Eigen stukken

Eigen stukken

EIGEN STUKKEN

START - EIGEN STUKKEN - PALMARES - WEETJES, IDEETJES EN LINKS- BLOG

De grote De Groot

DE GROTE DE GROOTPosted by Goovaerts Raymond Mon, December 26, 2016 11:00:54

Belangrijke nota:

Dit toneelstuk is auteursrechtelijk beschermd. Het wordt u ter lezing aangeboden. Niets van de inhoud mag worden gebruikt zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur. Wie dit stuk wil opvoeren dient contact op te nemen met de auteur. Raymond Goovaerts Elektriciteitstraat. 31/401 2800 Mechelen 015/55.72.59 @

De grote De Groot

Van Goovaerts Raymond

---------------------------------------

Personages: 4 dames – 5 heren - of als Hertens een vrouw: 5dames - 4 heren

Anita Verschueren – De Groot: rockzangeres. Normaal is zij een elegante, charmante vrouw van +/- 40jaar. Op en top vrouw. Een beetje bijziend. Ze is impulsief, spontaan en toch straalt heel haar verschijning iets theatraal uit.

Op het podium verandert ze in een echt beest rockbeest. Haar kleding, grime en imago spreken dan de ware Anita tegen.

Frank Verschueren: Ondernemer. Haar man. Iets ouder dan zijn vrouw. Rustig en beheerst. Sympathieke verschijning. Een “heer”.

Ronny: Zoon. Puber. Student

Mimi: Dochter. Enkele jaren ouder dan Ronny. Studente.

Dario Santos: Secretaris, manager. Ongeveer 50 jaar het type van de onmisbare secretaris. Hij heeft de theatrale stijl van Anita overgenomen wat hem niet goed afgaat. Je merkt dat het fake is en het ligt er net iets te dik bovenop.

Sonja: Een charmante vrouw van +/- 35. Gescheiden. Eenzaam.

Jacques: Architect. Vriend van Mimi. Knappe verschijning van +/- 30jaar oud. Iets te knap, iets te verzorgd en iets te charmant om een betrouwbare indruk te geven.

Catrien: Bejaarde huishoudster. Zou de moeder van Anita kunnen zijn

Bob: Huisknecht +/- 35 jaar. Gewezen stellingbouwer. Eenvoudige maar oprechte man die zich erg belangrijk voelt als huisknecht van de grootte “Anita De Groot”

Hertens: Journalist. Vlotte charmante jongeman, goed van tongriem gesneden. Kan ook een moderne vlotte ambitieuze jonge vrouw zijn.

-----------------------------------

Handeling: Nu en hier. Bij het begin van de zomer. Een zaterdagnamiddag.

-----------------------------------------------

Decor: Gezien vanuit het publiek

Villa in residentiële wijk.

Links vooraan: Bel bediening en deur naar hal en voordeur.

Achterwand links: Tuindeuren.

Achterwand rechts: Erkerraam met synthesizer of als de scène groot genoeg is een vleugelpiano.

Rechts vooraan: schoorsteen

Moderne stoelen tafels, een bankstel. Poster van rockconcerten aan de muur. Verschillende moderne instrumenten beschikbaar. Partituren verspreid over het decor. Gouden platen aan de muur. Het geheel mag overkomen als nogal vol. Aniata De Groot heeft graag alles bij de hand. Haar personeel zorgt dat alles netjes is en heeft daar in haar aanwezigheid de handen vol aan.

-----------------------------------------------

Eerste bedrijf:

(bij het opengaan van het doek staat Catrien bij een bloemenmand en leest een kaartje dat aan de mand hangt)

Catrien: “Welkom aan onze grote artieste vanwege haar stadsgenoten”. Schoon begin van een rustkuur moet ik zeggen…

Bob: (Komt op met grote plant) Waar mag ik deze plant neerzetten juffrouw Catrien?

Catrien: God…nog zo n’ sta in de weg ding… ‘k Weet het werkelijk niet…Wacht…ik leg hier een doekje op en dan kun je hem hier zetten Bob. Laat s’ zien? “Welkom thuis” Sonja Brand. (Licht sarcastisch) Dat s’ heel attent moet ik zeggen…

Bob: Het toppunt als je het mij vraagt.

Catrien: Ik vraag je niets!

Bob: O…sorry juffrouw. Dus …hier hè?

Catrien: Pas op hè. Op het kleedje hè. Anders beschadig je het blad nog.

Bob: Jawel juffrouw.

Catrien: Heb je op madame haar kamer de rolluiken laten zakken?

Bob: Ja zeker juffrouw.

Catrien: Madam zal wel een beetje willen rusten als ze thuis komt, dan is het lekker koel op haar kamer – t’ is al zo warm voor de tijd van het jaar hè…

Staat het theewater klaar?

Bob: t’ Is tegen de kook juffrouw.

Catrien: Ze kunnen nu niet lang meer wegblijven.

Bob: Juffrouw Catrien?

Catrien: Ja?

Bob: Denkt u…? Zou het ernstig zijn met mevrouw haar…?

Catrien: Hoe moet ik dat nu weten? Ik ben geen specialist hè. Trouwens waarom vraag je dat? Je kent madame niet eens.

Bob: Nee, madame zelf niet. Maar hè…ziet u ik ben een groot muziekliefhebber als ik dat zo zeggen mag…Ik heb een grote stereo installatie…niet zo van dat goedkoop spul, maar een schone toren met alles er op en er aan waar ik lang voor gespaard heb. En elke € die ik kan missen leg ik op zij om CD s’ te kopen. Ik heb al een schoon collectie en die van madame zijn er natuurlijk bij. Mmmmm…wat een artieste hè

Catrien: Ja, zoals zij heb je er geen tweede.

Bob: t’ Zou verschrikkelijk zijn als er iets moest mis zou zijn met haar.

Catrien: God ja…Daar moet ik niet aan denken. Maar t’ is natuurlijk niets bijzonders. Madam moet alleen wat rust houden. t’ Arme kind heeft veel te hard gewerkt…Die Amerikaanse tournee moet moordend geweest zijn. En dan alle benefiet, gastvoorstellingen en TV shows er nog bij. Ik weet al niet meer waar ze allemaal is geweest.

Bob: Gisteren was ze nog bij TF1.

Catrien: “Hell on weels”. Schitterende show.

Bob: Maar haar schoonste optreden was toch in Werchter.

Catrien: Ach Bob dat moet je niet alleen horen dat moet je ook zien. Want ze kan niet alleen goed zingen, ze is ook een grote actrice…jarenlang ben ik haar kleedster geweest, en als ze in Werchter zong stond ik altijd in de coulissen…dat sloeg ik voor geen geld over. ‘k Krijg er nog koude rillingen van als ik er aan denk.

Bob: U kent madame zeker al lang?

Catrien: Al bijna heel haar leven. Ik werkte eerst voor haar ouders,…later werd ik haar kleedster. Toen ze trouwde, zei ze; “Catrieneke”…zo noemde ze mij altijd…”nu kunt ge het een beetje rustiger aan doen, maar je mag nooit bij mij weggaan hè” en toen ze later weer ging optreden, ben ik hier gebleven om voor de kinderen en mijnheer te zorgen.

Bob: Ik vind het tof dat je zo veel over madam vertelt….

Catrien: Ja… ja… t’ is al goed maar geen roddels in t’ café begrepen!

Bob: Natuurlijk niet juffrouw.

(Als de telefoon belt; Bob haastig naar de hoorn, en met een zeker “gewichtigheid")

Met de huisknecht van De Groot…k’ zou het onmogelijk kunnen zeggen mijnheer…Nee, het is niet bekend wanneer mevrouw zal aankomen…’n interview zegt U? Ik vrees dat daar erg weinig kans voor is mijnheer…Nee, mevrouw wenst absoluut niet gestoord te worden, we hebben orders om niemand van de pers toe te laten…Goed mijnheer probeert U het maar. Dag mijnheer.

(voldaan hoorn neer, en kijkt trots naar Catrien)

Catrien: Wie was het?

Bob: ‘n Journalist van Humo.

Catrien: Denk er om! Al wat telefoneert afpoeieren en onder geen enkele voorwaarde één journalist toelaten.

Bob: Laat dat maar aan mij over juffrouw.

(Af langs links voor)

(Hertens links op langs tuin, draagt camera en dictafoon)

Catrien: (hoort iets, draait zich om en merkt Hertens op die vanuit de tuin opkomt)

Wat zullen we nu hebben?!

Hertens: (Snel naar voren) Hallo, journalist “Morgen”. (Slogan) “Niet gisteren maar vandaag het laatste nieuws door “Morgen”

Catrien: Aangenaam. Madame De Groot is niet hier, Wanneer ze komt weet ik niet, en als ze er is dan is, is ze in elk geval niet te spreken. En als je dat aan je collega s’ zou willen doorgeven spaart dat ons allemaal een heleboel moeite.

Hertens: Het spijt mij verschrikkelijk dat ik mevrouw niet persoonlijk tref, maar als u zo vriendelijk zou willen zijn om een interview toe te staan…?

Catrien: Zo vriendelijk zal ik niet zijn mijnheer.

Hertens: (vuurt een schot in t’ wilde weg af) Ik heb toch ‘t genoegen met de moeder van mevrouw…?

Catrien: Neen, haar kindermeid!

Hertens: O, maar dat is prachtig! Dan zult u massa s’ jeugdherinneringen kunnen ophalen!

Catrien: Kunnen, ja…Ik ben het alleen niet van plan.

Hertens: Als mijn lezers dan het genoegen van een interview moeten missen, kunnen ze tenminste het portret van haar trouwe kinderjuf op de voorpagina…(heeft camera op Catrien gericht…)

Catrien: Godalmachtig…Wat een brutaliteit. Enfin, je kent de knepen van het vak…. Maar…Moet ik misschien even wijzen waar het tuinhek is?

Hertens: Dank u. Ik had het al gevonden.

(Mimi verschijnt in de deuropening)

Hertens: (draait zich om en begroet Mimi die een beetje aarzelend verwonderd binnenkomt)

Hertens: “Morgen”. Aangenaam. “Niet gisteren maar vandaag het laatste nieuws door “Morgen” Mag ik misschien…?

Catrien: Neen dat mag u niet! Nu is het genoeg geweest en u weet waar de uitgang is!

Hertens: Geen interview maar stof genoeg voor een artikel…mm (werpt zoentje naar Mimi)

Catrien: (denkt dat de zoen voor haar is) En zet er vooral in dat ik zo n’ snoezige oude dame ben hè,

Hertens: Zal niet mankeren mevrouw!

Catrien: En kom vooral niet terug, want madame brengt haar bloedhonden mee. Bij elke paal van het tuinhek één.

Hertens: Voor ons vak hebben wij alles over mevrouw! (af tuin)

Mimi: Goed gedaan Kaatje!

Catrien: ‘k Had mij de moeite kunnen besparen. Vandaag of morgen staat die hier toch terug of duikt er een ander specimen op. En als je moeder hier is kan ze het zelf niet over haar hart krijgen om ze weg te sturen.

Mimi: Ze vindt dat immer plezant.

Catrien: t’ Pleit voor je moeder dat de roem haar niet veranderd heeft. Ze heeft er inderdaad nog even veel plezier in als de eerste keer.

Mimi: Pure ijdelheid ja…

Catrien: Alè foei…het lijkt wel of je niet blij bent dat ze thuis komt.

Mimi: Och… Ik weet het zelf niet Caatje. Toen ik nog klein was vond ik het geweldig! “Mijn beroemde moeder De Groot” …die af en toe kwam aanwapperen met armen vol cadeautjes.

Later had ik liever een echte moeder gehad…en nu?

Catrien: Zou je een “andere” moeder willen hebben?

Mimi: Och…(Mimi kijkt rond) Alé… Het begint er hier weer aardig op “huize De Groot” te lijken. Bloemen, verslaggevers…(leest een van de kaartjes) “Welkom thuis”…Schattig…

Catrien: Is Ronny al van school?

Mimi: Ik geloof het niet. Hij zal dadelijk wel thuis komen.

Catrien: Ik hoop het want ze kunnen ieder moment komen…

Mimi: En de entree zou kunnen mislukken…(boze blik van Catrien)

Catrien: (bezorgd) Wat jou de laatste tijd mankeert hè…

Mimi: Ik wou dat ik dat zelf wist.

O, daar is Ronny.

Ronny: (Op langs tuindeuren)

Hallo!

Catrien: Je bent laat Ronny.

Ronny: Nog wat staan kletsen.

Catrien: Schoon excuus, die jonge gasten vandaag doen niets anders meer dan op elke straathoek staan kletsen.

Ronny: Ja. Ook een specialiteit hè.

Catrien: Ja lach maar met een oude vrouw. Maak jezelf nu maar een beetje deftig, dadelijk komen je ouders thuis.

Ronny: Ik zal er voor zorgen. (Lacht uitdagend) Om te beginnen met die boeken te verbranden. (af links voor)

Catrien: Wacht ik ga met je mee tot in de keuken. (af)

Mimi: (loopt door de kamer en leest smalend de kaartjes aan de bloemen) (Telefoon gaat, neemt op) Mimi Verschueren…(haar gezicht klaart op) Hé hooi Jacques…Jij? Vanavond? Nee onmogelijk…(teleurgesteld) Je weet dat mama vandaag thuis komt, dus je begrijpt…Ach nee, jongen, dat kan toch niet…Goed bel mij morgen maar eens op, misschien dat ‘k dan…Of het goed is dat je zelf komt? (Koket lachje) Och…t’ Kan natuurlijk ook…Of ik dat prettig vind? Zeg, wat denk jij eigenlijk wel? (Luistert en lacht een paar maal) Goed. Je mag mij komen halen…(Ronny terug binnen) Wat?…Nieuwsgierig naar mijn beroemde moeder? …Godver…, begin jij nu ook al?! Als je eens wist hoe beu ik dat ben om iedereen hetzelfde liedje te horen zingen. Nee, ik ben niet het minst onder de indruk…Goed, tot morgen…

Ronny: Zeg jij wordt verrekt vervelend met je zure opmerkingen over mama. Wat heeft ze gedaan? (Mimi luistert niet) Waarom zeg je niets? (Nadrukkelijk) Wat heeft ze misdaan?

Mimi: Vraag liever wat ze ons misdaan heeft! Vader en ons laat ze in de steek omdat ze geen afstand kan doen van haar BV zijn. “Je BV moeder” Ik kan het niet meer horen.

Ronny: Maar schaap, je bent jaloers.

Mimi: Jaloers?! Waarop in Godsnaam…?

