op! Volgende week woensdag moogt ge ze komen halen.

MARILOU : Ik houd u aan uw woord! Volgende week woensdag ben ik hier terug. Nu moet ik nog wel nachecken of de opgegeven maten kloppen. Momenteel zijn het dus standaarddeuren van 83 centimeter?

VALERIE : Als ge gaat nameten, moet ge wel van boven meten. Vanonder heb ik er al wat afgereden.

MAURICE : Ge moogt alles nameten! Alleen met de belastingsaangifte had ik gefoefeld. Valerie, waar is een meter?

VALERIE : In de bovenste schuif van mijn lavabo ligt een lintmeter. (de bel gaat) De deur stond toch tegen? Welke kwakkel belt er nu als de deur tegen staat. (af via hal)

MAURICE : Kom maar mee. Ge zult zien, alles klopt tot op de millimeter!

(MAURICE en MARILOU af via Valerie's slaapkamer. VALERIE en PIERRE op. Nota: vermits er gordijnen hangen, is een gedempt gesprek tussen MAURICE en MARILOU hoorbaar: zij bespreken de bouwplannen.)

PIERRE : Is er geen belet?

VALERIE : (zenuwachtig) Nee, kom maar binnen. Ga zitten. Waar wilt ge zitten? Aan tafel? In de zetel? Wilt ge koffie? Er is koffie. Mét koekjes.

PIERRE : Ah! Ik ben precies welkom!

VALERIE : Heel welkom.

PIERRE : Heeft dat een bepaalde reden? (gaat in zetel zitten)

VALERIE : Alles moet toch geen reden hebben?! Gij hadt toch ook geen echte reden om mij koekjes te sturen? (zet onhandig kopjes, koffie en koekjes op de salontafel)

PIERRE : Toch wel. Ik wou het liefste meisje van de hele wereld verrassen.

VALERIE : (gelukkig) Als ge mij bedoelt, dan is het gelukt.

PIERRE : Waren ze lekker?

VALERIE : Ik heb er alleen nog maar naar gekeken; nog niet van geproefd.

PIERRE : (veelbetekenend) Lekkere dingen dienen niet om naar te kijken!

VALERIE : (verlegen) Ja maar, soms is iets zo speciaal, dat ge er niet durft aankomen.

PIERRE : Dat is me nog niet overkomen.

VALERIE : (aarzelend) Ik verlangde meer naar u, dan naar een koekje. Ik heb nog niet kunnen eten. Ik heb nog altijd geen honger.

PIERRE : Hebt ge niet kunnen eten? (VALERIE knikt heftig nee) Niet kunnen slapen? (VALERIE knikt nee) Ge hebt me niet kunnen vergeten? (knikt traag nee). Ik u ook niet, Valerie. (neemt VALERIE's hand) Zit gij altijd in die rolstoel, of soms ook in de zetel?

VALERIE : Soms ook in de zetel.

PIERRE: Hoe doet ge dat? (VALERIE laat de armleuning van haar rolstoel neer en wipt in de zetel, mag ingevolge het zenuwachtig zijn stuntelen; PIERRE schuift dichterbij) Op dit moment heb ik gewacht!

VALERIE : (snel, in een adem) Ik ook maar als ge me wilt kussen doe het dan asjeblief voorzichtig want ik heb dat nog nooit gedaan. (knijpt haar ogen stijf dicht)

PIERRE : Mijn lief, onschuldig vogeltje. (Kust VALERIE. Na de kus zet VALERIE grote, verwonderlijke ogen op, ademt snel) Was het niet goed?

VALERIE : (buiten adem) 't Was. 't Was. Overrompelend. Zalig! Ik ben van alles kwijt: mijn adem, mijn hart, mijn kluts... Maar ik ben gelukkig! (smachtend) Ik hou van u, Pierre. Ik wil altijd bij u zijn, u aanraken, u kussen, met u trouwen. (omhelst PIERRE stormachtig)

PIERRE : Hou, hou! Niet te hevig!

VALERIE : Ik heb een hele week naar u verlangd, van u gedroomd. Van ons, in een eigen huis, met een hemelbed, met kinderen.

PIERRE : Hm! Wat dat betreft, kunnen we misschien al eens wat oefenen. (wil ingaan op VALERIE's onstuimigheid)

MAURICE : (off set) Valerie! Kom eens naar hier! (op) We willen nameten of 13 centimeter meer, genoeg is voor uw rolstoel. (af)

PIERRE : Shit! Kunt ge niet zeggen dat ge geen tijd hebt?

VALERIE (terwijl ze in de rolstoel wipt): Sorry darling. Maar dit is belangrijk. Het zal niet lang duren. Als ge wilt moogt ge een stemmige CD opleggen. Voor seffens. Die liggen daar! Ik ben zo terug. (af)

(PIERRE gaat naar de CD's)

SAMANTHA : (op, draagt Valerie's wit bloesje; heeft haar rok ondersteboven aan; houdt de zoom in haar lende bijeen; is duidelijk dronken, giechelt) Ik ben vermagerd! Hoe zou dat komen? Van de champagne kan niet, want dat vet aan. Misschien was het bad te heet en ben ik daar in gesmolten. Of heb ik te veel seks gehad? Hihi, dat kunt ge nooit te veel hebben. (wil trap afgaan, maar door het nauwe lendenbandje lukt het niet) Wel potverdekke! Wie heeft die trap hoger gemaakt?! Gij sloeber?

PIERRE : Ik zou niet durven!

SAMANTHA : Zo'n Heilige Jozef ziet ge er anders niet uit! Hihi, hier sta ik nu! In de wind en op een trap. (giechelt)

PIERRE : Wacht, ik zal u naar beneden dragen.

SAMANTHA : Nee, nee, nee! Blijf maar daar! Ik kom. (springt met twee voeten van de trap, op het ritme van) "Inne minne mutte, tien pond klutte, tien pond kaas, inne minne mutte blijft de baas." (roept triomfantelijk) Ja! Ik ben er! (steekt daarbij de armen in de lucht, zodat de rok op de grond valt) Hihi, nu ben ik precies een wit product.

PIERRE : Een appetijtelijk wit product. Hangt er een prijskaartje aan?

SAMANTHA : (zoekt naar prijskaartje, vindt geen) Droge voeding! Kassa één!

(giechelt) Boy, doe die paardenmolen eens stoppen. Ik wil uitstappen. (wil verder lopen, struikelt over de rok, PIERRE vangt haar op) Ah! Jean-Marie! Danke sheun veur das kippen von mein loemp gewicht. 't Is hier warm. Of zijt gij dat?

PIERRE : Wie zou het van u nu niet warm krijgen?!

SAMANTHA : Bart Kaell, Luc Appermont, Felice Damiano, Kurt Van Eeghen.

PIERRE : Maar Pierre Claes wel.

SAMANTHA : Hela! Aan mijn lijf geen politiekers! Want die zeggen wel veel, maar doen niks.

PIERRE : Als ge actie wilt, moet ge bij mij zijn. (gaat een CD opleggen: "Je t' aime moi non plus" - Jane Birkin en Serge Gainsbourg)

SAMANTHA : Wow dat klinkt macho!

PIERRE : Ik ben een gevoelige macho.

SAMANTHA : Hihi! Wat we hier hebben! Een homofiele camioneur!

PIERRE : Ik ben heterogeen en rijd met een Ferrari. Hij staat trouwens voor de deur.

SAMANTHA : Amai, uw ogen blinken! Waarmee kuist gij die? Vitranet?

PIERRE : Dat is gezonde goesting, van een gezonde jongen. (snokt SAMANTHA tegen zich aan en kust haar)

SAMANTHA : Mama mia! Dat gaf nogal elektriciteit! Ga eens zien, ik denk dat de garagepoort nu ook open gegaan is. (verleidelijk) Kent ge nog van die goocheltrucjes?

PIERRE : (loodst SAMANTHA naar de keuken) Als gij meewerkt, nog héél veel!

SAMANTHA : Al wat ge wilt, Houdini! Als ge me maar niet doorzaagt. Want ik ben te voet en dan geraakt dat één stuk niet thuis.

(SAMANTHA en PIERRE af. MYRIAM op. Terwijl ze zich komisch ergert aan de

muziek, legt ze koffie, suikerklontjes en geldbeugel op de tafel, zet de boodschaptas naast de kast, vult vervolgens het melkpotje en de suikerpot, krijgt dan genoeg van de muziek, zet de CD stop, merkt - terwijl ze naar de tafel terugkeert - dat het gehijg doorgaat.)

MYRIAM : Hé! Ik had dat toch afgezet! (gaat terug naar de CD speler, merkt dan dat het geluid vanuit de keuken komt. Gluurt even in de keuken.) Ja zeg, Maurice! Zet in 't vervolg verbodstekens!

(MARILOU, VALERIE en MAURICE op)

MAURICE : Met elf centimeter meer gaat het vanzelf.

