Eigen stukken

Eigen stukken

EIGEN STUKKEN

START - EIGEN STUKKEN - PALMARES - WEETJES, IDEETJES EN LINKS- BLOG

Op Drift

OP DRIFTPosted by Goovaerts Raymond Mon, December 26, 2016 11:06:16

Dit toneelstuk is auteursrechtelijk beschermd. Het wordt u ter lezing aangeboden. Niets van de inhoud mag worden gebruikt zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur. Wie dit stuk wil opvoeren dient contact op te nemen met de auteur. 015/55.72.59 @

Dit stuk is opgezet om op de meeste diverse plaatsen opgevoerd te worden. Scholen, refters, kerken, klaslokalen....

De auteur kan als ervaringsdeskundige verder toelichting geven bij het stuk en de vluchtelingenproblematiek in het algemeen. Het oorspronkelijk waargebeurde verhaal, waaruit het toneelstuk is ontstaan, kunt u in boekvorm aanschaffen of nabestellen bij de auteur.

------------------------------------------------

Inleiding tot het stuk:

In 1998 vlucht een zwangere Kosovaarse vrouw samen met haar dochter van 3 jaar voor het Servische geweld naar Albanië. Haar man blijft achter om voor de bezittingen te zorgen.

Vier maand later.

Na de geboorte van haar zoon probeert ze vruchteloos contact te leggen met haar man. In Albanië kan ze niet langer blijven. Naar huis gaan kan ook niet want dat is er niet meer. Zou ze in Italië kunnen gaan werken?

Zonder dat ze het beseft raakt ze op drift. Al snel veranderd ze van mens naar een dossier, een stuk wrakhout, dat eindeloos tegen de golfbrekers van de administratie wordt aangebeukt. Zal zij haar kinderen een toekomst kunnen bieden?

U kunt het stuk online lezen op deze site.

----------------------------------------------

Het parcours van het stuk:

15-06-2008: Ik behaal met de première van dit stuk mijn getuigschrift 'opleiding regie' bij "Opendoek"

28-06-2008: Eerste succesvolle opvoering in JH. FAR te Vilvoorde.

13-07-2008: Twee succesrijke opvoeringen tijdens "Spots op west" in Westouter

09-10-2016: Opvoering door Rederijkerskamer 'De hoek van Zevenwouden' in Oldeberkoop (Friesland)

--------------------------------------------

OP DRIFT

Eenakter- docudrama naar een waar gebeurd verhaal van

Raymond Goovaerts

voor 3 dames en 1 heer (bezetting kan erg variëren)

Personages

ELA BERISHA: Kosovaarse jonge vrouw - ( eerste actrice - Inga Gijbels)

Haar kinderen: daarvoor doet ze het allemaal. Zij zijn zichtbaar door foto’s op scène

Lindita: dochtertje van Ela bij begin 4 jaar. Werd geboren in Kosovo - Gjakova

Ilir: zoontje van Ela in België 16 maanden. Werd geboren tijdens de vlucht in Albanië - Tirana

ZUSTER OCTAVIA: (eerste actrice - Sofie De Hantsetters)

ADVOCATE: (eerste actrice Sofie De Hantsetters)

OOGARTS (eerste actrice Sofie De Hantsetters)

INSPECTEUR BRUNELA: (eerste actrice Sofie De Hantsetters)

SCHOONTANTE: (eerste actrice - Sofie De Hantsetters)

LOKETMR. SOCIAAL: (eerste actrice - Sofie De Hantsetters)

MADAME HILDA = huisbazin - (eerste actrice Helena Lemmens)

VOORLEZER: ( actrice - Helena Lemmens)

ANDERE STEM ACHTER SCENE: (eerste actrice - Helena Lemmens)

MINISTER: (Eerste acteur- Jo Vander Cammen)

MATISH: = Kosovaarse man die al langer in België verblijft - ( Eerste acteur- Jo Vander Cammen)

ADVOCAAT:( Eerste acteur- Jo Vander Cammen)

NEEF BATUSHA: (Eerste acteur- Jo Vander Cammen)

ALEXANDER: ( Eerste acteur- Jo Vander Cammen)

Decor: We gebruiken liefst zwarte of witte doeken als achtergrond. Of wat voorhanden is. Aan plafond op de achtergrond hangen 1 of 2 foto van kinderen A0. Kalenders van maanden A3 hangt centraal achteraan.

--------------------------------------------------------------------------------------------------

Zaallicht aan.

Scènelicht uit.

Zee gemengd met muziek op achtergrond.

Als publiek binnen en gezeten. Muziek zachter.

Alle lichten uit

Zeegeluid opkomen.

Scènelicht op- alleen op verteller.

Zeegeluiden wegsterven.

Madame Hilda, staat recht, leest voor uit boek.

1. Het verhaal van een mens vertellen kun je niet zonder de achtergrond, de cultuur, van deze persoon te belichten. Het leven van Ela begon in een roerig, rusteloos gebied. Een geografisch gebied waar eeuwen lang godsdienst en economie van oost en west elkaar geraakt hebben. Zolang de mensheid bestaat is de Balkan een gebied geweest waar de culturen botsen. Een kruispunt waar de vier windstreken elkaar ontmoeten, verbroederen en elkaar vervloeken. Een kruispunt waar Oost, West, Noord en Zuid hun invloed willen laten gelden om toegang tot elkaars gebied te krijgen. En in het hart van dat gebied ligt een plateau omgeven door bergen. Bergen van waaruit al eeuwen lang, langs alle windstreken volkeren, legers en heersers proberen greep te krijgen op deze vruchtbare hoogvlakte. Kosovo. De laatste grote heersers over Kosovo was Tito. Hij was er in geslaagd om alle grootmachten tegen elkaar uit te spelen en had zo een vacuüm geschapen waarbinnen hij de absolute macht kon vestigen. Een absolute macht die hij gebruikte om alle nationalistische gevoelens, alle haat en bloedwraak te onderdrukken. Maar, hij kon alleen met harde hand overheersen en onderdrukken, niet uitroeien. De vele botsende culturen bleven ondergronds bestaan. En nadat ook Tito zijn sterfelijkheid had moeten ondergaan duurde het niet lang voor de nationalist Milosevic de lont in het kruitvat gooide en binnen de kortste keren een spiraal van geweld ontketende. Omdat niemand, behalve hijzelf, hiervan gediend was werd na veel gepalaver door een verbond van de vier windstreken ingegrepen. Terwijl wij beslissen over de dagelijkse beslommeringen van ons leven, schrijven we de geschiedenis van de mensheid.

