WEETJES - IDEETJES - LINKS

WEETJES - IDEETJES - LINKS

WEETJES, IDEETJES EN LINKS

START - EIGEN STUKKEN - PALMARES - WEETJES, IDEETJES EN LINKS- BLOG

INLEIDING TOT DE COMMEDIA DELL'ARTE

Commedia dell'artePosted by Oberon I van Mechelen Sat, December 17, 2016 12:49:22

INLEIDING TOT DE COMMEDIA DELL'ARTE

De laatste jaren stelde ik een groeiende belangstelling vast voor de commedia dell’arte. De producties van bekende stukken uit die periode door beroepsgezelschappen werkt dat zeker in de hand. Onder invloed van een steeds betere dramatische vorming gaan beoefenaars van amateurtoneel op zoek naar een eigenheid in vorm en zeggingskracht, die aansluit bij hun middelen en mogelijkheden. De Commedia dell’arte trekt hen aan als een magneet. En dat is logisch, omdat de basis van deze toneelvorm veel gelijkenis vertoont met het hedendaags amateurtoneel.

De voornaamste kenmerken van de commedia dell’arte

1) De voorstellingen waren grotendeels improvisaties.

Ter verduidelijking wil ik er op wijzen, dat voor de Commedia dell' arte niet veel theater bestond, dat toegankelijk was voor de modale burger. Ik spreek hier over het eind van de renaissance. De meest beoefende vorm van wat voor toneel zou kunnen door gaan waren de mysteriespelen, die een opvoedende rol speelden in de geloofsverbreiding.

Voor de adel en de gegoede burgers werden teksten voorgedragen door beroeps (spelers). Verder probeerden allerhande jongleurs een schamele boterham te verdienen op markten, circussen en dergelijke. Uit dit allegaartje is de commedia dell'arte gegroeid.

Enkele jongleurs, aan de kant gezette beroepsspelers, bedelaars, een verdwaalde monnik, een werkloze vrachtvoerder enzovoort sloegen hun middelen en kunnen bij elkaar en vormden samen een rondreizend gezelschap dat op deze manier aan de kost probeerde te komen. Zij trokken van dorp tot dorp en stuurden iemand vooruit om plaatselijke verhalen en vertellingen te sprokkelen. Als het gezelschap dan toekwam, speelden zij een basisverhaal waarin de plaatselijke gebeurtenissen door improvisatie verwerkt waren. Omdat ze er hun kost mee moesten verdienen, handelden de stukken steeds over het gewone volk. Er werden nooit machthebbers ten tonele gevoerd en zeker niet gehekeld.

Natuurlijk was het niet allemaal zo mooi gestructureerd als hierboven beschreven. Ik wil alleen duidelijk maken, dat commedia dell'arte niet “uitgevonden” is en hoofdzakelijk was gestoeld op improvisatie en de drang tot overleven.

Later, onder invloed van bv. Goldoni en Molière gingen enkele gezelschappen zich vestigen en hielden er een goed besmeerde boterham aan over. Maar dan spreken we wel van de 17de – 18de eeuw

Improvisatie is een van de voornaamste kenmerken van commedia dell'arte.

2) De personages staan vast.

Om de improvisatie zo vlot mogelijk te laten verlopen, werd gewerkt met een beperkt aantal vaste types.

Ook nu nog zijn voor oefening en training deze uitgewerkte personages een dankbaar gegeven.

Alle types zijn ontstaan uit het knechtentype en ondergingen langzaam een evolutie. Pas naar het einde toe stonden alle types vast en werd er zeer doelbewust mee gewerkt.

Enkel voorbeelden

De geliefden: (Gli innamorati) Meestal een ernstig type rond wie het stuk was opgebouwd. Zij speelden doorgaans zonder maskers.

De oude mannen: Pantalone en Il Dottore zijn de bekendste en zijn gewoonlijk komische figuren.

De knechten: (Gli zanni) zijn altijd komisch. Vertegenwoordigers hiervan zijn o.a. Arlecchino, Pedrolino, Pulcinella..