MYRIAM : Maurice?!. (gluurt opnieuw in keuken)

VALERIE : Waar is Pierre?

MYRIAM : (Krijst verontwaardigd) Daar! In de keuken! Aan 't, aan 't . hiphoppen!

SAMANTHA : (schaars gekleed op, terwijl ze naar de zetel waggelt) En dan is het nu het moment voor de grote verdwijntruc.

MYRIAM : Ze lagen opeen! Uw macho en die frivole badeend!

SAMANTHA : (Zit inmiddels op de knieën voor de zetel.) En dat eendje gaat kopje onder! (Steekt hoofd onder een kussen van de zetel)

MYRIAM : Die macho en die wilde zwaan daar vanonder speelden over. overspeelden. Ik weet verdomme niet hoe ge dat moet vervoegen, maar ze deden het! (tot PIERRE) Kom er maar uit, labbekak! Uw broek hebt ge niet nodig. (af via keuken) Die fantastische billen van u zien we op de volleybal ook. (op, sleurt PIERRE in onderbroek uit de keuken)

PIERRE : Sorry. Mijn wil was sterk genoeg, maar.

MAURICE : Hé! Hebt gij in de keuken met die Tarzan geslipperd? (tikt met zijn voet tegen SAMANTHA's achterste)

SAMANTHA : (komt met een) Kwaak! (te voorschijn)

VALERIE : (davert van woede) Nog geen tien minuten geleden hebt ge mij gekust! Ik zag u graag! Ik geloofde u!

(MAURICE neemt SAMANTHA onder handen, MYRIAM en VALERIE belagen PIERRE, terwijl MARILOU links en rechts de gemoederen probeert de bedaren. Dit alles onder een spervuur van volgende verwijten en verontschuldigingen.)

MAURICE : Komt ge met mij alleen niet toe?!

VALERIE : Bloedzuiger!

MYRIAM : De achterbakse kakadoris!

SAMANTHA : (giechelend) Gij waart er niet!

MYRIAM : Vettig kieken!

PIERRE : Stop maar! 't Is al goed!

MAURICE : En dan doet ge 't met een andere?

VALERIE : Waarom, waarom, waarom?!

SAMANTHA : Hij was sexy.

PIERRE : Ze had iets.

(MAURICE, VALERIE en MYRIAM zetten tegelijkertijd een kakofonie van verwijten in, die versterkt wordt door verdedigingen van PIERRE en SAMANTHA. Hieronder voor elk een steungevende repliek, waarvan door het tumult uiteraard slechts weinig zal van opgevangen worden.)

VALERIE : Ik had het kunnen weten! Tegen een waterkieken, een stom, onnozel waterkieken, dat met haar gat kan wiegelen, kan een macho als gij niet tegen! Had ge al genoeg van mij, omdat ge door had, dat ik niet met mijn gat kan schudden? Mijn liefde en gevoelens waren maar bijzaak, zeker! Wel, pak ze onder uw arm en vertrek, smeerlap! Maakt dat ge weg zijt, of ik rijd tegen uw schenen!

MYRIAM : Ik heb u al langer door, onnozel manneke! Eerst koekjes sturen om haar week te maken. Dan hier de flauwe komen uithangen. Maar bij de eerste de beste pin-up uw broek uitschieten. Dat is uw tactiek! Want vrouwen veroveren is voor u een sport, hè rotzak?! Maar daarvoor zijt ge hier aan het verkeerde adres. Gij denkt toch niet, dat ge Valerie kunt krijgen, zeker! Die is veel te goed voor u!

MAURICE : En ik ben niet sexy! Ik heb me begot dag en nacht afgesloofd om u te plezieren. Van de morgen tot de avond heb ik u als een prinses behandeld. Niks was te veel. En achter mijn gat, gaat ge met de eerste de beste in de keuken liggen fikfakken. En dan nog wel met het lief van mijn dochter! In mijn eigen huis! Maar daar zijt ge te ver gegaan. Ge kunt de pot op, poezeke! Er uit!

PIERRE : Ge had hier moeten zijn, dat had ge gezien, dat die juffrouw niet te weerstaan was. Daar kon ik als gezonde jongen niet tegen. OK. Ik loop rap van stapel. Maar wat jullie me hier naar mijn kop slingeren is wel een beetje te veel. Dat kan veel kalmer en veel deftiger uitgepraat worden. Ik ben niet naar hier gekomen om me te laten uitmaken.

SAMANTHA : (dronken) Maar ja, ge hebt uw best gedaan, Boubouleke. Maar ik was daarjuist in vorm en gij waart er niet en die jongen was er wel. En dan komt er van het een het ander. Daar moet ge zo kwaad niet voor worden. Dat kan iedereen overkomen. Maar de hevigste eerst. (giechelt)

MARILOU : (werpt de blikken koekjesdoos op de grond en bereikt daarmee een plotse stilte; bekijkt de bende met gebiedend dreigende blik; gebied streng) Alle blote billen. buiten!

(Onder MARILOU's dreigende blik druipen PIERRE en SAMANTHA komisch af.)

DOEK

Derde bedrijf

(Vijf dagen later. Op de tafel: een strijkdeken, een strijkijzer en Pierre's broek. VALERIE is op.)

VALERIE : (zucht, neemt strijkijzer, zet het terug, zucht, frommelt uiteindelijk de broek tot een prop) Hij heeft ze verfrommeld achtergelaten en kan ze begot verfrommeld terugkrijgen. (werpt de broek op tafel; bekijkt de broek, neemt ze terug, omhelst de broek) Pierre, Pierre, Pierre! Waarom moest het zo eindigen? (terwijl ze de broek zachtjes ontvouwt) Als ge die Samantha gerust gelaten hadt, zou ik uw broeken met plezier strijken. (legt de broek glad terwijl ze de stof streelt) Rimpelloos. Van de broeksband tot en met de boorden van de pijpen. Piekfijn. (terwijl ze de ritssluiting dicht snokt en de broek van zich afschuift) Maar als ge dat ding niet kunt toe laten, moogt ge het zelf doen. Of uw moeder. (snuift geringschattend) “Mijn moeke mist een broek in de was”. Hebt ge er maar twee, misschien? (neemt broek terug, fel) In dat geval moet ze gestreken worden. Anders hebt ge niks om aan uw gat te trekken. (legt de broek klaar om te strijken) Daar heb ik u gestreeld toen ge ze nog aan hadt. En daar. Nu is alles leeg. Er is niemand die om me geeft. (gebruikt de broek als zakdoek om in te wenen, herpakt zich) Voila. Ze is in gesprenkeld. (strijkt de broek)

MAURICE : (op via hal met dagblad, boos) Nu staat het nog in de gazet ook!

VALERIE : Wat schrijven ze?

MAURICE : (leest) “Comedy Capers te Olen. Vorige vrijdag is het duo PC van Kasterlee en SP van Bouwel door de politie opgepakt, wegens een authentieke imitatie van Comedy Capers. Toen PC's gele Ferrari met een snelheid van 180 kilometer per uur op de autostrade werd opgemerkt, zette de politie een helse achtervolging in, tijdens dewelke ze niet minder dan 10 zware verkeersovertredingen noteerde. Het duo kon ingerekend worden, toen de Ferrari voor een gesloten treinovergang tot stilstand kwam. PC en SP bleken ongewoon schaars gekleed in de auto te zitten. Mevr SP zou er met een proces verbaal wegens zedenschennis vanaf gekomen zijn, maar belandde ook in de cel, wegens ongewenste intimiteiten bij iedere betrokken, dienstdoende politieagent.” Dat is allemaal de schuld van die sociale madame! Mensen zonder kleren de straat op sturen! Waar trekt dat op?!

VALERIE : Ze heeft zich verontschuldigd.

MAURICE : “Sorry. Mijn stoppen sloegen door.” Dan haar boeltje pakken en wegwezen. Dat noemt gij een verontschuldiging?!

VALERIE : Eigenlijk zijt gij de schuld van alles! Gij met uw playgirls! Als gij uw verstand had laten werken in plaats van uw hormonen… (gevoelig) was ik misschien met Pierre getrouwd.

MAURICE : Kindje, dat was een ladykiller. Hij heeft mijn Samantha verleid.

VALERIE : (gekwetst-nijdig) Uw vamp heeft bijna een heel politiekorps verkracht en gij durft zeggen dat mijn Pierre een ladykiller is?! En wat zijt gij dan?! Om de haverklap brengt ge een nieuwe stoeipoes mee; huppelt ge hier rond als een verliefde kater in een tutuke. Croissantjes, bubbelbadjes, champagne! Alle foefjes worden ingezet. En voor een perpetuum mobile eet ge dan nog… Smurfenconfituur! “Smile Valerie! Het leven is mooi! Ik heb weer een lief!” Maar door uw Mata Hari, zit IK wel zonder!