En zo, leefde ook Ela haar leven met zijn dagelijkse beslommeringen. (Rechts af)

Licht op Ela aan

8. ELA: Ik ben Ela Berisha en ik kom uit Kosovo. Toen ik 18 jaar was, werd ik beloofd aan Batusha Tafa. Onze vaders hadden dat zo gearrangeerd. Zijn vader zou dan voor mijn blinde vader en blinde broer zorgen. Blindheid is een familievloek. Mijn dochter Lindita lijdt er ook aan. Zij was 4 jaar toen we in 1998 vertrokken. De situatie in Kosovo escaleerde toen de Serviërs gebombardeerd werden. Ze begonnen te moorden en plunderen. Batusha zei dat we moesten vluchten, dat ze Lindita zouden pakken, en mijn buik zouden open snijden omdat ik zwanger was. We zijn toen naar Albanië gevlucht. Batusha bleef, hij zou nakomen voor de geboorte van de baby.. Onze zoon Ilir werd geboren zonder mijn man. Ik trachtte Batusha te bereiken, maar, zonder resultaat. We konden niet blijven waar we waren.

Licht op non aan

Daarom ging ik voor raad en steun bij moeder overste. Zou ik misschien naar Italië kunnen… gaan werken?

15. ZUSTER OCTAVIA: (zelfbewust, uit de hoogte) In Italië werk vinden voor een alleenstaande moeder met een baby en een kleuter, is onmogelijk. Wie zorgt er voor hen als jij gaat werken? Trouwens de Conventie van Genève telt niet voor jou. Maar ja, iedereen zwaait met de Conventie van Genève en niemand begrijpt wat het inhoudt. Wat zou ik kunnen doen…?

(Ela legt bundeltje geld in de schaal)

16. ZUSTER OCTAVIA: Ik stuur je naar België. Het is een rijk land. Ook al vind je er geen werk, je krijgt er geld om te overleven. En, omdat bij de bombardementen in Kosovo Belgische vliegtuigen betrokken waren, heeft de minister gezegd dat alle Kosovaarse vluchtelingen welkom zijn.

Licht op minister aan

18. MINISTER: (draagt kostuum, driekleur om het middel. Bril op) Sorry dat ik even onderbreek. Voor alle duidelijkheid wil ik vermelden dat toen beslist is dat 1000 - let wel “duizend”! - vluchtelingen zich mochten melden bij de ambassade en dat wij dan zouden bepalen wie in aanmerking kwam om tijdens de oorlogshandelingen naar België te komen. We zijn toen heel soepel geweest. (af links. Kleding Matish)

19. ZUSTER OCTAVIA: Er zijn prima scholen in België en wereldberoemde oogartsen. (Ela legt nog gouden ketting voor haar voeten) Daarvoor laat ik je per boot naar Italië laat brengen. Daar bel je naar de tante van je moeder. Zij brengt je naar Rome en zet je dan op de trein naar België (af links achter, omkleden naar advocaat)

20. ELA: En zo gingen we van start. Met de bus vertrokken we naar een kleine vissershaven in de buurt van Sckodrè.

21. Daar werden we overgedragen aan een bandiet die ons beroofde van alle papieren en al wat waardevol was. In ruil vertrouwde hij ons toe aan een rubberboot met zijn zeventienjarige zoon als kapitein en een ex militair als waakhond. Het was een onmenselijke overtocht. We werden met zeker twintig personen als sardientjes in het bootje geperst. Die aan de buitenkant terecht kwamen mochten gaan zitten. Dat kon ook niet anders of ze sloegen overboord. De volgende rijen moesten blijven recht staan en gelukkig mocht ik met de kinderen in het midden gaan zitten. Bovenop de bagage.(Ela beleeft de ervaring terug) Voor de kust van Italië werden we bijna aangehouden door een politieboot. Omdat onze boot te zwaar was om te ontsnappen gooiden het duo alles en iedereen overboord terwijl de politieboot schietend op ons af kwam..Ik spartelde met de kinderen aan land. Al wat ik nog bezat waren mijn kinderen. (Ze komt terug op adem) Gelukkig had ik het telefoonnummer ergens waterdicht apart gestoken en kon ik contact opnemen met mijn groottante. Zij hielp mij verder. Eerst naar Rome en verder naar Brussel..In Brussel kwam ik toe de dag voor kerstmis. Alles was gesloten. Ik kon nergens terecht. Ook het contact dat mij zou ophalen liet op zich wachten

(Tijdens laatste zin licht wegsterven en stationsgeluiden op. Geluid terug weg sterven met opkomen van het licht op Ela ligt rechts vooraan opgerold in foetushouding. Ze slaapt.

(Matish op links achteraan. Gewezen soldaat. Leidersfiguur. Recht in de schouders. Manken wandelstok, gel in haar, camouflagejas, hooghartig, geen bril, kijkt schichtig rond bij opkomst. Gaat behoedzaam rondkijkend tot bij Ela. Tikt haar zacht aan met tip van de schoen. Kijkt heel de tijd speurend rond. )

27) MATISH: Ela Tafa…? Ik ben het, Matish!

28) ELA: (wordt wakker en komt recht) We wachten hier al drie dagen.