Ronny: Ja…Omdat jij maar een doodgewoon stom wicht bent en mama…

Mimi: Crazy!! (Neemt kaartje) En wat zeg je hier van? “Welkom thuis” van Sonja Brand.

Ronny: Gewoon…Vriendelijk van haar.

Mimi: En zo gemeend!

Ronny: Niet soms?

Mimi: Ik wist niet dat jij nog zo ‘n snotter was dat je dat spelletje tussen haar en vader al niet lang door hebt!

Ronny: Wou je beweren dat papa en tante Sonja…?

Mimi: “Tante Sonja” …Ja…Nog zo ‘n tournee en mama kan wel voorgoed wegblijven. Dan krijg jij een stiefmoeder.

Ronny: Verdomme zeg ik wist niet dat jij zo n’ roddeltante bent! Eerst mama de volle laag en dan papa ook nog eens…

Mimi: Ik verwijt vader niets. Als het tussen hen verkeerd loopt is het haar schuld. Welke vrouw laat haar man nu een jaar alleen? En “Tante Sonja” maakt daar dankbaar gebruik van.

Ronny: Zielig van je om dat te zeggen! Ik vind haar tof en jij hebt geen enkel recht…

Mimi: Ze heeft je blijkbaar al goed rond haar vinger.

Ronny: Omdat ze mij met mijn werk helpt…waar papa geen tijd voor heeft…Ik heb Frans toch maar opgehaald hè…En vind je dat nu zo erg dat ze af en toe met ons ergens mee gaat of blijft eten?

Mimi: Nu en dan? Ze is meer hier dan thuis. En als ze er eens niet is moet papa toevallig ook weg. Voor zaken.

Ronny: En daar moet jij kost wat kost iets achter zoeken? Maak je niet ongerust dear. Mama komt thuis…zeker voor drie maanden. En ik weet dat ze Sonja net zo graag zal mogen als papa en ik dat doen.

Mimi: Mensenkenner…pff...

Catrien: (druk van links op) Daar zijn ze! De auto is net het hek doorgereden. Toe dan! Gauw!

Ronny: (Tot Mimi die aarzelt) Doe niet zo idioot…Kom mee!

Catrien: (Blijft wachten zoals een bediende past)

Anita: (Verschijnt in de deuropening van de tuin, gevolgd door Frank en de kinderen. Daarachter volgt Dario.) (Ze is gekleed volgens haar imago van rockster) ( ze vliegt met uitgebreide armen op Catrien af, maar vergeet niet om onderweg de ruiker bloemen die ze vast had neer te leggen)

Caterina, mijn beste oudje…Mijn beste…Wat is dat … Tranen?

Catrien: Madam…Mijn lieve kindje!

Anita: Laat mij jou eens goed bekijken…Nee, maar… Je wordt jonger elke keer dat ik je zie. Vind je ook niet Frank?

Frank: (Een beetje afwezig en ongemakkelijk) Ja, ons Kaatje schijnt het geheim van de eeuwige jeugd te bezitten.

Anita: O afschuwelijk. Waarom geven jullie haar toch die afschuwelijke bijnaam?

Frank: Ach…Het klinkt gezellig.

Anita: Maar ze verdient toch beter! De schat die zo goed voor jullie zorgt. Want zoals jullie er allemaal uitzien…! Ik ben bang dat ik opnieuw verliefd op je word Frankje…En de kinderen Jullie zijn echt groot geworden…

Mimi: Ik wist niet dat je na je twintigste nog groeit.

Anita: Nu ja, bij wijze van spreken dan. (Gaat naast Rolf staan) Maar mijn grote zoon is wel degelijk nog gegroeid. Toen ik de laatste keer hier was kwam je nog zo hoog. En nu…

Mimi: Dat is ook meer dan een jaar geleden.

Anita: Ja ik heb jullie schandelijk verwaarloosd. God het was of die tournee eeuwig duurde!… Och Dario wat blijf je daar staan. Ik ben je helemaal vergeten. Toe, wees een engel en regel jij even de koffers. En neem mijn juwelen onder je hoede wil je?

Dario: Waar wil je ze hebben Anita?

Frank: Breng ze maar hier als je wil dan bergen we ze straks samen op.

Dario: Prachtig. (Af naar tuin)

Anita: Wacht…Laat mij eerst mijn bloemen verwennen (Tot Catrien) Zijn ze niet prachtig. Die werden mij op het vliegveld in Parijs aangeboden…Van een aanbidder. (Ziet Frank lachend aan)

Frank: (Glimlachend) Nee! En heb je die aanvaard?

Anita: En weet je van wie? (Bij Frank met een knipoogje van hartelijke verstandhouding) Van hem!…( Deponeert bloemen ergens neer.) Bel eens Trientje. Hij moet een vaas brengen…Ik wil ze zelf schikken. (Catrien belt bij de deur links)

Frank: Als ik zo eens rondkijk ben ik niet de enige aanbidder Nita. ‘Lijkt wel een bloemenwinkel.

Anita: Ja…schitterend…Even kijken (schouwt enige exemplaren van de bloemenhulde.) (Neemt het kaartje van Sonja) Sonja…

Frank: (Kennelijk niet op zijn gemak) Zo…Heeft zij ook…Attent.

Mimi: Allerliefst!…

Frank: Ja…Jij kent haar nog niet. Sinds een maand of acht is ze onze overbuur…Trouwens, dat heu…Heb ik je toch geschreven, nietwaar?

Anita: (Net iets te Onbevangen) Jaja…De kinderen enne…Caterina niet te vergeten in haar brieven (Legt het kaartje terug) Een gescheiden vrouwtje, niet?

Frank: Eh…Ja, ja…Gescheiden. Ze heeft de “de wilgenhoek” recht over ons gekocht.

Anita: A, ja dat stond inderdaad leeg…Aardige vrouw?

Ronny: Een schat.

Bob: Heeft u naar mij gevraagd mevrouw?

Anita: Zou je even een bloemenvaas willen brengen…eh…(vriendelijk) Hoe heet jij eigenlijk?

Bob: Bob madam.

Anita: Ik hoop dat het hier prettig werken voor je wordt Bob. Ik ben soms erg lastig.

Bob: (Verlegen) Voor u zal niets mij te veel zijn mevrouw.

Anita: Kom eens wat dichterbij (Steekt hand uit) Wat denk je Bob zullen we het samen kunnen redden?

Bob: O madam…Ik vind het een grote eer om voor u te kunnen werken.

Catrien: Bob is een echte fan van u.

Anita: Heb je mij dan al eens bezig gezien Bob? Wel een heel verschil met mijn werkelijke ik hè.

Bob: Ik heb u nooit life gezien madam. Alleen uw CD s’.

Catrien: Hij heeft er verschillende.

Anita: Bob. Ik zal je wat beloven. Als ik terug mag zingen zal ik eens speciaal voor jou zingen…En nu mijn vaas graag.

Bob: Direct madam.

Frank: Die heb je ook weeral tot slaaf gemaakt.

Anita: Als hij het maar blijft zolang ik hier ben is mij dat voldoende. Een muzikale huisknecht…groevi…(kijkt in een spiegel) God, wat zie ik er uit. Ik moet mij hoognodig een beetje opfrissen. Excuseren jullie mij even?…Kaatje, snoes…ga je even met mij mee?

Catrien: Moet je niet een uurtje rusten? Je zal wel moe zijn van de reis.

Anita: Van dat stukje, onzin…

Catrien: Mijnheer Santos, Zegt u nu eens dat madam zichzelf meer moet ontzien.

Anita: Dario vertel jij dat mens eens dat ik gisterenavond Wiels off hell gezongen heb.

Dario: Schitterend. Fantastisch zoals altijd.

Catrien: Maar u schreef toch…?

Anita: Jaja, ik moet rust hebben. Oververmoeid denk ik. Maar als je gisterenavond het slot had gehoord, Kaatje, dan zou je niet zo zeuren. Ik was echt in vorm. Nietwaar, Dario?

Dario: Ze heeft heel het nummer nog eens als toegift opgevoerd.

Anita: Als dat geen bewijs is?

Catrien: Ik heb me anders wel ongerust gemaakt.

Anita: Overigens heb ik wel een dokter gezien en die schreef mij een paar maanden absolute rust voor.

Catrien: Dus moet ik er op letten dat je daar aan houdt.

Anita: Laat dat maar aan mij over. Wees lief en ga boven mijn kleine blauwe koffer uitpakken, ik kom direct. (Bob komt op met vaas) Dank u Bob. Help jij Caterina even verder als je wilt.

(Caterien en Bob af)

Anita: (Zet de vaas op tafel en begint bloemen te schikken) Dario? Werk jij even een paar telefoontjes af wil je?

Dario: Natuurlijk.

Anita: Ten eerste: de pers. Je weet, geen sensatieberichten in de krant over een zieke rockster. De Amerikaanse tournee is erg vermoeiend geweest en ik neem drie maanden volkomen rust. Geen interviews.

Dario: Geen interviews.

Anita: Ten tweede maak voor mij een afspraak met professor Boeks. Zoek hem maar in het telefoonboek.

Dario: Boeks! Dé specialist!

Anita: Lieve schat hoe dikwijls moet ik jou nog verkondigen dat er werkelijk niets aan de hand is. Maar ik kan niet voorzichtig genoeg met mijzelf omspringen. Dokter Bonheur heeft mij met een attest doorverwezen naar Boeks. Dat is alles. Genoteerd?

Dario: Ja zeker…Hier. (Wijst op zijn voorhoofd) Mag ik even in jouw kantoor Frank?

Frank: Jazeker. Ik kom ook straks dan kunnen we meteen de juwelen opbergen.

Dario: Ok (af)

Anita: (Bewonderd de bloemen) Zijn ze niet schitterend Frank?

Frank: Jaja…Heel mooi.

Anita: Wat is er toch Frank?

Frank: Maar schat wat zou er zijn?

Anita: Je bent zo afwezig…Zo stil?

Frank: Stil?

Anita: Is er iets?

Frank: Wel neen.

Anita: Mmm…Enfin, dat vis ik wel uit. Eerst ga ik mij eens normaal maken voor jullie. Misschien is het dat wat je dwars zit. Tot zo, schatten van me! (Af)

Frank: (na een stilte) Zo…Mama is terug thuis.

Mimi: Ja.

Frank: Tof hè?

Ronny: Groevi! (Tegen Mimi) En doe jij niet zo vervelend stuk ongeluk!

Mimi: Moet ik soms gaan dansen en op mijn hoofd gaan staan van plezier?

Frank: Ronny heeft gelijk, je neemt wel een uitzonderlijke houding aan Mimi. Wat bezielt je?

Mimi: Kan ik het helpen dat ik niet blij ben?…Het steekt mij allemaal zo tegen…De sfeer die mama meebrengt…Dat theatrale gedoe…De manier waarop ze met Kaatje omgaat, dat bespelen van die arme Bob…Altijd maar spelen.

Frank: Als jij je moeder beter kende zou je dat niet zeggen Mimi. Er zijn maar weinig mensen zo spontaan als zij.

Mimi: “Als jij je moeder beter kende!?” Hoe moet ik haar leren kennen als ze driekwart van haar leven van ons weg is. Van mij, van jou en van jouw papa. Hoe goed ken jij haar? Jij bent ook niet echt blij. Je zit er ook mee in de knoop! En dat is haar schuld. (af)

Frank: Mimi!…Mimi!!

Ronny: Laten gaan papa…(wijst op zijn hoofd) Zwaar geschift.

Frank: Jij bent wel echt blij hè Rolf?

Ronny: Natuurlijk vind ik het ook maar vervelend. Als ik bij mijn vrienden thuis kom en ik zie hoe hun moeder voor alles zorgt, terwijl wij het met het oude Caatje moeten stellen. Tja…dan kanker ik ook wel eens…Maar als mama vijf minuten thuis is vergeet ik het direct. (Lacht) “De Groot is een berewijf” denk ik dan maar.

Frank: mm…Niet erg diplomatisch gezegd jonge man…en dat over je moeder. (Lacht) Maar het is wel een schot in de roos

Ronny: Jij vindt het dus ook goed dat ze terug is?

Frank: Natuurlijk. Ronny doe mij een plezier? Ga eens met Mimi praten, probeer haar om te praten zodat ze tenminste vriendelijk is voor mama.

Ronny: Of mij dat zal lukken?…Met die trees kun je tegenwoordig niet meer redeneren…l’amour denk ik.

Frank: Amour?!

Ronny: O…Niks …Ik weet het niet…

Frank: Kom…zoiets zeg je niet zo maar.

Ronny: Och…Ik ben niet zeker natuurlijk. Maar ik heb de indruk dat ze zot staat van die kwal van Baks.

Frank: Zozo…Bakske?

Ronny: Jij ziet hem ook niet direct zitten precies?

Frank: Och…daar ken ik hem te weinig voor.

Ronny: En had jij echt niets in de gaten? Dat hij en Mimi al een tijdje…?

Frank: Eerlijk gezegd vertel je mij groot nieuws.

Ronny: Jezus…wat kunnen ouders toch kiekens zonder kop zijn…

Frank: Jaja…t’ is al goed ga jij nu maar je “diplomatie” op je zuster oefenen.

Ronny: Schoon job…Enfin, zij die gaan sterven groeten u… (af)

Frank: (blijft even in gedachten achter) Tja…

Sonja: Frank?

Frank: (Draait zich om) Sonja!

Sonja: Alleen?

Frank: Anita is boven. Ze kan elke minuut hier zijn…

Sonja: O, maak je maar niet ongerust. Is het zo gek als ik dat als goede buur…en vriendin, de vrouw des huizes kom verwelkomen om kennis met haar te maken.

Frank: (beetje wantrouwen) Is dat het enige doel van je komst Sonja?

Sonja: Waarom zou ik tegen jou liegen…Nee…Ik moest even naar je toe! Ik heb geen rust thuis! God, Frank dat moet je toch begrijpen?!

Frank: Natuurlijk begrijp ik dat, maar…

Sonja: Frank, ik wil je belofte…De belofte die je gisteren niet geven wou…Toe, beloof dat je vandaag nog met haar zult praten!

Frank: Maar dat is dwaasheid Sonja! Ik kan niet zo maar pardoes…Nita is ziek, ze moet ontzien worden.

Sonja: Ziek!?…Een zieke die gisteren in Parijs triomfen vierde! Ik heb haar op TV gezien! Ik had kunnen gillen toen ik haar bezig zag. Ze behekste daar duizenden, miljoenen mensen. Frank geef mij je belofte…Nu. Ik ben bang!