MAURICE : (staat even perplex) Zo had ik het nog nooit bekeken. (gaat naar de kast, neemt de confituur)

VALERIE : Wat gaat ge daarmee doen?

MAURICE : In de vuilnisbak kieperen.

VALERIE : (glimlacht) Solfer dat de hond van hiernaast maar op. Sedert hij met Kevin kennis gemaakt heeft, staat dat beestje nog altijd smachtend naar de palen in onze hof te loeren.

(er wordt gebeld.)

MAURICE : Strijk mijn broek maar voort. Ik zal wel open doen.

VALERIE : Dat is Pierre's broek.

MAURICE : Waarom strijkt ge die?

VALERIE : Hij heeft getelefoneerd. Hij moet van zijn moeke die broek komen halen.

MAURICE : Moet ge die dan strijken?!

VALERIE : Eigenlijk niet. Eigenlijk kan ik er al evengoed pannenlappen van maken. (haalt een schaar)

MAURICE : (dwingend) Dat zou ik niet doen, Valerie!

VALERIE : Hij had me maar niet moeten bedriegen.

(er wordt weer gebeld)

MAURICE : Hoe komt het dat mensen wel voor een bareel willen wachten, maar nooit voor een voordeur?! (af)

VALERIE : Twee keer! Dat zal Kevin zijn. (bekijkt de broek, wraaklustig) “Gij” hebt in mijn hart gekerfd, Pierre Claes. Waarom zou “ik” uw broek niet mogen niet mogen kapot snijden? (knipt)

MAURICE : (op) Mijnheer Claes. Voor zijn broek… (merkt dat VALERIE knipt) of voor zijn pannenlappen.

PIERRE : (op) Sorry, maar ik heb voor iedere dag van de week een lange broek. Daarom miste mijn moeder er een in de was.

VALERIE : Dan zal ze die blijven missen want… nu is het een bermuda. (laat broek zien)

MAURICE : (voorvoelt ruzie) Ik ga de hond eten geven. (af via hal)

PIERRE : Hebt ge dat met opzet gedaan?

VALERIE : Nee, met een schaar.

PIERRE : Dus ge wilt me nog.

VALERIE : Wie zegt dat?

PIERRE : Ik.

VALERIE : Hoe weet gij dat?

PIERRE : De tegenpool van liefde is niet haat, maar onverschilligheid. (masseert VALERIE's schouders) En ik laat u niet onverschillig, want ge zijt kwaad op mij.

VALERIE : (geniet en is boos tegelijk) Liefde is potverdekke iets ingewikkeld!

PIERRE : Maar nee! Het is heel simpel. Ik voel wat voor u en gij voelt wat voor mij. Dat is alles.

VALERIE : (hoopvol) Voelt gij wat voor mij?

PIERRE : Anders was ik toch niet teruggekomen.

VALERIE : Gij kwam voor uw… bermuda.

PIERRE : Maak er voor mijn part een short van. Dacht gij echt dat ik die broek nodig had? Ik heb er dozijnen in de kast.

VALERIE : Komt ge terug voor mij?!

PIERRE : Ja. En dat ga ik direct bewijzen. Waar is uw slaapkamer?

(er wordt gebeld)

PIERRE : Shit!

MAURICE : (off set) Laat maar, ik doe wel open.

PIERRE : Kunnen wij dan nooit eens alleen zijn?

VALERIE : Ge zoudt het mij niet aangeven, maar ik ben een goede buitenwipper. Hou het in 't oog. Binnen tien minuten is iedereen buiten. (ziet MAURICE en BETTY binnenkomen, geërgerd) Binnen “vijf” minuten!

BETTY : (met leedvermaak) Is het waar wat ik gehoord heb, Mauriece? Zit uw “stofwolk” achter de tralies? (merkt PIERRE) Ah! Mijnheer Claes! Het is toch toevallig niet UW gele Ferrari die IN de krant staat?

PIERRE : (gepikeerd) Dat zou straf zijn. De MIJNE staat VOOR de deur.

BETTY : Nu ja, het kon. Gele Ferrari. PC. Pierre Claes. (tot MAURICE) Maria van de keurslager zei, dat ze dacht, dat die SP zeker en vast Samantha Peeters is. Want die heeft al lang de reputatie, dat ze geen mannen kan gerust laten. En Anna van de kaasboetiek vertelde, dat ze gehoord had, dat Brigitte van Louis van de bakker gezien had, dat hier vorige vrijdag twee topless personen buiten kwamen en in een gele Ferrarri stapten.

MAURICE : Dat is niet waar! Toen Samantha vertrok, had ze haar BH nog aan! BETTY : (triomfantelijk) Ah! 't Was dus toch die geit! Ge hebt gelijk dat ge haar op straat gegooid hebt, Mauriece! Dat was niks voor u! Zo'n lellebel, die aan iedere man wil frutselen!

PIERRE : (neemt Betty's woorden te baat) Zeg dat wel! Ze sleurde letterlijk alles van mijn lijf.

BETTY : Oh! Gij zijt dus ook haar klauwen terechtgekomen, jongen. Ze heeft zelfs geen respect voor leeftijd en afkomst! (tot MAURICE) Naar het schijnt heeft ze zelfs de commissaris bijna gecastreerd! Met haar tanden! Het is een echte mannenverslindster!

VALERIE : Sorry Pierre. Nu begrijp ik dat zij u verleid heeft en niet omgekeerd. BETTY : Zij heeft hem bestormd! Daar moogt ge zeker van zijn! Die jongen treft absoluut geen schuld! Die is van goede komaf. Van DE Claes met zijn koekjesfabriek! En het was heel verstandig van hem om door al die verbodstekens te vlammen. Dat was de enige manier om de aandacht van de politie te trekken en die snol te laten arresteren. Is het niet waar, jongen?

PIERRE : (profiteert van de gunstige wending) Ik heb een paar keer geprobeerd haar af te zetten, maar ze wou er niet uit! Dus, moest ik grovere middelen gebruiken.

BETTY : (gemeen) De klitwortel!

VALERIE : Zo is het dus allemaal gegaan! Diep van binnen heb ik eigenlijk nooit aan u getwijfeld.

PIERRE : Kunt ge dat bewijzen?

VALERIE : Ja. (kijkt lief, uitdagend op naar PIERRE)

BETTY : (zit naast MAURICE in de zetel) Nu uw duivelin uitgeschakeld is, wilt ge misschien … uw engeltje terug? (kijkt hoopvol, terwijl MAURICE zucht en twijfelt)

VALERIE : Het staat allemaal in de brief die ik u geschreven heb.

PIERRE : Ik heb geen brief gehad.

VALERIE : Dat zal niet, want die zit nog in de computer. Wilt ge hem lezen?

PIERRE : Is het een pikante brief?

VALERIE : (guitig) Soms. (rijdt naar de computer, PIERRE volgt haar)

MAURICE : (wil Betty zachtjes afschepen, aarzelend) Eigenlijk… was Samantha… wel meer mijn type.

(Onderstaande dialogen zijn twee losstaande dialogen, die “ineenhaken”.)

VALERIE : (leest) “Liefste,”

BETTY : Mauriece!

VALERIE : “Ook al heb ik u – na dat spijtig incident – uitgekafferd, ik mis u!”

BETTY : Hoe kunt ge zo stom zijn?!

VALERIE : “Sedertdien is iedere dag een paternoster van vurige verlangens naar u.” (kijkt op naar PIERRE)

BETTY : Hoe kunt ge voor zo'n kieken warm lopen?! Eén zwoele blik…

PIERRE : (leest verder) “Eén zucht van liefde…”

BETTY : …en ge zijt ge uw verstand kwijt!

PIERRE : (leest) … “verzuchtten we samen. En sedertdien verlang ik maar één ding:…”

BETTY : Alles!… Alles wat zij heeft heb ik ook!

VALERIE : (leest) … “uw algehele liefde, want…”

MAURICE : Al snapt ge er geen snars van…

BETTY : Zeg niet dat ge haar graag ziet!

VALERIE en PIERRE : “… Ik zie u graag!”

BETTY : Dat kan niet!

VALERIE : “Zelfs met mijn driften weet ik geen blijf.”

MAURICE : En waarom niet?

BETTY : Omdat het een seksuele bevlieging was.

VALERIE : “Alles tintelt en gloeit.”

MAURICE : Kan ik er wat aan doen?

VALERIE : “Niet alleen mijn hart, ook mijn lichaam verlangt naar u!”

BETTY : Daar bestaan remedies tegen.

VALERIE : “Wat moet ik moet die gevoelens?!”

PIERRE : Dat is nochtans simpel:…

MAURICE : Oh ja?! Kent gij een remedie tegen driften?

PIERRE : U laten gaan. (streelt VALERIE)

BETTY : Kamfer eten!

VALERIE : “Ik weet, ik mag aan die begeerte niet toegeven.”

MAURICE : De natuur tegenwerken is ongezond.