29. MATISH: Wat had je gewild? Dat ik eergisteren kwam en dat de Roma me onderweg vermoorden? Dan had je hier nog langer gezeten! (kijkt speurend rond. Hij beweegt terug naar achter, draait terug naar Ela die bleef staan)

30. Luister. (vingerknip, Ela tot bij hem) We gaan zo meteen naar de vreemdelingendienst. Je zal daar ondervraagd worden. Begin met deze twee woorden van buiten te leren: “Kosovo” en “asiel”. Meer hoef je in het begin niet te zeggen. Daarna roepen ze er een tolk bij. Dan mag je het hele verhaal vertellen, met dit verschil: ten eerste, je man heeft voor de Democratische Liga van Kosovo (LDK) gevochten en daarom heeft het U.C.K. jullie bedreigd. Gesnapt? Ten tweede: Je wist dat het UCK een familielid van Matish Mauritius – dat ben ik – vermoord had. En daarom zijn jullie gevlucht. Is dat duidelijk?

31. ELA: Waarom moet ik liegen?

32. MATISH: Omdat je anders geen asiel krijgt, domme gans! (wil weg)

33. ELA: Wat is nasiel?

34. MATISH: Nog één zo’n stomme vraag en ik zet je terug op de trein, richting Rusland. Komaan, mee naar de vreemdelingendienst. Weet je nog wat je moet zeggen? (Matish blijft op afstand – links achter observeren)

35. ELA: (Ela komt naar voor tegen publiek) Kosovo. Nasiel. Kosovo. Nasiel. Ik had de zinnen van Matish wel honderd keer herhaald. Ze waren van cruciaal belang zei hij. Op de vreemdelingendienst dreunde ik mijn woordjes en zinnen af. Maar de loketdame onderbrak me.

36. LOKETMR. SOCIAAL (licht 2) = (stem achter de coulissen= Sofie) Hebben we nog een Kosovaarse vertaler?

37. ANDERE STEM ACHTER DE COULISSEN: (Licht 3 )(= Helena) Seulement un Serve

38. LOKETMR. SOCIAAL: (= Sofie) Dat is ook goed. Stuur die maar.

39. ELA: Een uur later kwam een man naar me toe. Hij sprak Servisch. Hij was de officiële tolk, zei hij. Een Serviër als tolk voor een Kosovaarse die voor de Serviërs op de vlucht was. (ironisch lachje) Kosovaren spreken Albanees. Servisch is een heel andere taal. Dat is zo iets als Vlaams en Duits. Maar ik verstond hem. Alleen twijfel ik er aan of hij mijn verhaal wel juist vertaald heeft. Ik vertelde wat ik meegemaakt had en natuurlijk ook de zinnen die ik van Matish moest zeggen. Daarop zei hij dat ik geen asiel zou krijgen en dat ik beter terug naar Kosovo zou gaan. Ja hallo! Ik zal een Serviër mij eens laten vertellen wat ik moet doen! (triomfantelijk) Uiteindelijk kreeg ik een document met mijn foto op en een treinkaartje. Ik moest een appartement huren.

(gaat rechts opzij om Matish in beeld te brengen. Tegen Matish, verlegen, verloren) Ik snap er echt niets van.

40. MATISH: (komt naar voor) Om van het OCMW een vestigingspremie te kunnen krijgen moest ze eerst een adres hebben. Rapper gezegd dan gedaan. Maar goed, ik had de krant uitgepluisd en nam haar op sleeptouw. Hoe sneller ze een domicilie heeft, hoe sneller ze begint te renderen. (samen links midden af. Zetten zich klaar om dadelijk terug op.)

41. MADAME HILDA: (rechts achter op. Zij speelt haar rol van verteller, is bezorgd over haar uiterlijk, zoekt contact, goedkeuring van publiek. Beetje verlegen, overwint verlegenheid) Ik had net de hond uitgelaten toen de bel ging. (Ela en Matish op links midden) Het was een vreemdeling. Voorzichtig opende ik de deur. In gebroken Engels, Frans en Duits, vroeg hij:

42. MATISH: “House à côté. Votre house? You vermieten?”

43. MADAM HILDA: Ja, het was mijn huis. En ja, het stond te huur. Maar aan hem wou ik het niet verhuren. Hij moet dat aan mijn gezicht gezien hebben. Daarop zei hij:

44. MATISH: “Not for me! Pour Madame!”

45. MADAM HILDA: Hij duwde een schim naar voren. Een klein verlegen vrouwke. Ze droeg een baby en had een kleuter aan de hand. Ik liet hen het huis zien. De muren moesten nog behangen worden. Maar het was duidelijk naar hun zin. Maar toen bleek dat ze geen paspoort had, (neemt letterlijk afstand) enkel een 26bis. Wat dat ook mag zijn. Daarom zei ik: “Kom morgen namiddag terug, ik wil er over nadenken.” (begeleid hen links midden uit de deur).

Matish legt kleding af, basiskleding bediende

Ela houd zich klaar

Madam Hilda gaat zitten, rechtsvoor, bezorgd.)

46. ADVOCATE: (op links voor) Mensen zonder wettige verblijfspapieren hebben basisrechten die opgenomen zijn in mensenrechtenverdragen, internationale akkoorden en in de Belgische grondwet. Iemand zonder wettig verblijf heeft recht op onderdak. Mensen zonder wettig verblijf kunnen in principe een woning huren. Het verhuren van een pand aan iemand die illegaal in het land verblijft, is niet strafbaar. Het misbruik maken van hun kwetsbare positie wel. (rechts voor af Toga uit. Doktersjas aan)

47. MADAME HILDA: ‘s Anderendaags waren ze er terug. (Ela op links midden) Ik had het huurcontract klaar én een Albanees -Nederlands woordenboek gekocht. Ik wou dat ze heel goed begreep dat ik alleen aan haar en haar kinderen wilde verhuren. Ik vroeg slechts één maand huurwaarborg maar eiste dat de (Tegen Ela, vermanend) maandelijkse huur voor het begin van de maand betaald werd. (Tegen publiek) Ik mag dan wel een goede ziel zijn, maar met geldzaken ben ik principieel.