Frank: Waarvoor?

Sonja: Je te verliezen, nu ze weer hier is. (Hij blijft zwijgen) Frank!

Frank: Als jij er zo op gesteld bent dat ik Nita op de dag van haar thuiskomst voor een voldongen feit zet, wat onmenselijk is, waarom dan deze…komedie?

Sonja: Dat…dat was een impuls. Ik dacht dat het misschien beter was elkaar eerst te leren kennen en dan langzaam aan…Maar nu ik weet dat ze hier is…

Frank: We moeten verstandig zijn Sonja en niets onbezonnen doen. Je moet mij de gelegenheid geven. Nita voorzichtig voorbereiden…

Sonja: Je had haar moeten schrijven…Ze zou het begrepen hebben. Praten is misschien eerlijker maar wreder, voor ons allemaal.

Frank: Juist daarom vraagt het tijd! Ik wil dat Nita jou leert kennen. En als ze je eenmaal kent moet ze beseffen…echt, een andere oplossing is er niet.

Sonja: Zeg mij dan dat je van mij houdt, van mij alleen! Dat zij niets meer voor jou betekent!

Frank: Dat weet je toch Sonja. Door jou heb ik een zeker geluk leren kennen dat Nita mij nooit heeft gegeven en nooit zal kunnen geven. Maar toe…ga naar huis…Ik kom straks wel even naar je toe. Of vanavond. Maar maak het nu niet al moeilijker voor mij dan het al is.

Anita: (Op in gewone vrijetijdskleding, uiterlijk heeft ze een metamorfose ondergaan) (Ze overziet met één snelle blik) Ah…Bezoek?

Frank: (Zenuwachtig) Nita, dit is onze buurvrouw van wie ik je vertelde. Mevrouw Brend, mijn vrouw.

Anita: (Treed met en charmant lachje in het strijdperk, steekt Sonja de hand toe) Mevrouw Brend hoe maakt u het? Het doet mij erg veel genoegen met mijn buurvrouw al zo gauw kennis te maken.

Sonja: (Heeft zich met moeite onder controle) Ik hoop dat u het niet opdringerig van mij vindt dat ik nu al…Ik wist niet precies wanneer u zou aankomen en wou alleen maar even informeren…

Anita: O, maar dat is een schitterende inval geweest. Nu kan ik je meteen bedanken voor de fijne attentie.

Sonja: Een bescheiden welkom aan een beroemde buurvrouw.

Anita: We stellen het erg op prijs. Hè Frank? Mijn man is altijd zo gevoelig voor attenties. Die mij bewezen worden.

Frank: (Ongemakkelijk) Maar mensen gaat toch zitten! Het lijkt wel een staande receptie.

Anita: He, ja…Blijf gezellig met ons een kopje koffie drinken.

Sonja: (Aarzelt) Doe voor mij maar geen moeite…

Anita: Volstrekt geen moeite. (Belt) De kinderen zullen dadelijk ook wel komen. Rolf heeft mij veel over u geschreven. Zijn brieven over “tante Sonja” vloeiden over van het enthousiasme. En dat u hem zo geholpen hebt met zijn talen…daar ben ik u erg dankbaar voor.

Sonja: Ronny is een lieve jongen.

Anita: Een schat. En wie hem een beetje weet aan te pakken heeft hem zo voor zich gewonnen.

(Bob op)

De koffie a.u.b. Bob.

Bob: Jawel madam.

Anita: (Dubbelzinnig) Ja…Ik heb al zo veel over u gehoord dat het meer dan tijd wordt om persoonlijk kennis te maken.

Sonja: (Neemt de uitdaging aan.) U begrijpt dat ik van mijn kant ook nieuwsgierig was om de grote “ De Groot”…

Anita: Alala…Spaar mij. Hier ben ik gewoon Nita, een doodgewone vrouw.

Sonja: Ik geloof niet dat u doodgewoon kunt zijn mevrouw Verschueren. Geloof jij dat Frank?

Frank: (Loopt op eieren) In elk opzicht zal Nita altijd met kop en schouders boven ons blijven uitsteken Sonja.

Anita: Ach ja…jullie tutoyeren elkaar natuurlijk. Zullen wij dan ook maar…? Ik heet Nita.

Sonja: Graag. Sonja.

Bob: (Komt met dienwagentje binnen) Alstublieft madam.

Anita: Dank je Bob.

Bob: Zal ik madam?

Anita: Neen, laat maar.

Sonja: Ik heb gisteren je show in Parijs op TV gezien. Mag ik je een compliment maken? Ik heb genoten. Je was subliem!

Anita: Ja, het ging goed.

Sonja: Het leek mij ongelooflijk dat er iets niet in orde met jou zou zijn? (Frank ongerust)

Anita: Kwestie van techniek en routine. Ik heb alleen wat rust nodig. Ik ben tenslotte geen twintig meer en dan moet je een beetje voorzichtig zijn met jezelf. Als een artieste dat tijdig inziet is er geen probleem. Dat geldt trouwens ook voor een “doodgewone vrouw” denk ik. Suiker en melk?

Sonja: Neen, dank je.

Anita: Net als ik. Frank?

Sonja: O, die wil altijd veel suiker hebben.

Anita: Ach ja…hoe kan ik dat vergeten. Ik vergeet anders niet zo gauw iets wat jou betreft hè lieverd.

Frank: Wat dat betreft ben jij een buitengewone attente vrouw.

Anita: En jij een attente man. (Wijst op bloemen) Die werden mij vanmorgen op het vliegveld van Parijs gebracht…Is het niet schattig van een man die zoveel om zijn hoofd heeft om daaraan te denken.

Sonja: Je valt mij waarachtig mee Frank.

Frank: O, maar ik ben lomp. Is er iets te snoepen? Ik weet in mijn eigen huishouden nog geen weg. (Komt met koekjesschaal terug) Mag ik een koekje aanbieden?

Sonja: Natuurlijk. Dank je.

Anita: (Neemt er ook een) Mag eigenlijk niet voor mijn lijn.

Sonja: (Kijkt keurend) Je zult jezelf wel in veel opzichten moeten ontzeggen hè.

Anita: Maar ik geef er nu eens voor drie maanden de brui aan. Soms denk ik om er voorgoed de brui aan te geven mijzelf niet meer te ontzien…Een gezellige dikke mama te worden die voor altijd bij haar gezin blijft.

Sonja: Dat kun je niet menen.

Anita: Waarom niet?

Sonja: Ik bedoel…iemand als jij…Jij behoort de hele wereld. Het publiek heeft recht op jou…

Anita: Mijn gezin ook. (Slaat haar arm rond Frank) Hoe zou jij het vinden liefje?

Frank: Euh…Heerlijk natuurlijk.

Anita: Maar wie weet dat je toch iets missen zou…De charme van het verlangen…’t elkaar terug vinden…Het is eigenlijk iedere keer weer een beetje huwelijksreis als ik thuis kom. En nu hebben we drie hele maanden voor ons alleen…Drie hele maanden waarin ik heel wat met jou te doen zal hebben.

Sonja: (Ontploft bijna) Ik dacht dat je zo veel moest rusten?

Anita: Och, je weet. Als je zo lang weg bent geweest valt er altijd een en ander in orde te maken. Mimi lijkt mij bijvoorbeeld erg nerveus…Ik moet eens uitvissen wat ik voor haar kan doen. En ik geloof dat er nog wel meer is dat in het rechte spoor moet gebracht worden. Bovendien zal deze lieverd ook zijn rechten wel laten gelden. Zo’n uithuizige vrouw is toch maar niets hè ventje? Ik vind hem een beetje stil…

Frank: Onzin.

Anita: Ja, echt. Enfin, voorlopig zal dat nu allemaal veranderen hè lieverd van mij. Vind je ons niet al te gek, twee ouwe mensen die verliefd doen?

Sonja: Welnee…Jullie volste recht. Kom, ik moet gaan.

Anita: Zo plots?

Sonja: Ja…ik… Ik kan niet langer…

Anita: Maar je komt gauw terug?

Sonja: Ja, ik kom terug. (Nog even meten ze elkaar, dan reikt Anita charmant haar hand)

Anita: Tot ziens. En nogmaals bedankt voor alles.

Sonja: Het was mij een groot genoegen “De Groot” als Nita Verschueren te leren kennen. Tot ziens. (Naar de tuindeur) Het stoort toch niet dat ik de kortste weg neem. (Frank wil haar volgen) Doe geen moeite…Blijf bij je vrouw. (Af)

Anita: (Overdreven hoffelijk) “Blijf bij je vrouw” …aardig gezegd.

Frank: Wat bedoel je daarmee?

Anita: (Onschuldig) Wat zou ik daarmee bedoelen?

Je hebt mij nog niet bewonderd! Hoe vind je mijn nieuwe jurk?

Frank: Charmant.

Anita: Echt?

Frank: Je bent nog altijd een mooie vrouw Nita.

Anita: Van de andere kant van het voetlicht gezien ook?

Frank: Voor mij ook zonder voetlicht Nita.

Anita: Hoe oud is Sonja?

Frank: Sonja? Heu…een jaar of vijfendertig geloof ik…Waarom?

Anita: Een lieve charmante vrouw…en nog zo jong!

Zeg Frank heb je nog aan mijn juwelen gedacht?

Frank: God! Dario zit natuurlijk nog steeds op mij te wachten!

Anita: De stakkerd! En zijn slaafse natuur kennende…

Frank: Zou hij daar natuurlijk nog tot morgenvroeg zitten. (Blij dat hij weg kan) Ik ga al.

Anita: (Loopt naar de bloemen, pakt het kaartje van Sonja en verscheurt het) Dus…Dat was het…

Doek

Tweede bedrijf:

ochtend

Anita: (Zit knus met kamerjas op de bank te lezen. Ze heeft bril op. Op een tafeltje vlakbij staat een soort sigarettendoos. Na enige ogenblikken geklop.) Ja! (Ze springt vlug op en moffelt bril haastig in sigarettendoos.)

Dario: Morgen Anita.

Anita: O, ben jij het maar. (Vist bril terug uit sigarettendoos)

Dario: Dat is wel een hartelijk welkom moet ik zeggen.

Anita: Ga zitten. Tegenover jou kan ik mijn imago van eeuwige jeugd wel even achterwegen laten.

Dario: Maar lieverd je bent toch thuis.

Anita: Met personeel. En er zijn buren. Stel je voor dat mijn fans mij met een bril op mijn neus zagen. Al hun illusies zouden uit elkaar spatten. Idioot eigenlijk dat zo n’ stom ding in staat zou zijn mijn imago te doorprikken. En nog idioter dat een vrouw haar leven daardoor laat beïnvloeden.

Dario: Zeg Anita wat scheelt er jou vanmorgen?

Anita: Ach Dario ik begin mij af te vragen of het niet verstandiger zou zijn Anita De Groot van het toneel te laten verdwijnen.

Dario: Anita! Dat kun je toch niet menen?

Anita: Neen, het was voor de grap.

Dario: Goddank!

Anita: Spaar mij je Godslastering. Ik las hier net een kritiek over die Canadese.

Dario: A ha, in Rolling Stone neem ik aan? Heb ik ook gelezen.

Anita: Zij is blijkbaar de nieuwe Godin onder de Goden.

Dario: Ja, ze schijnt werkelijk erg goed te zijn. (Verandert vlug van onderwerp) Ik heb de Franse kritieken op je TV optreden gelezen. Unaniem lovend.

Anita: Dank je, legt ze maar op tafel als ik tijd heb zal ik ze wel eens doornemen.

Dario: Drona heeft in Rosskille gezeten. Ze is er afgegaan.

Anita: Was te verwachten. Opgebrand. Ze zou nog een hele tijd meegekund hebben als ze zich verzorgd had.

Dario: Schijnt wel heel erg geweest te zijn.

Anita: Ik kan het mij voorstellen. Helemaal onderkomen. Na haar tweede nummer begon ze te gillen als een stoomfluit. Ze brengt een verleden met zo een staart mee op het podium.

Dario: Zal wel de laatste keer geweest zijn dat ze daar kon komen.

Anita: Hahaha Dario, wat zitten we hier gezellig te roddelen. Vertel mij eens, is dat om de pil te verzachten. Kijk maar niet zo ongelukkig die Canadese…Irene?… Zit je dwars.

Dario: Ja…Ik kan niet ontkennen…

Anita: Draai er niet omheen Dario.

Dario: Kijk eens…Je hebt dat contract voor volgend jaar in Werchter nog niet getekend.

Anita: Nee.

Dario: Er is mij ter ore gekomen dat Irene Monteau goede relaties heeft in Werchter. Ze kan natuurlijk niet op tegen iemand met jouw naam…

Anita: Onzin Dario! Dit is niet het enige dat ik over Monteau gelezen heb. Die over haar schrijven zijn niet de eerste de beste. En ik ben niet dwaas genoeg om niet te beseffen dat een jonge, mooie, begaafde concurrente gevaarlijk voor mij kan zijn. Ik sta op het hoogtepunt van mijn carrière maar ben veertig. En wie hoog staat valt erg diep.

Dario: Maar Anita teken dat contract dan toch!

Anita: Waarom zo haastig?

Dario: Het gerucht over Werchter is niet het enige waar ik je aandacht op wil vestigen.

Anita: A ha!

Dario: Monteau treedt deze winter in New York op, drie of vier concerten geloof ik. Vanmorgen werd ik in mijn hotel gebeld omdat je daarover nog geen beslissing hebt genomen. Teken die contracten Anita!

Anita: Nee. Niet voor ik volkomen zeker ben dat …ik genezen ben.

Dario: Maar het is toch niets van betekenis.

Anita: Dat vertel ik aan iedereen die het horen wil.

Dario: Maar dat is…Daar sta ik paf van.

Anita: Vertelt het aan niemand Dario. Het schouwspel van een tanende ster zal ik nooit vertonen. Maar God alleen weet hoe veel pijn het zou doen om afstand te doen… Maar als het moet…

Dario: Anita…Dat zou verschrikkelijk zijn!

Anita: (Glimlacht) Arme Dario!!! Je ziet er uit als een natte poedel.

Dario: Ik zou niet weten wat ik beginnen moest.

Anita: Jij? Kom.

Dario: Ja. Jij hebt je man. Je kinderen. Maar mijn leven zou totaal doelloos zijn.

Anita: A lala…Er zijn meer zangeressen, die dolgelukkig zouden zijn met een secretaris als jij, die bovendien een doorgewinterde manager is.

