WEETJES - IDEETJES - LINKS

WEETJES - IDEETJES - LINKS

WEETJES, IDEETJES EN LINKS

START - EIGEN STUKKEN - PALMARES - WEETJES, IDEETJES EN LINKS- BLOG

HET LEREN VAN EEN TEKST

Tips om tekst te lerenPosted by Oberon I van Mechelen Sat, December 17, 2016 13:48:34

HET LEREN VAN EEN TEKST

Een van de kwellende problemen van elke toneelspeler is het leren van de tekst.

Veel goede toneelspeler zien daar tegen op en stellen het leren zo lang mogelijk uit, vertrouwend op het geduld van de regisseur.
Voor de regisseur is deze fase een kwelling. Hij kan gedurende vele repetities niet veel beginnen. Hij zit machteloos te wachten tot de spelers eindelijk hun rol kennen. Van verfijning, nuancering, aanbrengen van ritmen kan in deze fase van het repetitieverloop geen sprake zijn.
Zelfs als 90% van de spelers hun tekst kennen zal de overige 10% zo remmend op het repetitieproces werken dat niet alleen de regisseur ontmoedigd raakt maar dat er ook spanningen binnen de spelersgroep gaan optreden.
Dit deel van de voorbereidingen is zeer ontmoedigend en vaak een kwelling die wel eens tot uitbarstingen aanleiding geeft. De spelers voelen zich gauw beledigd, ze doen toch hun best, " hebben nog wel wat anders te doen", "moeten het van de repetities hebben". (maar hebben geen tijd op te repeteren)

Deze volkomen foute verdediging wordt heel duidelijk als je toneelspelen als groepsgebeuren vergelijkt met musiceren als groepsgebeuren. In een amateurorkest zal niemand er aan denken om zijn partij op de repetities in te oefenen. Daar zou eenvoudig geen tijd voor zijn met dertig tot vijftig verschillende partijen. Elke amateuristische muziekbeoefenaar studeert thuis zijn partij in, en de repetities dienen om het samenspel, een groepsklank, samen te stellen op aanwijzing van de dirigent, die zich bemoeit met klank, melodie, ritme en tempo. Als je de praktijk van de amateurmuzikanten vergelijkt met de wijze waarop de gemiddelde amateuracteur te werk gaat, dan kan de muziek alleen maar een stimulerend voorbeeld zijn.
Het heeft geen zin alleen maar een vermanende vinger op te steken. Hierna probeer ik een paar praktische tips aan te reiken die in de praktijk hun nut hebben bewezen.

Het is mij in mijn praktijk als regisseur opgevallen dat spelers weinig initiatief ontplooien om zich af te vragen wat er precies in een scène gebeurt en welk de situaties zijn waarin ze precies terecht komen. Zij blijven kleven aan op hun eigen tekst en luisteren nauwelijks naar hun tegenspeler, omdat ze hun eigen zin al voorbereidend lezen. Zo blijft de situatie binnen de scène verborgen achter het voorbereidend lezen van de eigen tekst.

De basis om een tekst te leren bestaat er in de tekst in afzonderlijke scènes onder te verdelen. Indien u daar problemen mee hebt is de regisseur en de dramaturg de aangewezen persoon om u daarin bij te staan.

Het is een goed hulpmiddelen om u af te vragen wat u eigenlijk in de scène doet en in welke situatie u terecht komt. Als men dan al eens niet meer uit zijn woorden kan komen heeft men de vaste ondergrond van het onderliggend weefsel als achtergrond en hulp.
Dan is het niet zo erg om eens een steek te laten vallen, u pakt gewoon in uw eigen woorden op en rolt moeiteloos in de woorden van de toneelschrijver terug.

Meestal gaan spelers - als ze leren - krampachtig leren. Bijna met de vingers in de oren. Deze hersenkramp is even schadelijk voor het leerproces als kuitkramp bij voetballers.
Beter is, een niet al te grote passage (scène) als leerobject te nemen. Die enige malen door te nemen, en dan iets totaal anders te gaan doen, in een boek bladeren, stof afnemen...
Het is uit de psychologie bekend dat zulke taakonderbrekingen het leerproces bevorderen, alsof het geheugen de tijd krijgt om alles netjes te ordenen en op te slaan, in plaats van overdonderd te worden door steeds nieuwe informatie. Geef uw geheugen dus de tijd het geleerde op te bergen.

Een andere hulpmiddel om goed tekst te leren is de luistermethode. Probeer op de repetities steeds goed naar uw medespeler te luisteren. Wat ze zeggen en hoe ze het zeggen.
Een tekst van een toneelschrijver is een geheel. Bij het traditionele tekst leren beperkt u zich tot de zinnen van uw eigen rol en besteedt veel minder aandacht aan wat er tegen u gezegd wordt. Daarmee rukt u uw eigen zinnen uit het verband. U splitst het zinvolle geheel van de auteur in overdreven aandacht van uw eigen tekst en onverschilligheid voor de teksten van de anderen. Daarmee valt u zelf buiten de zin van de scène en wordt het leren veel moeilijker.
Ervaren acteurs kennen dit voor de hand liggend gevaar en vermijden het door nooit uit het boekje te leren, maar uit een overgeschreven tekst, waarbij de tekst van de andere acteurs is weggelaten met uitzondering van de vier laatste woorden waarop ze moeten invallen.
Het zo overschrijven van de tekst dwingt u van elke lettergreep, elk letterteken bewust te worden en komt ook ten goede aan uw opvolging van de leestekens.
Het niet invullen van de tekst van de tegenspeler dwingt u om te luisteren naar wat hij zegt. U leest uw repetities niet mee, u bereidt uw eigen tekst niet voor terwijl de anderen spelen, maar luistert scherp tot de laatste vier woorden van uw tegenspeler komen, het zogezegd wachtwoord of groen licht voor uw eigen tekst.
Uw alertheid in het spel zal er door toenemen en een natuurlijk spel bevorderen.

Wat ik hierboven beschrijf zijn slechts tips en hulpmiddeltjes, geen dogma's.

Nog veel plezier met de schitterende teksten die u nu probleemloos gaat debiteren.

Uw dienaar;

Oberon I van Mechelen





  • Comments(0)//goedomweten.amateurtoneel.be/#post12

SCHRIJVEN OVER EEN VOORSTELLING:

Schrijven over voorstellingPosted by Oberon I van Mechelen Sat, December 17, 2016 13:45:04

SCHRIJVEN OVER EEN VOORSTELLING:

Dat doe je met respect. Punt.

Wat niet wil zeggen dat je niet kritisch mag zijn. Integendeel. Over een voorstelling en zijn makers schrijven is een vorm van aandacht geven. Aandacht waar ze om vragen, anders zouden ze niet deelnemen aan een tornooi of in het geheel niet voor een publiek spelen.

Jouw mening geven is ook je recht. Maar. Let er op dat het jouw mening is en wees er van bewust dat dit alleen ‘jouw’ mening is.

Denk er ook aan dat jij niet verplicht was om te gaan kijken en dat anderen niet verplicht zijn jouw mening te lezen of te delen.

Dus. Schrijven over een voorstelling doe je met respect. Punt.

Iedereen kan een mening geven over een voorstelling. Voor de ene zal dat al wat makkelijker en vlotter gaan dan voor de andere. Daarom ben ik zo vrij om hierna enige punten aan te reiken waar je een houvast aan hebt bij het schrijven.