(Ela en madame Hilda staan nu naast elkaar) ELA: In afwachting dat ik in het huis zou kunnen intrekken, logeerden we bij Matish en zijn vrouw. Zijn vrouw zorgde voor alles en leerden mij allemaal nieuwe dingen. Het geld dat ik van OCMW kreeg, gaf ik aan hem. Hij was tenslotte de man en hij zorgde voor alles.

48. MADAME HILDA: Toen “verhuisde ze”. Stel je voor. Het jongetje in de buggy en een valies in de andere hand. Het meisje droeg een plastiek zak met Pampers en een knuffel. En dat was het. Dat was haar “verhuis”. Allee! Waar moest dat mens op zitten? Ze had geen stoelen. Geen potten en pannen, geen tafel. Jongens, jongens, wat een toestand! Ik sleurde een oude tafel naar haar woonkamer; (Madame Hilda sleurt tafel midden- achter op scène, Zet een stoel (6 en 7) bij, uit de coulissen brengt zij tafellaken, borden, bestek, glazen. Werpt ook nog oud deken uit de coulissen, op de scène. Tot slot een geopende fles wijn) haalde wat oude potten en pannen uit de kelder. Lakens, dekens en bestek had ook nog op overschot. Enfin, ik rommelde tot ze een beetje fatsoenlijk kon wonen. (zet Ela op stoel 6. Schouderklopje. Schenkt een beetje wijn in twee glazen)

49. ELA: (Durft niet drinken. Maakt met duim en wijsvinger vragend geldgebaar)

50. MADAM HILDA: No problem. (Leert haar de woorden “dank u”. Ze klinken)

51. (madame Hilda glunderend. Ze is tevreden met zichzelf. Blijft bij de tafel staan tijdens volgende tekst)

52. ELA: (Tijdens deze tekst komt Ela recht en naar voor) Ze ging met mij ook naar een school om Lindita in te schrijven. ’s Anderendaags mocht ze al naar school. Gratis! Kinderen mogen hier gratis naar school, zeg! Lindita gaat graag naar school. In ’t begin klaagde ze, dat ze niet kon zien wat de juffrouw op bord schreef. Maar nu heeft de juffrouw haar vooraan gezet. Ik zou zo graag met Lindita naar een oogarts gaan. Maar Matish heeft gezegd dat mensen zonder papieren dat niet kunnen betalen. Ik durf niet tegenspreken. Maar daarvoor kwam ik toch naar hier. De zuster had het beloofd. (bijna fluisterend naar publiek) Zou ik het eens aan madame Hilda durven vragen?

53. MADAME HILDA: (komt naar voor, naast Ela) (samen ruime ze hetgeen op scène werd geworpen op) (tegen publiek)De eerste maanden groeide er vertrouwen tussen ons en ze steunde steeds minder op Matish. En op een dag in de schoolvakantie bood de gelegenheid zich aan. “Kom” Zei ik. “ We gaan naar een oogarts” (Madame Hilda doet moeite om het uit te leggen. Ela durft het niet begrijpen)

54. (Tegen publiek) Een paar weken terug had Lindita ’s schooljuf mij aangesproken. Ze had geprobeerd om er met Ela over te praten, maar die verstond haar niet. Ze zei dat Lindita toch zo slecht zag. Ik schetste haar de situatie van Ela en zij stelde voor om op school een omhaling te doen voor een bril voor Lindita. En ik trok met haar naar Leuven.

(Oogarts komt op rechts achter. Oogarts verdeelt de uitleg naar publiek, Ela en madame Hilda)

55. OOGARTS: Lindita heeft een erfelijke ziekte. In België komt die ook voor, maar wij laten het nooit zo ver komen. Haar oogziekte is al in een vergevorderd stadium. Ik ga haar een bril geven. Ze zal die haar leven lang moeten dragen. Let er evenwel streng op dat ze die ‘altijd’ draagt. Als ze dat niet doet, wordt ze wel degelijk blind.

56. ELA: Syze! (Albanees voor bril) ( muziek zet in) Lindita! Dank u, zij wordt niet blind, syze. (tegen publiek) Lindita heeft een bril en wordt niet blind! (Zet vreugdedans in. Omhelst madame Hilda en dokter, leert hen de danspassen)

(Donker. Iedereen af.)

(Dokter rechts af- doktersjas uit- trekt daar toga aan en wordt rechts (stoel 4) advocate.)

(hardwerkende bediendepet met mr. Sociaal, links op (stoel 3)

(Ela Kosovaarse kleren en sjaal uit)

Madam Hilda rechts midden af zet zich klaar voor opkomst)

(Muziek sterft weg,alle licht op.)

57. ELA: (Ela opgewonden op links midden) Madame Hilda, de postbode is geweest. Hij had een brief uit Brussel. Dat zijn mijn papieren. Wat moet ik nu doen?

58. MADAME HILDA: (op) Acte de notification…. La décision du 7 mars 2000… lui enjoignant de quitter les territories de Belgique, Allemagne bla bla bla . Sur base de l’article Article 75 de la loi du 15 december 1980… bla bla bla… modifié par la loi du 15 juli 1996 bla bla bla… Elle est incapable de répondra à des questions élémentaires sur le Kosovo et sa situation. Bla bla bla…. La requête est déclarée irrecevable car non fondée… bla bla bla… Décision susceptible d’un recours en annulation auprès du Conseil d’Etat… par letter recommandée dans les soixante jours.

(Tijdens uitleg zet Ela, Madame Hilda aan tafel(stoel 1) en blijft bij haar)

ELA: Wat zeggen ze madame Hilda?

59. ADVOCATE: (ongeïnteresseerd, is vooral bezorgd om uiterlijk. Boek op schoot. Advocaat en bediende praten over hoofden heen) Niet te veel zorgen maken over die brief, dat is de normale gang van zaken. Het enige dat Ela nu moet doen is in beroep gaan. Stuur zo snel mogelijk de bijgevoegde vragenlijst aangetekend op en bezorg aan OCMW een kopie van het verzendingsbriefje. Dat is alles.