Dario: Ik zou met niemand anders meer kunnen werken dan met jou Anita, dat weet je…Je bent voor mij niet alleen de grote artieste, maar ook de enige vrouw.

Anita: (Schatert) Daar hebben we je onvermijdelijke liefdesverklaring weer. Je bent een schat hoor Dario. Maar dat hoor ik nu al vijftien jaar met regelmatige tussenpozen…t’ Wordt zo eentonig. En dat aardige zwartje in Parijs? En die pikante blondine in New York?

Dario: Nu ja…ik moet toch…

Anita: Ik moet toch iets hebben om mijzelf zoet te houden, ga je zeggen. (Schakelt diplomatisch over op ander onderwerp) Zeg Dario, dat is waar ook; je moet iets voor mij uitpuzzelen.

Dario: Met genoegen.

Anita: Je hebt hier in de stad nogal goede relaties nietwaar.

Dario: Ja, ik ken hier tamelijk veel mensen.

Anita: Probeer zo veel mogelijk aan de weet te komen over ene Jacques Baks. Noteer die naam.

Dario: Een artiest?

Anita: Nee, ingenieur. Zonder werk trouwens. Een aanbidder van Mimi. Ik wil weten wat voor type het is. Trientje mag hem niet en die heeft bewezen dat ze op dat gebied scherpe ogen heeft. Probeer zo veel mogelijk uit te pluizen, wil je?

Dario: Ik zal mijn best doen, maar of me dat direct gaat lukken…?

Anita: Het is geen kwestie van uren. Maar toch wil ik het zo snel mogelijk weten. Het schijnt mijn meisje ernst te zijn, en ik zie haar niet graag in de verkeerde handen…Lieve hemel ik zal grootmoeder zijn voor ik er erg in heb. En hoe moeten we dat stilhouden Dario. Het zal de doodsteek voor mijn imago zijn. (Stemmen uit de tuin) Wie zijn dat?

Mimi: ( in tenniskledij, sprekend tegen Hertens die nog onzichtbaar is) Wacht u een momentje…Ik zal het vragen. Mama...Goede morgen oom Dario.

Dario: Goede morgen Mimi. Goed geslapen?

Mimi: Perfect.

Dario: Je ziet er tenminste uit als een roos.

Mimi: Mama daar buiten staat een journalist te smeken voor een interview. Beweert dat zijn carrière gebroken is als het niet lukt om u te spreken.

Anita: Mijn God! Ik heb toch laten bekend maken dat ik geen enkel interview toesta?

Mimi: Hij is hier gisteren ook al geweest. Doorgedrongen tot in de vesting. Toen heeft hij Kaatje onder vuur genomen.

Anita: Of zij hem. Als de stumper in haar handen is gevallen…Wie weet wat ze hem heeft wijs gemaakt, vooral wat mijn…rustkuur betreft.

Mimi: Afpoeieren?

Anita: Och…Nu hij hier toch is…Laat maar binnen.

Mimi: Ik dacht het wel. Komt u maar door mr. Hertens (Anita bergt vlug haar bril op) Mijn moeder (Nadrukkelijk) mevrouw Verschueren.

Anita: (Steekt Hertens de hand toe.) Aardig dat u mij eens komt opzoeken. Gaat u zitten. Mag ik u voorstellen aan mijn secretaris Dario.

Hertens: Het is mij een grote eer mevrouw door u ontvangen te worden…

Anita: In audiëntie?

Hertens: Zo voel ik mij ongeveer. Ik had mijn begroetingsspeech moeizaam ingestudeerd.

Anita: Vandaar dat het zo stijf klonk.

Hertens: Inderdaad, ik geef toe dat ik een beetje van mijn stuk ben.

Anita: Daar zal wel wat meer voor nodig zijn denk ik.

Hertens: In ieder geval heb ik nu een origineel begin voor het interview. Mag ik weten waar u geboren bent?

Anita: Ik ben hier geboren.

Hertens: Dat wist ik werkelijk niet.

Anita: t’ Is ook weinig bekend.

Hertens: En uw naam is een artiestennaam?

Anita: Neen, neen, het is mijn ware meisjesnaam. Nederlandse voorouders, weet u.

Hertens: En waar werd u opgevoed? Waren uw ouders muzikaal?

Anita: Mijn vader had een rendabel bedrijf in het zuiden van Nederland. En ik heb een heel normale schoolopleiding gekregen. Mijn muzikale gave kunt u op rekening van verre voorouders zetten die honderden jaren geleden uit Friesland kwamen als schoorsteenveger en speelman…met een aap en een orgel. (Glimlacht in het besef dat ze een mooi verhaaltje heeft opgedist)

Hertens: Dat is interessant. Dank u. U heeft meen ik te weten een aanbieding voor een filmrol geweigerd?

Anita: Ja.

Hertens: Is het onbescheiden om naar uw motieven te vragen?

Anita: Ik heb die rol geweigerd uit artistieke motieven. Het contact met het publiek bijvoorbeeld is iets dat ik nooit zal kunnen missen. Natuurlijk besef ik goed genoeg dat één miljoen keer 5€ niet te vergelijken is met honderdduizend echte toeschouwers die 25€ betalen. Maar het publiek heeft het recht op het beste van mijzelf, live, geen afkooksel.

Hertens: Die binding met uw fans is altijd erg sterk geweest, niet?

Anita: Mijn publiek! Ik zou ze niet kunnen missen. Er zijn collega die zich aanstellen, die zeggen dat het publiek hen koud laat, het verachten zelfs. Onzin, ik hou van mijn publiek en ben het dankbaar voor alles wat ik al jarenlang van hen mocht ondervinden.

Mimi: Vergeet u vooral dat laatste niet in uw verslag te zetten, mijnheer Hertens.

Anita: Daar zult u mij inderdaad een genoegen mee doen.

Hertens: Ik zal het niet vergeten mevrouw. Uw lievelingsnummer is “Hell on Weels” nietwaar?

Anita: Ja…Och ik hou van al mijn nummers, maar “Hell on Weels” is zo n’ heerlijk nummer

Ik kan er mij volkomen in uitleven.

Hertens: U hebt geloof ik plannen om geruime tijd thuis te blijven?

Anita: De Amerikaanse tour was een krachtproef. Een “Helle on Weels” En daarom heb ik mij voorgenomen geruime tijd te rusten.

Hertens: Er loopt een gerucht over een lichte keelaandoening…?

Anita: Inderdaad een gerucht. Ik ben zo gezond als een vis. Maar na de maanden die achter mij liggen heb ik gemeend eens geruime tijd mijzelf op non-actief te zetten.

Catrien: (Na kloppen van links op) Madam…Wel almachtig!!!

Hertens: U ziet…Ik heb de bloedhonden getrotseerd.

Anita: Bloedhonden? Waarover hebben jullie het?

Hertens: Een geheimpje tussen deze dame en mijzelf mevrouw. Zij was zo vriendelijk mij gisteren een interview toe te staan.

Catrien: Mijnheer ziet er trouwens nog bleek van.

Hertens: De lezers van het blad hebben we zelfs kunnen verrassen met een foto van uw trouwe verzorgster. (geeft blad aan Anita)

Anita: Oh, Trientje hola... Dat is onbetaalbaar.

Catrien: Sta ik erin?

Anita: Kijk eens Dario...Mimi….

Dario: Kaatje… een beroemdheid…een echte BV…!!!

Ronny: (Op uit de tuin) Hallo…Mag ik mee lachen? O, sorry …Ronny De Groot

Hertens: Hertens.

Ronny: Wat is er aan de hand?

Anita: Trientje staat in de krant. Hier.

Ronny: A ha... (lacht) Kaatje…Je wordt nog een filmster.

Catrien: Ik ga maar weer. (Tot Anita) Ik kom straks wel weer als die…mijnheer vertrokken is. (Wil af)

Anita: Wat had je schat?

Catrien: O…Dat kan wachten madam. (Af)

Ronny: Doei Kaatje…Hebt u haar dat gelapt?

Hertens: Zo vermetel was ik.

Ronny: Groevi.

Hertens: Nu we toch bij het onderwerp fotografie beland zijn (Met kamera) Heeft u bezwaren mevrouw?

Anita: Is dat echt nodig?

Hertens: Onvermijdelijk mevrouw

Anita: Vooruit dan maar…Waar wilt u het?

Hertens: Hier bij voorkeur, op de bank.

Anita: Op sloffen?

Hertens: Wat zou u denken van een foto met uw kinderen?

Anita: A lalala, wilt u kost wat kost een oude vrouw van mij maken?

Hertens: Mijn lezers zullen moeder en dochter voor zusters aanzien.

Ronny: Wat ben ik dan?

Mimi: (Scherp) Het jongste papventje.

Anita: Kom je Mimi?

Mimi: Het spijt mij maar ik voel er niets voor om in jouw krant te komen?

Anita: Zoals je wilt kindlief. En Ronny? Ook morele bezwaren?

Ronny: Ik vind het fantastisch!

Hertens: Als u dan even op de leuning van de bank gaat zitten…

Anita: Is het goed zo?

Hertens: Prachtig…Een ogenblik…Dank u…Dan geloof ik niet langer beslag op uw tijd te moeten leggen. Mag ik u dan hartelijk bedanken mevrouw voor uw buitengewone charmante ontvangst.

Anita: Had u dat ook ingeoefend?

Hertens: Klinkt het zo stijf?

Anita: Integendeel en ik geloof dat u het nog meent ook.

Hertens: Van harte! (Trekt zich terug naar de tuin) Mevrouw, juffrouw Verschueren. Heren. Mag ik misschien zo…?

Anita: Natuurlijk die weg schijnt u aardig bekend te zijn.

Mimi: Zo…Dat hebben we weer gehad…Einde van de zoveelste show.

Ronny: Kind…Wat kun jij zagen.

Anita: Hoe oud ben je weer Mimi?

Mimi: Ik? Twintig. Waarom?

Anita: In je grootmoeders tijd werden ongetrouwde meisjes pas tegen hun veertigste zuur. Jij bent er vroeg bij.

Mimi: En in grootmoeders tijd deden vrouwen van veertig zich niet voor als vijfentwintig. Als de zuster van hun dochter! En schaamden zich niet voor grijze haren en een bril!

Anita: Zwijg! Je vergeet tegen wie je spreekt!

Mimi: Tegen mijn moeder, die geen moeder is maar een komediante, die voor heel de wereld poseert. "Mijn publiek"…"Ik zou het niet kunnen missen"…Op de bank met Ronny!…Morgen staat het in alle kranten! Bah…

Anita: Zal je nu zwijgen, kleine feeks!

Dario: Anita, beheers je!

Anita: Bemoei jij je er niet mee. Je hebt mij al genoeg geërgerd!

Dario: Ik? Wat heb ik gedaan?

Anita: Je aangesteld als een idioot. Als je mij dat nog eens levert lanceer ik dat je gewoon Marc Knol heet! (Dwingt zichzelf tot kalmte) Sorry Dario, dat had ik niet mogen zeggen…

Dario: Ik ken je toch Anita.

Anita: Ja, jij weet precies hoe humeurig ik kan zijn en je hebt een engelengeduld. Maar wees nou lief en laat mij met mijn kroost alleen.

Dario: Ik ga al. (Klopt op zijn aktetas) Dus hierover wens je niet te beslissen?

Anita: Neen.

Dario: Tot morgen dan.

Anita: En vergeet vooral dat…onderzoek niet!

Dario: Ik zal mijn best doen. Jongelui…(Af)

(Stilte. Mimi zit zenuwachtig af te wachten. Ronny staart naar buiten. (Anita zacht)

Anita: Waarom haat je mij zo Mimi?

Mimi: Vraag je dat nog! ….Jij hebt mijn leven bedorven?

Anita: Ik?

Mimi: Ja, van kinds af heb ik geleden onder die verschrikkelijke beroemdheid van u. Op de lagere school werd ik er op aangekeken. “Haar moeder is een BV” Het was of er iets raar aan was…Iets wat niet deugde.

Ronny: Crazy…Waarom heb ik dan van die kolder geen last gehad?

Anita: Laat haar uitspreken Ronny.

Mimi: Later in het middelbaar…Toen ik ouder werd…Was het precies andersom…Al mijn vriendinnen hebben maar een gewone moeder die er altijd voor hen was…Maar ik had een beroemde moeder die triomfen vierde …En daar waren de anderen dan nog jaloers om en pestten mij er mee…

Anita: Daarin hadden ze ongelijk en dat mochten ze niet doen…

Mimi: Eens in de zoveel tijd kwam ze thuis…Met dure cadeaus …Die moesten vergoeden wat ik tekort kwam! Rukt een snoer van parels van haar hals kapot…Ik wil die niet dragen…Ze branden me. (Af)

(Lange stilte. De uitval van Mimi heeft Anita pijn gedaan. Met langzame vermoeide bewegingen gaat ze zitten en leunt met gesloten ogen achterover)

Ronny: Je moet daar allemaal niet te veel op in gaan mama.

Anita: Haat jij mij ook Ronny?

Ronny: Je weet wel beter.

Anita: Er zit zoveel waarheid in wat ze zegt jongen…Ik ben geen goede moeder voor jullie…

Ronny: Tja…Dat kan nu eenmaal niet anders. Maar daar kun jij toch niets aan doen!

Anita: Lief van je om dat zo te zeggen jongen. Maar daarmee geef je toch ook toe dat…

Ronny: Onzin! Het is niet altijd plezierig zoals het is. Maar als je thuis bent is het altijd fijn.

Anita: Tja…Mijn cadeaus waren deze keer niet erg gelukkig gekozen. Een parelsnoer is voor een meisje van twintig een beetje te…Ik dacht dat ze er blij mee zou zijn.

Ronny: Vond je het erg toen ik je vroeg waarom je geen platen van de X girls had meegebracht.

Anita: (Lacht bij de herinnering) Ontzettend…Dat je die schreeuwende potten apprecieert bedoel ik.

Ronny: Ze zijn groofy.

Anita: (Lachend met handen tegen haar oren) Ronny!!

Ronny: Heb je ze in New York wel eens gezien? In werkelijkheid bedoel ik.

Anita: Het zijn hyperpotten.

Ronny: Geloof ik niets van! Heb je daar veel beroemde lui ontmoet?

Anita: Meer dan mij lief is. Ik heb achter de schermen drie Broadway premières bijgewoond. Ze verslinden je daar.

Ronny: Ik wou dat ik zoiets eens in het echt kon meemaken.

Anita: (Lachend) Dat moet je eens tegen Dario zeggen die lieverd is er al met een gescheurd rokkostuum uit de strijd gekomen.