Omdat de types vast stonden, moesten de spelers bij een improvisatie niet meer zoeken naar de figuur, houding, beweegredenen van hun personage. Ze konden zij à la carte een bepaald type neerzetten, dat dienstig was voor de improvisatie. Daarbij hielpen dan nog de maskers.

3) Er werd gebruik gemaakt van half-maskers

Het gebruik van maskers vinden we terug bij de tragedies en komedies van de Grieken. Veel is er echter niet over geweten, omdat de maskers vergaan zijn. Maar afbeeldingen bewijzen dat ze gebruikt werden.

In de Romeinse tijd werden ook al maskers gebruikt om vaste types neer te zetten. Soms werden ze zelfs misbruikt; o.a. door een gemaskerde speler, die op het einde van het stuk moest vermoord worden, te vervangen door een Christen slaaf. Bijgevolg keerde de kerk zich tegen deze kunstvorm en beschouwde ze als decadent en verdorven.

Toch werd toneel nooit helemaal verbannen en werden toneelspelen nog gebruikt ter lering van de gelovigen. In Mysteriespelen treden bijvoorbeeld types op, die met afschuwelijke maskers getooid de duivel moeten voorstellen.

In de renaissance werd met het masker vooral het komische benadrukt.

Later is het gebruik langzaam verdwenen. Daartoe waren twee belangrijke oorzaken.

Enerzijds dwong de “herkenbare waarschijnlijkheid” van de personages het masker tot een marginaal bestaan. Anderzijds was er de drang tot er- en herkenning van de kunstenaar, een belangrijk gegeven in het teloorgaan van de maskers.

Als moderne variant op het maskertype kennen wij nu vooral Deypes, Charlie Chaplin en de meer eigentijdse Rowan Atkinson (Mr. Bean). Zij maken gebruik van een nadrukkelijke grime en een maskerachtige mimiek, met een komisch effect tot gevolg. Ooit noemde men de rode clownneus wel eens: het kleinste masker.

De voornaamste types uit de commedia dell' arte:

Het is belangrijk te weten, dat oorspronkelijk alle commedia dell'arte types uit de Zanni-figuur (knecht) zijn ontwikkeld. Bovendien heeft in de commedia dell’arte de vaste rolverdeling zijn uiteindelijke vorm min of meer bereikt. De commedia dell'arte groep bestond uit tien tot vijftien spelers en kunnen in volgende hoofdgroepen onderverdeeld worden.

- Gli Innamorati: (de geliefden) Meestal serieuze personages waarrond het intrige van de voorstelling draait. Zij treden doorgaans ongemaskerd op. Over het algemeen zijn het goed opgevoede, welgemanierde zonen en dochters van Gli Vecchi (oude mannen). Zij hebben maar één doel, namelijk: bij elkaar zijn. Zij maken het belangrijkste van de intrige uit, omdat alles rond hun perikelen draait. Zij schuwen geen enkele list of bedrog om hun doel te bereiken, al zijn de Gli Zanni (knechten) meestal de uitvoerders.

- Gli Vecchi: (de oude mannen) Meestal, maar niet altijd, komische types, waarvan Pantalone en Il Dottore de bekendste zijn.

Zij treden vaak op als vaders van de geliefden en dwarsbomen hun kinderen. Veelal vinden ze zichzelf een begeerlijke partij voor jongere vrouwen.

Pantalone is het vrekkige type, met huwbare zoon en dochter. Voor zijn dochter probeert hij op alle mogelijke manieren een bruidsschat te voorkomen. Van dat type geeft Louis de Funès een prachtige vertolking in de film “de vrek” van Molière.

Naast de hypernerveuze Pantalone is Il Dotore een statische figuur. Hij geeft zich graag uit voor een intelligente man, maar is in feite een blaaskaak. Hij wil constant het woord hebben en iedereen moet aan zijn lippen hangen.