MR. SOCIAAL: Dan heeft ze natuurlijk nog geen zekerheid.

ADVOCATE: Maar het duurt jaren voor een beroepaantekening beantwoordt wordt.

60. MR. SOCIAAL: En is dat antwoord uiteindelijk negatief?

61. ADVOCATE: A ha! Dat is de truc. Dan heeft ze gegronde redenen om naar de Raad van State te gaan, het duurt dan weer jaren voor ze daar antwoord op krijgt.

62. MR. SOCIAAL: En als dat uiteindelijk ook negatief is?

63. ADVOCATE: Dan is ze intussen ettelijk jaren geïntegreerd en kan ze een 9.3 indienen.

64. ADVOCAAT: (zet zich recht, tot publiek, leest voor uit boek- “migratie en migrantenrecht”) Artikel 9.3 van de asielwetgeving. In uitzonderlijke omstandigheden kan aan vluchtelingen om humanitaire redenen asiel gegeven worden.

65. MR. SOCIAAL: (leest ook voor uit foldertje) De humanitaire redenen worden niet gespecificeerd, waardoor een aanvraag op basis van artikel 9.3 grote onzekerheid met zich meebrengt.

(Advocaat rechts af. Toga afleggen veranderen in Brunela)

(Sofie veranderd in Brunela.)

(Bediende links af. Veranderd inAlexander)

(Madame Hilda af rechts, brief klaar).

( Ela alleen aan tafel. )

66. ELA: (tijdens volgende tekst komt Ela recht, gaat naar voor en eindigt rechts vooraan op stoel 3) Stilaan kwam ik er achter dat madame Hilda het goed met mij meende. Ik betaalde netjes de huur en verder kon ik voor alle problemen bij haar terecht. Het had wel één negatieve kant. Madame Hilde was altijd iets aan het regelen of organiseren maar ze begreep niet dat ik daar geen behoefte aan had.

Als de mannen in Kosovo gedaan hebben met werken drinken ze koffie en spelen met de kaarten. En wij zijn gelukkig als de mannen en de kinderen tevreden zijn. Dat is genoeg voor ons.

Maar Madam Hilda nam mij zo veel mogelijk overal mee. Soms was dat erg prettig soms heel vervelend. Het is zo vermoeiend dat die Belgen altijd bezig zijn. En zo kwamen we ook in contact met een Albanese man. Alexander. Kosovaarse mannen worden graag bediend maar Albanese mannen! Dat is nog heel andere koek.

67. ALEXANDER: (op links achter. Zelfvoldane macho. Petje, zonnebril, leren jekker. Drinkt van de fles wijn op tafel. Kijkt goedkeurend rond. Draait zich om en plast tegen muur terwijl hij drinkt. Draait zich terug om. Als mogelijk boeren) (grinnikt) (Praat mengeling Frans en Vlaams) Die Hilda is wel een oude schuur maar goed onderhouden. Die draai ik zo rond mijn vinger. Daar ga ik nog plezier aan hebben. Maar nog beter is dat zij een schoon appartement verhuurt aan een Kosovaarse poepeke. Daar ga ik nog meer plezier aan hebben. Want als ik die onder den duim heb kunnen mijn ouders overkomen en dan kan zij mijn ouders onderdak geven en voor hen zorgen. Zij kunnen dan in de grote slaapkamer van Ela wonen en Ela kan met haar kinderen op de zolder gaan slapen. Ne grote zolder die goed verlucht is hahahaha. En dan slaap ik, als ik naargelang mijn pet staat afwisselend bij Ela of bij die Hilda. Dat komt goed. He hehehe Dat komt goed. (Rechts midden af. Neemt wijn mee.)

68. ELA: Toen ik Alexander zijn zin niet gaf begon hij mij te terroriseren en hij zou er voor zorgen dat madam Hilda mij op straat zou zetten. Hij beweerde dat hij haar minnaar was. Maar op een avond had hij mij afgetroefd. Met een blauwe oog en een dikke lip ben ik dan de dag nadien met madam Hilda gaan praten. Ze had niet veel woorden nodig en zorgde er kordaat voor dat Alexander uit de buurt bleef. Maar! Madame Hilda is Belgische mannen gewoon en kan zich daartegen heel goed staande houden. Maar het plan van Alexander was in het honderd gelopen en hij wou wraak.

(staat recht en gaat kalenders afscheuren) En terwijl ik “integreerde” veranderde ik stilaan van Ela Tafa in een dossier. Amper drie maanden na het beroep kreeg ik al antwoord.

69. Madam Hilda: (komt op met brief van rechts) Minister Dusquenne had publiekelijk verkondigd dat voortaan alle asielaanvragen binnen de drie maanden zouden afgehandeld zijn. Met als gevolg dat alle dossiers die rechtlijnig en eenvoudig waren in sneltempo werden “afgehandeld” en simpelweg allemaal negatief kregen. Dan kostte het de staat niets meer, zie je. (schamper lachje)

70. ELA: (als grote leidraad neem ik aan dat Ela tijdens elke tussenkomst van Madame Hilda een kalendermaand afscheurt) De argumentatie van de dienst vreemdelingenzaken was officieel als volgt: Ik was tijdens oorlog terecht gevlucht. Maar nu de oorlog voorbij was en de VN er de veiligheid waarborgde, was de Conventie van Geneve voor mij niet meer van toepassing.

71. MADAM HILDA: Dus. Jij bent geen politieke vluchtelinge meer. (beetje verbaasde vaststelling)

72. ELA: Moet ik nu terug naar Kosovo? Waar naartoe? Ik heb er geen huis. Mijn man is nog altijd spoorloos. En Lindita… Ze doet het zo goed op school. Als ik terug ga, moet ik gaan bedelen. (schud het hoofd)

73. Madam Hilda: ( blijft niet bij de pakken zitten) We zochten hulp. Volgens de sociaal assistente en de advocaat had Ela een sterk dossier. Zij maakte veel kans om met een 9.3 op humanitaire gronden een verblijfsvergunning te krijgen.