- Vorm voor jezelf eerst een algemene mening voor je begint te schrijven. Als je dat niet doet loop je gevaar wat doelloos in het rond te ploeteren. Daar heeft niemand wat aan. Vervolgens kun op basis van wat hierna komt je mening funderen. Alleen maar je algemene aanvoelen wereldkundig maken kan natuurlijk. Maar, daar leer je zelf niets van en de lezers ook niet. Ik heb persoonlijk al vastgesteld dat ik na het formuleren van het “waarom” ik de voorstelling zus of zo vond ik mijn eerste gevoelsmatige mening moest bijstellen.

- Vanuit welke achtergrond schrijf je?

Ik ben echt niet geïnteresseerd in jouw studieniveau of sociale achtergrond. Maar weet wel graag of je het stuk kent. Of je het al eens eerder hebt gezien. Of je er aan hebt meegewerkt. Of dat je gewoon beslist hebt, ik ga vandaag eens naar theater. En nu ik thuis ben heb ik wat te ventileren.

- Heb je al eerdere recensies gelezen over deze productie?

Waren die unaniem? Werden er ter zake doende opmerkingen gemaakt? Heb jij bij het kijken daarmee rekening gehouden?

- Wat vond je van het decor, belichting, rekwisieten, kostuums? Werd er speciaal muziek gebruikt, beelden of geluidseffecten?

Werd alles oordeelkundig en ter zake gebruikt of werd het allemaal zo maar een beetje voor het effect in het rond gestrooid.

- Maakt het gezelschap zijn beloften waar?

Normaal krijg je in het programma een aanzet naar wat je gaat zien. Klopt het beeld dat je kreeg door die aankondiging, met wat de maker je uiteindelijk liet beleven?

- Hebben de makers een realistisch beeld willen geven van een situatie of gebeuren?

Zijn ze in die opzet geslaagd of vond je het helemaal niet geloofwaardig.

- Of tegengesteld en alles daartussen. Was het een sprookje? En was het sprookjesgehalte groot genoeg.

- Heeft het stuk je geraakt? Kon je er niet over zwijgen en niet van slapen. Of. Wist je al niet meer waarover het stuk ging voor je de zaal had verlaten.

Als je het net hebt uitgemaakt met je vriendin, je moeder is verongelukt en je vader pleegde zelfmoord zal iedereen begrijpen dat je zelfs tijdens de voorstelling er niet bij was.

Maar schrijf er dan daarna ook niets over ‘van horen zeggen’.

- Zijn de intenties van de schrijver, voor zover je die kent, er uit gekomen of heeft de regisseur een eigenzinnige, vertekende versie van de tekst laten spelen? Waaraan geef je de voorkeur? En vooral, waarom?

- Heb je een duidelijke heldere verhaallijn gezien? Kun je het verhaal kort samengevat weergeven. Of. Bestond de voorstelling uit gestapelde fragmenten die samen een voorstelling vormden? Het zijn verschillende, evenwaardige benaderingen van toneel maken. Wat vond je er van?

- Ik hou er niet van om één of meerdere acteurs in het zonnetje te zetten of naar de verdoemenis te schrijven. Als je het toch doet gebruik dan redelijke argumenten. Amateurtoneel is het resultaat van de prestaties van een hele groep. Een amateur acteur doet het voor zijn eigen en uw plezier. Je kunt hem wijzen op tekortkomingen, maar op het niveau van het Landjuweel kun je niemand meer de grond in boren. Je kunt het alleen oneens zijn met de selectiecommissie over hun selectie van een bepaald stuk met deze actoren. De acteurs, regisseur en bestuur kunnen nog moeilijk neen zeggen als ze geselecteerd worden.

- Gaf het stuk morele waarden mee? Geef ze mij door. Wat vond jij van die waarden?

- Denk na over de titel van je stukje. Met de titel zet je de toon voor de rest van je werkstukje.

- Als je het toneelstuk chronologisch wil samenvatten maak dan gebruik van de 5 W’s. Wie deed Wat, Waar, Wanneer en Waarom. Deze vijf W’s hebben we als lezer liefst al de eerste, inleidende, alinea meegekregen.

- Geef nu pas een waardeoordeel. Onderbouw wat je zegt. Zowel positief als negatief. Stel jezelf tijdens het schrijven steeds de vraag waarom je iets goed of slecht vond en beantwoord deze vraag naar eer en geweten. Gebruik redelijke argumenten. Probeer bij iets dat je negatief ervaart een positieve oplossing aan te reiken. Heb je iets niet begrepen. Geef dat dan toe en misschien krijg je wel een redelijk antwoord waardoor je wat hebt bijgeleerd.

- Tot slot de conclusie. Houd ze beknopt en draag geen nieuwe argumenten meer aan. Probeer met een positieve noot te eindigen.

- En voor je het instuurt. Leg het stukje even aan de kant en herlees het aandachtig. Komt je mening goed tot zijn recht?

Gebruik liefst geen superlatieven of wees er erg spaarzaam mee. “Uniek” en “subliem” zijn woorden van onschatbare waarde. Er gaat niets meer boven deze woorden.

- Lees nu eerst nog eens de andere kritieken. Misschien heb je wat gemist of wil je reageren. Je kunt nu nog aanpassen maar, let op dat je bij jouw beleving blijft van wat jij gezien hebt.

Voor velen onder u trap ik hier waarschijnlijk open deuren in. Het is voor de anderen dat ik dit schreef.

Uw dienaar,

Oberon I van Mechelen



  • Comments(0)//goedomweten.amateurtoneel.be/#post11

EEN ROLBIOGRAFIE SCHRIJVEN

Tips voor een rolbiografiePosted by Oberon I van Mechelen Sat, December 17, 2016 13:43:35

EEN ROLBIOGRAFIE SCHRIJVEN

Een rolbiografie schrijven helpt bij het uitdiepen van een te spelen personage. Al naargelang de situatie kun je deze lijst volledig invullen of enigszins beperken. Het is ook nuttig om tijdens het verloop van de repetities deze lijst terug ter hand te nemen en na te gaan hoe Uw personage evolueert en eventueel aan te vullen. Het is geen uitvinding van mij, maar ik laat mijn spelers deze lijst gebruiken bij problemen, hij heeft zijn nut bewezen.

Objectieve gegevens

Wat is je naam?

Hoe oud ben je?

Wat is je opleiding?

Wat is je (huidig) beroep?

Wat is je inkomen?

Wat zijn de omstandigheden in je werk?

Wat is je sociale achtergrond, milieu?

Hoe sta je tegenover je ouders?

Heb je een goede of slechte relatie met je partner?

Heb je veel of weinig vrienden?

Hoe ziet het interieur van je huis er uit?

Heb je een plaats in het openbaar leven? Zo ja. Welke?

Wat is je politieke overtuiging?

Wat zijn je hobby's?

Heb je bepaalde aangeboren talenten?

Fysische kenmerken

Wat is je gewicht?

Wat is je postuur?

Wat is je uiterlijke verschijning?

Heb je bepaalde fysieke deformaties of een tik?

Wat zijn je seksuele gewoonten?

Psychische kenmerken

Hoe sta je tegenover geloof, godsdienst religie in het algemeen?

Wat is je politieke overtuiging?

Heb je persoonlijke ambities en verlangens?

Ben je introvert of extrovert?

Geef een positieve en een negatieve eigenschap van jezelf?

Hoe zou je het karakter van je personage in een woord omschrijven?

Wat waardeer je in andere en wat beslist niet?

Heb je een bepaald stokpaardje?

Als je de wonderlamp van Aladin zou bezitten wat zouden dan je drie wensen zijn?

Heb je bepaalde complexen, fobieën, frustraties?

Waarin ben je teleurgesteld?

Heb je een heilig principe?

Volgende vragen probeer je te beantwoorden na het lezen van het stuk, en voor het begin van de repetitie van een scène.