BETTY : Ja, maar ge kunt toch geen 24 uur aan een stuk rollebollen?!

MAURICE en PIERRE : Waarom niet?

BETTY : Dan zijt ge versleten voor ge het weet!

VALERIE : “Uw ontrouw was pijnlijk.”

MAURICE : Och gij!

VALERIE : “Toch ben ik steeds blijven hopen, dat we het konden goed maken, want...”

BETTY : Ge begrijpt toch, dat zo iemand u niet kan trouw blijven?

VALERIE : “Ik hou van u.”

BETTY : Vergeet het! Als ze een vuriger hengst tegenkomt, kruipt ze er op!

PIERRE : Vergeeft ge me?

MAURICE : OK. Spons er over.

VALERIE : Je t'aime, ich liebe dich.

BETTY : En… hoe zit het met mij?

PIERRE : Mmm! (kust VALERIE)

(er wordt gebeld)

MAURICE : Blijf maar (wil “zitten” zeggen)… Hé! Wat zijn jullie aan 't doen?

VALERIE : Wij zien mekaar graag, pa!

BETTY : Oh! Hoe romantisch! Een huis vol verliefden!

MAURICE : Vol?

BETTY : Wij toch ook, Mauriece?

MAURICE : Ik wil niet meer verliefd worden.

VALERIE : Het is nochtans een heerlijk gevoel, pa!

MAURICE : Zijt ge gelukkig, kindje?

BETTY : Natuurlijk is ze gelukkig! Ze kon niet beter treffen! Een echte gentleman! Een zoon van DE Claes van het koekjesfabriek! En als gij uw hart voor mij weer open doet, worden wij ook gelukkig, Mauriece!

(er wordt weer gebeld)

MAURICE : Ik zal eerst de deur open doen. (af via hal)

BETTY : Als ‘t Samantha is, laat ge haar toch niet binnen, hè Mauriece?!

VALERIE : Twee keer. Dat moet Kevin zijn.

PIERRE : Toch die schaapachtige postbode weer niet?!

(MAURICE en KEVIN op. KEVIN heeft een wonde op het voorhoofd en zijn broek is gescheurd.)

KEVIN : Sorry voor het binnenvallen, maar ik ben gevallen.

PIERRE : Dat kan iedereen overkomen, maar de stomste eerst.

MAURICE : Ga daar maar op een stoel zitten, jongen.

VALERIE : Kevin! (wendt zich bezorgd tot KEVIN) Ge bloedt! Aan uw hoofd!

BETTY : Dat moet gestelpt worden! Rap! (gruwelt van het aanzicht)

PIERRE : Ja! Want iets dat vijf dagen aan een stuk bloedt en niet sterft, moogt ge niet betrouwen!

BETTY : Ik kan niet tegen bloed! (strompelt naar zetel)

MAURICE : Ik haal de verbandkoffer. (af via badkamer)

VALERIE : (terwijl ze KEVIN vertroetelt) Maar jongen toch! Wat is er gebeurd? Zijt ge aangereden? Door een auto?

KEVIN : Nee, nee. (aarzelend) 't Was… andersom. (merkt VALERIE's vragende blik) Wel, ik stond met mijn fiets tussen mijn benen…

PIERRE : (spottend) Waw! Dat moet een lekker gevoel zijn!

KEVIN : … nam met twee handen een bundeltje brieven…

PIERRE : Met zijn twee linkerhanden.

KEVIN : … verloor toen de controle over mijn fiets…

PIERRE : (smalend) Wat wilt ge?! Een geboren verliezer!

KEVIN : Zijt ge mijn schapen vergeten, (smalend) Sint Jozef?

PIERRE : (sist) Dat komt hier niet ter sprake!

KEVIN : O jawel!

(MAURICE op met verbanddoos; geeft de verbanddoos aan VALERIE)

VALERIE : Kom Kevin. Dat bloeden moet gestelpt worden.

PIERRE : (gemeen) Ja! Bind hem af! (terwijl hij met één hand een wurgend gebaar rond de nek maakt) Daar!

BETTY : (terwijl KEVIN gaat zitten, flauwtjes) Mauriece! Ik kan niet tegen bloed!

MAURICE : Ge moet daar niet naar kijken. Kom hier.

(MAURICE gaat naast BETTY zitten en drukt haar vaderlijk tegen zich aan. BETTY profiteert van zijn medelijden en nestelt zich comfortabel in zijn armen.)

VALERIE : (verzorgt KEVIN) Pierre en ik zijn verliefd op mekaar, Kevin. Hij is een schat!

KEVIN : Gij neemt toch de pil?! Want uw schat kan wel vlot met vrouwen omgaan, maar is heel onhandig met kindjes.

PIERRE : (sist) Dat was UW schuld, stomme ezel!

KEVIN : Pardon! De os en de ezel stonden in het stalletje. Ik was toen schaapherder. Want gij wou dat jaar perse Sint Jozef zijn. (tot VALERIE) Ik was al vijf jaar Sint Jozef, maar Moeder Maria was goed geschapen en hij wou voor de verandering eens een “heilige” maagd activeren, ziet ge. (VALERIE drukt hardhandig een prop ontsmettingsmiddel op de wonde) Au!

PIERRE : Geef het hem! De jaloerse bok!

KEVIN : 't Was een schaap, Pierre! Een van mijn schapen brak los. (tot VALERIE) Dat beestje kon er niet tegen, dat Sint Jozef aan Maria zat te wriemelen. (VALERIE behandelt KEVIN weer hardhandig) Au!

PIERRE : Gij hadt dat beest opgejut, mislukte schaapherder!

KEVIN : Ja, als schaapherder was ik eigenlijk niet geslaagd. Ik was veel beter dan Sint Jozef. Maar ja, mijn vader zat in de duivenbond en zijn vader in de kerkfabriek. In ieder geval. 't Is een onvergetelijke Kerst geworden. Alle mensen hadden tranen in de ogen van 't lachen.

PIERRE : Genoeg!

KEVIN : (dolle pret) Stel u voor. Sint Jozef had met één hand het Kindje Jezus vast en met de andere hand… (kucht). Dat één schaap krijgt dat in de mot. Het riep nog “Pièèèrre” (imiteert schapengeblaat). Maar Pierre deed voort. Schiet dat schaap naar voor en ramt hem in zijn achterste. Sint Jozef tuimelt op zijn snuit, zijn rokken omhoog. Het kerstekind zoeft door de lucht, en ploft … op Sint Jozefs bloot achterste! Ik lag plat van 't lachen!

VALERIE : Bloot achterste?

KEVIN : Ah ja! Hij stond gereed voor de onbevlekte bevruchting.

VALERIE : Nu is het genoeg met uw hatelijke opmerkingen, Kevin! Ik ben verliefd op Pierre. Punt (drukt hardhandig een prop op de wonde, KEVIN kermt) En ik wil niet hebben, dat ge hem kleineert. Punt. (drukt weer hardhandig een prop op de wonde)

KEVIN : Au!… (droog) Als het niet te veel gevraagd is, ik heb liever een komma. (zijn hand vormt bij het woord "komma" zachtjes een kommateken over VALERIE's gelaat)

PIERRE : Poten af! Ze is van mij!

KEVIN : Sorry. Ik heb precies wel de vervelende gewoonte om altijd in uw vaarwater te zitten, hè? Mijn schaap tegen uw achterste. Mijn hand tegen uw lief… (aarzelend, doch met pretlichtjes in de ogen) Mijn kop en mijn fiets… tegen uw Ferrari…

PIERRE : Wablief?!

KEVIN : 't Is niet erg, hoor. Maar een paar schrammen en een beetje lak af. En… met een wc ontstopper krijgt ge die deuk er wel uit… denk ik.

PIERRE : (ontsteld) Mijn Ferrari! Zijt gij met uw fiets tegen mijn…?!

KEVIN : Een mens kan moeilijk kiezen waar hij wilt vallen, niet?

PIERRE : Gij zijt daarvoor in staat, schapenkeutel! Godver… miljard! Mijn Ferrari! Mijn kanariepietje… (vloekend en briesend af via hal)

VALERIE : Is zijn auto zwaar beschadigd?

KEVIN : Euh… toch wel wat meer dan mijn carrosserie.

MAURICE : (Is duidelijk BETTY's gewicht beu) Bloedt het nog, Valerie?

VALERIE : Nog een plakker er op en dan is hij opgelapt. (kleeft grote plakker op KEVINs wonde)

MAURICE : Ge moogt terug recht zitten, Betty. Ge ziet er niks meer van.

BETTY : Oh Mauriece, ik had zo uren willen blijven zitten.

MAURICE : Dan zou hij wel dood gebloed zijn, hè!

BETTY : We kunnen ook zo dicht bij mekaar blijven zitten.

MAURICE : Dat betaamt niet in gezelschap.

BETTY : Liefde is geen misdaad.

MAURICE : Jawel. Daar hebt ge een medeplichtige voor nodig.