74. Ela: ( bezorgt) Maar dan moest ik wel eerst deze beslissing bij de Raad van State aanvechten. En dat kan lang duren. Soms wel tien jaar. Het grote probleem is dan dat het OCMW mij geen uitkering en kindergeld meer betaalt. Totaal niets.

75. MADAME HILDA:. (beetje opluchting) Maar het Oberonfonds wou helpen. Dat is een organisatie van vrijwilligers. Hun middelen zijn beperkt, maar ze doen al het mogelijke om te helpen. ( fluisterend en achter de hand met stuntelige knipoog naar publiek) En als Ela dan nog een beetje in ’t zwart zou kunnen bijverdienen. ( Ela imiteert knipoog)

ELA: (terug ernstig) Madame Hilda had een “Pro Deo” advocaat onder de arm genomen. Hij had de regularisatieaanvraag geregeld en nu moest ik gewoon afwachten.

76. MADAME HILDA: Het fonds gaf daadwerkelijke hulp en daardoor lukte het haar om het hoofd boven water te houden.

77. ELA: Maar echt gelukkig was ik niet met de situatie. Ik wilde werken voor mijn centen! En wat met Batusha? (beetje ongeduldig)

MADAME HILDA: Ze hoopte dat Batusha haar zou vinden. Ze deed actief navraag naar hem en ik had haar op de site van het Rode Kruis aangemeld. Maar het bleef stil van die kant.

ELA: Ondertussen bleef mijn dossier aanslepen. Ik was ruim vier jaar op de vlucht en die Pro Deo advocaat zei nog steeds: afwachten.

MADAME HILDA: (wordt kregelig) Dat kan toch niet, hè! Twee jaar! Twee jaar geleden heeft de advocaat haar dossier bij de vreemdelingendienst van ‘t stad ingediend. En nog altijd geen reactie!

78. Ela: Dus deden wij via het fonds en de sociale dienst voorzichtig navraag.

79. Madame Hilda: (geschokt, wind zich op) Bleek dat in Brussel geen dossier van ene Ela Tafa bekend was. De normale procedure is dat na een buurtonderzoek door de politie, het dossier naar Brussel zou gestuurd worden.

80. ELA: Maar we hadden uit het oog verloren dat er nog nooit politie bij mij was geweest.

81. MADAM HILDA: (verbeten) En zo kwamen we er achter dat het dossier ook bij de vreemdelingendienst van ‘t stad onbekend was. Hoe dat kon is altijd een raadsel gebleven.

82. ELA: De advocaat maakte een kopie van het dossier, voegde er nog wat schoolrapporten aan toe en stuurde het nog eens op.

MADAME HILDA: (geschokt, net niet boos) Enkele weken later informeerde hij schriftelijk bij de dienst vreemdelingenzaken hoe het met dat nieuwe dossier gesteld was. En hij kreeg schriftelijk antwoord: “Wij hebben hier geen dossier van Ela Tafa. Zou je ons een kopie willen sturen?”

ELA: Nu hadden we een bewijs dat bij de stadsdienst nonchalant met dossiers omgesprongen werd. De advocaat stuurde het dossier nog eens op, maar wel met een begeleidingsbrief deze keer.

83. MADAME HILDA: (ingehouden boosheid) En inderdaad, kort daarop kwam de politie voor dat buurtonderzoek.

84. ELA: Een paar weken later moest ik mij op het stadhuis bij de vreemdelingendienst aanmelden.

85. MADAM HILDA: Ik ging mee. (word boos) Stel je voor! Op het bureau van de ambtenaar lagen de drie dossiers die de advocaat gestuurd had. Alle drie! Netjes op een stapel. Aangevuld met twee jaar stof.

ELA: (kalmeert Madame Hilda) De beambte vroeg mijn oproepingsbrief, zette er een datumstempel op en legde de brief boven op de drie dossiers. Dat was het.

86. MADAME HILDA: (Boos) En wij, wij mochten verrekken.

ELA: En dan was het weer afwachten, tot de vreemdelingendienst in Brussel zou reageren.

87. MADAME HILDA: ( heeft zichzelf terug in de hand) Voor Alexander was Ela alles behalve een dossier. Hij zon op wraak en we merkten dat we door hem in het oog werden gehouden. Zelfs de argeloze buren waarschuwden ons. En op 16 augustus sloeg hij toe.

(Madam Hilda af rechts.)

Brunela midden achter op)

(Ela en Alexander zitten ver uit elkaar op stoel. Ela links stoel 3. Alexander rechts stoel 4). Midden tussen de twee staat inspecteur Brunela. Ela is vooral angstig omdat ze als vrouw niet zal geloofd worden. Alexander probeert er zich uit te liegen, heel verlegen en angstig tijdens heel de ondervraging. Alexander praat mengeling van Vlaams en Frans)

88. INSPECTEUR BRUNELA: (Probeert onpartijdig te verhoren. Kiest naargelang Alexander zichzelf aan de galg praat steeds duidelijker voor Ela) (Tot Alexander) Waar was u gisterenavond?

89. ALEXANDER: (angstige) Ik was bij mijn verloofde. We gaan zo snel mogelijk trouwen want ze is in verwachting van mij. We hadden een beetje ruzie omdat ik een onderzoek wou om te weten welk geslacht het kindje heeft. En zij wou niet. Maar ik ben al niet meer kwaad want ik weet dat ze erg veel heeft meegemaakt en dat ze niet altijd verantwoordelijk is voor wat ze doet. Ze is een beetje labiel en soms vergeet ze het normale respect voor een man. En daar heb ik het een beetje moeilijk mee, maar eens we getrouwd zijn gaat dat snel verbeteren…

90. INSPECTEUR BRUNELA: (onderbreekt de woordenstroom van Alexander) Dank u. (kijkt naar Ela) En u?

91. ELA: (Angstig) Naar de nachtwinkel, melk halen.

92. INSPECTEUR BRUNELA: (Zou graag wat meer gehoord hebben van Ela. Helpt haar door Alexander halvelings te beschuldigen) (Tot Alexander) U hebt haar ontvoerd?