Ronny: Zeg mama is het waar dat oom Dario eigenlijk Marc Knol heet en een haarstukje draagt?

Anita: Het was gemeen van mij er dat uit te flappen. Ik had gezworen het aan niemand te vertellen.

Ronny: Hoe ben je eigenlijk aan hem gekomen?

Anita: O…Op een beetje een gekke manier. Een jaar of vijftien geleden had ik problemen met mijn manager. Ik kon niet anders als hem op staande voet ontslaan.

Ronny: Hij was natuurlijk verliefd op je geworden.

Anita: Zeg eens! Enfin, in elk geval zat ik zonder manager. De ene vervelende klier na de andere kwam zich aandienen en ik begon al te wanhopen. Tot meester Knol zich liet aandienen.

Ronny: Meester!?

Anita: Ja, Dario is meester in de rechten, erg handig soms. Hij leek een tikje aan de lagere wal, wat verboemeld…

Ronny: Tja…voor monnik zal hij wel niet gestudeerd hebben.

Anita: Maar mijn intuïtie zei “ hem en geen andere” Ik heb van dat besluit nog nooit spijt gehad, hij is een trouwe vriend. (Lachend) Alleen de naam was verschrikkelijk. Daar hebben we dan maar een kronkel aan gegeven. Dario Conelli. Daar is hij erg trots op. (Er wordt geklopt) Ja.

Bob: Een pakket voor u madam.

Anita: Zet hier maar op de tafel Bob. Dank je. (Bob af)

Anita: Maak maar eens open.

Ronny: Ik? (Doet de doos open en haalt er heel de verzameling cd, video, petjes, sweaters en alle mogelijk merchandiser van de X girls uit) Zijn die voor mij?

Anita: Dacht je soms voor mij?

Ronny: Mams! Dat is fantastisch van je…Maar? Ik heb gisteren nog heel jouw verzameling gekregen?

Anita: Die geven we aan Bob want voor hem had ik niets bij omdat ik niet wist dat hij er was. (Giechelt) Was wel erg ijdel van mijzelf om mijn eigen CD s’ voor jou mee te brengen. Maar draai deze monsters a.u.b. ergens waar ik ze niet kan horen!

Ronny: Ik ga ze direct proberen!

Anita: En ik moet mij maar eens gaan verkleden. Over een uur is mijn afspraak met professor Boeks. Ik was het bijna vergeten. (Af)

(Ronny begint alles terug in te pakken. Bob laat Jacques Baks binnen. Tenniskostuum, racket onder de arm)

Jacques: Hallo!

Ronny: Hallo.

Jacques: Nieuwe aanwinst?

Ronny: Ja.

Jacques: Mag ik eens kijken?…Mm… X Girls. Is dat geen belediging voor de muzikale gevoelens van je mama?

Ronny: Ik heb ze van mijn moeder gekregen.

Jacques: Vlot moet ik zeggen.

Ronny: (Geritst de doos met CD s’ uit zijn handen en gaat af.) Daag...

Bob: Jufrouw Mimi verzoekt u een ogenblik te willen wachten mijnheer?

Jacques: Best ik amuseer mij wel. (Als Bob wil vertrekken) Kom eens hier jij! Neen, doe eerst de deur toe!

Bob: Ja?

Jacques: Mijnheer!

Bob: Ja mijnheer?

Jacques: Jij hebt mij woensdagavond NIET gezien Bob!

Bob: Ik begrijp MIJNHEER niet.

Jacques: Jij begrijpt mij heel goed Bob. Voor de ingang van de Iris bar.

Bob: Ik meende een heer te zien die veel op u leek… Mijnheer.

Jacques: mm…Was die mijnheer alleen?

Bob: Nee, mijnheer. Die mijnheer scheen heel aangenaam… En kostbaar gezelschap te hebben.

Jacques: Zo. Leuk voor die mijnheer. Je moet eens naar de oogarts gaan Bob. Dat kun je nooit vroeg genoeg doen.

Bob: Een huisknecht met een bril is niet erg stijlvol. Mijnheer.

Jacques: (Haalt opgevouwen biljet uit zijn zak) Voor jou. Omdat je ogen slecht beginnen te worden.

Bob: Pardon MIJNHEER. Ik neem nooit geld aan dat ik niet verdiend heb MIJNHEER. Als ik zo vrij mag zijn MIJNHEER. (Af met opgeheven hoofd)

Jacques: Verdomde farizeeër! Bah! De onomkoopbare huisknecht. Fff…

Mimi: Hallo Jacques (gooit racket op de bank)

Jacques: Mimi! (Zoenen elkaar) Morgen schat.

Mimi: We moeten voorzichtig zijn schat. Ik heb zo juist vaders wagen zien binnenrijden. Hij is dus thuis en mama is boven…t’ Is hier ineens een gevangenis nu zij er is.

Jacques: Je schijnt er niet erg mee opgezet te zijn?

Mimi: Ik heb daarstraks ruzie met haar gehad.

Jacques: Waarover?

Mimi: Laten we er maar niet meer over praten. (Neemt het gebroken parelsnoer op) Bracht ze voor mij mee…Alsof je met dure cadeaus…

Jacques: Laat eens zien. Ik geloof dat ze echt zijn! (Bekijkt snoer belangstellend)

Mimi: Dacht je soms dat mama imitatie zou kopen? Dan ken je haar niet.

Jacques: Je bent een wonderlijke jongedame. De meeste meisjes zouden een gat in de lucht springen als ze met zoiets bedacht werden.

Mimi: Het scheelde niet veel of ik had ze naar haar hoofd gegooid.

Jacques: Spaar me. Je bent een temperamentvol poesje jij! (Zoentje)

Mimi: (In gedachte) ‘t Was eigenlijk nogal gemeen van mij. Ze was gisterenavond zo gelukkig als een kind, toen ze hier als een vrouwelijke Sint Niklaas aan het uitdelen was.

Jacques: Zeg Mieke.

Mimi: Ja?

Jacques: Als je ze toch niet draagt…Geeft mij die parels dan eens mee.

Mimi: Waarom?

Jacques: Ik wou ze op hun echtheid laten taxeren…Zo maar voor de aardigheid. Zou je het niet leuk vinden om te weten of ze werkelijk…

Mimi: Onzin…Ik ben er niet nieuwsgierig naar. En bovendien heb ik je al gezegd dat mijn moeder geen imitatie koopt.

Jacques: Zoals je wilt. Ik taxeer ze zeker op 3000 €

Mimi: Voor mijn part 30.000 € Laat zij ze zelf maar dragen.

Jacques: Maar zeg meisje, als de stemming tussen jou en je ouders op het vriespunt staat, zullen we hier dan maar niet te lang rondhangen. Op de tennisbaan zijn we heerlijk vrij, daar is om deze tijd toch niemand enne…(lacht dubbelzinnig) anders is er het theehuisje nog. (Wilt racket pakken)

Mimi: Jacques waarom moeten we toch zo geheimzinnig blijven doen? Waarom spreek je niet met papa?

Jacques: Kindje ik heb al eerder gezegd; ik wil eerst een behoorlijke job hebben…Ik kan toch niet zo als werkloos ingenieur om de dochter van de rijke fabrikant Verschueren komen. Je vader zou mij voor een fortuinzoeker houden.

Mimi: Dat weet ik toch wel beter. En daarbij…je bent immers niet ongefortuneerd, je leeft er nu toch ook goed van?

Jacques: Och…Als vrijgezel. Maar hoe dan ook, ik zou de gedachte niet kunnen verdragen dat je vader…

Mimi: Waarom vraag je papa niet om een vrije baan op de fabriek? Ze hebben daar een technisch ingenieur nodig, ik heb het hem zelf horen zeggen. Wil ik er eens over beginnen?

Jacques: Liever niet schat.

Mimi: Waarom niet?

Jacques: Ik zou natuurlijk referenties moeten opgeven…

Mimi: Heb je die dan niet?

Jacques: Ja, natuurlijk, maar hm…Mijn laatste baan heb ik in de steek gelaten omdat ik ruzie had met de directeur. Ik ben nu eenmaal iemand die zijn mond niet kan houden als ik iets als oneerlijk ervaar…En dat valt niet altijd in de smaak… Pas op daar komt iemand (pakt racket op)

Frank: Goede morgen Baks.

Jacques: Goede morgen mijnheer Verschueren.

Frank: Goed weer om te tennissen.

Jacques: Ja, schitterend. Niet te warm. Deze tijd van het jaar is er ideaal voor.

(Anita op elegant gekleed)

Frank: A…Lieverd, jullie kennen elkaar nog niet. Jacques Baks, een vriend van Mimi. …Mijn vrouw. Anita.

Anita: Doet mij erg veel plezier een vriend van mijn dochter te leren kennen.

Jacques: En mij doet het genoegen de beroe…

Anita: A la la niet verder alstublieft of u krijgt het met Mimi aan de stok. Ze vindt een beroemde moeder iets onuitstaanbaar, nietwaar liefje?

Jacques: Valt mij tegen van jou, Mieke. Ik zou in de wolken zijn met zo een mama, die er bovendien uitziet…

Mimi: Als mijn charmante zuster. Laat mij ook maar eens origineel zijn.

Jacques: (Beetje geschrokken) Ja. Het lijkt mij ook eerder een afgezaagd compliment.

Anita: U is een vleier mijnheer.

Jacques: Alleen een oprechte bewonderaar van u mevrouw.

Anita: Dus u hebt mij al gehoord?

Jacques: Maar ik zie u voor het eerst vandaag in levende lijve. Helaas, ik had u eerder…

Mimi: Kom je bijna?

Jacques: Ja, natuurlijk. Ik kom. Mevrouw u ziet, uw dochter tiranniseert mij. Ik moet dus afscheid nemen.

Anita: Kom gauw eens terug, ik wil de vrienden van mijn dochter beter leren kennen.

Jacques: Met genoegen. Tot ziens mevrouw De Groot. Mijnheer Verschueren.

Frank: Tot ziens Baks.

Jacques: Vergeet je racket niet Mieke. (Af)

Anita: Wat zegt hij tegen haar? Mieke?

Frank: Ze laat zich tegenwoordig door al haar kennissen zo noemen.

Anita: O...Mimi is dus taboe. Ze zit vol complexen. En die mijnheer is net iets te knap, iets te oud en vooral veel te charmant om onze schoonzoon te worden.

Frank: Ik dacht dat hij nogal in de smaak viel?

Anita: Dat pleit niet voor je scherpe blik. Ik heb hem even…gewogen.

Frank: En te licht bevonden?

Anita: Die man heeft iets in zijn ogen dat mij niet bevalt.

Frank: En daarom wil je nader kennis maken?

Mimi: Hoe eerder Mimi die casanova in zijn ware gedaante leert kennen hoe beter. Ik heb Dario inmiddels al gevraagd inlichtingen over hem in te winnen.

Frank: Jij houd niet van halve maatregelen.

Anita: Heb ik dat ooit gedaan?

Frank: Weet je dat Baks nog niet zo lang geleden uit Engeland is gekomen. Het zal dus voor Dario niet makkelijk zijn.

Anita: O..., maar die zwerver heeft over de hele wereld zijn kanalen dat gaat geen probleem voor hem geven.

Frank: Maar waarom denk je eigenlijk…Ik zou nergens erg in gehad hebben als die losse opmerking van Ronny gisteren…

Anita: (Lachje)Daar ben jij een man voor. En ik heb Trientje…die is een onbetaalbare bron van inlichtingen voor mij. (Ziet dat Frank ongemakkelijk wordt) Wat is er? Toch niet boos dat ik eigenmachtig…?

Frank: Natuurlijk niet. Ik verwijt mijzelf alleen dat ik zo weinig op Mimi gelet heb, dat een jongen als Ronny mij opmerkzaam moet maken…

Anita: Jij hebt andere dingen aan je hoofd om aan te denken.

Frank: Wat bedoel je?

Anita: Wel, leiding geven aan een bedrijf als het jouwe zal niet eenvoudig zijn.

Frank: O dat.

Anita: Nee, jij hebt jezelf niets te verwijten. Jij hebt veel meer reden om mij verwijten te maken.

Frank: Je weet dat ik dat nooit zal doen. Eens heb je mij voor de keuze gesteld, een zware keuze, en ik heb jouw vrijheid gekozen ter wille van onze liefde. Het zou laf zijn om daarop terug te komen. En toch…

Anita: En toch?

Frank: Je hebt gisteren toen Sonja hier was, iets gezegd wat mij niet meer heeft los gelaten…

Anita: Wat?

Frank: “Er is hier nog wel het een en ander wat in het rechte spoor moet gebracht worden” Er is hier veel in het rechte spoor te brengen Nita. En jij bent de enige die dat kan.

Anita: Frank…

Frank: Mimi’s probleem is niet het enige. Ronny is zeventien jaar en hij heeft al twee jaar gedubbeld. Hij zit nu met jongens van vijftien in dezelfde klas. Dom is hij niet, zeker niet. Maar het is een speelvogel, gauw afgeleid en hij mist vooral controle. De…De laatste maanden heeft hij veel steun gehad van Sonja…

Anita: Kun jij dat dan niet Frank?

Frank: Ik ben overdag meestal weg, veel op reis en mijn avonden zijn ook vaak bezet.

Anita: Ja, je werkt tegenwoordig dikwijls nog erg laat op kantoor vertelde Trientje.

Frank: Die jongen is teveel aan zichzelf overgelaten. Kaatje zorgt uitstekend materieel voor de kinderen, maar met haar opmerkingen over slordige kamers en kapotte kleren verliest ze elk werkelijk gezag over hen. Zij blijft voor hen Kaatje van wie ze veel houden maar die toch een onderschikte blijft. Nu ligt Ronny nog aan je voeten Nita, en hij trekt partij voor jou tegen Mimi. Maar waarschijnlijk gaat hij uiteindelijk ook ten opzichte van jou veranderen, verbitteren net als Mimi nu. (Stilte) Nita?

Anita: ( Is in elkaar geschrompeld, vertwijfelt) Vraag het mij niet Frank. Ik kan niet.

Frank: Vragen zal ik dat offer nooit van je Nita…Dat kun je alleen zelf beslissen.

Anita: (Hartstochtelijk) Maar ik kan niet stoppen! Frank! Probeer het te begrijpen. Ik weet dat ik tekort schiet als vrouw en moeder. Midden in een opname kan het mij overvallen, tijdens een optreden moet ik soms faken dat ik mij verslik en ik huil mijzelf soms in slaap…Maar…De glinsterende ogen van de muzikanten, de aandacht, de macht, vijftigduizend mensen die worden meegesleept door wat ik doe…Daar kan ik mij niet van losmaken Frank, dat begrijpt niemand.