BETTY : Maar “ik” ben er toch! (sensueel) En wat zij kon, kan ik ook.

MAURICE : Dat gaat niet. De confituur is op.

(We horen hondengejank. PIERRE op. Om zijn been hangt een pluche (hitsige) hond. Het gejank van de hond kan de hiernavolgende scène regelmatig “opfleuren”.)

PIERRE : (springt, danst, stampt, huppelt, probeert verwoed het dier van zich af te schudden, is haast hysterisch) Ga van mijn been af, vies beest! Ga ergens anders spelen! Help! (haast wenend) Moeke! Roep de politie! Een dokter! Dat beest heeft hondsdolheid!

VALERIE : Oh nee! De confituur!

KEVIN : (lachend) “Teefdolheid” zo te zien!

PIERRE : Gij lacht! Maar gij zijt nog niet aan uw nieuw patatten, vriend! Want wat ge aan mijn Ferrari geflikt hebt, gaat ge dik betalen! Ksht! Weg! Stom beest! Ga van mijn broek af!

MAURICE : Dat zal de verzekering wel betalen.

PIERRE : (tot MAURICE) HIJ zal betalen! En gij! Gij gaat twee broeken betalen: die uw dochter geruïneerd heeft en die dat mormel aan 't fermenteren is. Als ge die hete Samantha kunt betalen, kunt ge dit ook betalen! (tot hond) Schei uit, vettig beest! (vies gevallen) Yak! (enz)

MAURICE : (verontwaardigd) Ik heb Samantha niet betaald!

VALERIE : Zoiets doet mijn pa niet!

PIERRE : (tot hond) Fuck off!

KEVIN : (droogjes tot PIERRE) Daar is het hij mee bezig!

MAURICE : Wie zegt, dat ik Samantha betaald heb?

PIERRE : Ikke! (tot hond) Kst! Ga naar huis! Laat me gerust! Weg! Ksht! (enz)

MAURICE : Ik heb Samantha geen euro betaald!

PIERRE : Zoiets krijgt ge niet gratis, mens! (tot hond) Ga weg, of ik bijt! Verdomme!

VALERIE : (verontwaardigd tot PIERRE) Gij gaat toch niet beweren dat mijn vader een hoerenloper is?!

PIERRE : Ik heb haar eergisteren 50 Euro moeten geven voor een nummertje. Dus zal uw vader haar ook wel gesponsord hebben, zeker? (VALERIE begint de waarheid te realiseren, inmiddels richt PIERRE zich met afgrijzen tot de hond) Is dat nu gedaan?! Zijt gij nu nog niet leeg? (tot KEVIN) Pak die hond van mijn been!

KEVIN : Iemand helpen die roddels verspreidt? Ik denk er nog niet aan!

(PIERRE probeert de hond van zijn been te pakken, maar telkens hij het dier aanraakt, gromt het.)

VALERIE : Roddels? (gegrom van hond)

KEVIN : Op mijn toer wordt overal gezegd, dat uw pa een vetbetaalde hoer in huis gehaald had. (gegrom van hond)

BETTY : Ja! Bij de bakker zeiden ze het ook! (gegrom van hond)

KEVIN : Die leugen kan toch alleen hij maar verspreid hebben.

BETTY : Maar ik heb het niet willen geloven, Mauriece!

VALERIE : (vreselijk boos tot PIERRE) Gij. Vettige. Chickendip! Gij belastert mijn pa terwijl ge zelf hoert en tamboert?! En dat, terwijl ge mij liet hunkeren en snakken naar u?!

MAURICE : (tot hond) Pak hem, Ramboke! Vreet hem op!

VALERIE : Lieve woordjes, leugens, roddels! Gij zijt van niks vies, hè?

PIERRE : (paniekerig) Jawel! Van die hond!

VALERIE : Onder mijn ogen onderuit, hartenbreker! Ik wil u nooit meer zien. Nooit, nooit meer! (weent)

PIERRE : Doe niet dramatisch en pak die hond weg.

KEVIN : (bedreigt PIERRE) Ge hebt gehoord wat ze gezegd heeft.

PIERRE : Maar die hond!

KEVIN : Die valt seffens wel dood. Buiten!

PIERRE : (scheldend af via hal) Smeerlappen! Onnozelaars! Kiekens! Klotenvolk!

MAURICE : (troost VALERIE) Ge moet niet wenen, kindje.

VALERIE : (snikkend) Hij heeft u zwart gemaakt. Nu denken de mensen dat gij een seksmaniak zijt. En ge hadt er verdorie confituur voor nodig!

MAURICE : Och, zo'n reputatie niet erg.

BETTY : Ik zal overal wel gaan rondvertellen, dat het niet waar is.

MAURICE : (fel) Nee! Ik wil ook wel eens als macho bewonderd worden.

(de bel gaat. MAURICE af via hal)

VALERIE : (snikkend) Pierre was mijn ideaal.

KEVIN : Pierre is een rokkenjager. Dat weet heel Kasterlee. In de basketbalploeg is hij buiten gegooid, omdat hij de meisjes niet kon gerust laten.

BETTY : Er zijn nog andere jongens.

(MAURICE en MARILOU op)

VALERIE : (wenend) Die willen allemaal een knappe griet, die kan stoeien, dansen, springen. Geen zittend exemplaar zoals ik. Ik kan wel niet gaan, maar ik droom ook van een sprookjesprins! Van een lieverd, die me in zijn armen neemt… Van een ridder die me beschermt… Van een felle minnaar die me mijn gat in de boter zet en kust, kust, kust…

BETTY : Met uw gat in de boter?! Hoe pervers!

MARILOU : Iets waar “anderen” plezier aan hebben, wordt nogal dikwijls als pervers bestempeld, niet waar? Ik ben Marilou. Van SIPSOP.

BETTY : Ah! Voor de subsidies van de deuren.

MARILOU : Juist. Kent u SIPSOP?

BETTY : (onzeker) Van naam. Alleen maar van naam.

MARILOU : Verdriet, Valerie?

VALERIE : (grienend) Ik heb Pierre weer buiten gesmeten. Definitief deze keer.

KEVIN : Hij was u niet waard!

VALERIE : (grienend) Nu ligt zijn broek daar nog. Die zal me altijd aan hem herinneren.

MAURICE : (komisch overbezorgd) Zal ik ze inkaderen?

BETTY : Nee, nee. Niet te veel herinneringen. Ze moet dat zo vlug mogelijk vergeten. (bekijkt de broek) Hm. Die past precies voor Gilbert van ons Francine. (moffelt broek in haar handtas) Zaterdag gaan we met ons drietjes naar het vrijgezellenbal. Dan kan Valerie ontspannen en misschien leert ze er wel iemand anders kennen.

KEVIN : Wat kan ze daar gaan doen?! Daar krioelt het van getrouwde mannen!

VALERIE : (grienend) Het was allemaal zo mooi met Pierre. Tot gij (doelt op KEVIN) binnenkwam, met uw stom accident en hatelijk opmerkingen. Gij hebt Pierre op stang gejaagd! Zonder u had hij misschien alles goed gemaakt. Hij wilde misschien zijn leven beteren, omdat hij me graag zag. Zonder u, had ik nu nog een lief! (weent erbarmelijk)

KEVIN : (staat even perplex) Sorry. (wil buitengaan, draait terug en geeft VALERIE zijn zakdoek) Bedankt voor de verzorging.

VALERIE : (tussen het snikken door) 't Is niks. Graag gedaan.

(KEVIN af via hal)

MAURICE : (tot VALERIE) Kom kindje. Er zijn nog andere dingen in het leven dan een lief. En ge hebt mij toch nog!

BETTY : (haakt arm in bij MAURICE) En mij ook!

MARILOU : En Kevin!

VALERIE : Hoezo Kevin?

MARILOU : Die jongen heeft toch een boontje voor u. Was u dat nog niet opgevallen?

VALERIE : Kevin?!

BETTY : (neerbuigend) Hm. Een klasse minder. Maar als schoonzoon kan die er ook wel door.

MARILOU : U is de… vrouw van Maurice?

BETTY : Zijn verloofde.

VALERIE : Ze “denkt” dat ze dat is en doet moeite om dat te worden, maar ze weet nog niet, dat mijn pa met “u” (doelt op MARILOU) een afspraak had.

BETTY : (bitsig tot VALERIE) Het zal wel niet storen, dat ik blijf, terwijl de juffrouw jullie dossier controleert, zeker?

VALERIE : Hoe weet gij, dat ze een dossier moet komen controleren?

MAURICE : Dat is al gebeurd. En alles komt in orde. Dank zij Marilou.

BETTY : Wat komt “Marilou” hier dan doen, als ik vragen mag?

MARILOU : Cassettes ophalen. Maurice is zo vriendelijk geweest om voor mij de Helmuth Lotti classics op te nemen.