93. ALEXANDER: (valt overdreven uit de lucht) Ontvoerd? Zij kwam achter mij aan. We zijn naar mijn ouders gegaan om het daar uit te praten. Nadien zijn we het gaan “goed maken” (overdreven verlegen) op mijn kamer. We zijn erg verliefd op elkaar en sinds ze zwanger is staat ze…er… heuuu…geen rem meer op. Begrijp je?

94. ELA: Dat is niet waar. Hij wachtte op hoek van de straat en duwde een mes tegen mijn zij. Ik moest mee naar het appartement van zijn ouders, hij heeft een kamer daar. Ik wou niet vechten omdat hij mij dan erg zou kunnen verwonden. Ik mocht niet gewond raken want dan waren mijn kinderen alleen. Ik dacht dat zijn moeder mij zou helpen.

95. INSPECTEUR BRUNELA: En hoe wist je dat ze zwanger was?

96. ALEXANDER: Ze had het mij verteld en de gynaecoloog had het bevestig. Kijk hier is het afspraakkaartje.

97. ELA: (Kijkt verbaasd om naar de inspecteur.) Wat is dat?

98. INSPECTEUR BRUNELA: Daar staat alleen een datum op voor volgende maand?

99. ALEXANDER: Het vorige kaartje heeft Ela verloren gedaan. Daaraan merk je hoe labiel ze is. Ze heeft zelfs gesproken over “het weg doen” Daarom hadden we ook woorden. En ze was jaloers op madam Hilda. Ze beweerde dat ik tegen andere mensen vertelde dat ze mijn minnares was.

100. INSPECTEUR BRUNELA: En van waar komen die blauwe plekken, kapotte lippen en grijpsporen over heel haar lichaam?

101. ALEXANDER: Wel ik heb je toch verteld dat ze jaloers was op madame Hilda en met haar heeft ze gevochten…

102. ELA: Hij sloeg mij. Ik moest mijn kleren uitdoen. Ik hoopte dat de ouders zouden tussenkomen. Zij waren thuis, keken TV en zetten het geluid harder. Dan wou hij mij verkrachten maar dat lukte niet (minachtend) Hij kwam klaar voor hij mij kon pakken. Hij werd dan heel boos en wou mij nog vernederen. Hij maakte foto’s van mij, naakt. Dan moest ik gaan Maar die foto’s, hij gaat mij chanteren om zijn zin te doen. (tot inspecteur, hoopvol) Hebt u de foto’s aub. Die moeten kapot, hij zal mij altijd chanteren

103. INSPECTEUR BRUNELA: Waar zijn de foto’s?

104. ALEXANDER: Welke foto’s? Ooo… Bedoelt u de echografie foto’s van de baby. Die heeft Ela. Maar ik denk dat ze die in een labiele bui heeft weg gesmeten.

105. ELA: Maar ik ben niet zwanger!

106. INSPECTEUR BRUNELA: Ander foto’s heeft u niet van haar? Foto’s op uw kamer gemaakt?

107. ALEXANDER: Neen? Waarom zou ik foto’s maken? Ik zie haar dagelijks.

INSPECTEUR BRUNO: Mijnheer Alexander. Wij hebben foto’s gemaakt van uw kamer en die zitten in het dossier. Van het moment dat er foto’s opduiken van Mevr. Tafa in uw kamer weten wij dat u gelogen hebt.

Wij weten ook dat u gelogen hebt over haar “ongeremd” gedrag. Medisch onderzoek heeft uitgewezen dat mevr. Tafa na de geboorte van haar jongste kind geen seksueel contact meer heeft gehad. Zij is niet zwanger.

In onze databanken vinden wij nog enkele van uw streken. Waaronder uw onwettig huwelijk met een Roemeens in Luik en de klacht van iemand die u onderdak heeft gegeven in Antwerpen.

Wij brengen de dienst vreemdelingenzaken van uw laatste escapades op de hoogte. Wij adviseren u om hun uitwijzingsbevel naar de letter uit te voeren. Wij houden u en uw ouders scherp in de gaten.

(Alexander af rechts. Veranderd in neef Batusha.)

(Brunela af rechts. Veranderd in schoontante)

Ela blijft zitten)

108. MADAME HILDA: (op rechts midden) Ela heeft nog lang op eigen houtje naar de foto’s gezocht maar zonder resultaat. Alexander is gevlucht. Hij werd door het Albanese en Kosovaarse milieu in België uitgestoten. Hij woont nu bij zijn zuster in Griekenland. De foto’s zijn later nog eens opgedoken maar ook toen is daar scherp en gepast op gereageerd. (madame Hilda geeft enveloppe aan Ela)

109. ELA: (doet enveloppe open en leest. Madame Hilda leest mee) Drie jaar nadat mijn drie dossiers officieel ingediend waren, kreeg ik een schrijven van de vreemdelingendienst uit Brussel.

Bla bla bla…

1° Toen in 2002 de Raad van State negatief oordeelde over uw dossier, had u het land al moeten verlaten.

2° Dat u in België illegaal bent blijven wachten op antwoord is niet onze fout.

3° Wij kunnen geen rekening houden met het feit dat uw kinderen hier school lopen. In 2000, toen het beroep negatief besliste, was uw dochter geen zes jaar en bijgevolg nog niet schoolplichtig. Als u onmiddellijk gevolg had gegeven aan het uitwijzingsbevel had u uw dochter nog in Kosovo kunnen laten inschrijven.

4°Uit uw illegaal verblijf kan u geen rechten putten. Dat u hier als voorbeeldig burger leeft, is niet meer dan normaal.