- Il Capitano: Een opvallende eenzaat met meestal een komische inslag. Een echte snoever. Heeft de meest fantastische gevechten geleverd. Alle vrouwen liggen aan zijn voeten. Hij is als het ware te voet naar de hemel en de hel geweest. Maar als puntje bij paaltje komt, is hij een angsthaas. Als hij verliefd is wordt hij de dupe van zijn eigen opschepperij.

- Gli Zanni: (De knechten) Zij zijn altijd komisch en dragen maskers. De belangrijkste vertegenwoordigers zijn, Arlechinno, Brighella, Pedrolino en Pulcinella.

Tot de laatste groep behoren ook Colombine, “de meid”, die echter pas in de zeventiende eeuw is ontwikkeld, toen vrouwen vaker begonnen op te treden. Elke groep kent minstens twee Zanni, doorgaans meer. Zij zorgen voor de vooruitgang van het plot, de komische intermezzo’s en de nevenintriges.

Arlechinno is de meest bekende. Hij is de toegewijde knecht, wiens wel en wee gepaard gaat met dat van zijn meester. Hij is onberekenbaar en wispelturig, maar altijd te goeder trouw. Zijn “briljante oplossingen” zorgen steeds voor nieuwe problemen.

Brighella is zowat het tegengestelde van Arlechinno, vandaar dat ze vaak samen aantreden. Hij schuwt nooit een gevecht, heeft lef en is niet vies van diefstal. In latere perioden ontwikkelt hij zich tot “kleine zelfstandige”.

Pedrolino fungeert als tegenhanger voor de levenslustige Arlechinno en is altijd een blok aan diens been. Eerder introvert, stil, een beetje dom en bruikbaar als knecht van de knecht. Molière verfranste hem tot Pierrot en in Vlaanderen kennen we hem als Paljas.

Pulcinella is oorspronkelijk een kwaadaardig knechtentype. Hij is wreed, grof en lomp. Vaak is hij getrouwd. In Vlaanderen ontwikkelde hij zich tot de sympathieke Poeschenelle. Nederland houdt het bij Jan Klaasen. En Duitsland kent de Hanswurst.

Columbine ontwikkelde zich tot de intelligente, gevatte dienstbode, die een sleutelrol heeft bij de goede afloop van het intrige. Zij heeft over het algemeen een vertrouwensfunctie bij haar meesteres. Soms zien we haar ook als kletskous of koppelaarster.

Bij het ontstaan van de commedia dell'arte bestond de voorstelling uit een zeer hoog percentage improvisatie. Later ontwikkelde de commedia dell'arte zich en werd het improvisatievermogen sterk beperkt. Maar die beperkingen deden zich vooral voor in het ‘officiële’ theater, waar de medewerkers grotendeels konden lezen en schrijven. Hoe het er aan toe ging in het meer informele theater kunnen we alleen maar gissen.

Persoonlijk denk ik, dat er net als nu een soort “beroepsgezelschappen” bestonden, die de toon aangaven, en een soort “amateurgezelschappen”, die hoofdzakelijk de trends volgden. De stukken waren haast altijd komedies, het onderwerp een gedwarsboomde liefde en de oplossing werd door de knechten en meiden aangebracht.

De voorstellingen hadden een vaste klassieke structuur. Drie bedrijven van 20 minuten tot een half uur.

Heel anders dan het hedendaagse theater waren de ‘intermezzi’. Zij hadden niets te maken met het handelingsverloop en de circusacts kwamen hier goed tot hun recht. Alle spelers waren bedreven in een of andere variétéachtige techniek, die naargelang de behoeften in de pauze werd gebruikt om - net als nu - de beurs te spekken van de omstaande handelaars. Daardoor verwierven de groepen zich stilaan een vaste stek op markten en waren zij graag geziene gasten. Laat het ons beschouwen als een voorloper van “sponsoring” en "reclameblokken".

De “intermezzi” worden nu nog steeds gebruikt, maar ze worden anders ingevuld.