VALERIE : En deze middag gaan ze samen eten, dan in het park wandelen, vanavond naar de cinema, morgenvroeg bloedworsten bakken… (tot MARILOU) Gij lust bloedworsten, hè?

MARILOU : (lachend) Ja.

BETTY : (eist verklaring) Mauriece?

MAURICE : (twijfelt even, ziet dan de kans om van BETTY vanaf te geraken, komisch enthousiast) En morgenavond gaan we (Marilou en hij) naar de kermis! Naar de botsautootjes! En smoutebollen eten.

BETTY : (venijnig tot MARILOU) Ah! Zo gaat het er dus aan toe bij de CIF van SIPSOP! De bediendes laten er zich omkopen! Met cassettes en etentjes en amoureuze avontuurtjes! Ik had blijkbaar duidelijker moeten zijn aan de telefoon, en zeggen: “stuur een integere controleur, want die Jan Klaassen en zijn klein serpent hebben niet allen gesjoemeld, ze zijn tot alles in staat!”

VALERIE : (ontzet) Gij zijt ons gaan verklikken?!

BETTY : (briesend) Ja. Want gij verdient geen brede deuren, piskous! Zoals ge mij toegetakeld hebt over veertien dagen! Mijn rok geruïneerd, mij belachelijk gemaakt! Dat laat ik zo niet! Dan kent ge Betty nog niet! (tot MARILOU) En gij, corrupt geval! Zoek al maar ander werk! Want morgen weet heel SIPSOP en CIF en Dreft over uw bijverdienste! (tot MAURICE) En wat u betreft, graatloze paljas… mij ziet ge nooit meer! (resoluut en met slaande deuren af via hal)

MAURICE : (slaakt zucht van verlichting) Ze is weg!

VALERIE : De achterbakse teef! Misschien heeft zij die roddels wel verspreid! En niet Pierre!

MAURICE : Ik hoop maar, dat gij (Marilou) nu geen last krijgt.

MARILOU : Ik doe niks onwettigs. Maar als ze die cassettes en zogezegde relatie opschroeft, zou het wel kunnen, dat ik op het matje geroepen word.

VALERIE : Ga dan écht met mijn pa! Dan kunnen ze u niks doen!

MARILOU : (lachend) Zorg gij maar, dat ge het met Kevin goed maakt, intrigantje!

VALERIE : Dat hij het zelf komt goed maken! Hij had maar niet zo ambetant moeten doen.

MAURICE : En als ge op het matje geroepen wordt, wat dan?

MARILOU : Dan mag ik mijn verhaal doen. En de directie is heel begrijpend.

MAURICE : Dat zoudt ge aan hun vragenlijsten niet zeggen! Ze vragen de pieren uit uw neus! Kunt gij alleen eten, kunt gij alleen plassen, kunt gij maandverband inleggen, gebruikt gij tampons of inlegkruisjes? De Gestapo moest minder weten!

MARILOU : Die lijsten kloppen niet voor alle situaties. Ik ben er ook niet gelukkig mee. En wij moeten die gegevens dan nog registreren, wat vaak uren overbodig werk betekent.

MAURICE : Ik heb me al dikwijls afgevraagd wat het meest kost: al die tamtam of de subsidies?

MARILOU : Eén onterechte uitkering, betekent voor SIPSOP een onnodige uitgave en dat moeten we voorkomen.

MAURICE : Maar daarom moet ge toch geen stomme vragen stellen?! Wat maakt het nu uit, dat Valerie Tampax gebruikt of Pampers?!

VALERIE : Val Marilou niet lastig met uw frustraties, pa! Zij kan er toch ook niet aan doen. En daarbij, zij zorgt er toch voor dat het in orde komt!

MARILOU : Hola! Ik probeer uw dossier in orde te krijgen. Maar de uiteindelijke beslissing ligt niet aan mij!

MAURICE : Dus mijn aanvraag kan nog altijd verworpen worden?!

MARILOU : Ja, maar ge kunt altijd in beroep gaan. En doorgaans wint ge dat.

MAURICE : In beroep?! Met rechters en advocaten?! Maar die zetten alles op de rol! Tegen de tijd, dat ik er af rol, is Valerie getrouwd, heeft ze vier kinderen en een eigen huis mét brede deuren!

(de bel gaat)

VALERIE : Dat veronderstelt wel eerst een lief, hè pa! En dat heb ik niet meer. (af via hal)

MARILOU : Troost u, het is niet met rechters en advocaten. Alhoewel een advocaat mag. Beroep aantekenen kunt ge bij SIPSOP zelf. Maar als het ooit zover komt, help ik wel.

MAURICE : (guitig) Pas op, hè! Als ge zo lief blijft, ga ik met u écht naar de kermis!

MARILOU : (lachend) Dan ga ik mijn best doen, want het is jaren geleden, dat ik nog op een kermis geweest ben.

(VALERIE en MYRIAM op)

MYRIAM : Ik ben een trut, ik ben een trees, ik ben een kieken! Kent gij Jean Van Den Abeele?

MYRIAM : Ik ook niet. Maar ik heb wel met hem afgesproken om samen een weekend naar de Ardennen te gaan. Wie doet nu zoiets?!

VALERIE : (lachend) Een trut, een trees en een kieken?

MYRIAM : Gij lacht. Maar ik zit er wel mee! En hij gaat met de tent!… Met één tent! Wat moet ik nu doen?!

VALERIE : Condooms meenemen!

MAURICE : Maar Myriam! Hoe doet ge nu zoiets?!

MYRIAM : Wel, daarstraks zaten we in “De Warande”, te babbelen met wat gasten van de school. Op een zeker moment ging over “ontspannen”. En Jean zei, dat hij goed kon ontspannen in de Ardennen, maar dat hij niet graag alleen ging. En voor ik het wist zei ik dat ik mee ging! En hij was akkoord. En begon direct plannen te maken. Wat moet ik nu doen?!

VALERIE : Ga mee!

MYRIAM : Maar ik ken die pipo niet! Als dat nu eens een zager is, of een debiel, of een seksmaniak?!

MAURICE : Hebt ge zijn telefoonnummer? (MYRIAM knikt) Wel bel dat dan af!

MYRIAM : Ja maar! Ik ga graag naar de Ardennen!

MAURICE : 't Is wel het één of het ander, hè Myriam!

MARILOU : Als ge die jongen nu eens paar keer uitnodigt om samen te gaan eten.

MAURICE : Ze wil er niet mee naar de Ardennen, waarom zou ze er dan mee gaan eten?!

MARILOU : Dat is de beste omstandigheid om iemand te leren kennen. Uit het tafelgesprek zal blijken of de interesses overeenstemmen. En uit de tafelmanieren zal blijken of zijn of haar gedrag u bevalt.

MAURICE : Ach zo?!

MARILOU : En als ge dan met mekaar overweg kunt, kunt ge samen naar de Ardennen.

MYRIAM : Hé! Dat is kei-fak! Dat ga ik doen!

VALERIE : Allez vooruit! Bel hem op! Zeg dat ge seffens in de Mc Donalds zit!

MYRIAM : Nee, vanmiddag blijf ik hier eten. Ik zal eitjes koken. Hoe wilt ge uw eitjes?

VALERIE : Onbevrucht.

MYRIAM : (lacht) En gij Maurice?

MAURICE : Euh… Voor mij geen. Want… ik ga in De Postiljon een spaghetti eten… met Marilou. (tot MARILOU) Als ge wilt tenminste. Maar het is nu middag en ge moet toch al op het matje komen voor omkoperij. Dus een spaghetti maakt voor u de zaak niet meer.

MARILOU : (lacht) Gij hebt wel een onweerstaanbare manier om iets te vragen. OK ik ga mee.

MAURICE : (terwijl hij MARILOU naar de hal loodst) Ge MOET natuurlijk geen spaghetti nemen. Ge moogt ook een videeke nemen, of een roze zalmschotel of een steak béarnaise.

MYRIAM : Ik ga het water opzetten. (af via keuken)

(MARILOU en MAURICE af via hal)

VALERIE : Pa!

MAURICE : (steekt hoofd binnen) Ja?

VALERIE : Met mes en vork eten, niet slurpen, niet boeren en niet zagen over de deuren. Doe uw best. Marilou is een schat!

MAURICE : Mag ik op haar verliefd worden?

VALERIE : Tot over uw oren!

MAURICE : Dat ben ik al! (zingt als kinderlijk plagen) Nenenenene! (af)

(Tijdens de hiernavolgende scène dekken MYRIAM en VALERIE de tafel, waarbij eetgerei uit de kast gehaald wordt en eetwaren uit de keuken)

MYRIAM : (op) Zeg Valerie. Stel dat Jean op mij verliefd wordt in de Ardennen. Dat zou romantisch zijn!

VALERIE : In een tent?! (ironisch) Heel romantisch. Ravioli bij zaklamp. Kussen tussen de mieren. Wriemelen in één slaapzak…

MYRIAM : (giechelt) Dat laatste zal wel niet gebeuren.