Wat wil je bekomen in het stuk?

Welke functie heb je in het stuk?

Wat doe je in de scène?

Wat wil je in de scène?

Welke functie heb je in de scène?

Nog veel plezier met je personage, ik hoop dat ik je van dienst ben geweest.

Uw dienaar;

Oberon I van Mechelen



  • Comments(0)//goedomweten.amateurtoneel.be/#post10

SAMEN WERKEN, SAMENWERKEN, WERK TEZAMEN

Goede vrienden blijvenPosted by Oberon I van Mechelen Sat, December 17, 2016 13:30:21

SAMEN WERKEN, SAMENWERKEN, WERK TEZAMEN

Soms wil het tussen een toneelgroep en een regisseur of tussen een groep en een nieuwe acteur / actrice maar niet lukken. Bij de groep vraagt men zich vertwijfeld af, wat men nu toch in huis heeft gehaald en de nieuwe regisseur of speler moet constateren dat tussen zijn opvattingen over toneel en die van de groep een verbijsterend ruime kloof gaapt.
Maar, stoppen met iets of iemand eruit knikkeren is niet leuk, integendeel. En iets alleen maar afmaken omdat je er aan begonnen bent is ook allesbehalve een pretje. Daarom zouden alle partijen er alles aan moeite doen om dit soort narigheid te voorkomen.

Meestal is het zo, dat het eerste contact van de groep met nieuwe spelers of een nieuwe regisseur echt het eerste contact tussen beide is. (Hooguit heeft de buitenstaander al eens een productie van de groep gezien).
Daarom is het zo belangrijk dat bij dit eerste contact zowel de toneelgroep als de potentiële nieuweling zoveel mogelijk over elkaar te weten komen. En dan denk ik niet alleen aan de feitelijkheden, maar vooral aan de motieven, die voor beiden aanleiding zijn om zich met toneel bezig te houden.

Er is amateurtoneel en amateurtoneel

Er zijn amateurtoneelgroepen, waarvan de leden bevlogen theatermakers zijn. Op de repetitieavonden wordt er gewerkt, gezwoegd en geploeterd en de leden van de groep houden zich niet alleen met het stuk of met toneelspelen bezig op de vaste repetitieavond. Dat zijn groepen, die het amateurtoneel bijna professioneel willen aanpakken en die niet rusten voordat de voorstelling optimaal is. Als dat ten koste van de gemoedelijkheid en de gezelligheid gaat is dat niet leuk, maar het moet maar. Want de voorstelling, daar draait het om.

Maar is ook een heel ander soort toneelgroepen, dat is een groep, die bestaat uit mensen die toneelspelen (óók) een plezierige hobby vinden en die het best aardig vinden om dat één keer per week met andere mensen samen een avondje te doen. Liefst moeten dat gezellige mensen zijn, met wie je voor, in de pauze en na de repetities gezellig een pintje drinkt en nieuwtjes kunt uitwisselen.

Dat toneelspelen, dat is leuk en we doen het ook zo serieus mogelijk, maar -zo redeneert althans een deel van de leden van de groep - we moeten er niet al te zwaar aan tillen, want we zijn en blijven tenslotte maar amateurs. En behalve toneelspelen hebben we meer te doen, dus die rollen leren, daar moeten we alle tijd voor hebben.

Hierboven zijn nu, zwart-wit, twee theoretische groepen geschetst.

In de praktijk merken we dat de meeste amateurgroepen uit een mix bestaan. Er heerst een evenwicht tussen bevlogen theatermakers en sociaal georiënteerde mensen.

Beide zijn nodig om een goede groep te vormen waar prettig en toch ernstig kan gewerkt worden.
Enerzijds zijn er diegenen die cursussen bijwonen, de hele nacht willen door repeteren en hun tekst kennen voor de eerste repetitie begint. Zij zijn nodig binnen de groep om de kwaliteit van het stuk te bewaken, zij zorgen er voor dat de kwaliteit hoog genoeg is om subsidies te krijgen, zij zorgen voor dat deel van het publiek dat uit theaterliefhebbers bestaat.
Anderzijds zijn er de sociaal bewogen mensen. Zij zijn meestal het cement dat de groep bij elkaar houdt, zij zorgen voor een prettige sfeer, zij zorgen dat de pintjes getapt en gedronken worden. Zij hebben inderdaad niet de tijd om voor de repetitie hun tekst te leren.
Natuurlijk kun je niet elke medewerker zo maar in één van deze hokjes plaatsen.

Elkeen heeft zijn kwaliteiten en het samengaan van deze kwaliteiten vormt de identiteit van de groep. De leiding van de groep moet daar oog voor hebben en rekening mee houden dat beide aan hun trekken komen en als individu mogen we daar ook niet blind voor zijn.
Als buitenstaander is het belangrijk om daar oog voor te hebben en de orde niet te verstoren.
Nieuwelingen moeten ook eerlijk zijn, vooral tegen zichzelf. En zichzelf een aantal vragen stellen, voordat ze besluiten om bij een toneelgroep aan de slag te gaan. Er zijn een paar minimum normen waar een speler moet aan voldoen om binnen een toneelgroep te functioneren.

Dit zijn de vragen:

1. Kan ik voldoende tijd vrijmaken voor de repetitieavonden of moet ik méér dan drie keer de vaste repetitieavond laten schieten voor andere beslommeringen?

2. Kan ik voldoende tijd vrijmaken om op andere avonden mijn aandacht aan het stuk te wijden om bijvoorbeeld de teksten te leren?

3. Weet ik zeker, dat er geen omstandigheden zijn (zoals zwangerschap van mezelf of de echtgenote, ontwikkelingen in de werksfeer - promotie- overplaatsing) waardoor ik op zeker moment moet afhaken?

4. Voel ik mij thuis in deze groep? Zijn het gelijkgestemde geesten, bij wie ik mij prettig voel?

Moet je een van deze vragen negatief beantwoorden, ga dan eens na of er dit seizoen geen andere functie voor jou beschikbaar is binnen de groep. Iemand die zich flexibel opstelt zal op goede wil kunnen rekenen als hij het volgend seizoen misschien een mooie rol wil claimen.

Overigens: deze vragen mogen of liever moeten natuurlijk ook door de toneelgroep op de nieuw aangemelde speler worden afgevuurd.

Gezocht: regisseur

Een toneelgroep, die dringend om een regisseur verlegen zit, toont zich graag inschikkelijk. En is dus geneigd om al snel de zaken "rooskleuriger" voor te stellen om zodoende de regisseur niet af te schrikken.
In het bijzonder als het gaat om de inzet van de spelers. Logisch, want je gaat bijvoorbeeld niet zo gemakkelijk zeggen, dat je een paar spelers hebt, die altijd problemen geven met teksten leren of dat de rolbezetting gebaseerd is op het aantal jaren, dat iemand lid is (de oudste leden = de grootste rollen) of dat er mensen in de groep zitten die vanwege hun werk menige repetitie niet zullen opdagen.)

Er is een goed spreekwoord, dat luidt: "Op ieder potje past een deksel". Dat gaat ook in dit geval op. Een regisseur, die geen rekening houdt met de specifieke eisen van een amateurgroep, in huis halen is ernstig te ontraden.
- de kloof tussen regie en spelers is te groot en zal vaak niet te overbruggen zijn
- de kans, dat één van beide partijen de samenwerking voortijdig beëindigd is levensgroot aanwezig met alle vervelende consequenties van dien.
- Het risico van een "breuk" in de toneelgroep niet ondenkbaar.