Een andere techniek die ook nu nog in variaties gebruikt wordt is de “lazzi”.

Een lazzi diende om de aandacht van het publiek gevangen te houden terwijl er zich ergens anders op de scène iets afspeelde dat weliswaar moest gebeuren maar waar liefst de aandacht niet op gevestigd werd. De schielijke opkomst van een personage, of het snel omkleden van een acteur…Een oeroud voorbeeld van een lazzi is “het vangen van een vlieg”.

Een personage ziet een (denkbeeldige) vlieg, volgt haar, probeert haar te vangen, vangt haar, laat haar terug ontsnappen, enz. Het orkest bewees hierbij natuurlijk ook goede diensten.

Alles werd in grote lijnen vastgelegd in een draaiboek.

In dat draaiboek werden een aantal elementen opgenomen die we nu nog steeds terug vinden in de hedendaagse scenario's.

Het eerste punt in “de voorgeschiedenis” bij de commedia dell'arte wordt het “argomento” genoemd. Hierbij wordt een fictieve voorgeschiedenis bedacht die het handelingsverloop in het stuk mogelijk maakt. Het is prettig om weten voor de acteurs en ze kunnen er ook op terug vallen als er problemen zijn met hun personage of handelingen.

Op mijn website vindt u een hulpmiddel bij het maken van een “argomento” in de vorm van “Tips bij het maken van een rolbiografie”.

Tweede punt is het “scèneverloop”. Hierbij wordt een korte beschrijving gegeven van elke scène afzonderlijk. Dit is een erg nuttig instrument om acteurs een houvast te geven. Een onderliggend weefsel dat hen help met tekstleren en inleven op de scène. Per scène wordt ook vastgelegd wat de personages zeker moeten zeggen/spelen om het handelingsverloop zonder problemen te laten doorgaan.

Derde punt: een rekwisietenlijst. Vooral de toneelmeester heeft hier baat bij.

Vierde punt: per scène een aantal plaatsaanduidingen

Vijfde punt: een lijst met de mogelijke plaatsen waar een lazzi moet plaatsvinden. Aangezien het gebruik van lazzi een beetje in onbruik is geraakt, is deze lijst niet meer belangrijk als we hedendaags toneel brengen. Maar als theatermakers moeten wij wel bewust zijn van het bestaan en gebruik ervan. Men gebruikte dus geen uitgeschreven teksten, maar de acteurs moesten zich toch goed voorbereiden door het scenario goed in te prenten. Zij werden natuurlijk flink geholpen door het steeds weerkerende intrige.

Besluit:

In het hedendaagse amateurtoneel kunnen we twee stromingen onderscheiden.

Enerzijds diegene die commedia dell'arte in zijn zuiverste vorm willen brengen en naar een zo getrouw mogelijke benadering van deze speelstijl streven. Daarbij staat de acteur centraal in de productie. Maar! Die acteur moet dan wel een langdurige intensieve training willen ondergaan om zich deze stijl eigen te maken. Improvisatie lijkt makkelijker dan het is.

De ander stroming maakt eerder gebruik van de ingrediënten van deze stijl om eigentijds theater vorm te geven. Hierbij is vooral de dramaturgische vorming van de regisseur van groot belang. De regisseur moet zeer goed kunnen inschatten welk effect bepaalde elementen op het publiek kunnen hebben.

Wat u hier gelezen hebt is zeker niet volledig. Het is enkel een inleiding met een korte beschrijving van de voornaamste elementen. Laat het een aanleiding zijn om zelf dieper te gaan graven in de wondere wereld van de commedia dell' arte.

Uw dienaar

Oberon I van Mechelen

Vanzelfsprekend zou ik deze bladzijden niet kunnen geschreven hebben zonder de noodzakelijke documentatie.

Grote leidraad voor mij waren:

“De geschiedenis van de commedia del' arte” door R.L. Erenstein.

“Handboek voor amateurtoneel” van Hein Ceelen



  • Comments(0)//goedomweten.amateurtoneel.be/#post5