VALERIE : Daar zou ik zo zeker niet van zijn. Iedere man die ademt, is seksueel geïnteresseerd.

MYRIAM : Ja zeg! 't Zijn allemaal geen Pierres, hè!

VALERIE : (zucht) Ik wil Pierre terug, Myriam.

MYRIAM : Gij zijt op uw kop gevallen! Zo'n loense profiteur!

VALERIE : Hij is daarstraks hier geweest. Kwam het goed maken. En zonder dat kieken van een Kevin, zou alles weer goed gekomen zijn. Maar die kwiet was met zijn fiets tegen Pierre's Ferrari gevallen. En als hij dan nog hoffelijk geweest was! Maar nee! Hij maakte Pierre belachelijk, joeg hem op stang, betichtte hem van smeerlapperij en roddels. Tot Pierre razend werd… en ik ook.

MYRIAM : (enthousiast) Waw! Daar had ik willen bij zijn!

VALERIE : Dan was misschien alles anders verlopen.

MYRIAM : Nee, nee. Ik zou voor Kevin gesupporterd hebben.

VALERIE : Hebt gij een oogje op Kevin?

MYRIAM : Kijk toch eens verder dan uw neus lang is! Kevin staat zot van u! En hij is wel wat meer aandacht waard, dan ge hem totnogtoe gegeven hebt. Hij is lief en vrolijk, doet alles voor u. Hij speelt butler, helpt opruimen. En als een ridder met een vlammend zwaard springt hij voor u in de bres en verlost hij u van die valsaard.

VALERIE : (korzelig) Hij heeft mijn lief buiten gejudast en hij kan de pot op!

MYRIAM : (verwijtend) Blinde vink!

(MYRIAM en VALERIE gaan aan de gedekte tafel zitten. Er heerst een grimmige stilte. Even later is er gerinkel van glas hoorbaar op Maurice's slaapkamer.)

VALERIE : Wat is dat?

MYRIAM : 't Kwam van boven.

VALERIE : Van pa's slaapkamer.

MYRIAM : Een inbreker?

(Er is gestommel hoorbaar)

VALERIE : (bang) Precies wel.

MYRIAM : (bang) Wat moeten we nu doen?

VALERIE : K.k.alm blijven, zeker?

MYRIAM : K.k. Is dat alles?

(Er is weer gestommel hoorbaar. Er heerst een gespannen, bange stilte. Dan BILLY grotesk woest op via trap. Zijn linkerhand is een blinkende haak. Hij heeft ros haar en ruige, rosse snor en baard; draagt zwart ooglapje, groene legermuts met rode pompon, piratenhemd, Schots rokje, sportkousen, legerbotten.)

BILLY : (woest op) Verdomme! Ge zult een loodgieter moeten laten komen. Ik krijg mijn enterhaak niet uit de chauffage. (stoer) Hi girls! My nickname is Billy. Ik kom mijn prinsesje schaken. Wie van u is mijn hotmail Valerie, met de sexy lingerie? (VALERIE en MYRIAM bekijken mekaar, wijzen dan tegelijkertijd mekaar aan) Me niet op stuipjes trekken, hè! Of mijn DOS slaat tilt! En als mijn DOS tilt slaat, dan lockt mijn systeem up (luid) en dan flippen mijn controls over mijn Sound Blaster.

En pas op! Ik heb geen back-up gemaakt! (hakt dreigend met haak in de trapleuning, wrikt daarna de haak uit de trapleuning)

VALERIE : (tot MYRIAM) Hoe weet hij dat ik hier woon?! (MYRIAM gebaart schuldig dat zij terug gemaild heeft: ik – typen – enter) Ferm! En wat nu?!

BILLY : (komt trap af) Nu gaan we eerst kennismaken. (gaat stoer aan tafel zitten, heft met plat van de haak MYRIAM's kop omhoog, dwingend) Wie zijt gij?

MYRIAM : (bang) Haar vriendin.

VALERIE : (snel, als BILLY zich tot haar richt) En ik ben haar vriendin!

BILLY : Aha! Twee vriendinnen. Die blijkbaar allebei moeten gedefragmenteerd worden! Ik wil mijn Valerie! (hakt met haak op tafel; waarna blijkt dat hij tegelijk in een boterham gehakt heeft) En choco op mijn boterham.

MYRIAM : (springt verschrikt op, nerveus) Choco? In, in de keuken. En, en eitjes ook.

BILLY : He ja! Tikkeneitjes. Dat lust ik wel. Dat mag iedere week op tafel komen. Dat moet ik bookmarken. Come on! Zwier maar van alles op tafel want ik heb honger. En vergeet de pickles niet. Ge hebt toch pickles? Ik vreet niks zonder pickles.

MYRIAM : (bang, stotterend) Z.zijn er pickles, Valerie? (merkt aan BILLY's grijns, dat ze Valerie verraden heeft) Shit!

VALERIE : (boos) Ja er zijn pickles!

BILLY : Ah! Dat is mijn Valerie! My darling! (trekt VALERIE's rolstoel dichterbij, tot MYRIAM) Ingerukt gij! Ik wil eten! Vooruit! Logt uit! Geen lurkers in mijn list. Exit! (MYRIAM af via keuken) En, web-misstress? Vindt ge me ruig genoeg of moet ge mijn begroeiing eerst eens zien?

VALERIE : Nee, nee. Ik geloof u. Dat zal… ook wel… ruig zijn.

BILLY : Ge moogt gerust zijn! Daar rol ik iedere dag twee sigaretten van. (VALERIE griezelt) Ik neem u mee en vervul al uw wensen, sweetheart. Want heet als een hoogoven ben ik ook. Ik heb een computer virus: de Viagra virus. Mijn software is hardware geworden. Dat is wel handig. Ik rol niet rap uit bed. (MYRIAM op met eitjes, choco en pickles) Is dat alles? Haal de ijskast leeg. En zet er wat achter! (dreigt met de haak) Gij zijt een attachment. En als ge niet doet wat ik zeg, delete ik de attachment. Of wilt ge ook lid worden van de Bond van Gehandicapten?

(MYRIAM snel af via keuken. Tijdens het hiernavolgende draaft ze in en uit de keuken en zet een vracht eetwaar op de tafel. BILLY prikt en smeert allerhande tegenstrijdige eetwaren aan de haak, als ware het een spit.)

VALERIE : Ik ben gehandicapt. Ik kan niet lopen.

BILLY : Good! Dan moeten we maar één lidkaart betalen. En dan kunt ge ook niet gaan lopen, zoals die vorige teven.

VALERIE : (kijkt vol afgrijzen naar BILLY's onsmakelijk pleisterwerk) Ik had iemand gevraagd met een doedelzak. Gij hebt geen doedelzak!

BILLY : (veelbetekenend) O jawel! En daar moogt gij na het eten al op spelen. Ik heb zo'n gedacht, dat gij met uw muis al mijn hyperlinks gaat willen aanklikken.

VALERIE : (na kort, afgrijzend observeren van BILLY's “sandwich”) Zijt gij directeur van een melkerij?

BILLY : Yep. En nog wel van een biologische melkerij. Ik heb twee geiten.

VALERIE : Ik ga niet mee!

BILLY : Cool! Dan kan ik u écht schaken! Met u ga ik veel hete spelletjes kunnen spelen, poppeke!

VALERIE : (observeert kokhalzend BILLY's bezigheden) Hoe gaat gij mij kunnen… strelen, met dat… spit?

BILLY : Maar poeske! Hier kan ik toch van alles op prikken! Van een software flow control tot een plug-in. (bijt in de poespas op de haak, zodat zijn mond vol viezigheid hangt)

VALERIE : Ik wil u niet!

BILLY : Maar ik wil u wel! This is love at first byte, my dear! En moest ge een paar bestandjes hebben, die niet direct op mijn systeem draaien, dan configureer ik die wel. (plakt smakkende zoen op VALERIE's wang, zodat VALERIE onder de viezigheid hangt) Mm… Er mankeert precies nog iets. Ah! Een paar “tikkenaaikes”! (neemt een hard gekookt ei) Oe-oe! Dat is heet. (laat het ei ophoog wippen om af te koelen) Kijk Valerie! It's quick-time! Met wav.-bestand!

(BILLY staat dan op en geeft een show ten beste van zang, dans en jongleren met het ei = omhoog werpen tijdens het dansen en tijdig opvangen. Zingt op de muziek van “I'm getting married in the morning” van “My Fair Lady”)

You like an “aaike” in the morning

you like a “tikkenaaike” too

you like an “aaike”

you like an “aaike”

We both like “tikkenaaikes” too.

BIILY : (breekt vol bravoure de schaal op zijn voorhoofd, verpulvert de eierschaal en prikt het ei op de haak) Tweede strofe!