Frank: Ik dacht dat ik getoond had het wel te begrijpen Nita…

Anita: Ja, jij wel. Vergeef mij. (Vurig) Maar nu heb ik drie volle maanden Frank. In drie maanden kan ik zo veel goed maken. Geef mij die kans.

Frank: En daarna?

Sonia: (komt op langs tuindeur) Stoor ik?

Doek.

Derde bedrijf:

( Eén maand later. Ochtend. Zonnig. De bloemen zijn weg. Een enkele nieuwe ruiker in de plaats.)

(Als het doek opgaat horen en zien we Anita de laatste noten van een rocknummer ten beste geven. Bob is haar publiek. Als het nummer gedaan is groet ze alsof ze voor vijftigduizend man heeft opgetreden. Ze draagt een vreemde mengeling van dagelijkse elegante kleding en flitsende accessoires met een garde als microfoon. Ze is gelukkig. Bob reageert voor vijftigduizend man)

Anita: Oooo… Bob als ik hier geen bisnummer bij gaf braken ze de zaal af

Bob: Ja. Schitterend nummer. Het staat op bijna elke CD die je hebt uitgegeven. Bangelijk goed.

Anita: t’ Zal wel wezen! Er gaat niets boven je eigen nummer Bob.

Bob: En weet je wat ik ook een moordnummer vind. Jij doet dat schitterend. Dat van die dochter van Sinatra over die botten.

Anita: (geeft het ritme aan en geeft een strofe ten beste) (Bob doet enthousiast mee en Anita laat hem even alleen zingen)

( Dario en Catrien op)

Dario:: (lachend) Hoooo maar! Wat is dat hier allemaal. Kijkt ze daar nu eens staan Catrien! Je hebt zelfs geen al te gekke stem Bob. Spijtig dat wij elkaar geen 20 jaar vroeger leerden kennen. Je zou mijn eerste ontdekking zijn geweest.

Anita: Weet je nog van die barman op dat festival in Engeland?

Catrien: (Met schitterende ogen) Wat een uitstraling die had.

Dario: En toch is het niets geworden geloof ik.

Anita: (Met een zijdelingse blik op Catrien) Hij kon twee dingen niet voorbij gaan. Een mooie vrouw en een fles whisky. Alle twee catastrofaal voor een carrière. Bob! Daar mag jij niet naar luisteren! Maak dat je weg komt.

Bob: (Blij dat hij zichzelf terug een houding kan geven tegenover de anderen) Zeker madam. (Af)

Catrien: Maar Sorin is toch een succes geworden.

Anita: Ja, die heeft zijn kansen niet verspeeld.

Catrien: En dan te bedenken dat u hem letterlijk uit de goot hebt opgevist (Giechelt.)

Dario:: Komaan dat verhaal ken ik nog niet.

Anita: Je houdt het niet voor mogelijk. Ik loop hier in Brussel door de Nieuwstraat en ik hoor iemand van boven uit Yellhouse rock zingen. Op hetzelfde moment dat ik naar boven kijk om te zien wie daar bezig was, glijd een glazenwasser van zijn ladder en ploft voor mijn voeten in de goot…

Catrien: En madam liet hem op haar kosten verplegen en later zangles volgen. Dat was nog voor ze u kende mijnheer Dario.

Anita: Ja, als ik ooit ergens voldoening van gehad heb…

Catrien: En ze hielp hem nog aan zijn eerste contract ook nog. Hebt u hem de laatste tijd nog wel eens gesproken.

Anita: Zelden…Vorig jaar nog eens… In Kopenhagen geloof ik, hij zit in een heel ander circuit.

Catrien: Mijn hart trekt nog altijd naar het podium madam. Het was een heerlijke tijd. Maar ik heb nu mijn taak hier. En ik zou toch te oud worden om nog rond te trekken. En een goede kleedster is er altijd wel te vinden.

Anita: Maar geen tweede zoals jij Trientje.

Catrien: Lief van u om het nog eens te zeggen madam. (Anita heeft zich ondertussen van haar rock accessoires ontdaan) Maar. Kom geef die dingen maar hier. Ik ga maar een terug aan het werk. Blijft mijnheer Dario lunchen? Dan kan ik het in de keuken doorgeven.

Dario:: Nee, dank je. Ik blijf maar even.

Anita: Op deze gastronoom moet je dus niet rekenen Trientje.

Catrien: Dan ga ik maar. Nog een goede middag mijnheer Dario.

Anita: Ze wordt altijd een beetje sentimenteel als ze over het verleden begint. (Gaat zitten uitblazen) (Verschiet net iets te theatraal) Mijn God!!

Dario:: Wat is er?

Anita:(Bekijkt Dario schuldbewust) Ik mag niet zingen, nog niet tenminste, en ik heb mijzelf daarnet wel flink laten gaan, maar ik voel het nu al. Ik ben al moe van dat kwartiertje dollen Over een goed uur zal ik het pas weten. Dario ik ben bang. Wat moet ik beginnen als…?

Dario:: Maak je toch niet van streek Anita. Na één maand rust kun je toch nog niets…

Anita: Maar wie zegt mij dat het niet chronisch is?

Dario:: Kom, kom. Niet zo pessimistisch. Ik geloof geen moment…

Anita: Je hebt gelijk. Alles op zijn tijd. Geef mijn handtas even aan wil je? Dank je.

(Maakt make-up en haar in orde ze is terug een elegante dame) Heb jij het geld van de bank meegebracht?

Dario:: (Haalt biljetten uit zijn aktetas) Dertienhonderd € Wil je het natellen?

Anita: Als jij het zegt zal het wel in orde zijn. Dank u. En vertel mij nu eens het nieuws dat je over mijn schoonzoon in spé hebt opgestoken?

Dario:: Euh… Maar als het niet te indiscreet is Anita…Wat wil je doen met dat geld?

Anita: Zo nodig het geluk van mijn dochter kopen. Wat voor nieuws heb je uit Londen?

Dario:: Niet veel goeds. Het is geen wonder dat hij nooit naar een baan bij uw man heeft gesolliciteerd. Zijn eerste betrekking is hij kwijtgeraakt wegens luiheid en onbekwaamheid

Zijn tweede ontslag in Londen draaide om een vervelende vrouwenkwestie. Een poging tot chantage op de vrouw van één van zijn directeuren. En het geld waarmee hij nu goede sier maakt komt ook van een alles behalve Spic en Span zaakje. Voor zover ik kan beoordelen zal het niet lang meer meegaan. Ik vermoed zelfs dat er al schulden zijn bij de vrouw van een Belgische tapijtfabrikant.

Anita: En van die speelschulden ben je ook zeker?

Dario:: Absoluut zeker. Zijn connecties zijn naar mijn aanvoelen uitgemolken. Hij vertelt ook overal rond dat zijn zorgen voorbij zijn zodra hij de verloving met Mimi kan bekend maken en hij mede directeur in het bedrijf van uw man wordt.

Anita: Lef heeft hij wel. Ik zou bijna respect voor zijn brutaliteit krijgen.

(Mimi op)

Mimi: Dag mama. Oooo hallo oom Dario!

Dario:: Morgen Mimi.

Mimi: Mama ik ga even een boodschap doen. Als Jacques in die tijd komt zeg dan dat ik binnen een kwartiertje terug ben.

Anita: Dus die uitstap gaat door?

Mimi: Ja, natuurlijk. En u hoeft met het eten niet op mij te rekenen, we komen vanavond pas laat terug.

Anita: Daar zullen we het straks nog wel even over hebben.

Mimi: Daar valt niet over te praten. Het is afgesproken. En als u er één woord met Jacques over kikt…

Anita: Hou jij nu maar je mond voor je iets onherstelbaar zegt, dan doe ik dat ook.

Mimi: (kijkt haar moeder doordringend aan, bijt op haar tong en gaat af)

Anita: De tijd schijnt te dringen. En we moeten die beste Jacques zo spoedig mogelijk elimineren. Anders zouden we vandaag of morgen wel eens voor een voldongen feit kunnen gesteld worden.

Bedankt voor de inlichtingen Dario. Hoe je het allemaal gedaan krijgt is mij een raadsel maar in ieder geval mijn complimenten.

Dario:: Je weet Anita, voor jou is mij niets te veel. Kom, ik moet maar eens gaan.

Anita: Ga nog even zitten. (Aarzelt even) Laat aan Londen weten dat ik niet teken. Ik treed volgen seizoen niet op. Hoe het resultaat bij professor Boeks ook mag wezen.

Dario:: (Geschrokken) Anita!…Waarom?

Anita: Ik zing niet na Manteau. Begrepen?

Dario:: Goed dan. Tja…Ik stuur dadelijk nog een mail. Goed?

Bob: (Klopt aan en komt op) Mijnheer Baks madam.

Anita: A…Goed. Laat binnen Bob.

Bob: Zeker madam.

Anita: Die loopt op het juiste moment in de fuik.

Jacques: Goede morgen mevrouw.

Anita: Goede morgen Jacques. Je kent mijnheer Dario toch?

Jacques: Ja zeker. Hoe maakt u het?

Dario:: Dank u.

Anita: Gaat zitten Jacques. Mimi is even weg. Ze vroeg of je tien minuten wilde wachten.

Jacques: Dat zal mij in dit charmant gezelschap niet lastig vallen.

Dario:: Dat hangt er van af.

Jacques: Pardon?

Dario:: Ik heb ooit een kwartiertje gesleten in het gezelschap van een mooie charmante vrouw, die ik mijn ergste vijand niet toewens.

Anita: Dario je gaat nu in tegenwoordigheid van zo een prille jongeling je amoureuze perikelen niet uit de doeken doen. Want ik vrees dat dan de censuur er aan te pas zou komen.

Dario:: Dan ga ik maar. De zware taak uitvoeren die u op mijn schouders hebt gelegd.

Anita: Ach doe niet zo dramatisch…ander en beter zeg ik maar.

Dario:: Vaarwel mijnheer.

Jacques: Goede morgen nog mijnheer.

Dario: (Aarzelt) Dus je bent echt zeker Anita? Dan ga ik maar. Tot ziens.

Anita: Sterkte Dario

Jacques: Gelukkige kerel. Altijd in het bijzijn van een elegante vrouw te mogen zijn.

Anita: O lala…het valt niet mee hoor om manager van een grillige ster te zijn.

Jacques: Dacht u dat ik het niet zou aandurven?

Anita: Jawel. Natuurlijk wel, dit is een eigenaardig samenloop. Ik heb Dario net geadviseerd om een contract te teken met Irene Manteau.

Jacques: Manteau!?

Anita: Een opkomende ster, achttien jaar jonger dan ik en met een gouden toekomst.

Jacques: En heeft hij dat aanvaard?

Anita: Zijn “zware opdracht”. Hij is onderweg om alles te bevestigen nadat ik hem een salarisverhoging van vijfentwintighonderd € geweigerd heb.

Jacques: Tweeduizend vijfhonderd € opslag? Wat verdient hij dan wel bij u?

Anita: Veertigduizend € plus zijn percentage op de recettes en de merchandising.

Jacques: En hij laat dat lopen?

Anita: Hij kan zich verbeteren bij Manteau en niet onbelangrijk.

Jacques: (Ruikt zijn kans) Verbeteren! Alleen al de kans om iedere dag in uw nabijheid te kunnen zijn zou voor mij al…

Anita: Moet je eens tegen Mimi zeggen. Zij kan je inlichten over mijn wispelturige humeur.

Jacques: Och…Mimi!

Anita: Wat is er? Hebben jullie woorden gehad?

Jacques: Neen, dat niet.

Anita: En daarbij, tenslotte is Dario ook maar een man, Manteau een kokette jonge vrouw en ik zoetjesaan een oude zeur.

Jacques: (Werpt nu al zijn charmes in de strijd en gaat op veroveringstocht) Een vrouw is zo jong als ze zich voelt.

Anita: Een uitvlucht voor vrouwen die de middelbare leeftijd naderen. Maar mannen, en zeker jonge mannen, denken daar anders over.

Jacques: Ik niet. Ik ben…

Anita: De uitzondering die de regel bevestigt?

Jacques: Ja! Die uitzondering ben ik!

Anita: Vleier.

Jacques: (Op één knie) God… Nita, speel niet met me…

(Bij deze woorden verschijnt Mimi in de tuindeur)

Wat betekenen een paar jaar leeftijdsverschil tegenover jouw charme, jouw genie…

Anita: Ach jongen…

(Mimi gaat een stapje terug zodat ze onzichtbaar blijft voor Jacques en Anita)

Jacques: Samen de wereld rondtrekken Nita. Wij samen. Jij je triomfen vierend, en ik die daarvan getuige mag zijn, en je zaak behartigend. Ooo …Nita, geef mij die kans! Je zult er nooit spijt van hebben. Ik zal je slaaf zijn, aan je voeten liggen…Nita!

Anita: En Mimi?

Jacques: (kleinerend) Hoe kan je zo een onnozel bloem in knopje vergelijken met een bloeiende roos als jij. Nita! Vanaf de eerste dag dat ik jou gezien heb voelde ik dat jij de vrouw was (Wil haar handen grijpen)

Anita: En waarom is het jou nu precies te doen? Om mij? Om Dario’s baantje? Of…om die duizendvijfhonderd € schulden die je gemaakt hebt bij het gokken?

Jacques: Wat? Hoe?

Anita: Valt je tegen hè. Dat ik zo goed op de hoogte ben. Krijg ik nog een antwoord?

Jacques: (Probeert de meubels te redden) Ik ben geen gigolo!

Anita: Daar vond ik je anders precies het type voor. En dacht je nu werkelijk mij te kunnen inpalmen met je domme praatjes? Daarvoor ben je een veel te slecht komediant.

Jacques: Maar ik verzeker je…

Anita: Wou je met mij soms hetzelfde spelletje spelen als daar in Londen. Ga daar zitten. Vijftienhonderd € heb je nodig hè? Geef antwoord!

Jacques: Hier is het geld mits je deze verklaring tekent dat je dit geld hebt ontvangen in ruil voor je vertrek uit deze stad voor morgenavond en dat je mij oneerbare voorstellen hebt gedaan waarop ik niet ben ingegaan. Hier teken.

Jacques: (Neemt overdonderd de vulpen aan) Goed ik zal het doen.

Mimi: Steekt dat geld maar weer weg mama. (Tot Jacques zacht en dreigend) Weg jij!

Jacques: Verdomme…is dit een opgezette val!

Mimi: Weg!