110. Madame Hilda: Weer bot gevangen. Enfin. De advocaat heeft een nieuwe 9.3 opgemaakt en ingestuurd.

111. Ela: En ik trek het me niet meer aan. Ik ben gelukkig. Ik ga zes dagen in de week poetsen en met een beetje hulp van het Oberonfonds kan ik nu alles zelf betalen. Lindita gaat binnenkort naar de middelbare school en Ilir studeert flink. Ik ben trots op hen. Alleen al dat gevoel maakt alle ellende dragelijk. Als Batusha…(Gaat achter tafel)

112. MADAME HILDA: En zij kreeg bezoek uit Kosovo.

(Neef en schoontante op rechts blijven staan)

113. ELA: Madame Hilda, ik stel u voor. Dit is een neef van Batusha. Dit is de tante van mijn schoonmoeder. (handen schudden, spanning een beetje rekken. Volgende zin moet alleen staan en aankomen)

(madame Hilda probeert het ijs te breken; begroet hen stuntelig met enkele Albanese woorden. Zij verstaan haar nauwelijks en pas na overleg.)

114. MADAME HILDA: Tije mirë se erdhe (u bent welkom)

(Even woordeloos overleg tussen bezoekers en de vrouw maakt de man attent dat het “mirëseardje” moet zijn) Man verbeterd madame Hilda.)

116. Neef Batusha: Ju facem nderit ( dank u)

(ongemakkelijke stilte, geforceerde glimlach)

117. Ela: ( kom keihard, droog als een knal in de stilte tussen) Ze willen dat ik terug naar Kosovo ga.

(Stilte.)

118. SCHOONTANTE: (Draagt dezelfde kledij als Ela in begin) (Zalvend) Uw schoonvader is met onze hulp naar het dorp kunnen terugkeren. Maar daar zit hij nu alleen met mijn zus, (tegen Ela) jouw broer en jouw blinde vader. (tegen madam Hilda alsof ze het Ela verwijt) Haar moeder is intussen gestorven. Mijn zus kan al dat werk niet alleen aan. Daarom komen we zeggen dat je terug moet komen. Jij bent jong en sterk. En Lindita is al groot, die kan ook helpen.

119. ELA: (tegen schoontante) Maar mijn kinderen gaan hier naar school.

120. NEEF BATUSHA: (Draagt zwarte broek, wit hemd. Vestje van driedelig kostuum dat niet bij broek past. Eierdopje) Nah… Een meisje hoeft toch niet naar school. Zij is nu dertien en weet al meer dan jij toen je achttien was. Jouw schoonvader vindt voor haar wel een goede partij.

121. ELA: (ingehouden beginnen, langzaam overgaan naar trots en ziedend). Ik ben zeven jaar spoorloos geweest. In barre tijden. Niemand die mij kon of …wou vinden. Ik heb elke strohalm gegrepen om Batusha en mijn familie terug te vinden. Maar er kwam geen teken van leven. Niemand die zich mijn lot aantrok. En dan hebben ze handen te kort en ineens vinden ze mij. Nee… Ik kom niet terug. Als de familie Tafa een slavin wilt, moet ze daar zorg voor dragen.

(stilte.)

En meer nog. Ik ben geen Tafa meer. Ik wil die naam niet meer dragen. Ik ben Ela Berisha. Een vrije vrouw, die zelf de toekomst van haar en haar kinderen bepaalt.

122. NEEF BATUSHA: (staat recht en vertrekt gevolgd door schoontante. Komt terug) Als je nu niet terug komt moet je nooit meer naar Kosovo komen.

(Stilte. Ela kijkt de man in de ogen. De Kosovaarse gasten vertrekken.)

123. ELA: Ik weet niet of jij begrijpt wat er gebeurd is, madame Hilda. Ik heb met getuigen – daarom was jij er bij - aan de naam Tafa verzaakt. Wat in Kosovo wil zeggen dat ik breek met mijn schoonfamilie. En dat, als mijn man nog zou leven, we nu gescheiden zijn.

124. MADAME HILDA: Het is jouw leven, Ela. Maar… moest je alles kunnen overdoen, zou je dan dezelfde beslissingen nemen?

125. ELA: Welke beslissing heb ik zelf in alle vrijheid genomen, madame Hilda?

126. En, ja! Ondanks alles. Ik zou terug die beslissingen nemen. Alleen. Ik zou zoals Matish, zorgen dat wij papieren krijgen. Ik zou die Conventie van Genève eerst leren en weten wat ik moet doen en dan pas vertrekken. Maar toen, in die omstandigheden. Ik wist niet beter.

127. En die mij toen raad gaven deden net als u madam Hilda.

128. Zij deden wat vanuit hun standpunt mogelijk en goed was.(tot publiek) Ik vergelijk mijzelf met een stuk wrakhout dat ongewild van zijn schip is losgebroken. Een stuk wrakhout dat eindeloos tegen de administratie wordt aangebeukt. Een stuk wrakhout dat hoopt om op het rustige strand aan te spoelen. Ik vrees dat van mij uiteindelijk alleen de brokstukken zullen aanspoelen. Brokstukken die door de toeristische dienst bij elkaar geveegd en verbrand worden. (Trost) (Golven inzetten) Maar mijn kinderen zullen het strand bereiken. (af aan de kant van Hilda)

( Golven voluit.)

- Donker

- scènelicht aan

- groeten

- af

- zaallicht aan

- scènelicht uit)

Einde

--------------------------------------

Dit toneelstuk is auteursrechtelijk beschermd. Het wordt u ter lezing aangeboden. Niets van de inhoud mag worden gebruikt zonder de uitdrukkelijke toestemming van de auteur. Wie dit stuk wil opvoeren dient contact op te nemen met de auteur. 015/55.72.59 oberon@amateurtoneel.be

PS: Dit stuk eindigt eind 2007 en ging in première 2008. In 2010 Heeft Ella dan toch de Belgische nationaliteit kunnen verkrijgen

Uw dienaar

Oberon I van Mechelen



  • Comments(0)