(BILLY neemt per vergissing een van de rauwe eieren, die MYRIAM inmiddels op tafel gezet heeft en herbegint de show. “You like an aaike” enz. Tijdens deze show MYRIAM af via keuken en weer op, met borstel. Op het ogenblik dat BILLY het rauwe ei op zijn voorhoofd kapot klopt, wil MYRIAM met borstel toeslaan, maar BILLY beweegt te veel. BILLY merkt haar poging.)

BILLY : (dreigend) Ik heb de indruk dat ik uw c-schijf eens moet formatteren. (rukt borstel uit MYRIAM's handen, slaat de steel op zijn knie; de steel breekt in twee) Er zitten bugs in uw programma's.

(MYRIAM loopt de trap op. BILLY achtervolgt haar)

VALERIE : (bekogelt BILLY met hard gekookte eieren) Laat haar gerust, bullebak! Vieze Barbarossa! Ga weg! (MYRIAM af ) Myriam, laat me niet alleen!

BILLY : Die directory hebben we niet nodig, poeske. Komaan, hou op met uw cookies en let's plug and play, darling! (wil zich duidelijk aan VALERIE vergrijpen)

VALERIE : (razend, terwijl ze op BILLY in chargeert, om hem met de voetsteunen van haar rolstoel onderuit te halen, zodat BILLY zich voortdurend moet verschansen: in de zetel wippen, op een stoel klauteren enz.) Ik play niks! Ik plug niks! Ik “cut uw poten van uw lijf en “paste” ze in de prullenbak, vettige computerfreak! Rosse bulldozer! Delete, delete, delete! Maak dat ge weg zijt! Ga met uw gefarceerde keuterhaak onder mijn ogen onderuit! Logt uit! Laat me gerust!

BILLY : (heeft een stoel genomen en houdt de poten beschermend voor zich uit, nadert VALERIE, dreigend) Genoeg gescrollt met uw Word processor, baby! Nu beginnen we aan de virtual reality, met pijltje omhoog en enter!

VALERIE : (wil vluchten via haar slaapkamer, botst in haar hevigheid tegen de deurstijl) Shit! Waarom hebben wij geen brede deuren!

BILLY : (terwijl hij VALERIE's rolstoel grijpt en haar naar de computer voert) Kom, we bekijken eerst wat hete webpages. Dan zijn we rap geüpdatet. (start computer)

(de bel gaat)

VALERIE : (blij) Ze bellen! (wil gaan opendoen)

BILLY : Hier blijven! En heet worden!

VALERIE : (van weerloosheid het wenen nabij) Maar zoekt dan toch een valide hoer, verdomme! Ge ziet toch dat ik gehandicapt ben! Ik kan amper de halve Kama Sutra klaarspelen. Wat hebt ge dan aan mij?! En ik ga aan u ook niks hebben. Want ik ben bang van uw vleeshaak.

BILLY : (streelt VALERIE's wang met de haak) Ik zal voorzichtig zijn.

VALERIE : (wanhopig snikkend) Ik wil geen kapitein Hook! Ik wil geen gehandicapte! Ik wil… ik wil… (snakt naar adem, er wordt gebeld, dan zachtjes snikkend, smekend)… Kevin…

MYRIAM : (op via trap met haardroger, dreigend terwijl ze de trap afkomt) Handen omhoog of ik schiet! (BILLY en VALERIE steken bliksemsnel de handen in de lucht, En gij naar de keuken, Valerie! Rap! (VALERIE af via keuken) Want 't is maar een haardroger! (snel af via hal)

BILLY : (draait zich woest om, maar MYRIAM is al weg, wendt zich dan tot de keuken, waarvan één klapdeur openstaat) Of ge nu een gecrashte schijf zijt of niet, ik wil u! Met of zonder uw input! (wil keuken binnengaan)

VALERIE : (laat op dat moment de klapdeur los, zodat de deur onzacht tegen BILLY terechtkomt, off set) Ik moet u niet! Ga weg! Varken! Rosse zwabber!

(VALERIE blijft BILLY scheldnamen toeroepen en slingert keukenvoorwerpen naar buiten “Bullebak! Smeerlap! Rosse duivel!” enz. BILLY tilt woest de klapdeuren uit de hengsels, ontwijkt de toegeworpen voorwerpen, dan af via keuken, terwijl hij VALERIE's scheldwoorden met scheldwoorden beantwoordt “Teef! Bitch! Loeder! Heks!” enz. MYRIAM en KEVIN met bloementuil op.)

MYRIAM : (bang) Doe iets Kevin! Hij is in staat om haar te stoven!

VALERIE : (angstig off set) Weg met die joystick! Nee! Help!

(KEVIN duwt bloemen in MYRIAM's handen en stormt de keuken in. Er is een spectaculaire tumult hoorbaar: gestommel, gekletter, geschreeuw, mokerslagen, pijnkreten van BILLY, angstige kreten van VALERIE, gejammer van BILLY, schotels vliegen de living in… Dan KEVIN en BILLY op. Bij de groggy en jammerende BILLY prikt de haak in zijn eigen achterste. KEVIN heeft hem beet met snor en baard en sleurt hem resoluut af via hal. VALERIE op)

MYRIAM : (blij) We zijn er van af!

VALERIE : (geestdriftig) Ge had Kevin moeten zien! Die bokste, mepte, stompte, sloeg de ene uppercut na de andere op dat terracotta bakkes!… Ongelooflijk! Hij was geweldig… (verliefd) Hij IS geweldig.

MYRIAM : (geeft de bloemen aan VALERIE) Hier, geef hem de palm en een dikke kus. Hij heeft het verdiend.

VALERIE : Van waar komen die bloemen?

KEVIN : (op) Die heb ik meegebracht. Ik wou… het komen goed maken. Ik had daarstraks Pierre niet mogen buiten treiteren. (lachend) Ik ben hier precies zo'n beetje de buitenwipper, hè?

MYRIAM : Kevin, gij zijt een held!

VALERIE : Ge krijgt de palm. (geeft de bloemen aan KEVIN)

MYRIAM : (tot VALERIE) Is dat alles?!

VALERIE : (ietwat verlegen) En een kus. Maar dan zult ge u moeten bukken.

KEVIN : (onwennig) Wow! Ge gaat mijn dag goed maken! (bukt zich, VALERIE kust hem vluchtig, daarna drukt hij een kus op VALERIE's wang) Sorry voor daarstraks. Die bloemen zijn voor u.

VALERIE : Ge moet u niet excuseren. Ge hadt gelijk. Pierre was niks voor mij.

MYRIAM : Kom. Ik zal die bloemen in een vaas zetten en tegelijk de keuken oprommelen. Volgens de jingles van daarstraks, heb ik daar nog minstens een uur werk. (knipoogt naar VALERIE, af via keuken)

KEVIN : Zal ik gaan helpen?

VALERIE : Nee, blijf hier... Ik zou graag hebben dat ge bij mij blijft. Tenzij ge bij Myriam wilt zijn.

KEVIN : Ik kom voor u! Ik ben graag bij u… Ik zou altijd bij u willen zijn.

VALERIE : (glimlacht) Gij zijt zo lief.

KEVIN : Gij ook. (na korte stilte met oogcontact) Ik zou u nog eens willen kussen… Maar dan langer… en anders…

VALERIE : Ik zou u ook… langer en anders willen kussen.

KEVIN : Ik hou van u.

VALERIE : (bedelend) Kus me dan!

KEVIN : Zal ik u ineens kussen, zoals gij het graag hebt?… Met boter?

VALERIE : Oh Kevin! Gij denkt ook aan alles! Ja, met boter. En lang, heel lang!

(Romantische achtergrondmuziek. KEVIN heft VALERIE uit de rolstoel en zet haar op de tafel, op het pakje boter . VALERIE zakt met verheerlijkt gezicht in de boter. KEVIN en VALERIE kussen elkaar.)

Doek
---------------------------------------------------------------------------------------

OPVOERINGEN

1999 - Galgenbergs AmateurTheater - MECHELEN

2001 - De Komedie spelers - MEERBEEK

2003 - De Wissel - HEULE

januari 2004 - KWB WIJCHMAAL

april 2007 - Zespół Szkół - PRZEWORSK - Polen (verkorte Engelse versie)

maart 2007 - Zonhoven

2, 8, 9, 15,16 juni 2007 - De Narrekap - (NL)B

Andere werken hier te lezen

"De grote De Groot; komedie avondvullend Raymond Goovaerts

"Wrakhout" Het boek van Raymond Goovaerts waaruit 'Op drift' is gegroeid'

"Op drift" Docudrama eenakter Raymond Goovaerts

Dit toneelstuk is auteursrechtelijk beschermd. Het wordt u ter lezing aangeboden. Niets van de inhoud mag worden gebruikt zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteurs. Wie dit stuk wil opvoeren dient contact op te nemen met de auteurs.

Uw dienaar

Oberon I van Mechelen







  • Comments(0)//eigenstukken.amateurtoneel.be/#post0