Jacques: (Af via tuin)

Mimi: (Zakt huilend in elkaar)

Anita: (Omhelst Mimi) Doet pijn hè mijn meisje zo een teleurstelling. Huil maar uit bij je moeder.

Mimi: Mama o mama ik hield van hem. Het was zo afschuwelijk!

Anita: Ik had het je zo graag bespaard mijn kind. Maar het was beter zo! Je moest hem zien zoals hij is.

Mimi: Wat bedoel je? Wist je dat ik daar stond?

Anita: Ik zag de weerspiegeling van je jurk in het spiegelglas van de tuindeuren.

Mimi: En toch…

Anita: Speelde ik mijn rol verder. Het was heel moeilijk te weten dat mijn eigen kind daar stond en mij, af was het voor heel kort, van het laagste van het lage verdacht.

Mimi: Ik dacht dat ik in elkaar zou zakken toen ik jou daar zo met hem…En jij hebt dat allemaal voor mij gedaan mama.

Anita: Ik ben toch je moeder. Wij hebben elkaar terug gevonden hè mijn kindje?

Mimi: Ja, en straks moeten wij elkaar terug verliezen. Blijf bij ons. Laat ons nooit meer alleen!

Anita: Ik wou dat ik het kon kindje…

Mimi: Maar waarom? Uw plaats is hier bij ons.

Anita: Maar ook daar. Ik wou dat ik het je duidelijk kon maken Mimi. Maar alleen iemand als ik kan dat begrijpen. En jij bent zo niet. Goddank!

Mimi: Ben je daar blij om?

Anita: Ja. Ik heb vaak gebeden dat mijn kinderen gespaard zouden blijven van wat ik geleden heb.

Mimi: U …Geleden?

Anita: Ja, geleden. Je kunt je niet voorstellen als je hart verknocht is aan de muziek en toch de liefde te voelen voor een man, kinderen…

Mimi: Dan had je niet mogen trouwen!

Anita: Misschien niet. Maar ik hield zo veel van je vader We waren zo gelukkig. Eerst samen, dan met jullie.

Mimi: En was je dat niet voldoende?

Anita: (Zucht) Het verlangen bleef schrijnend. Kind, ik wou het je leren begrijpen. Maar wat weet jij van de betovering van de scène. Van de sfeer die zich in alle poriën dringt. Ik heb eens in de memoires van een grote actrice gelezen dat na haar afscheid de uren tussen zes en acht de zwaarste waren. Dan moest ze zich geweld aan doen om niet voor de spiegel te gaan zitten, zich te grimeren en zich op te laden voor de grote ontlading.

Ik heb dat ook meegemaakt. Het begon met de geboorte van Ronny. Ik vocht er tegen. Maar het werd sterker en sterker. Ondragelijk. Toen heeft je vader gedaan waar ik hem nooit dankbaar genoeg voor kan zijn. Hij heeft mij de vrijheid terug gegeven.

Mimi: En jij nam dat offer aan?

Anita: “Ter wille van onze liefde moet je terug gaan. Als je hier blijft komt de tijd dat je ons gaat haten” Dat heeft hij toen tegen mij gezegd. (Stilte) Dat heb ik nog nooit aan iemand verteld. Mimi, ik zou zo graag hebben dat jij mij begrijpt.

Mimi: Ik probeer het maar het is moeilijk. Alles zou zo anders zijn als je bij ons blijft. Ik heb u zo nodig. Juist nu.

Anita: Ik blijf nog een tijd bij jullie. In elk geval genoeg om je door de moeilijkste tijd heen te helpen.

Mimi: En dan?

Anita: Komt er natuurlijk iets veel mooier in je leven, waardoor je mij niet meer nodig hebt.

Mimi: Na vandaag zal ik u altijd nodig hebben.

Anita: Je bent een schat!

( Frank en Sonja op langs tuindeur)

Sonja: Wel. Wel. Wat een mooie verbondenheid tussen moeder en dochter. Goede morgen. Het lijkt wel of jij gehuild hebt Mimi.

Mimi: Ik heb barstende hoofdpijn.

Anita: Ga maar een uurtje rusten. Ik zal mee gaan om je onder te stoppen en een Aspirientje geven. Je excuseert ons hè Sonja?

Sonja: Natuurlijk.

Anita: Tot strak. Kom Mimi.

Mimi: Nog eengoede morgen tante Sonja.

Sonja: Word maar snel beter.

(Anita en Mimi af)

Sonja: Wat een harmonie zo plots? Ze schijnt er zelfs in geslaagd te zijn om Mimi in te palmen.

Frank: Je zou mij een plezier doen Sonja, als je op een andere manier over Nita zou praten.

Sonja: Natuurlijk trek je weer partij voor haar.

Frank: Dat is niet eerlijk Sonja!

Sonja: Waarom ben je gisterenavond niet gekomen?

Frank: Ik kon onmogelijk weg en zag geen kans om je ongemerkt bericht te sturen.

Sonja: Je had vanuit je kantoor kunnen bellen. Maar het was zeker de moeite niet waard.

Frank: Dat weet je wel beter Sonja.

Sonja: Bewijs mij dat dan! Toe Frank! Neem een besluit? Je hebt het al een maand uitgesteld En ik heb gewacht. Gewacht tot ik er gek van werd! Ik kan niet meer.

Frank: Sonia alstublieft beheers je! Als Nita terug komt…

Sonja: Dan weet ze tenminste hoe ze er voorstaat en kunnen we het uitpraten. Toe Frank, begrijp toch dat het zo niet langer kan! Vandaag gaat ze voor een beslissend gesprek naar Boeks. Als er echt wat mis is zal ze nooit meer optreden. Maar blijkt het niets te zijn dan…Het is nu het gepaste moment Frank.

Frank: Ik kan niet Sonja.

Sonja: Frank!

Frank: Ik vind het pijnlijk het je te zeggen. Daarom heb ik er zolang mee gewacht. Noem het lafheid als je wilt. Het is zo moeilijk uit te leggen.

Sonja: Laat maar. Ik wist al dat ik verslagen was die eerste dag dat ze met ons speelde als kat en muis. En toch laat ik je niet los Frank. Ik kan je niet missen. En jij mij ook niet. Ik kan jou geven wat zij je onthoudt; liefde, rust, huiselijkheid…(Stilte) Frank! Antwoord. Zeg iets!

Frank: Sonja, je hebt mij in het voorbije jaar veel gegeven. En daar zal ik je altijd dankbaar voor zijn. Ik zal nooit de avonden bij jou vergeten, de heerlijke rust die van je uitging. Je warme vriendschap van de eerste tijd.

Sonja: Vriendschap!

Frank: Maar sinds Nita thuis is weet ik dat ik gedwaald heb. Dat er voor mij altijd maar één vrouw zal zijn. Dat met ons was een vergissing van mijn kant. Ik kan mij niet van Nita losmaken. (Stilte) Nu weet je het.

Sonja: Ja ik weet het. En straks gaat zij terug de aap uithangen en jij blijft alleen. Alleen en op de tweede plaats.

Frank: Ja, ik zal weer alleen zijn. En wachten. Zoals ik al die jaren gewacht heb. Ik kan niet anders.

(Anita op)

Anita: Zo. Ze ligt er in, de lieverd. Zeg wat staan jullie daar raar. Gaat toch zitten Sonja. Kopje koffie?

Sonja: Neen, dank je. Ik heb thuis al…(Aarzelt) We moeten eens praten Nita.

Anita: Dat kan. Ik heb de tijd. Vertel. Wat ligt er op je hart?

Sonja: Kom er bij zitten Frank. Het gaat om ons alle drie.

Frank: Sonja! Ik moet je echt verzoeken…Het is nu niet de moment. Nita staat voor een belangrijke beslissing en zij moet die in alle rust kunnen nemen.

Anita: Oooo Wees niet bezorgd lieve… Ik ben gewend om met emoties om te gaan. Ze doen mij meer goed dan kwaad.

(Bob klopt aan en komt binnen)

Bob: Mijnheer Cuypers wou u spreken mijnheer.

Frank: Cuypers? Dat is waar ook. Maar ja…Laat mijnheer in mijn werkkamer en vraag hem even geduld te hebben Bob. Ik kom dadelijk.

Bob: Zeker mijnheer.

Anita: Ga maar Frank…

Frank: Maar ik kan toch niet…

Anita: Ik zou het op prijs stellen om even met Sonja onder vier ogen te praten.

Frank: Ja, maar…

Anita: Je doet er mij een groot plezier mee lieverd.

Frank: Goed…Als jij dat beter vindt. (Af)

( Op dat moment hoort Anita op de achtergrond een uitschieter van een muziekinstallatie die een van haar nummers speelt. Anita luistert even glimlachend en zet zich dan bij Sonja)

Anita: Je wou mij spreken Sonja?

Sonja: Het heeft eigenlijk weinig zin nu Frank door jou is weggestuurd.

Anita: Waarom onnodig pijn doen bij het bespreken van een zaak die eigenlijk ons aangaat. Of dacht je dat ik blind was? Speel liever open kaart.

Sonja: (Spuwt het hoge woord er uit) Ik hou van Frank en hij van mij.

Anita: En?

Sonja: Je moet hem vrij laten Anita. Je moet. Je hebt niet het recht hem langer te binden…

Anita: Recht!? Wij zijn tweeëntwintig jaar getrouwd en hebben twee volwassen kinderen. Enige rechten heb ik dus wel.

Sonja: Die rechten heb je verspeeld door hem alleen te laten. Door alleen maar nu en dan een beetje te komen spelen alsof je een gunst bewees.

Anita: Heeft Frank je dat zo verteld?

Sonja: Neen, daarvoor is hij te veel een gentleman. Hij heeft je altijd gespaard. Maar mijn gevoel zegt mij dat jij hem gebrek hebt laten lijden. Hem alles hebt onthouden waarop een man recht heeft.

Anita: Heb jij hem dat dan gegeven?

Sonja: Wat wil je daarmee zeggen?

Anita: Ben jij zijn …vrouw. Zijn minnares?

Sonja: Hoe durf je!

Anita: Dat is geen antwoord.

Sonja: Waarvoor neem je mij! Een hoer? Ik ben een fatsoenlijke vrouw!

Anita: Een fatsoenlijke vrouw…

En jij houdt van Frank. Jij beseft hoe verschrikkelijk eenzaam hij is. Jij weet hoe verlaten hij zich voelt! Jij begrijpt zijn lijden. Jij voelt wat hij ontbeert.

Maar!

Je deugdzaamheid behoud je tot na de scheiding. Je liefde bewaar je tot op de trappen van het stadhuis. Gezelschap geef je hem in gestolen uurtjes. En wat hij ontbeert bepaal jij in zijn plaats.

Als jij een vrouw zou zijn die haar deugdzaamheid met hem deelt. Als jij je liefde onvoorwaardelijk zou kunnen schenken. Als jij open en bloot, dag in dag uit, je gezelschap, je hart je liefde en je deugdzaamheid onvoorwaardelijk aan mijn man zou geven. Dan! Dan zou jij beter zijn dan ik. Dan zou Frank geen moment twijfelen. Dan zou jij de engel zijn die hij verdient. En dan….Dan zou ik mij terugtrekken in het besef dat hij beter af is zonder mij.

Maar nu! Gezelschap geef je in gestolen uurtjes. Deugdzaamheid gebruik je als een wortel. En om je liefde te krijgen moet hij eerst anderen verloochenen. En als ik mij vergis. Als jij al die deugden in overvloed bezit. Waarom deelde je die dan niet met je eerste man? Waarom wil je als een dievegge het geluk van anderen stelen. Om jezelf een herkansing te geven ten koste van een ander? Als je kost wat kost een herexamen wil doe dat dan met iemand die vrij is en laat een gezin waar je tussen wringt met rust.

Weg jij!

Sonja: Zo. En dat noem jij een zaak die alleen ons aanbelangt. Niet jij. Niet ik. Maar alleen Frank heeft hierin te beslissen. En één ding weet ik zeker. Als jij niet zo ziek bent als je voordoet. Als jij terug de grote “De Groot” gaat spelen Als jij je roeping terug gaat volgen. Dan is Frank van mij. Voor eens en altijd. Good luc.

(Anita leunt vermoeid tegen de zetel. De muziek op de achtergrond is afgelopen. Ronny komt op.)

Ronny: Zeg mama die nummers van jou zijn eigenlijk toch wel machtig.

Anita: Ach jongen…Hoe kom je aan die CD, die is nog niet nog niet te krijgen.

Ronny: Van Bob geleend. Ik wou toch het verschil eens horen tussen jou en de X girls.

Anita: En het is je blijkbaar bevallen.

Ronny: Als je terug beter bent geef je toch eens een huis show hè. Of een repetitie met publiek hè. Alstublieft! Om er terug in te komen Dan kan ik al mijn vrienden vragen. Toe? Doe je het?

Anita: Ach als ik weer kan? Wie weet wat de toekomst nog brengt.

Ronny: Dat komt allemaal terug goed mama. Reken daar maar op.

Anita: (Begint te wenen) Jullie zijn zo lief voor mij.

Ronny: Hè…mama? Wat is dat? Niet beginnen snotteren hè. Dat is niets voor jou.

Anita: Let er maar niet op. Ik ben een beetje crazy. Maar als je zou begrijpen wat er allemaal op het spel staat!

Ronny: Maar voor ons ook.

Anita: Voor jullie kan de spanning nooit zo erg zijn als voor mij.

Ronny: Dat denk je maar. Als alles in orde is met je gezondheid dan is dat natuurlijk tof, en zijn wij natuurlijk blij voor jou. Maar dan ga je na een tijdje weer weg en dat is voor ons tenminste een beetje vervelend.

Anita: Lief om dat zo te zeggen. Vind je het echt vervelend als ik weg ga?

Ronny: Natuurlijk. Stel geen stomme vragen. Wat is hier eigenlijk aan de hand?

Anita: Wat bedoel je?

Ronny: Och… Ik weet het niet. Dat jij een tikje nerveus bent begrijp ik. Maar Mimi ziet er uit of de wereld naar de knoppen gaat. En daarstraks zag ik papa zijn werkkamer insluipen als een rotte mossel.

Anita: Voor Mimi is de wereld ook ingestort. Tijdelijk tenminste. Je moet haar niet te veel plagen Ruddy, heb een beetje geduld met haar.

Ronny: Gedonder met die slijmbal?

Anita: Als je Jacques bedoelt? Die is uit de huiselijke kring verwijderd. Dat klinkt iets eleganter.

Ronny: A ha daar kan ik haar alleen maar mee feliciteren. Maar dat trekt papa zich toch niet aan?