Daarom. Het is belangrijk om de totale groep goed in te schatten. Net zoals wij met spelers gezien hebben is het ook hier belangrijk om te weten wat je wil en welke inspanning je daarvoor wilt leveren.
Iedere toneelgroep heeft haar eigen identiteit. Stel die identiteit vast voor je een regisseur aantrekt
Concluderend zou je kunnen stellen, dat elke toneelgroep nieuwe spelers en nieuwe regisseurs moet aantrekken die passen bij de identiteit van de groep.

Uw dienaar,

Oberon I van Mechelen





  • Comments(0)//goedomweten.amateurtoneel.be/#post9

HISTORIEK VAN TONEELGEZELSCHAP FAR AKT

Toneelgezelschap Far AktPosted by Oberon I van Mechelen Sat, December 17, 2016 13:23:02

HISTORIEK VAN TONEELGEZELSCHAP FAR AKT

"Het is er dan toch van gekomen, na enkele maanden zeggen dat we het gaan doen.

De jongerengemeenschap Far kent een nieuwe activiteit; "Toneel."

Met deze aankondiging in het clubblad "Fartips" was de geboorte van ons gezelschap een feit.

De naam Far Akt is een samenvoeging van het woord Far, dat komt van de naam van het jeugdhuis, dat gelegen is in de parochie Far West in Vilvoorde, en van de afkorting van het woord acteren.

De doelstelling waarmee Far Akt in de ring stapte waren wel enigszins verschillend met de andere, meer traditionele, gezelschappen.

Het was de bedoeling om zolang en zo veel aan een stuk te werken als nodig om een degelijk resultaat neer te kunnen zetten. Bovendien wilden we zowel het publiek als de spelers met het medium op een vrijblijvende manier laten kennis maken.

Spijtig genoeg is de vrijblijvendheid van de spelers de uiteindelijk ondergang geworden voor de groep. (zie verder)

Oprichter, regisseur en duivel doe al was Jos Adam.

Hij bracht op 6 Mei 1972 het eerste stuk voor het voetlicht, "De trein naar Hades"

Deze stukkeuze heeft steeds het repertoire van de groep beïnvloed. Er is nooit door niemand gekozen voor het goedkoop succes.

Na deze opvoering was het enthousiasme in de Far zo groot dat verscheidene Far leden zich spontaan aanboden om in de toekomst mee te werken.

Er volgde een bloeiperiode voor Far Akt met volgende stukken, "Help ik leef", en "Toenemende bewolking", en op 10 Maart 1973 en ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van de jeugdgemeenschap " presenteren Jos Adam en Lou Petermans ons "De gelukkige reis van Trentom naar Camden" en "Adieu Dr. Picot.

Na deze bloeiperiode slaat een typisch jeugdhuis-fenomeen toe. De generatie oprichters stichten een gezin, gaan in meer gerenommeerde gezelschappen spelen en verlaten het jeugdhuis en de toneelgroep. Met hard trekken en sleuren slaagt Jos Adam er nog in om "Spelen op zolder" op poten te zetten.

Geen nood echter, een aantal jonge spelers dienen zich aan en onder leiding van Jo Igartua en mijzelf krijgt de groep een nieuw elan.

Op korte tijd worden een tiental producties met wisselend succes voor het voetlicht gebracht.

Ook mijzelf en Jo wachten de geneugten van een gezin en wij gaven in 1977 het roer over aan Luc Phillips.

Luc heeft echter niet veel geluk. De gouden tijden voor de jeugdhuizen loopt af en er worden geen nieuwe voortrekkers of spelers voor Far Akt gevonden.

De algemene leiding van het jeugdhuis wil een interessante activiteit echter niet zo maar op geven en doet beroep op mijzelf en Luc Cuypers om het roer over te nemen.

Deze tandem blijkt een goede formule en nog 10 jaar houden zij de groep met succes draaiende.

Mijlpalen in hun samenwerking waren, "De mandarijntjeskamer", "Autostrada" , "Vrouwen" , "The Beatles forefer" , De wijze Wu , en "Om dood te vallen".

Tot 1989 bepalen zij het wel en wee van Far Akt.

Het einde van de groep heeft verschillende oorzaken.

Eerst en vooral het tanend succes van de jeugdhuizen in het algemeen. Steeds minder jongeren bezoeken het jeugdhuis, dus steeds minder jongeren vinden de weg naar de toneelgroep.

De tweede oorzaak zit in de keuze die bij de oprichting werd gemaakt om de spelers een grote vrijblijvendheid te gunnen.

Dat hield onder meer in dat goede talentvolle spelers niet lang bij Far Akt bleven. Zij werden meestal opgeslorpt door de meer gerenommeerde groepen.

Daar gingen ze naargelang hun kunnen en karakter steeds meer invloed krijgen. Met als prettige vaststelling dat nu Far Akt in het Vilvoordse onrechtstreeks een grote rol speelt.

Uw dienaar

Oberon I van Mechelen

Lijst van de gespeelde toneelstukken:

De trein naar Hades (mei 1972)

Help ik leef

Toenemende bewolking (maart 1973)

De vrouw van mijn dromen

De brievenbus

De gelukkige reis van Trentom naar Camden (Mei 1974)

Adieu Dr Picot (Mei 1974)

Spelen op zolder (1975)

Een eeuw achter (1976)

De verhuizing van mijnheer Peeters

Picnic op het slagveld

Kasteel in Zweden

Groenten uit Balen (1977)

Komaan kameraad

De eerbiedige lichtekooi

De opstandige fietser

Voorlopig vonnis

De deur (1978)

Laura (1978)

De mandarijntjeskamer

Om de lieve vrede (1979)

Doodspreken (1983)

De stoel (1983)

Autostrada (1983)

Vrouwen (1985)

Hier word aan de deur gekocht(1985)

Een heugelijke dag voor de grote wijze meneer Wu (1986)

De Beatles forever (1987)

Een plaatsje onder de zon (1988)

Praten met Pluto (1988)

Samen alleen (1988)

Om dood te vallen (1989)

Deze link brengt u naar het plakboek met foto's en leesbare krantenartikels



  • Comments(0)//goedomweten.amateurtoneel.be/#post8

HORROR IN LOMMEL

Horror in LommelPosted by Oberon I van Mechelen Sat, December 17, 2016 13:04:37

HORROR IN LOMMEL

Vlaanderen. Een middelgrote provinciestad. Vrijdagavond. Tien november 2006. Zeventien uur. Een rode Renauld Scenic RXE 1.6 16V AUT verlaat de ondergrondse parking aan de Elektriciteitstraat. Achterin een grote grijze reistas Trans Ocean. In de bagageruimte een Pioneer Stereo-cd-casettendeck-reciever XR-A6800 en een notebook Toshiba Satelite A100-534. Aan het stuur een vijftiger. Eén van de 2.500.000 grijze muizen. Eén van zijn armen heeft hij thuis gelaten. Op de passagierszetel een wegbeschrijving gemaakt met Route 66. Bestemming. Dommelhof Neerpelt.

Verspreid over heel Vlaanderen starten een 20 tal creaturen van beider kunnen met dezelfde bestemming, hetzelfde doel. De inhoud van de bagageruimte varieert. Maar één zaak hebben ze gemeen: de bloederigste taferelen beheersen hun denken. Ze hebben slechts één doel, de gruwelijkste scenario’s die hun breinen kunnen bedenken om te zetten in beelden. Slechts één woord beheerst hun denken: horror. Bovenstaande zou het begin kunnen zijn van een nieuwe bestseller van de Vlaamse “meester van de suspens”. Maar laat het ons houden op de aanzet naar een beschrijving van het regieweekend met als thema “Horror”

Sinds begin 2006 verzamelt de groep regiecursisten, onder impuls van “Opendoek-vzw”, om het vak regie onder de knie te krijgen. Elke deelnemer heeft een eigen verhaal en motivatie om deel te nemen. Maar allemaal worden ze gefascineerd door toneel. En allemaal willen ze weten hoe dat werkt. Wat doet een regisseur met wie, waar, wanneer en waarom. Paul Debruyne is de man die alle antwoorden uit zijn mouw schudt. Of beter geformuleerd: hij zet hen aan het denken, bakent een weg af, laat hen zelf de antwoorden vinden en stimuleert om grenzen te verleggen.

Paul en zijn gastdocenten belichtten al verschillende disciplines. Het thema komedie leverde meerdere hilarische scènes op? Tegelijk werd er op een ontspannen manier een fijne groep gesmeed. Via drama en klucht belandde de groep dan bij het meest onwaarschijnlijke dat je op de scène kunt brengen. Horror.

Vorig weekend werd reeds een smalle basis gelegd door een bezoek te brengen aan Akindo, waar kennis gemaakt werd met de ruimte en de onmiddellijke omgeving. Er werd een tekst van Maeterlinck (Belgische Nobelprijswinnaar) naar voor geschoven waarvan de slotmonoloog moest gebruikt worden om ter plekke een horrorproductie te brengen. Er werd ook gevraagd om ruimte en materialen te onderzoeken en te gebruiken.

Na de vakantieperiode krijgen we een partner in crime toegewezen waarmee we samen een concept op papier zetten. E-mail is daarbij een prachtige aanvulling van telefoon en/of de gezamenlijke pint. Langzaam maar zeker kregen ook de docenten zicht op wat er te gebeuren stond en waar nodig werd bijgestuurd. En daar kwamen ze dan. Eén al wat meer beladen dan de andere. Sommige met een camionette vol belichtingsmateriaal, andere met een potlood en bic. “Opendoek” had ook een duit in het zakje gedaan waardoor een gigantische berg licht, boosters, woofers, kabels, verdeelkasten, stekkers, kleurfilters enzovoort de centrale ruimte in beslag nam.

Een laatste verkenning van de gekozen ruimte. Toch nog even het concept in vraag stellen en dan kon begonnen worden met de gruwel waar maanden aan voorbereid was om te zetten in spel. Bedden en kasten werden weggeschoven, kabels slingerden als slangen door het gebouw, muziekinstallaties werden geïnstalleerd. Akindo transformeerde van een vroeg 19de eeuwse rijkeluiswoning in een hypermodern theaterhuis waar de elektriciteit installatie danig op de proef werd gesteld. Niet alleen het huis werd onder handen genomen. Op drie verschillende locaties werd ook de natuur in dienst van de horror gesteld.

Zaterdag werd heel de dag verder voorbereid. De ene groep kwam al snel tot repeteren, de andere moest nog meer sleuren en sjouwen. Kostuums werden op het laatste moment aangehaald. Veel materiaal werd terug aan de kant gezet. Eindelijk kregen de begeleiders de eerste versies te zien van wat er uit de concepten was voortgevloeid. Er werd doorgepraat, bijgestuurd, veranderd. De eerste frustraties doken op en door het docententeam vakkundig geminimaliseerd. Een vrijwillige docent kwam er bij, gewoon voor het plezier, vanwege de fijne groep en omdat hij na vorig weekend gefascineerd was geraakt door wat de groep allemaal bereikte.

Muziek schalde door het gebouw, ijselijke kreten werden vakkundig opgenomen, verandert, aangepast en nog maar eens met de nodige decibel door het gebouw gestuurd. Stilaan kreeg de chaos vorm.

Terwijl dit allemaal gebeurde, praatte Paul met elke cursist apart. Hij nam zijn functioneren als regisseur door, beschouwde zijn plaats in de groep, peilde naar de toekomstige verwachtingen en deed een persoonlijke bevraging naar een mogelijk concept voor volgend jaar.

De avond naderde. Gelegenheidstoeschouwers dienden zich aan. Wat kon werd nog uit de weg geruimd en verdween weer in de centrale ruimte. De toeschouwer ruimtes werden klaar gemaakt. Een laatste zucht. De laatste repetities. Nog enkele aanwijzingen. En dan even bijkomen in de keuken. Even bevragen of de voorstellingen misschien vroeger konden beginnen. Blijkbaar kon dat. Goed zo. En dan! De suspense waar iedereen voor gevreesd had, de ultieme horror voor de groepjes buiten. De alarmkreet die iedereen gevreesd had. Regen!!!! Vliegensvlug komen de regenjassen, paraplu’s, en afdekzeilen voor de apparatuur boven. Klaar of niet. Het horror uur was geslagen.

Wat er te zien was, is moeilijk te beschrijven. Hierna toch een kleine impressie van de zeven fragmenten.

- Een schijnbaar eenvoudig kampvuur waar een zoekgeraakte niet gevonden wordt, maar waar een met bloed besmeurd bijl voor zichzelf spreekt. Angst, frustratie.

- De koning van het bos waar de kreupele zijn Tintagiles achter moet laten. Prachtig uitgelicht. Ontroerend.

- Een spookachtig verdwijnen van Tintagiles tussen de geesten van het bos. Wanhoop, woede, verdriet.

- Een heerser wiens schaduw prachtig word uitgelicht doet zich tegoed aan Tintagiles. Gruwelijk.

- Een vrouw gaat in het kleinste kamertje op zoek naar verloren Tintagiles in zichzelf. Beklijvend.

- De traphal als centraal punt voor de zoektocht naar Tintagile. Ook hier een schitterend beeld dat de actrice dient en ondersteunt. Kippenvel.

- Twee onwezenlijke creaturen willen alleen maar horror zien. Schitterende muziek stapelt hun gevoelens naar een bloederig hoogtepunt.

En zo was het hoogtepunt van het weekend bereikt. Nog een welverdiend laatste pintje, even nakaarten op Dommelhof en enkele uurtjes bedrust. Het ontbijt onverbiddelijk om 8.30. Na enkele uurtjes opruimen ligt Akindo er weer normaal bij. Middag. De vogelnestjes smaakten.

Een laatste bespreking. Wat is er gebeurd? Waar was het moeilijk? Wat hebben we beleefd, ervaren, geleerd?

Een algemene bespreking die iedere deelnemer de komende weken en maanden ook voor zichzelf zal maken, of alleszins moet maken om de lessen naar volgend weekend door te trekken.

Er werden toekomstplannen voor volgend jaar voorgelegd, bevraagd, bekritiseerd. En dan volgde het afscheid, voor sommigen een vaarwel. Maar de meeste zwaaiden “tot ziens!”

Vlaanderen. Een middelgrote provinciestad. Zondagavond . Dertien november 2006. Zeventien uur. Een rode Renauld Scenic RXE 1.6 16V AUT rijdt de ondergrondse parking aan de Elektriciteitstraat binnen. Net op tijd om te genieten van de overwinning van Henin. De horror is voorbij.

Uw dienaar,

Oberon I van Mechelen



  • Comments(0)//goedomweten.amateurtoneel.be/#post7

WANNEER BEGINT UW VERENIGING EEN EIGEN IC-TV STUDIO?

IC - TV?Posted by Oberon I van Mechelen Sat, December 17, 2016 13:00:15

WANNEER BEGINT UW VERENIGING EEN EIGEN IC-TV STUDIO?

Ik lees in een online vakblad een artikel over het verleden van IT. Op die manier kom ik op deze titel.

“Je bent gek.” Zegt mijn Twaalfje nummer één. (omdat ze nummer één is denkt ze dat ze net iets meer mag)

Dat was ook mijn eerste idee. Geef ik toe.