Anita: Ronny?…Zou je het erg vinden als je tante Sonja hier nooit meer zou zien?

Ronny: A haaa. Dat is het. Dan heeft Mimi toch gelijk gehad. (Kijkt Anita aan en geeft haar een klinkende zoen.) Ik heb maar één mama.

(Frank op)

Frank: O…is euh…

Anita: Ronny, zou jij aan Bob willen vragen om over een kwartiertje de wagen voor te rijden?

Ronny: Ja, natuurlijk.

Anita: Het is misschien gek voor dat stukje, maar als…dan loop ik liever niet over de straat…

Frank: Zal ik met je meegaan?

Anita: Dat is lief van je, maar daar moet ik alleen door. Je neemt het toch niet kwalijk?

Frank: Ik, jou iets verwijten? Net of ik daar recht toe zou hebben…

Anita: Frank je moet daar niet zo zitten alsof…als iemand die schuldig is.

Frank: Ik heb schuld Nita…je weet het.

Anita: Ja. Ik heb met Sonja gesproken.

Frank: En ik greep het kleinste excuus om weg te lopen…

Anita: Dat was het verstandigste dat je ooit gedaan hebt. Twee vrouwen en één man…een situatie uit een stationsromannetje…maar dit is geen blijspel. Waarom zeg je niets Frank?

Frank: Wat moet ik zeggen? Waarom zou jij je opwinden vlak voor die belangrijke consultatie? Laten we dit vanavond bespreken, of morgen, wanneer je wilt.

Anita: Neen juist nu moet het uitgepraat worden…voor ik meer weet.

Frank: Zoals je wilt.

Anita: Ik heb met Sonja gesproken en haar gezworen dat ik je nooit zou opgeven. Maar ik ben ook geschrokken van mijzelf. Ik heb geen enkel recht jou iets te verwijten.

Frank: Nita?

Anita: Begrijp mij niet verkeerd. Ik bedoel niet dat ik ook…Ik ben je trouw gebleven Frank, altijd, hoe moeilijk het soms ook was. De verleiding was soms erg groot, ik was jong, mooi en temperamentvol. Maar jij, de kinderen en jouw offer…

Jarenlang heb jij jezelf weggecijferd voor datgene wat voor mij onmisbaar was, nooit iets voor jezelf gevraagd. Nu heb jij het recht om te kiezen. Ik heb zelfs het recht om terug te vechten verspeeld.

Frank: Ik heb gekozen Nita. Vlak voor jouw gesprek met Sonja daarstraks heb ik haar gezegd dat ik mij van jou niet wilde losmaken en heb ik definitief met haar gebroken.

Anita: Dan heeft ze gelogen! Och… Ik zou het in haar plaats misschien ook gedaan hebben. Frank weet je zeker wat je doet? Zij houdt van je op een manier die niet de mijne is, maar ze kan je geven wat je bij mij moet missen. Een rustig, elke dag terugkerend geluk.

Frank: Ik begeer dat niet sinds jij weer in de nabijheid bent. Ik begrijp dat voor mij de strijd die ik al zeventien jaar strijd weer begint. Want het is zwaar geweest Nita, al heb ik altijd mijn best gedaan het je niet te laten merken. Die maanden van eenzaamheid en verlangen. Maar ieder keer dat je hier als een bonte vlinder neerstreek bracht je kleur en zon in mijn leven. En dat gaf mij kracht om vol te houden.

Toen kwam Sonja in mijn leven, juist in een periode die mij kwetsbaar maakte. Jij zou voor een jaar wegblijven en de vriendschap die zij mij bood was een grote steun voor mij. Ik voelde dat haar gevoelens veranderden en ik begon te geloven dat ik ook.

Maar vanaf het moment dat jij weer terug was besefte ik dat ik mij vergist had, wat ik voor liefde had gehouden was alleen het najagen van een droom…een droom die ik met jou nooit had verwezenlijkt.

Anita: En die we altijd zullen koesteren, misschien later als we oud zijn…

Frank: Je bent wreed Nita.

Anita: Misschien, maar ik kan niet anders. Ik wil mij niet beter voordoen dan ik ben! Ik kan er niet buiten. Hier zou ik verstikken, je gaan haten, jou en de kinderen. Ik zou een alledaagse vrouw en moeder worden en dat haat ik. O... het spijt mij Frank.

Frank: Och…ik ken je goed genoeg om te weten dat je dat zo niet bedoelt. Je hebt al wel lelijker dingen gezegd. Jij bent mijn vrouw Nita. Ik hou van jou.

Anita: Frank…

(Bob klopt aan en komt binnen)

Bob: De auto staat voor mevrouw.

Anita: Dank je, ik kom.

Anita: Ik ga dan Frank.

Frank: Wil je echt niet dat ik mee ga? Succes lieverd.

Frank: (Loopt onrustig heen en weer) (De telefoon gaat) Hallo, Verschueren. ( Schrikt) Neen, Sonja…het heeft geen enkele zin. Ik vind het erg voor jou maar het is nu eenmaal zo…Ik zal met je komen praten vanavond, morgen als je wilt, maar kom niet hier... Sonja? …Sonja! (Legt de hoorn terug)

Catrien: Is madam weg, mijnheer?

Frank: Ja.

Catrien: Is ze alleen?

Frank: Ze wou er niemand bij hebben.

Catrien: Echt iets voor haar. Ze is altijd zo moedig. Ik ben ongerust mijnheer.

Frank: Rustig maar Kaatje. Het zal wel goed komen.

Catrien: Zeg eens eerlijk mijnheer. Hoopt u echt dat het daar goed voor haar loopt bij die professor?

Frank: Ik weet het niet Kaatje Het zit allemaal zo dubbel.

Catrien: Ik ook niet mijnheer.

Frank: Jij Kaatje?

Catrien: Ze is hier nodig. Ik doe mijn best maar ik ben oud en…ik kan niet meer recht maken wat krom trekt.

Frank: Luister eens Kaatje. Ik heb de laatste tijd in die trouwe ogen van jou wel eens verwijten gelezen. Wil je mij geloven dat daar geen reden toe is?

( Sonja komt overstuur langs de tuin)

Catrien: (Kijkt verwondert en terwijl ze af gaat) Ik hoop het.

Frank: Sonia ik heb je toch gezegd…

Sonja: Ik laat mij niets zeggen. Ik moest hier komen. Ik zag haar wegrijden. Frank ik wil jou niet verliezen. Ik hou zo van je. Ik zal je gelukkig maken, gelukkiger dan zij ooit gedaan heeft.

Frank: Kom probeer je te beheersen. Het is hard Sonja. Maar ik kan er niets aan veranderen. Ik heb mij vergist. Mij treft alle schuld. Sonja je bent nog jong. Ik ben vijftien jaar ouder dan jij.

Sonja: Wat doet dat er toe. Jij bent de enige man van wie ik ooit gehouden heb. Mijn huwelijk was een mislukking, de herinnering er aan een nachtmerrie. Je hebt mij soms verweten dat ik te koel was, met jou speelde. Ik durfde niet toegeven aan mijn liefde voor jou omdat ik bang was dat je mij zou minachten. Maar nu weet ik dat het verkeerd was. Frank ik wil van jou zijn, van jou alleen. Kom vanavond en blijf. Blijf vannacht Frank.

Frank: Sonja, waarom heb je jezelf dit niet bespaard. En mij.

Sonja: (Alsof ze een slag in het gezicht kreeg) Ik begrijp het. Ik schaam mij (Gaat weg)

Frank: Ga zo niet weg Sonja. Ik zal altijd met dankbaarheid en achting aan je terug denken. Wees niet zo wanhopig.

Sonja: Laat mij gaan. Vaarwel! Je zult geen last meer van hebben. Ik ga weg uit deze stad. Morgen al…

Frank: Wat ben je van plan?

Sonja: Ooo, maak je niet ongerust. Geen zelfmoord. Melodrama ligt mij niet. (Af tuin)

Mimi: (Op) Ik zag tante Sonja net aan het raam voorbij schieten alsof er een spook achter haar aan zat.

Frank: Zo…

Mimi: Is er iets papa? Je doet zo…

Frank: Je zult tante Sonja hier niet meer zien Mimi.

Mimi: (Vliegt hem dolgelukkig om de hals en begint te huilen) Ooooo papa…

Frank: Gekke meid…moet je daarom nu weer huilen.

Mimi: Ja, idioot hè. Heeft mama het al verteld?

Frank: Wat lieverd?

Mimi: Er is nog iemand die we nooit meer zullen terug zien.

Frank: Is het…tussen jou en Jacques? (Neemt haar liefdevol in de armen) Het gaat voorbij mimi, die pijn gaat voorbij.

(Uit de tuin komt Ronny fluitend op)

Ronny: Mama nog niet terug?

Frank: Dat zou wel erg vlug zijn.

Ronny: Ellendig dat we niet kunnen hopen op wat moeder zo graag wilt.

Mimi: Ronny! Jij misschien wel egoïst die je bent! Wou je mij wijs maken dat je blij zou zijn als moeder over twee maanden haar koffers pakt en weer gaat zwerven.

Ronny: Voor haar zou ik het fijn vinden, zoals iedereen met maar een beetje sportiviteit in zijn body. En jij mag je neus wel eens poeieren het lijkt wel een gloeilamp.

Mimi: Bedankt schoft…

Frank: Kom, kom. Kinderen!

Mimi: En jij papa? Ben jij…sportief?

Frank: Ik ben bang dat ik een ouwe egoïst word kinderen.

Ronny: Kunnen we die pil niet bellen?

Mimi: Ben je gek! Wat ga je zeggen?

Ronny: Vragen of ze er nog is?

(Anita stormt binnen stralend van geluk, groet het kleine publiek en geeft een korte jubelende intro van haar laatste nummer)

Anita: Ik kan weer optreden!

Ronny: Tof mam…reusachtig.

Anita: (Tot Frank en Mimi) En jullie dan? Zijn jullie niet blij?

Frank: Maar liefje laat ons eerst de tijd…

Mimi: Waarom moeten wij blij zijn? Dat we je weer gaan verliezen. Jij staat te juichen tegen ons of wij niet meer dan een paar van je stomme fans zijn.

Anita: (Wil iets zeggen maar krijgt de kans niet)

Frank: Mimi!

Mimi: Laat mij uitspreken papa! Jij vindt het even erg als ik. Nog geen uur geleden was zij een moeder die van mij hield. En nu moet ik haar weer verliezen! Wij tellen niet mee voor haar. Zij denkt alleen aan zichzelf. En…Ik kan niet blij zijn! (Met slaande deur af)

Anita: Maar Mimi! Wacht!

Frank: Je moet je niet aantrekken wat ze zegt. Ze is nog overstuur…

Anita: Maar ze heeft gelijk, ik was zo gelukkig. Maar…

(Dario gehaast op)

Dario:: Lieve mensen, neem mij niet kwalijk dat ik zo binnen val, maar ik moet je onmiddellijk spreken Anita.

Anita: Wat is er?

Dario:: Je moet dat contract met Werchter tekenen. Ze willen jullie niet alle twee. Ze willen niet voor Manteau en De Groot betalen. Slecht voor één van beide.

Anita: Ik zal dat contract niet tekenen Dario.

Dario:: Betekent dat? Ben je bij Boeks geweest?

Anita: Ja, geef maar door aan de pers dat ik niet teken.

Dario:: Anita!

Frank: Maar Nita!!

Ronny: Mama!!!

Dario:: Daar ben ik kapot van, daar heb ik geen woorden voor…Is dat onherroepelijk?

Anita: Ja, dat contract teken ik niet! Maar wacht nu eens even laat mij nu eens even uitspreken. Ik heb een besluit genomen maar ik wil dat maar één keer uitleggen. Bel even voor Trientje en Bob Frank. En ga jij je zuster halen Ronny.

Frank: Nita, dat mag je niet doen…

Anita: Stil toch Frank of ik word gek en doe misschien gekke dingen. Mijn besluit staat vast. Heb nog even vertrouwen in mij. Alstublieft!

(Catrien en Bob komen binnen)

Mimi: (Komt binnenstormen) (Omhelst Anita) O... mama dat mag je niet doen! Niet om die domme woorden van daarnet. Toe teken nu maar ik zal er nooit meer op terug komen.

Anita: Stil nu maar liefje. Luister nu eens allemaal en laat mij uitspreken. Om te beginnen stop ik niet met zingen. Dat is mijn definitief besluit.

Dario: Ja…maar!

Anita: Stop Dario. Ten tweede repeteer ik uitsluitend nog hier in de stad. Het is aan Dario om dat te regelen. ( Ronny juicht) En ja, Ronny mag met zijn vrienden naar de repetities komen.

Ten derde wil ik hier in de tuin een eigen studio laten bouwen zodat ik niet meer weg moet voor opnames. Ook hier doe ik beroep op jouw vakkennis Dario.

Ten vierde, als ik op deze manier door ga ben ik binnen de vijf jaar volledig opgebrand zoals Drona in Roskill heeft moeten meemaken. (Even stil) Daarom doe ik geen tournee meer. (Dario protesteert) Ik doe nog uitsluiten een lente en een herfstshow maar wel telkens in een ander land. Dus nog uitsluitend die twee optredens per jaar Dario. Je gaat minder werk hebben doordat er geen tournee meer moet gepland worden, maar in het begin nog wel veel werk met die nieuwe studio en repetitiezaal.

Dario:: En je TV werk dan? Zonder TV kun je het vergeten.

Anita: Nog uitsluitend een enkele keer als promotie of ter vervanging van een live show, en dat alleen als Frank akkoord is om mee te gaan. Wat denk je lieverd.

Frank: ( Omhelst Anita) Nita De Groot heeft het weer voor elkaar gekregen. Kom hier! (Zoen, applaus van de rest en…)

Doek

------------------

Andere werken hier te lezen

"Amor op wielen" komedie avondvullend Hilda Vleugels en Raymond Goovaerts

"Op drift" Docudrama eenakter Raymond Goovaerts

“De Grote de Groot” avondvullende komedie door Raymond Goovaerts

Deze toneelstukken zijn auteursrechtelijk beschermd. Het wordt u ter lezing aangeboden. Niets van de inhoud mag worden gebruikt zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur. Wie dit stuk wil opvoeren dient contact op te nemen met de auteur. Goovaerts Raymond Elektriciteitstraat 31b401 2800 Mechelen 015/55.72.59

Uw dienaar,

Oberon I van Mechelen



  • Comments(0)//eigenstukken.amateurtoneel.be/#post1