Maar als we eens terug in de tijd gaan en 10 jaar geleden in de verte de huidige mogelijkheden hadden zien komen klinkt de vraag al minder gek.

Stel nu eens voor dat we binnen 10 jaar een evolutie in de zelfde orde van grote gaan mee maken. Vind je mij dan nog gek?

Twintig jaar geleden kocht ik voor €6000 een PC met een harde schijf van 20MB. Ja, u leest het goed. “Megabit” was toen een nauwelijks gebruikt woord. Net zoals Terabit nu.

Iedereen die toen Pac-Man speelde op de PC en hem gebruikte als een veredelde schrijfmachine verklaarde mij gek. Maar.

Tien jaar geleden kon je een bijkomende harde schijf kopen die je ongeveer per GB 6 tot 30 euro kostte. (wie spreekt er nog over MB?)

Vandaag staat in de reclamefolder van Aldi een notebook voor nog niet eens €600 met 320 GB hard disk. Iemand die vandaag zichzelf respecteert koopt een laptop voor nog geen €1000 met een of meerdere Terabit op de HD.

Verwondering. Dat woord omschrijft mijn gevoel het beste als ik 10 jaar terug kijk.

Vrijwel niemand had in 1990 gehoord van een draadloos netwerk in huis. Iets kopen via internet deed je niet, en mensen met een website waren tovenaars. Video over internet was nog voor de volgende eeuw.

Maar, YouTube bestaat bij het schrijven van dit artikel (2016) zes jaar en nog maar vier jaar geleden werd een Nederlandse versie geïntroduceerd.

Muziek delen kon via Napster en was door de langzame verbinding eerder een volle nachttaak.

En vandaag! Ons bestaan is nu een versmelting van online en offline, “any time, any place”. Digibeten, een term die 10 jaar geleden nog tot het dagelijkse leven behoorde zijn schaars. Opa en oma skypen met de kleinkinderen. Video kijken we allang niet meer alleen via de televisie, want internet is na de komst van YouTube in nog geen 4 jaar uitgegroeid tot een geschikt medium daarvoor.

Velen mensen zijn ondertussen gewend aan 120 kanalen of meer. Digitale televisie erkent iedereen als de toekomst. Televisie op aanvraag bestaat ook al weer een poosje.

Wat brengen de volgende tien jaar? Wie weet het?

Maar de vraag, wanneer begint uw vereniging een eigen IC-TV studio? Klinkt die nog altijd gek?

Moeten wij de toekomst over ons laten komen. Zo maar aan nemen wat de GCV (Grote Commerciële Vervlakking) ons gaat bieden? Of actief participeren in een en ander. Met andere woorden.

Hebt u al eens aan de toekomst van "ons amateurtoneel" gedacht? Vanzelfsprekend moet amateurtoneel blijven bestaan. Zoals we het nu kennen? Ja natuurlijk. Maar mag het ook evolueren?

Heeft Opendoek al eens gedacht of toneel op aanvraag mogelijk zou zijn? Zij zijn het best geplaatst om een soort kosten baten analyse te (laten) maken.

Is er bij de opleiding van (amateur)regisseurs en acteurs al eens gedacht aan deze mogelijkheid. Want er zal een nieuwe taal moeten ontwikkeld worden.

Wat we enkele jaren terug bij “D&D” zagen is gewoon het bewijs dat het mogelijk is.

Maar, is dat nu echt de enige mogelijke piste om toneel op de buis te krijgen?

De makers willen volgens hun beweringen de eindeloze series aan de kaak stellen. Ik noem dat met een stormram een open deur rammen ten koste van...

Als dat inderdaad de bedoeling is dan kunnen ze dat in één, twee of drie afleveringen net zo goed. Bovendien. Als dat inderdaad het geval is kunnen ze net zo goed professionele acteurs een Euro laten verdienen in plaats van hen achter de kassa te zetten en frisco’s te laten verkopen voor een paar centen. Zo lang TV en film bestaan bewijzen professionele toneelacteurs dat zij op een wit doek ook gezien mogen worden.

Daarom. Wanneer gaat u als bestuurder uw spelers de kans geven om voor een camera te staan. Ze smeken er om. Zie de stormloop op de “castingbureaus” die een vette kluif verdienen aan de kansen en opleiding die de spelers van uw vereniging van u hebben gekregen. Waar u of zij zelf voor betaald hebben. Een opleiding die gesubsidieerd word door de overheid. Waar castingbureaus privé aan verdienen.

Nog eerder dienen er (amateur)mensen een technische opleiding te krijgen die hen met één en ander vertrouwd moet maken. Vijf jaar geleden vroeg ik als regisseur aan een techneut om twee liedjes in elkaar te laten overvloeien en direct daarna het geluid van een treinstation te laten horen. Er werd met deuren geslagen en ik moest heilige eden zweren dat ik zo iets onmogelijk nooit meer zou vragen.

Nu steek ik mijn middenvinger op en doe het op een paar uurtjes zelf. Desnoods zet ik er algauw nog een huilend baby tussen of het vertwijfelende snikken van een techneut.

Tot nog toe was ik de eerste om te roepen dat TV, toneel, film en elke kunstvorm op zich een eigen taal hanteren. Dat is ook zo. Maar moet dat zo blijven?

Het is net omdat ik het zo hard roep dat ik mijzelf heb gehoord.

Tweeduizend jaar geleden werd in bvb., Lysistrata een “koor” gebruikt. Dat koor wordt nu door één acteur gespeeld word. Dat moest toen zo. Wij doen het nu anders en de boodschap komt even goed over.

Alleen moeten de microfoons juist afgesteld staan of we horen Hamlet alleen maar mompelen en zien enkel prachtige vierkleurendruk beelden.

Het is goed en prijzenswaardig dat Opendoek.vzw goede bestaande initiatieven ondersteunt en er spijtig genoeg zijn vlag moet op planten omdat ze anders verdwijnen.

Maar Opendoek.vzw heeft toch meer troeven! Geef aub het voorbeeld ga onder “de kerktoren” onderuit. Geef ons, uw 27.000 leden, een venster op de wereld, en een perspectief naar de toekomst.

Mooie foto's in een vierkleurendruk magazine dat bijna hetzelfde aan “inhoud” bied als twintig jaar geleden is geen stap vooruit. Een juryverslag kopiëren zonder enige duiding is alleen goed voor de statistieken. Op die manier betekent Opendoek.vzw niet meer of beter dan de "oubollige" verbonden waar ze uit voort komen. Maar, wat baten kaars en bril als de uil niet zien wil. Zo is het goed en we kunnen allemaal eens goed om lachen, zo lang er koffie is en Nonkel Gaston…

Vanzelfsprekend verwacht ik niet dat de soep zo heet gegeten wordt als ik ze nu op dien. Laat mijn provocatie hier een beetje koelen. Denk om te beginnen zelf eens na hoe de toekomst van amateurtoneel verzekerd kan worden. Dat kan gerust met Gaston, Geroom en Bezamien. Maar die teksten inhoudelijk behouden en er een hedendaagse toegevoegde waarde aan geven. Dat moet toch mogelijk zijn.

Ik nodig alle lezers graag uit om mee te denken over de mogelijkheden van IC-TV en de mogelijke evolutie die heel het gebeuren kan bieden aan onze “Aloude Rederijkerskamers”, onze Koninklijke toneelkringen, toneelstudio’s…

Uw dienaar

Oberon I van Mechelen.



  • Comments(0)//goedomweten.amateurtoneel.be/#post6

INLEIDING TOT DE COMMEDIA DELL'ARTE

Commedia dell'artePosted by Oberon I van Mechelen Sat, December 17, 2016 12:49:22

INLEIDING TOT DE COMMEDIA DELL'ARTE

De laatste jaren stelde ik een groeiende belangstelling vast voor de commedia dell’arte. De producties van bekende stukken uit die periode door beroepsgezelschappen werkt dat zeker in de hand. Onder invloed van een steeds betere dramatische vorming gaan beoefenaars van amateurtoneel op zoek naar een eigenheid in vorm en zeggingskracht, die aansluit bij hun middelen en mogelijkheden. De Commedia dell’arte trekt hen aan als een magneet. En dat is logisch, omdat de basis van deze toneelvorm veel gelijkenis vertoont met het hedendaags amateurtoneel.

De voornaamste kenmerken van de commedia dell’arte

1) De voorstellingen waren grotendeels improvisaties.

Ter verduidelijking wil ik er op wijzen, dat voor de Commedia dell' arte niet veel theater bestond, dat toegankelijk was voor de modale burger. Ik spreek hier over het eind van de renaissance. De meest beoefende vorm van wat voor toneel zou kunnen door gaan waren de mysteriespelen, die een opvoedende rol speelden in de geloofsverbreiding.

Voor de adel en de gegoede burgers werden teksten voorgedragen door beroeps (spelers). Verder probeerden allerhande jongleurs een schamele boterham te verdienen op markten, circussen en dergelijke. Uit dit allegaartje is de commedia dell'arte gegroeid.

Enkele jongleurs, aan de kant gezette beroepsspelers, bedelaars, een verdwaalde monnik, een werkloze vrachtvoerder enzovoort sloegen hun middelen en kunnen bij elkaar en vormden samen een rondreizend gezelschap dat op deze manier aan de kost probeerde te komen. Zij trokken van dorp tot dorp en stuurden iemand vooruit om plaatselijke verhalen en vertellingen te sprokkelen. Als het gezelschap dan toekwam, speelden zij een basisverhaal waarin de plaatselijke gebeurtenissen door improvisatie verwerkt waren. Omdat ze er hun kost mee moesten verdienen, handelden de stukken steeds over het gewone volk. Er werden nooit machthebbers ten tonele gevoerd en zeker niet gehekeld.

Natuurlijk was het niet allemaal zo mooi gestructureerd als hierboven beschreven. Ik wil alleen duidelijk maken, dat commedia dell'arte niet “uitgevonden” is en hoofdzakelijk was gestoeld op improvisatie en de drang tot overleven.

Later, onder invloed van bv. Goldoni en Molière gingen enkele gezelschappen zich vestigen en hielden er een goed besmeerde boterham aan over. Maar dan spreken we wel van de 17de – 18de eeuw

Improvisatie is een van de voornaamste kenmerken van commedia dell'arte.

2) De personages staan vast.

Om de improvisatie zo vlot mogelijk te laten verlopen, werd gewerkt met een beperkt aantal vaste types.

Ook nu nog zijn voor oefening en training deze uitgewerkte personages een dankbaar gegeven.

Alle types zijn ontstaan uit het knechtentype en ondergingen langzaam een evolutie. Pas naar het einde toe stonden alle types vast en werd er zeer doelbewust mee gewerkt.

Enkel voorbeelden

De geliefden: (Gli innamorati) Meestal een ernstig type rond wie het stuk was opgebouwd. Zij speelden doorgaans zonder maskers.

De oude mannen: Pantalone en Il Dottore zijn de bekendste en zijn gewoonlijk komische figuren.

De knechten: (Gli zanni) zijn altijd komisch. Vertegenwoordigers hiervan zijn o.a. Arlecchino, Pedrolino, Pulcinella..

Omdat de types vast stonden, moesten de spelers bij een improvisatie niet meer zoeken naar de figuur, houding, beweegredenen van hun personage. Ze konden zij à la carte een bepaald type neerzetten, dat dienstig was voor de improvisatie. Daarbij hielpen dan nog de maskers.

3) Er werd gebruik gemaakt van half-maskers

Het gebruik van maskers vinden we terug bij de tragedies en komedies van de Grieken. Veel is er echter niet over geweten, omdat de maskers vergaan zijn. Maar afbeeldingen bewijzen dat ze gebruikt werden.

In de Romeinse tijd werden ook al maskers gebruikt om vaste types neer te zetten. Soms werden ze zelfs misbruikt; o.a. door een gemaskerde speler, die op het einde van het stuk moest vermoord worden, te vervangen door een Christen slaaf. Bijgevolg keerde de kerk zich tegen deze kunstvorm en beschouwde ze als decadent en verdorven.

Toch werd toneel nooit helemaal verbannen en werden toneelspelen nog gebruikt ter lering van de gelovigen. In Mysteriespelen treden bijvoorbeeld types op, die met afschuwelijke maskers getooid de duivel moeten voorstellen.

In de renaissance werd met het masker vooral het komische benadrukt.

Later is het gebruik langzaam verdwenen. Daartoe waren twee belangrijke oorzaken.

Enerzijds dwong de “herkenbare waarschijnlijkheid” van de personages het masker tot een marginaal bestaan. Anderzijds was er de drang tot er- en herkenning van de kunstenaar, een belangrijk gegeven in het teloorgaan van de maskers.

Als moderne variant op het maskertype kennen wij nu vooral Deypes, Charlie Chaplin en de meer eigentijdse Rowan Atkinson (Mr. Bean). Zij maken gebruik van een nadrukkelijke grime en een maskerachtige mimiek, met een komisch effect tot gevolg. Ooit noemde men de rode clownneus wel eens: het kleinste masker.

De voornaamste types uit de commedia dell' arte:

Het is belangrijk te weten, dat oorspronkelijk alle commedia dell'arte types uit de Zanni-figuur (knecht) zijn ontwikkeld. Bovendien heeft in de commedia dell’arte de vaste rolverdeling zijn uiteindelijke vorm min of meer bereikt. De commedia dell'arte groep bestond uit tien tot vijftien spelers en kunnen in volgende hoofdgroepen onderverdeeld worden.

- Gli Innamorati: (de geliefden) Meestal serieuze personages waarrond het intrige van de voorstelling draait. Zij treden doorgaans ongemaskerd op. Over het algemeen zijn het goed opgevoede, welgemanierde zonen en dochters van Gli Vecchi (oude mannen). Zij hebben maar één doel, namelijk: bij elkaar zijn. Zij maken het belangrijkste van de intrige uit, omdat alles rond hun perikelen draait. Zij schuwen geen enkele list of bedrog om hun doel te bereiken, al zijn de Gli Zanni (knechten) meestal de uitvoerders.

- Gli Vecchi: (de oude mannen) Meestal, maar niet altijd, komische types, waarvan Pantalone en Il Dottore de bekendste zijn.

Zij treden vaak op als vaders van de geliefden en dwarsbomen hun kinderen. Veelal vinden ze zichzelf een begeerlijke partij voor jongere vrouwen.

Pantalone is het vrekkige type, met huwbare zoon en dochter. Voor zijn dochter probeert hij op alle mogelijke manieren een bruidsschat te voorkomen. Van dat type geeft Louis de Funès een prachtige vertolking in de film “de vrek” van Molière.

Naast de hypernerveuze Pantalone is Il Dotore een statische figuur. Hij geeft zich graag uit voor een intelligente man, maar is in feite een blaaskaak. Hij wil constant het woord hebben en iedereen moet aan zijn lippen hangen.

- Il Capitano: Een opvallende eenzaat met meestal een komische inslag. Een echte snoever. Heeft de meest fantastische gevechten geleverd. Alle vrouwen liggen aan zijn voeten. Hij is als het ware te voet naar de hemel en de hel geweest. Maar als puntje bij paaltje komt, is hij een angsthaas. Als hij verliefd is wordt hij de dupe van zijn eigen opschepperij.

- Gli Zanni: (De knechten) Zij zijn altijd komisch en dragen maskers. De belangrijkste vertegenwoordigers zijn, Arlechinno, Brighella, Pedrolino en Pulcinella.

Tot de laatste groep behoren ook Colombine, “de meid”, die echter pas in de zeventiende eeuw is ontwikkeld, toen vrouwen vaker begonnen op te treden. Elke groep kent minstens twee Zanni, doorgaans meer. Zij zorgen voor de vooruitgang van het plot, de komische intermezzo’s en de nevenintriges.

Arlechinno is de meest bekende. Hij is de toegewijde knecht, wiens wel en wee gepaard gaat met dat van zijn meester. Hij is onberekenbaar en wispelturig, maar altijd te goeder trouw. Zijn “briljante oplossingen” zorgen steeds voor nieuwe problemen.

Brighella is zowat het tegengestelde van Arlechinno, vandaar dat ze vaak samen aantreden. Hij schuwt nooit een gevecht, heeft lef en is niet vies van diefstal. In latere perioden ontwikkelt hij zich tot “kleine zelfstandige”.

Pedrolino fungeert als tegenhanger voor de levenslustige Arlechinno en is altijd een blok aan diens been. Eerder introvert, stil, een beetje dom en bruikbaar als knecht van de knecht. Molière verfranste hem tot Pierrot en in Vlaanderen kennen we hem als Paljas.

Pulcinella is oorspronkelijk een kwaadaardig knechtentype. Hij is wreed, grof en lomp. Vaak is hij getrouwd. In Vlaanderen ontwikkelde hij zich tot de sympathieke Poeschenelle. Nederland houdt het bij Jan Klaasen. En Duitsland kent de Hanswurst.

Columbine ontwikkelde zich tot de intelligente, gevatte dienstbode, die een sleutelrol heeft bij de goede afloop van het intrige. Zij heeft over het algemeen een vertrouwensfunctie bij haar meesteres. Soms zien we haar ook als kletskous of koppelaarster.

Bij het ontstaan van de commedia dell'arte bestond de voorstelling uit een zeer hoog percentage improvisatie. Later ontwikkelde de commedia dell'arte zich en werd het improvisatievermogen sterk beperkt. Maar die beperkingen deden zich vooral voor in het ‘officiële’ theater, waar de medewerkers grotendeels konden lezen en schrijven. Hoe het er aan toe ging in het meer informele theater kunnen we alleen maar gissen.

Persoonlijk denk ik, dat er net als nu een soort “beroepsgezelschappen” bestonden, die de toon aangaven, en een soort “amateurgezelschappen”, die hoofdzakelijk de trends volgden. De stukken waren haast altijd komedies, het onderwerp een gedwarsboomde liefde en de oplossing werd door de knechten en meiden aangebracht.

De voorstellingen hadden een vaste klassieke structuur. Drie bedrijven van 20 minuten tot een half uur.

Heel anders dan het hedendaagse theater waren de ‘intermezzi’. Zij hadden niets te maken met het handelingsverloop en de circusacts kwamen hier goed tot hun recht. Alle spelers waren bedreven in een of andere variétéachtige techniek, die naargelang de behoeften in de pauze werd gebruikt om - net als nu - de beurs te spekken van de omstaande handelaars. Daardoor verwierven de groepen zich stilaan een vaste stek op markten en waren zij graag geziene gasten. Laat het ons beschouwen als een voorloper van “sponsoring” en "reclameblokken".

De “intermezzi” worden nu nog steeds gebruikt, maar ze worden anders ingevuld.

Een andere techniek die ook nu nog in variaties gebruikt wordt is de “lazzi”.

Een lazzi diende om de aandacht van het publiek gevangen te houden terwijl er zich ergens anders op de scène iets afspeelde dat weliswaar moest gebeuren maar waar liefst de aandacht niet op gevestigd werd. De schielijke opkomst van een personage, of het snel omkleden van een acteur…Een oeroud voorbeeld van een lazzi is “het vangen van een vlieg”.

Een personage ziet een (denkbeeldige) vlieg, volgt haar, probeert haar te vangen, vangt haar, laat haar terug ontsnappen, enz. Het orkest bewees hierbij natuurlijk ook goede diensten.

Alles werd in grote lijnen vastgelegd in een draaiboek.

In dat draaiboek werden een aantal elementen opgenomen die we nu nog steeds terug vinden in de hedendaagse scenario's.

Het eerste punt in “de voorgeschiedenis” bij de commedia dell'arte wordt het “argomento” genoemd. Hierbij wordt een fictieve voorgeschiedenis bedacht die het handelingsverloop in het stuk mogelijk maakt. Het is prettig om weten voor de acteurs en ze kunnen er ook op terug vallen als er problemen zijn met hun personage of handelingen.

Op mijn website vindt u een hulpmiddel bij het maken van een “argomento” in de vorm van “Tips bij het maken van een rolbiografie”.

Tweede punt is het “scèneverloop”. Hierbij wordt een korte beschrijving gegeven van elke scène afzonderlijk. Dit is een erg nuttig instrument om acteurs een houvast te geven. Een onderliggend weefsel dat hen help met tekstleren en inleven op de scène. Per scène wordt ook vastgelegd wat de personages zeker moeten zeggen/spelen om het handelingsverloop zonder problemen te laten doorgaan.

Derde punt: een rekwisietenlijst. Vooral de toneelmeester heeft hier baat bij.

Vierde punt: per scène een aantal plaatsaanduidingen

Vijfde punt: een lijst met de mogelijke plaatsen waar een lazzi moet plaatsvinden. Aangezien het gebruik van lazzi een beetje in onbruik is geraakt, is deze lijst niet meer belangrijk als we hedendaags toneel brengen. Maar als theatermakers moeten wij wel bewust zijn van het bestaan en gebruik ervan. Men gebruikte dus geen uitgeschreven teksten, maar de acteurs moesten zich toch goed voorbereiden door het scenario goed in te prenten. Zij werden natuurlijk flink geholpen door het steeds weerkerende intrige.

Besluit:

In het hedendaagse amateurtoneel kunnen we twee stromingen onderscheiden.

Enerzijds diegene die commedia dell'arte in zijn zuiverste vorm willen brengen en naar een zo getrouw mogelijke benadering van deze speelstijl streven. Daarbij staat de acteur centraal in de productie. Maar! Die acteur moet dan wel een langdurige intensieve training willen ondergaan om zich deze stijl eigen te maken. Improvisatie lijkt makkelijker dan het is.

De ander stroming maakt eerder gebruik van de ingrediënten van deze stijl om eigentijds theater vorm te geven. Hierbij is vooral de dramaturgische vorming van de regisseur van groot belang. De regisseur moet zeer goed kunnen inschatten welk effect bepaalde elementen op het publiek kunnen hebben.

Wat u hier gelezen hebt is zeker niet volledig. Het is enkel een inleiding met een korte beschrijving van de voornaamste elementen. Laat het een aanleiding zijn om zelf dieper te gaan graven in de wondere wereld van de commedia dell' arte.

Uw dienaar

Oberon I van Mechelen

Vanzelfsprekend zou ik deze bladzijden niet kunnen geschreven hebben zonder de noodzakelijke documentatie.

Grote leidraad voor mij waren:

“De geschiedenis van de commedia del' arte” door R.L. Erenstein.

“Handboek voor amateurtoneel” van Hein Ceelen



  • Comments(0)//goedomweten.amateurtoneel.be/#post5
« PreviousNext »